Business English logistiek en supply chain flashcards
Deze set flashcards bevat belangrijke termen en begrippen uit de logistiek en supply chain management in het Engels, gericht op HBO-studenten. Ideaal voor het voorbereiden op tentamens en het vergroten van vakkennis.
Quiz(32 vragen)
1. What does Logistics mean?
Termen in deze set(32)
Algemene Logistiek(16)
Logistics
Logistiek
Supply chain
Toeleveringsketen
Inventory management
Voorraadbeheer
Transportation
Vervoer
Warehousing
Opslag
Lead time
Doorlooptijd
Order fulfillment
Orderverwerking
Distribution network
Distributienetwerk
Just-in-time
Just-in-time
Demand forecasting
Vraagvoorspelling
Logistical efficiency
Logistieke efficiëntie
Freight costs
Vrachtkosten
Supply chain visibility
Zichtbaarheid in de toeleveringsketen
Return on investment
Retour op investering
Third-party logistics
Derde partij logistiek
Cross-docking
Cross-docking
Supply Chain Management(16)
Supply Chain Management
Beheer van de toeleveringsketen
Logistics
Logistiek
Inventory Management
Voorraadbeheer
Lead Time
Doorlooptijd
Demand Forecasting
Vraagvoorspelling
Supplier Relationship Management
Beheer van leveranciersrelaties
Just-in-Time (JIT)
Just-in-time
Distribution Network
Distributienetwerk
Procurement
Inkoop
Order Fulfillment
Bestelafhandeling
Transportation Management
Transportbeheer
Warehouse Operations
Magazijnactiviteiten
Sourcing Strategies
Inkoopstrategieën
Supply Chain Optimization
Optimalisatie van de toeleveringsketen
Risk Management
Risicobeheer
Cross-Docking
Cross-docking
Vragen in deze set(32)
1. What does Logistics mean?
2. What does Supply Chain Management mean?
3. Which word means Supply chain?
4. Which word means Logistiek?
5. What does Inventory management mean?
6. What does Inventory Management mean?
7. Which word means Transportation?
8. Which word means Doorlooptijd?
9. What does Warehousing mean?
10. What does Vraagvoorspelling mean?
11. Which word means Lead time?
12. Which word means Beheer van leveranciersrelaties?
13. What does Order fulfillment mean?
14. What does Just-in-Time mean?
15. Which word means Distribution network?
16. Which word means Distributienetwerk?
17. What does Just-in-time mean?
18. What does Inkoop mean?
19. Which word means Demand forecasting?
20. Which word means Bestelafhandeling?
21. What does Logistical efficiency mean?
22. What does Transportbeheer mean?
23. Which word means Freight costs?
24. Which word means Magazijnactiviteiten?
25. What does Supply chain visibility mean?
26. What does Inkoopstrategieën mean?
27. Which word means Return on investment?
28. Which word means Optimalisatie van de toeleveringsketen?
29. What does Third-party logistics mean?
30. What does Risicobeheer mean?
31. Which word means Cross-docking?
32. Which word means Cross-docking?
Gerelateerde sets
Angielski A2 – Słówka: dom i rodzina
Wörter: Englisch some any much many
Englisch Abitur analysis verbs Karteikarten
Englisch Abitur Mediation
Wörter: Englisch household chores
Englisch Abitur Statistik beschreiben Karteikarten
Englisch Relativsätze Karteikarten
Wörter: Englisch if-Sätze Typ 2
Maak je eigen studieset
Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.

