Business English financiële termen flashcards
Deze set flashcards bevat belangrijke financiële termen en uitdrukkingen in het Engels, specifiek gericht op studenten in het hbo die zich voorbereiden op examens in Business English.
Quiz(36 vragen)
1. Wat betekent 'Revenue'?
Termen in deze set(36)
Basis financiële termen(16)
Revenue
Omzet
Profit margin
Winstmarge
Cash flow
Kasstroom
Assets
Activa
Liabilities
Passiva
Equity
Eigen vermogen
Budgeting
Begroting maken
Break-even point
Haalbare kostendekking
Overhead costs
Overheadkosten
Return on investment
Rendement op investering
Interest rate
Rentepercentage
Financial statement
Financiële verklaring
Cash reserves
Kasreserves
Net income
Netto-inkomen
Market share
Marktaandeel
Cost-benefit analysis
Kosten-batenanalyse
Financiële analyses en rapportages(12)
financial statement
financieel verslag
profit margin
winstmarge
cash flow analysis
kasstroomanalyse
income statement
inkomensverklaring
balance sheet
balans
return on investment (ROI)
rendement op investering (ROI)
break-even point
break-evenpunt
financial ratio
financiële ratio
budget variance
budgetafwijking
key performance indicator (KPI)
kritieke prestatie-indicator (KPI)
forecasting
voorspelling
operating expenses
bedrijfskosten
Investeringen en markten(8)
Investment portfolio
Beleggingsportefeuille
Market capitalization
Marktkapitalisatie
Dividend yield
Dividendrendement
Risk assessment
Risicoanalyse
Stock exchange
Aandelenbeurs
Capital gains
Vermogenswinst
Bear market
Berenmarkt
Bull market
Stiermarkt
Vragen in deze set(36)
1. Wat betekent 'Revenue'?
2. What does 'Investment portfolio' mean?
3. What does 'financial statement' mean?
4. Welk woord betekent 'profit margin'?
5. Which word means 'Market capitalization'?
6. Which word means 'winstmarge'?
7. Hoe noem je 'cash flow' in het Nederlands?
8. What does 'Dividend yield' mean?
9. What does 'kasstroomanalyse' mean?
10. Wat is de Nederlandse term voor 'assets'?
11. Which word means 'Risk assessment'?
12. Which word means 'inkomensverklaring'?
13. Welk woord betekent 'liabilities'?
14. What does 'Stock exchange' mean?
15. What does 'balans' mean?
16. Hoe vertaal je 'equity' naar het Nederlands?
17. Which word means 'Capital gains'?
18. Which word means 'rendement op investering'?
19. Wat betekent 'budgeting'?
20. What does 'Bear market' mean?
21. What does 'break-evenpunt' mean?
22. Welk woord betekent 'break-even point'?
23. Which word means 'Bull market'?
24. Which word means 'financiële ratio'?
25. Hoe noem je 'overhead costs' in het Nederlands?
26. What does 'budgetafwijking' mean?
27. Wat is de vertaling van 'return on investment'?
28. Which word means 'kritieke prestatie-indicator'?
29. Welk woord betekent 'interest rate'?
30. What does 'voorspelling' mean?
31. Hoe vertaal je 'financial statement'?
32. Which word means 'bedrijfskosten'?
33. Wat zijn 'cash reserves' in het Nederlands?
34. Welk woord betekent 'net income'?
35. Hoe noem je 'market share' in het Nederlands?
36. Wat betekent 'cost-benefit analysis'?
Gerelateerde sets
Angielski A2 – Słówka: dom i rodzina
Wörter: Englisch some any much many
Englisch Abitur analysis verbs Karteikarten
Englisch Abitur Mediation
Wörter: Englisch household chores
Englisch Abitur Statistik beschreiben Karteikarten
Englisch Relativsätze Karteikarten
Wörter: Englisch if-Sätze Typ 2
Maak je eigen studieset
Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.

