Vergrotende trap flashcards

Flashcards over de vergrotende trap in de Nederlandse grammatica, met alledaagse voorbeelden.

JesseHendriksex·15 flashcards·12 vragen
bovenbouwlanguage_artsgrammar
0
Ken ik
1 / 15
0
Aan het leren
Voorkant

Vergrotende trap definitie

Tik om om te draaien
Achterkant

De vergrotende trap vergelijkt twee dingen en geeft een hogere mate van een eigenschap aan.

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(12 vragen)

Vraag 1 van 12

1. Wat is de vergrotende trap van 'hoog'?

Termen in deze set(15)

Vergrotende trap definitie

De vergrotende trap vergelijkt twee dingen en geeft een hogere mate van een eigenschap aan.

Voorbeeld van vergrotende trap

Hij is sneller dan zij. Hier wordt de snelheid vergeleken tussen twee personen.

Vergrotende trap van 'snel'

'Snel' wordt 'sneller' in de vergrotende trap.

Wat is de vergrotende trap van 'duurzaam'?

'Duurzaam' wordt 'duurzamer' in de vergrotende trap.

Hoe vorm je de vergrotende trap?

Meestal voeg je '-er' toe aan het bijvoeglijk naamwoord, soms gebruik je 'meer'.

Wat is de vergrotende trap van 'mooi'?

'Mooi' wordt 'mooier' in de vergrotende trap.

Vul in: 'Hij is ___ dan zijn broer.'

'Hij is groter dan zijn broer.'

Vergelijking in de vergrotende trap

De vergrotende trap maakt een vergelijking, zoals 'deze auto is sneller dan die andere'.

Wat is de vergrotende trap van 'duur'?

'Duur' wordt 'duurder' in de vergrotende trap.

Waar gebruik je 'meer'?

Bij lange bijvoeglijk naamwoorden zoals 'interessant' wordt 'meer interessant' gebruikt.

Vul in: 'Deze weg is ___ dan de vorige.'

'Deze weg is korter dan de vorige.'

Wat is de vergrotende trap van 'warm'?

'Warm' wordt 'warmer' in de vergrotende trap.

Vergrotende trap van 'veel'

'Veel' wordt 'meer' in de vergrotende trap.

Wat is de vergrotende trap van 'ver'?

'Ver' wordt 'verder' in de vergrotende trap.

Vul in: 'Deze shirt is ___ dan dat andere shirt.'

'Deze shirt is goedkoper dan dat andere shirt.'

Vragen in deze set(12)

1. Wat is de vergrotende trap van 'hoog'?

A.Hoger
B.Meer hoog
C.Hoogste
D.Hoogsteer

2. Is 'duurzaam' vergrotender als 'duurzamer'?

A.Ja
B.Nee
C.Soms
D.Altijd

3. Wat is de vergrotende trap van 'klein'?

A.Kleinste
B.Kleiniger
C.Kleiner
D.Meer klein

4. Bij welk woord gebruik je 'meer' in de vergrotende trap?

A.Zacht
B.Snel
C.Klein
D.Hoog

5. Is 'warmer' de vergrotende trap van 'warm'?

A.Ja
B.Nee
C.Soms
D.Altijd

6. Wat is de vergrotende trap van 'ver'?

A.Verder
B.Verste
C.Meer ver
D.Verligger

7. Is 'sneller' de vergrotende trap van 'snel'?

A.Ja
B.Nee
C.Soms
D.Geen idee

8. Wat is de vergrotende trap van 'duur'?

A.Duurder
B.Duurste
C.Meer duur
D.Duuriger

9. Vul in: 'Dit boek is ___ dan het vorige.'

A.Meer interessant
B.Interessanter
C.Interesser
D.Interesant

10. Is 'goed' de basisvorm voor 'beter'?

A.Ja
B.Nee
C.Soms
D.Altijd

11. Wat is de vergrotende trap van 'veel'?

A.Meer
B.Veelste
C.Meest veel
D.Veldig veel

12. Vul in: 'Hij is ___ dan zij.'

A.Sneller
B.Snelest
C.Snelste
D.Meer snel

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.