Herhaling: Onvoltooid verleden tijd

Herhaling van de onvoltooid verleden tijd in de Nederlandse grammatica met alledaagse voorbeelden.

Sophie37·20 flashcards·17 vragen
bovenbouwlanguage_artsgrammar
0
Ken ik
1 / 20
0
Aan het leren
Voorkant

Wat is de onvoltooid verleden tijd?

Tik om om te draaien
Achterkant

De onvoltooid verleden tijd (ovt) is een werkwoordstijd die aangeeft dat een actie in het verleden plaatsvond zonder dat deze voltooid is.

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(17 vragen)

Vraag 1 van 17

1. Wat is de onvoltooid verleden tijd?

Termen in deze set(20)

Wat is de onvoltooid verleden tijd?

De onvoltooid verleden tijd (ovt) is een werkwoordstijd die aangeeft dat een actie in het verleden plaatsvond zonder dat deze voltooid is.

Geef een voorbeeld van de ovt.

Een voorbeeld is: 'Ik liep naar school.' Hier geeft 'liep' aan dat de actie in het verleden gebeurde.

Vervoeg het werkwoord 'lopen' in de ovt.

'Lopen' wordt 'liep' in de enkelvoud en 'liepen' in de meervoud.

Vul de lege plek in: 'Hij _____ gisteren naar het park.'

'Hij liep gisteren naar het park.'

Wat is het verschil tussen ovt en voltooid verleden tijd?

De ovt beschrijft een actie die in het verleden gebeurde, terwijl de voltooid verleden tijd aangeeft dat de actie is afgerond.

Vanochtend _____ ik een boek.

'Vanochtend las ik een boek.'

Vervoeg het werkwoord 'fietsen' in de ovt.

'Fietsen' wordt 'fietste' in de enkelvoud en 'fietsten' in de meervoud.

Waar gebruik je de onvoltooid verleden tijd voor?

De ovt gebruik je om gebeurtenissen of handelingen in het verleden te beschrijven die nog niet zijn afgerond.

Schrijf de ovt van 'zingen'.

'Zingen' wordt 'zong' in de enkelvoud en 'zongen' in de meervoud.

Vul de lege plek in: 'We _____ naar het feest gisteren.'

'We gingen naar het feest gisteren.'

Is 'verliep' de ovt van 'verlopen'?

Ja, 'verliep' is de ovt van 'verlopen'.

Vertaal naar de ovt: 'Ik leer veel.'

'Ik leerde veel.'

Wat is een veelvoorkomende vergissing bij ovt?

Een vergissing is om de verleden tijd verkeerd te vervoegen of het gebruik van de verleden tijd waar de tegenwoordige tijd nodig is.

Geef een zin in de ovt met 'reizen'.

'Wij reisden naar Frankrijk vorig jaar.'

Vul de lege plek in: 'Zij _____ een mooie film gekeken.'

'Zij had een mooie film gekeken.'

Is 'hadden' de ovt van 'hebben'?

Ja, 'hadden' is de ovt van 'hebben'.

Schrijf de ovt van 'eten'.

'Eten' wordt 'at' in de enkelvoud en 'aten' in de meervoud.

Wat is de hulpwerkwoord voor de ovt?

De hulpwerkwoorden 'hebben' en 'zijn' worden gebruikt in combinatie met de onvoltooid verleden tijd.

Vertaal naar de ovt: 'Hij gaat naar school.'

'Hij ging naar school.'

Is 'spelen' een regelmatig of onregelmatig werkwoord?

'Spelen' is een regelmatig werkwoord dat vervoegd wordt volgens vaste regels.

Vragen in deze set(17)

1. Wat is de onvoltooid verleden tijd?

A.Een tijd voor toekomstige acties.
B.Een tijd voor acties die in het verleden gebeurden.
C.Een tijd voor voltooid verleden acties.
D.Een tijd voor hedendaagse acties.

2. Hoe vervoeg je 'werken' in de ovt?

A.Werkte
B.Werkt
C.Werken
D.Werkten

3. Is 'ik speel' correct in de ovt?

A.Ja, dat klopt.
B.Nee, het moet 'ik speelde' zijn.
C.Nee, het moet 'ik speelden' zijn.
D.Ja, dat is de verleden tijd.

4. Vervoeg 'leiden' in de ovt.

A.Leidde
B.Leid
C.Leidden
D.Leiden

5. Wat zegt de onvoltooid verleden tijd?

A.Dat iets in de toekomst gebeurt.
B.Dat iets in het verleden is afgerond.
C.Dat iets in het verleden plaatsvond.
D.Dat iets nu aan de gang is.

6. Welke vorm is onjuist? 'Hij zwom' in de ovt.

A.'Zwem'
B.'Zwemmen'
C.'Zwemde'
D.'Zwemden'

7. Wat is de ovt van 'geven'?

A.Gaf
B.Gaven
C.Geef
D.Gaven

8. Is 'hij ging' een voorbeeld van de ovt?

A.Ja
B.Nee
C.Soms
D.Nooit

9. Hoe gebruik je de onvoltooid verleden tijd?

A.Voor toekomst.
B.Voor verleden gebeurtenissen.
C.Voor hedendaagse situaties.
D.Voor instructies.

10. Wat is de ovt van 'zien'?

A.Zag
B.Zien
C.Zagen
D.Zou zien

11. Vul de lege plek in: 'Wij _____ naar de film gingen.'

A.die
B.dat
C.deze
D.welke

12. Wat is de onvoltooid verleden tijd van 'brengen'?

A.Bracht
B.Brengt
C.Brachten
D.Breng

13. Is 'we dachten' een juiste vorm?

A.Ja
B.Nee
C.Soms
D.Nooit

14. Vervoeg 'kijken' in de ovt.

A.Keek
B.Kijkte
C.Kijk
D.Kij...

15. Wat is de ovt van 'leiden'?

A.Leidde
B.Leidt
C.Lijdt
D.Leidden

16. Is 'ik ben gegaan' een voorbeeld van de ovt?

A.Ja
B.Nee
C.Soms
D.Zelden

17. Vul de lege plek in: 'Jij _____ een mooi cadeau gekregen.'

A.hebt
B.had
C.hebt niet
D.had niet

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.