Herhaling: Eindexamen spelling werkwoorden
Herhaling van spelling van werkwoorden voor het eindexamen in Nederland met alledaagse onderwerpen.
Quiz(16 vragen)
1. Wat is de juiste verleden tijd van 'bellen'?
Termen in deze set(17)
Wat is de stam van 'werken'?
De stam van 'werken' is 'werk'.
Hoe schrijf je 'ik _____ (werken)'?
'ik werk'.
Vul de juiste vorm in: 'jij _____ (leiden)'.
'jij leidt'.
Wat is de past tense van 'lopen'?
'liep' is de verleden tijd van 'lopen'.
Schrijf de juiste vorm: 'zij _____ (leiden)'.
'zij leidt'.
Waarop eindigt de verleden tijd van regelmatige werkwoorden?
De verleden tijd eindigt vaak op -de of -te.
Wat is de verleden tijd van 'kijken'?
'keek' is de verleden tijd van 'kijken'.
Is 'fietste' een correcte spelling?
Ja, 'fietste' is correct in verleden tijd van 'fietsen'.
Wat is de juiste vorm: 'jullie _____ (werken)'?
'jullie werken'.
Wat is een voorbeeld van een onregelmatig werkwoord?
'zijn' is een onregelmatig werkwoord.
Vul de juiste vorm in: 'hij _____ (gaan)'.
'hij gaat'.
Is 'ik heb gewerkt' correct?
Ja, 'ik heb gewerkt' is correct gebruik van de voltooide tijd.
Wat is de stam van 'leiden'?
De stam van 'leiden' is 'leid'.
Hoe schrijf je 'wij _____ (komen)'?
'wij komen'.
Wat is de verleden tijd van 'beginnen'?
'begon' is de verleden tijd van 'beginnen'.
Wat is de correcte spelling van 'verliezen' in de verleden tijd?
'verloor' is de verleden tijd van 'verliezen'.
Wat is de juiste vorm van 'zij _____ (zitten)'?
'zij zitten'.
Vragen in deze set(16)
1. Wat is de juiste verleden tijd van 'bellen'?
2. Is 'jij werkte' correct?
3. Wat is de stam van 'verliezen'?
4. Wat is de verleden tijd van 'tekenen'?
5. Vul in: 'zij _____ (spelen)' in de tegenwoordige tijd.
6. Is 'hij heeft gesproken' correct?
7. Wat is de juiste vorm van 'wij _____ (fietsen)'?
8. Wat is de verleden tijd van 'hangen'?
9. Is 'zij loopt' correct?
10. Wat is de stam van 'kopen'?
11. Wat is de verleden tijd van 'leiden'?
12. Vul in: 'jij _____ (verliezen)'.
13. Is 'ik heb gefietst' correct?
14. Wat is de juiste vorm van 'jullie _____ (komen)'?
15. Wat is de verleden tijd van 'zitten'?
16. Is 'zij hebben' correct?
Gerelateerde sets
Test: Plusquamperfekt
Wiederholung: Modalverben
Apposition Schritt für Schritt
Nominalisierung Schritt für Schritt
Adjektive steigern Karteikarten
Indirekte Rede umformen Karteikarten
Feldermodell Satzklammer Schritt für Schritt
Futur I Notizen
Maak je eigen studieset
Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.

