Eindexamen tussen-n examen

Eindexamen herhaling voor het vak taalvaardigheid met focus op spelling en grammatica in het Nederlands.

Emma88·18 flashcards·16 vragen
eindexamenlanguage_artsorthography
0
Ken ik
1 / 18
0
Aan het leren
Voorkant

Waar staat 'dt' voor in de spelling?

Tik om om te draaien
Achterkant

'dt' staat voor de verbuigingsregeltjes van werkwoorden in de verleden tijd.

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(16 vragen)

Vraag 1 van 16

1. Welk woord is juist gespeld?

Termen in deze set(18)

Waar staat 'dt' voor in de spelling?

'dt' staat voor de verbuigingsregeltjes van werkwoorden in de verleden tijd.

Schrijf het meervoud van 'kind'.

Het meervoud van 'kind' is 'kinderen'.

Wat is een homoniem?

Een homoniem is een woord dat dezelfde spelling of uitspraak heeft, maar een andere betekenis.

Vul in: Het is _____ weer vandaag.

'heerlijk' is een passend woord om in te vullen.

Wat is het verschil tussen 'de' en 'het'?

'De' is een bepaald lidwoord voor de-woorden, 'het' voor het-woorden.

Schrijf het verkleinwoord van 'huis'.

Het verkleinwoord van 'huis' is 'huisje'.

Wat zijn tussenletters?

Tussenletters zijn letters die in sommige samenstellingen tussen twee delen van een woord komen.

Vul in: De _____ van de tekst is belangrijk.

'structuur' is een correct woord om in te vullen.

Is 'breken' een regelmatig werkwoord?

Nee, 'breken' is een onregelmatig werkwoord.

Wat is een bijvoeglijk naamwoord?

Een bijvoeglijk naamwoord beschrijft een zelfstandig naamwoord, zoals 'mooi' in 'mooie bloemen'.

Geef een voorbeeld van een synoniem voor 'blij'.

'Vrolijk' is een synoniem voor 'blij'.

Wat is een klinker?

Een klinker is een letter die geluid produceert zonder dat de luchtstroom wordt geblokkeerd, zoals a, e, i, o, u.

Vul in: Hij _____ (lopen) snel.

Het juiste werkwoord is 'loopt'.

Wat is de regel voor de 's' en 'z' klank?

'S' wordt vaak gebruikt voor de plurale vorm, terwijl 'z' in sommige samenstellingen verschijnt.

Noem een voorbeeld van een samenstelling.

'Tafelkleed' is een voorbeeld van een samenstelling.

Wat zijn de regels voor het gebruik van hoofdletters?

Hoofdletters worden gebruikt aan het begin van een zin, bij namen en belangrijke woorden.

Is 'televisie' een de- of het-woord?

'Televisie' is een de-woord.

Wat is een werkwoord in de infinitief?

Een werkwoord in de infinitief is de basisvorm, zoals 'lopen', 'leiden', of 'lezen'.

Vragen in deze set(16)

1. Welk woord is juist gespeld?

A.a) gebeuren
B.b) gebueren
C.c) geberuen
D.d) geburen

2. Vul in: Het _____ boek is interessant.

A.a) dik
B.b) dikk
C.c) dijk
D.d) dijkje

3. Wat is de juiste meervoudsvorm van 'stad'?

A.a) staden
B.b) steden
C.c) stadt
D.d) stadens

4. Is 'geprobeerd' een verleden tijd?

A.a) Ja
B.b) Nee
C.c) Soms
D.d) Altijd

5. Wat is de juiste spelling?

A.a) computer
B.b) comptuer
C.c) compuiter
D.d) copmuter

6. Welk woord is een homoniem?

A.a) bank
B.b) stoel
C.c) tafel
D.d) huis

7. Wat is de juiste vorm van het werkwoord?

A.a) zij loop
B.b) zij lopen
C.c) zij loopte
D.d) zij liep

8. Wat is een synoniem voor 'mooi'?

A.a) lelijk
B.b) knap
C.c) dom
D.d) snel

9. Welke zin is correct?

A.a) Hij gaat naar huis.
B.b) Hij gaan naar huis.
C.c) Hij ga naar huis.
D.d) Hij gaat naar het huis.

10. Wat is de regels voor het gebruik van een apostrof?

A.a) Alleen bij meervoud
B.b) Alleen bij bezit
C.c) Bij bezittelijke vormen
D.d) Nooit gebruiken

11. Wat is een bijwoord?

A.a) snel
B.b) de hond
C.c) het boek
D.d) mooi

12. Welke zin heeft een spelfout?

A.a) Ik ga naar school.
B.b) Ik gaan naar school.
C.c) Ik ga naar de winkel.
D.d) Ik ga naar huis.

13. Wat is de eigenlijke betekenis van 'licht'?

A.a) Zwaarte
B.b) Helderheid
C.c) Kleur
D.d) Gewicht

14. Wat zijn de lidwoorden in het Nederlands?

A.a) de, het, een
B.b) de, die, dat
C.c) dat, dit, deze
D.d) een, dit, deze

15. Wat is een voorbeeld van een onregelmatig werkwoord?

A.a) werken
B.b) spelen
C.c) zijn
D.d) leren

16. Vul in: Een _____ is een groep woorden die samen een betekenis vormen.

A.a) zin
B.b) letter
C.c) lettergreep
D.d) klank

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.