Sociale stratificatie examentraining
Een spiekbrief voor de toets sociale stratificatie met belangrijke begrippen, data en formules die leerlingen moeten kennen.
Quiz(32 vragen)
1. Wat zijn sociale klassen?
Termen in deze set(32)
Basisbegrippen sociale stratificatie(16)
Sociale stratificatie
De indeling van mensen in lagen op basis van ongelijkheid in middelen en status.
Wat zijn sociale klassen?
Groepen mensen met vergelijkbare economische en sociale posities, zoals de bovenklasse, middenklasse en arbeidersklasse.
Verhouding inkomen en opleiding
Hogere opleiding leidt vaak tot hoger inkomen door betere werkgelegenheid.
Waardering van arbeid
De sociale status van beroepen verschilt; artsen hebben vaak hogere status dan schoonmakers.
Wat is sociale mobiliteit?
De mogelijkheid voor individuen om van sociale laag te veranderen, zowel naar boven als naar beneden.
Oorzaken sociale stratificatie
- Economische factoren - Culturele waarden - Politieke structuren
Wat is verticaal versus horizontaal mobiliteit?
Verticaal: verandering in status (omhoog/omlaag). Horizontaal: verandering van beroep, maar dezelfde sociale status.
Wat zijn de gevolgen van sociale stratificatie?
Ongelijkheid in kansen, toegang tot onderwijs, gezondheid en sociale netwerken.
Fysieke afstand en sociale afstand
Fysieke afstand is meetbaar (kilometers), sociale afstand is subjectief en gebaseerd op status en cultuur.
Wat is meritocratie?
Een systeem waarin status en beloningen gebaseerd zijn op verdiensten en prestaties, niet op afkomst.
Wat zijn de belangrijkste indicatoren van stratificatie?
Inkomen, opleiding, beroep en rijkdom zijn de belangrijkste indicatoren.
Valse claims over sociale stratificatie
Alle mensen kunnen dezelfde kansen hebben. - Dit is onjuist door ongelijkheden.
Voorbeeld sociale stratificatie
In Nederland: verschillen in inkomen tussen hoogopgeleiden (bijv. €4.000) en laagopgeleiden (bijv. €1.500).
Wat is etniciteit in stratificatie?
De sociale stratificatie kan beïnvloed worden door etnische achtergrond, wat leidt tot ongelijke kansen.
Wat is sociale status?
De positie die iemand in de samenleving heeft, vaak bepaald door opleiding, beroep en inkomen.
Sociale stratificatie en gezondheid
Lagere sociale klassen hebben vaak slechtere gezondheidsuitkomsten door beperkte toegang tot zorg.
Sociale klassen en mobiliteit(16)
Wat zijn sociale klassen?
Groepen mensen met gelijke economische, culturele en sociale status.
Noem drie sociale klassen.
1. Arbeidersklasse 2. Middenklasse 3. Bovenklasse
Wat is sociale mobiliteit?
De mogelijkheid om van sociale klasse te veranderen.
Verschil tussen verticale en horizontale mobiliteit?
Verticale mobiliteit: verandering in sociale status. Horizontale mobiliteit: verandering binnen dezelfde sociale klasse.
Wat beïnvloedt sociale mobiliteit?
- Onderwijsniveau - Beroepskeuze - Economische ontwikkelingen
Vul de lege plek in: De _____ van een persoon beïnvloedt zijn sociale klasse.
achtergrond
Waar komt de term 'onderwijs' in sociale mobiliteit voor?
Onderwijs is essentieel voor het verbeteren van kansen op mobiliteit.
Waaruit bestaat de bovenklasse?
Rijke individuen met invloedrijke posities, vaak ondernemers of erfgenamen.
Waarvoor staat de term 'klasse' in sociale stratificatie?
Een groep mensen met vergelijkbare levensomstandigheden en status.
Waar is de sociale ladder een metafoor voor?
De mogelijkheid om omhoog of omlaag te bewegen tussen sociale klassen.
Wat is de invloed van economisch beleid op sociale mobiliteit?
Positief voor kansen op werk en inkomen; negatief bij recessies.
Vul de lege plek in: Een hoog inkomen kan leiden tot _____ mobiliteit.
positieve
Waar wordt sociale stratificatie vaak op gebaseerd?
- Inkomen - Opleidingsniveau - Beroep
Wat is een voorbeeld van horizontale mobiliteit?
Van leraar naar administratief medewerker.
Klopt of niet: Sociale mobiliteit is altijd positief.
Niet waar: kan ook leiden tot negatieve gevolgen zoals sociale isolatie.
Noem een factor die negatieve sociale mobiliteit beïnvloedt.
- Economische recessie.
Vragen in deze set(32)
1. Wat zijn sociale klassen?
2. Wat is sociale stratificatie?
3. Welke van de volgende is GEEN sociale klasse?
4. Wat zijn sociale klassen?
5. Wat is verticale mobiliteit?
6. Wat is een gevolg van hogere opleiding?
7. Wat draagt bij aan sociale mobiliteit?
8. Wat is sociale mobiliteit?
9. Wat is een voorbeeld van horizontale mobiliteit?
10. Welke van de volgende factoren is GEEN oorzaak van sociale stratificatie?
11. Wat is de betekenis van sociale stratificatie?
12. Wat is het verschil tussen verticale en horizontale mobiliteit?
13. Wat beïnvloedt de sociale klasse van iemand?
14. Wat zijn de belangrijkste indicatoren van stratificatie?
15. Klopt of niet: Sociale mobiliteit is altijd positief.
16. Wat is meritocratie?
17. Wat maakt de bovenklasse speciaal?
18. Wat is sociale status?
19. Wat is horizontale mobiliteit?
20. Wat zijn de gevolgen van sociale stratificatie?
21. Welke factor heeft vaak een positieve invloed op sociale mobiliteit?
22. Wat is de fysieke afstand tussen sociale klassen?
23. Wat is de sociale ladder?
24. Wat is een voorbeeld van sociale stratificatie?
25. Wat is een gevolg van economische recessie voor sociale mobiliteit?
26. Wat is etniciteit in sociale stratificatie?
27. Wat houdt sociale ongelijkheid in?
28. Wat is de relatie tussen inkomen en sociale stratificatie?
29. Wat is een veel voorkomende oorzaak van negatieve sociale mobiliteit?
30. Wat beschrijft de term 'waardering van arbeid' het beste?
31. Wat is het verschil tussen verticale en horizontale mobiliteit?
32. Wat is een voorbeeld van verticale mobiliteit?
Gerelateerde sets
Bourdieu Kapitalsorten und Habitus Karteikarten
Durkheim Anomie und Selbstmord Zusammenfassung
Klausur: Marx Klassentheorie
Luhmann Systemtheorie Prüfungsfragen
Beck Risikogesellschaft
Rollentheorie Soziologie
Sociological imagination exam review
Max Weber Herrschaftstypen Prüfungsfragen
Maak je eigen studieset
Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.

