Praktijkgericht onderzoek

Een overzicht van belangrijke termen en concepten binnen het praktijkgericht onderzoek in de sociologie, specifiek gericht op hbo-studenten.

LiamVisser·36 flashcards·36 vragen
hbosociologyresearch_methods
0
Ken ik
1 / 36
0
Aan het leren
Voorkant

Praktijkgericht onderzoek

Tik om om te draaien
Achterkant

Onderzoek dat gericht is op het oplossen van praktische problemen in de samenleving.

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(36 vragen)

Vraag 1 van 36

1. Wat is praktijkgericht onderzoek?

Termen in deze set(36)

Basisconcepten van Praktijkgericht Onderzoek(16)

Praktijkgericht onderzoek

Onderzoek dat gericht is op het oplossen van praktische problemen in de samenleving.

Wat is de rol van de onderzoeker?

De onderzoeker faciliteert het proces, verzamelt gegevens en analyseert resultaten.

Kwalitatief onderzoek

Onderzoeksbenadering gericht op het begrijpen van sociale verschijnselen via interviews, observaties en teksten.

Kwantitatief onderzoek

Onderzoeksbenadering die statistische analyses gebruikt om gegevens te kwantificeren en patronen te identificeren.

Onderzoeksopzet

De structuur en planning van het onderzoek, inclusief methoden en het type gegevensverzameling.

Invloed van theorie op praktijk

Theorieën bieden kaders voor het begrijpen van observaties en leiden tot nieuwe vragen en hypotheses.

Wat is triangulatie?

Het combineren van verschillende methoden of dataverzamelingsstrategieën om de validiteit van de resultaten te vergroten.

Ethische overwegingen

De morele principes die in acht moeten worden genomen bij het uitvoeren van onderzoek, zoals vertrouwelijkheid en toestemming.

Actieonderzoek

Onderzoeksbenadering waarbij onderzoekers samenwerken met deelnemers om directe veranderingen teweeg te brengen.

Wat zijn steekproeven?

Selecties van een populatie die worden onderzocht om conclusies te trekken over de gehele populatie.

Veldonderzoek

Onderzoek dat plaatsvindt in de natuurlijke omgeving van de deelnemers, waardoor contextuele informatie wordt verzameld.

Wat is een hypothese?

Een veronderstelling die getest kan worden door middel van onderzoek om een relatie tussen variabelen te onderzoeken.

Dataverzameling

Het proces van het verzamelen van informatie en gegevens relevant voor het onderzoek, bijvoorbeeld via enquêtes.

Wat zijn variabelen?

Kenmerken of eigenschappen die kunnen variëren en gemeten worden in een onderzoek, zoals leeftijd of inkomen.

Interventieonderzoek

Onderzoek dat zich richt op het effect van specifieke acties of programma's op deelnemers of gemeenschappen.

Waar dient een literatuurstudie voor?

Om bestaande kennis en theorieën te verkennen en te begrijpen hoe het nieuwe onderzoek hierin past.

Onderzoeksprocessen en Methodologieën(12)

Wat is het onderzoeksproces?

Het onderzoeksproces omvat de stappen die een onderzoeker volgt: probleemstelling, literatuuronderzoek, methodologie, dataverzameling, analyse en rapportage.

Wat zijn kwalitatieve onderzoeksmethoden?

Kwalitatieve onderzoeksmethoden richten zich op het begrijpen van sociale fenomenen door middel van interviews, observaties en focusgroepen.

Vul de lege plek in: Onderzoeksdoelen kunnen _______ of _______ zijn.

beschrijvend; verklarend

True or False: Een literatuuronderzoek is een stap in het onderzoeksproces.

True. Het literatuuronderzoek helpt bij het begrijpen van eerdere studies en theorieën.

Vergelijk kwantitatief en kwalitatief onderzoek.

- Kwantitatief: cijfermatig, statistisch - Kwalitatief: diepte-interviews, contextueel

Wat is een steekproef?

Een steekproef is een deelverzameling van de populatie dat wordt onderzocht om generaliseerbare conclusies te trekken.

Noem een methode voor dataverzameling.

Enkele methoden zijn: enquête, interview, observatie, experiment.

Wat is triangulatie?

Triangulatie is het gebruik van meerdere methoden of bronnen om de validiteit van onderzoeksresultaten te vergroten.

Wat is een hypothese?

Een hypothese is een veronderstelling die getest wordt in een onderzoek, vaak in de vorm van een voorspelling.

Noem een voordeel van kwalitatief onderzoek.

Het biedt diepgaande inzichten en een beter begrip van complexe sociale contexten.

Wat is datanalyse?

Data-analyse is het proces van het interpreteren en bewerken van verzamelde gegevens om conclusies te trekken.

Wat is een conclusie in een onderzoeksrapport?

Een conclusie is een samenvatting van de belangrijkste bevindingen en aanbevelingen op basis van het onderzoek.

Toepassingen en Voorbeelden(8)

Wat is een voorbeeld van praktijkgericht onderzoek?

Onderzoek naar de impact van sociale media op jongeren. - Gegevensverzameling via enquêtes - Analyse van gedragsverandering.

Vul de lege plek in: 'Praktijkgericht onderzoek kan leiden tot ________ in beleid.'

verbeteringen

Waarvoor dient een focusgroep in onderzoek?

Het verkrijgen van diepere inzichten. - Groepsdiscussies - Diverse perspectieven op een onderwerp.

Waar kijken sociologen naar in praktijkgericht onderzoek?

Interactie tussen individuen en groepen. - Sociale structuren - Cultuurimpact. - Economische factoren.

Is praktijkgericht onderzoek altijd kwalitatief? Ja of nee, en waarom?

Nee, omdat het zowel kwalitatieve als kwantitatieve methoden kan gebruiken.

Vergelijk kwantitatief en kwalitatief onderzoek.

Kwantitatief: cijfermatige gegevens. - Kwalitatief: diepte-interviews en observaties.

Welke toepassing heeft ethnografisch onderzoek?

Begrijpen van culturele praktijken. - Langdurige observatie - Inzicht in dagelijkse levens.

Een praktijkvoorbeeld van onderzoek naar armoede.

Onderzoek naar voedselonzekerheid in stedelijke gebieden. - Interviews met bewoners - Analyse van toegang tot voedsel.

Vragen in deze set(36)

1. Wat is praktijkgericht onderzoek?

A.Onderzoek dat gericht is op het oplossen van praktische problemen in de samenleving.
B.Onderzoek dat uitsluitend theoretische kennis produceert.
C.Onderzoek dat geen directe impact heeft op de maatschappij.
D.Onderzoek dat alleen gebruikmaakt van statistische gegevens.

2. Wat is de eerste stap in het onderzoeksproces?

A.Probleemstelling
B.Dataverzameling
C.Analyse
D.Rapportage

3. Wat is een toepassing van praktijkgericht onderzoek in het onderwijs?

A.Onderzoek naar de effectiviteit van verschillende lesmethoden.
B.Studie naar de geschiedenis van het onderwijs.
C.Analyse van onderwijsstelsels wereldwijd.
D.Onderzoek naar de invloed van muziek op studenten.

4. Wat is de rol van de onderzoeker in praktijkgericht onderzoek?

A.De onderzoeker faciliteert het proces, verzamelt gegevens en analyseert resultaten.
B.De onderzoeker beslist alles zonder input van deelnemers.
C.De onderzoeker alleen gegevens verzamelt zonder analyse.
D.De onderzoeker doet geen onderzoek maar geeft alleen advies.

5. Wat is een kenmerk van kwalitatief onderzoek?

A.Het gebruik van statistische analyses
B.De focus op cijfers
C.Diepgaande interviews
D.Grote steekproeven

6. Wat is een voorbeeld van kwalitatief praktijkgericht onderzoek?

A.Diepte-interviews met ouders over hun opvoedingsstijl.
B.Enquêtes naar de schoolprestaties van studenten.
C.Statistische analyse van cijfers van leerlingen.
D.Observaties van leerlingen tijdens lesuren.

7. Wat kenmerkt kwalitatief onderzoek?

A.Het richt zich op het begrijpen van sociale verschijnselen via interviews en observaties.
B.Het gebruikt uitsluitend cijfers en statistieken.
C.Het is altijd sneller dan kwantitatief onderzoek.
D.Het baseert zich alleen op literatuurstudies.

8. Vul de lege plek in: Onderzoeksdoelen kunnen _______ of _______ zijn.

A.bepalend; observerend
B.beschrijvend; verklarend
C.kwantitatief; kwalitatief
D.experimenterend; analytisch

9. Welke van de volgende opties is geen onderdeel van praktijkgericht onderzoek?

A.Het uitvoeren van een experiment om een hypothese te testen.
B.Het verzamelen van anekdotische gegevens.
C.Het analyseren van historische data.
D.Het ontwikkelen van een theoretisch model.

10. Wat is kwantitatief onderzoek?

A.Onderzoek dat statistische analyses gebruikt om gegevens te kwantificeren.
B.Onderzoek dat alleen gebruikmaakt van schattingen en meningen.
C.Onderzoek dat uitsluitend interviews afneemt.
D.Onderzoek dat geen cijfers of statistieken gebruikt.

11. True or False: Een hypothese is een veronderstelling die getest wordt in een onderzoek.

A.True
B.False
C.Beide
D.Geen van beiden

12. Wat is het doel van participatief onderzoek in de praktijk?

A.Betrokkenheid van de doelgroep creëren in het onderzoek.
B.Het verzamelen van statistische gegevens voor rapporten.
C.Inzicht krijgen in globale trends.
D.Het testen van wetenschappelijke theorieën.

13. Wat houdt een onderzoeksopzet in?

A.De structuur en planning van het onderzoek, inclusief methoden.
B.De uiteindelijke conclusie van het onderzoek.
C.De analyse van gegevens zonder een plan.
D.De presentatie van het eindrapport.

14. Wat is het belangrijkste verschil tussen kwantitatief en kwalitatief onderzoek?

A.Kwantitatief is subjectief, kwalitatief is objectief
B.Kwantitatief is cijfermatig, kwalitatief is contextueel
C.Kwantitatief is goedkoop, kwalitatief is duur
D.Kwantitatief is eenmalig, kwalitatief is herhaalbaar

15. Welke methode wordt vaak gebruikt in praktijkgericht onderzoek naar armoede?

A.Kwantitatieve data-analyse van inkomensniveaus.
B.Literatuuronderzoek naar economische theorieën.
C.Etnografisch onderzoek met langdurige observaties.
D.Experimenteel onderzoek naar werkgelegenheid.

16. Wat is de invloed van theorie op praktijk?

A.Theorieën bieden kaders voor het begrijpen van observaties.
B.Theorieën zijn altijd irrelevant voor praktisch onderzoek.
C.Theorieën leiden nooit tot nieuwe vragen.
D.Theorieën zijn alleen nuttig voor wetenschappelijk onderzoek.

17. Wat is een steekproef?

A.Een willekeurige groep mensen
B.Een deelverzameling van de populatie
C.Een statistische analyse
D.Een onderzoeksdoel

18. Wat is een belangrijk kenmerk van actieonderzoek?

A.Het richt zich op het oplossen van praktische problemen.
B.Het verzamelt uitsluitend kwantitatieve data.
C.Het is altijd uitgevoerd door externe onderzoekers.
D.Het heeft geen directe impact op de betrokkenen.

19. Wat betekent triangulatie in onderzoek?

A.Het combineren van verschillende methoden om de validiteit te vergroten.
B.Het gebruik van slechts één methodologie.
C.Het negeren van data-analyse.
D.Het focussen op alleen kwantitatief onderzoek.

20. Welke methode is GEEN vorm van dataverzameling?

A.Enquête
B.Observatie
C.Statistische analyse
D.Interview

21. Welke aanpak is kenmerkend voor kwalitatief praktijkgericht onderzoek?

A.Gebruik van open vragen in interviews.
B.Statistische analyses van grote datasets.
C.Focus op het meten van uitkomsten.
D.Toepassing van standaard enquêtes.

22. Wat zijn ethische overwegingen in onderzoek?

A.De morele principes die moeten worden nageleefd.
B.De gegevens die alleen voor eigen gebruik zijn.
C.De technieken die onderzoekers gebruiken om te manipuleren.
D.De voorkeur van de onderzoeker boven de deelnemers.

23. Wat is triangulatie in onderzoek?

A.Het verzamelen van data uit één bron
B.Het vergelijken van verschillende theorieën
C.Het gebruik van meerdere methoden of bronnen
D.Het formuleren van een hypothese

24. Hoe kan praktijkgericht onderzoek bijdragen aan beleidsontwikkeling?

A.Door empirische gegevens te leveren die beleidskeuzes onderbouwen.
B.Door theoretische modellen te ontwikkelen voor beleidsanalyses.
C.Door het vergelijken van verschillende landen en hun beleid.
D.Door alleen literatuur te bestuderen over beleidsvraagstukken.

25. Wat is actieonderzoek?

A.Onderzoek waarbij onderzoekers samenwerken met deelnemers voor directe verandering.
B.Onderzoek dat uitsluitend op afstand wordt uitgevoerd.
C.Onderzoek dat geen interactie met deelnemers vereist.
D.Onderzoek dat alleen theoretische toepassingen heeft.

26. Wat is de rol van literatuuronderzoek in het onderzoeksproces?

A.Het verzamelen van primaire data
B.Het begrijpen van eerdere studies en theorieën
C.Het uitvoeren van statistische analyses
D.Het presenteren van conclusies

27. Wat zijn steekproeven?

A.Selecties van een populatie voor onderzoek.
B.Het totale aantal mensen in een populatie.
C.Een volledige enquête over de hele populatie.
D.Alle gegevens die niet gebruikt worden in het onderzoek.

28. Wat is data-analyse?

A.Het proces van dataverzameling
B.Het proces van het interpreteren van gegevens
C.Het formuleren van een hypothese
D.Het schrijven van een onderzoeksrapport

29. Wat is veldonderzoek?

A.Onderzoek dat plaatsvindt in de natuurlijke omgeving van deelnemers.
B.Onderzoek dat uitsluitend in een laboratorium wordt uitgevoerd.
C.Onderzoek dat geen contextuele informatie verzamelt.
D.Onderzoek dat alleen gebruikmaakt van online enquêtes.

30. Wat is een conclusie in een onderzoeksrapport?

A.Een gedetailleerde beschrijving van de methodologie
B.Een samenvatting van de belangrijkste bevindingen
C.Een lijst van gebruikte literatuur
D.Een uitleg van de hypothese

31. Wat is een hypothese?

A.Een testbare veronderstelling over de relatie tussen variabelen.
B.Een definitieve conclusie van het onderzoek.
C.Een ongefundeerde aanname zonder bewijs.
D.Een beschrijving van de onderzoeksopzet.

32. Wat is een voorbeeld van een kwalitatieve onderzoeksmethode?

A.Enquête
B.Experiment
C.Focusgroep
D.Statistische database

33. Wat houdt dataverzameling in?

A.Het proces van het verzamelen van informatie relevant voor het onderzoek.
B.Het analyseren van gegevens zonder deze te verzamelen.
C.Het negeren van informatie van deelnemers.
D.Het presenteren van resultaten zonder data.

34. Wat zijn variabelen?

A.Kenmerken of eigenschappen die kunnen variëren in onderzoek.
B.Vaste gegevens die nooit veranderen.
C.De resultaten van het onderzoek.
D.Enkel de aantallen in kwantitatief onderzoek.

35. Wat is interventieonderzoek?

A.Onderzoek dat de effecten van specifieke acties bestudeert.
B.Onderzoek dat alleen bestaande statistieken bestudeert.
C.Onderzoek zonder betrokkenheid van deelnemers.
D.Onderzoek dat geen gevolgen heeft voor de deelnemers.

36. Waar dient een literatuurstudie voor?

A.Om bestaande kennis en theorieën te verkennen en het nieuwe onderzoek te plaatsen.
B.Om alleen populaire boeken te lezen.
C.Om alleen nieuwe gegevens te genereren.
D.Om conclusies te trekken zonder eerdere studies te bekijken.

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.