Onderzoeksvraag en deelvragen begrippen

Deze set met flashcards biedt een overzicht van belangrijke begrippen rondom onderzoeksvragen en deelvragen binnen de sociologie, gericht op hbo-studenten. Het helpt studenten de terminologie beter te begrijpen en toe te passen in hun onderzoeksprojecten.

Swift36·36 flashcards·36 vragen
hbosociologyresearch_methods
0
Ken ik
1 / 36
0
Aan het leren
Voorkant

Onderzoeksvraag

Tik om om te draaien
Achterkant

De centrale vraag die een onderzoek probeert te beantwoorden. Het vormt de basis voor het hele onderzoek en leidt tot het formuleren van deelvragen.

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(36 vragen)

Vraag 1 van 36

1. Wat is een onderzoeksvraag?

Termen in deze set(36)

Onderzoeksvragen(16)

Onderzoeksvraag

De centrale vraag die een onderzoek probeert te beantwoorden. Het vormt de basis voor het hele onderzoek en leidt tot het formuleren van deelvragen.

Wat is een goede onderzoeksvraag?

Een goede onderzoeksvraag is specifiek, meetbaar, haalbaar, relevant en tijdgebonden (SMART).

Wat zijn deelvragen?

Deelvragen zijn afgeleiden vragen die helpen om de hoofdvraag in kleinere, behapbare stukken te splitsen.

Waarvoor dienen deelvragen?

Ze structureren het onderzoek en maken het eenvoudiger om de hoofdvraag te beantwoorden.

Vul de lege plek in: Een onderzoeksvraag moet ______ zijn.

specifiek

Waaruit bestaat een goede onderzoeksvraag?

Onderzoeksdoel, doelgroep, en context zijn essentieel.

True or False: Onderzoeksvragen zijn altijd breed.

False. Onderzoeksvragen moeten specifiek zijn om effectief te zijn.

Hoofdvraag vs. Deelvraag

Hoofdvraag: centrale vraag. Deelvraag: specifieker, ondersteunt de hoofdvraag.

Wat is het belang van een duidelijk geformuleerde onderzoeksvraag?

Het helpt om de focus van het onderzoek te bepalen en relevante data te verzamelen.

Voorbeeld van een onderzoeksvraag.

Hoe beïnvloedt sociale media het zelfbeeld van adolescenten?

Kenmerken van een goede deelvraag.

- Specifiek - Relevant - Beantwoordbaar

Wat is de rol van literatuuronderzoek bij het opstellen van onderzoeksvragen?

Literatuuronderzoek helpt bij het identificeren van gaten in bestaande kennis en het formuleren van relevante vragen.

Afhankelijk van de methodologie, kan een onderzoeksvraag ______ zijn.

kwantitatief of kwalitatief

Onderscheid tussen verkennend en toetsend onderzoek.

Verkennend: nieuwe vragen en hypotheses. Toetsend: bestaande hypotheses testen.

Geef een voorbeeld van een deelvraag.

Wat is de invloed van leeftijd op het gebruik van sociale media?

Onderzoeksvraag formuleren: eerste stap?

Bepaal het onderwerp en de context van je onderzoek.

Deelvragen(12)

Wat zijn deelvragen?

Deelvragen zijn specifieke vragen die helpen bij het beantwoorden van de hoofdonderzoeksvraag. Ze structureren het onderzoek en verdelen thema's in behapbare onderdelen.

Waarom zijn deelvragen belangrijk?

Ze zorgen voor een gefocuste aanpak, helpen bij het verzamelen van relevante data en maken het onderzoek overzichtelijker.

Wat moet een goede deelvraag bevatten?

Een goede deelvraag is specifiek, meetbaar, haalbaar, relevant en tijdgebonden (SMART).

Deelvraag versus hoofdvraag: wat is het verschil?

De hoofdvraag is overkoepelend, terwijl deelvragen telkens een aspect van de hoofdvraag behandelen. Hoofdvraag → breed, deelvragen → specifiek.

Hoe formuleer je een deelvraag?

Begin met een onderwerp, gebruik actiegerichte werkwoorden en maak het zo specifiek mogelijk. Bijvoorbeeld: 'Hoe beïnvloedt sociale media...?'

Geef een voorbeeld van een deelvraag.

Een voorbeeld: 'Welke rol speelt sociale media in het zelfbeeld van jongeren?'

Wat zijn de functies van deelvragen?

Ze helpen bij: - Structureren van het onderzoek - Bepalen van onderzoeksopzet - Verzamelen van data - Analyseren van resultaten.

Waaruit ontstaan deelvragen?

Deelvragen ontstaan uit de hoofdvraag en breken deze op in kleinere, specifieke aspecten die onderzocht moeten worden.

Wat is het effect van sterke deelvragen?

Sterke deelvragen leiden tot relevante en diepgaande antwoorden, waardoor de kwaliteit van het onderzoek verbetert.

Vul de lege ruimte in: Deelvragen zijn belangrijk voor _______.

Deelvragen zijn belangrijk voor het structureren en richten van het onderzoek.

Waar moet je op letten bij het kiezen van deelvragen?

Ze moeten aansluiten bij de hoofdvraag, relevant zijn voor het onderwerp en uitvoerbaar binnen de tijd en middelen.

Waar kunnen zwakke deelvragen toe leiden?

Zwakke deelvragen kunnen leiden tot onduidelijke onderzoeksresultaten, minder relevante data en een ongestructureerde benadering.

Onderzoeksontwerpen(8)

Wat is een descriptief onderzoek?

Een descriptief onderzoek beschrijft kenmerken of fenomenen zonder deze te beïnvloeden. Het verzamelt gegevens om inzicht te krijgen in bestaande situaties.

Experimenteel onderzoek vs. niet-experimenteel onderzoek: wat is het verschil?

Experimenteel onderzoek manipuleert variabelen om oorzaak-gevolg relaties te onderzoeken. Niet-experimenteel onderzoek observeert zonder interventie.

Wat zijn de kenmerken van een cross-sectioneel onderzoek?

Een cross-sectioneel onderzoek verzamelt gegevens op één moment in de tijd. Het biedt een snapshot van een populatie en wordt vaak gebruikt voor vergelijkingen.

Vul de lege plek in: Longitudinaal onderzoek volgt ________.

Longitudinaal onderzoek volgt dezelfde groep respondenten over een langere periode.

True or False: Een case study is altijd kwantitatief van aard.

False. Een case study kan zowel kwalitatieve als kwantitatieve gegevens omvatten, afhankelijk van de onderzoeksvraag.

Wat is een experiment in sociologisch onderzoek?

Een experiment is een onderzoeksopzet waarin onderzoekers variabelen manipuleren en de effecten observeren. Voorbeeld: het effect van sociale druk op besluitvorming.

Verschil tussen kwalitatief en kwantitatief onderzoek?

Kwalitatief onderzoek focust op diepte en context; kwantitatief onderzoek op getallen en statistische analyses.

Wat is de rol van een steekproef in onderzoek?

Een steekproef is een representatieve subset van de populatie die wordt onderzocht. Het zorgt voor efficiëntie en vertegenwoordiging in sociaal onderzoek.

Vragen in deze set(36)

1. Wat is een onderzoeksvraag?

A.Een centrale vraag die het onderzoek aanstuurt.
B.Een lijst van bronnen die je gaat gebruiken.
C.Een samenvatting van de resultaten.
D.Een beschrijving van de onderzoeksmethode.

2. Wat zijn deelvragen?

A.Specifieke vragen die helpen bij het beantwoorden van de hoofdonderzoeksvraag.
B.Algemene vragen die het onderwerp breed verkennen.
C.Vragen die geen verband houden met de hoofdvraag.
D.Vragen die alleen bedoeld zijn voor literatuuronderzoek.

3. Wat is het doel van descriptief onderzoek?

A.Kenmerken beschrijven zonder invloed uit te oefenen.
B.Een hypothese testen door variabelen te manipuleren.
C.Een groep mensen over de tijd volgen.
D.Informatie verzamelen door subjectieve ervaringen.

4. Wat betekent het dat een onderzoeksvraag specifiek moet zijn?

A.Het moet een breed onderwerp behandelen.
B.Het moet helder en duidelijk geformuleerd zijn.
C.Het moet voor iedereen begrijpelijk zijn.
D.Het moet meerdere onderwerpen tegelijk behandelen.

5. Waarom zijn deelvragen belangrijk in een onderzoek?

A.Ze zorgen voor een gefocuste aanpak en overzichtelijkheid.
B.Ze maken het onderzoek langer en complexer.
C.Ze zijn alleen nuttig voor theoretische studies.
D.Ze zijn niet nodig als de hoofdvraag duidelijk is.

6. Wat is een belangrijk kenmerk van longitudinaal onderzoek?

A.Gegevens worden op één moment verzameld.
B.Het volgt dezelfde groep respondenten over een langere periode.
C.Het is altijd kwalitatief van aard.
D.Het vergelijkt verschillende groepen op hetzelfde tijdstip.

7. Welk van de volgende voorbeelden is een goede deelvraag?

A.Wat zijn de kenmerken van sociale media?
B.Hoe beïnvloedt sociale media het zelfbeeld van jongeren?
C.Wat is sociale media?
D.Hoeveel jongeren gebruiken sociale media?

8. Wat maakt een deelvraag effectief?

A.Het moet specifiek, meetbaar, haalbaar, relevant en tijdgebonden zijn (SMART).
B.Het moet algemeen en breed zijn.
C.Het moet alleen uit een enkele zin bestaan.
D.Het moet geen relatie hebben met de hoofdvraag.

9. Wat is het verschil tussen kwalitatief en kwantitatief onderzoek?

A.Kwalitatief onderzoek richt zich op getallen en statistieken.
B.Kwantitatief onderzoek focust op diepte en context.
C.Kwalitatief onderzoek omvat interviews en open vragen.
D.Kwantitatief onderzoek kijkt naar de ervaringen van individuen.

10. Waarom zijn deelvragen belangrijk in een onderzoek?

A.Ze maken het onderzoek moeilijker.
B.Ze helpen om de hoofdvraag in kleinere delen te splitsen.
C.Ze zijn niet nodig als de hoofdvraag helder is.
D.Ze moeten altijd meer dan één onderwerp behandelen.

11. Hoe onderscheid je een deelvraag van een hoofdvraag?

A.Hoofdvraag is breed, deelvragen zijn specifiek.
B.Deelvragen zijn altijd moeilijker dan de hoofdvraag.
C.Hoofdvraag heeft meer woorden dan deelvragen.
D.Deelvragen zijn alleen maar hypothetisch.

12. Wat is de rol van een steekproef in sociaal onderzoek?

A.Het is een representatieve subset van de populatie.
B.Het bevat alleen positieve respondenten.
C.Het is altijd gebaseerd op kwalitatieve data.
D.Het moet altijd groot genoeg zijn om de volledige populatie te vertegenwoordigen.

13. Wat is een kenmerk van een goede onderzoeksvraag?

A.Het moet eenvoudig zijn.
B.Het moet tijdgebonden zijn.
C.Het moet zonder context gesteld worden.
D.Het moet alleen theoretisch zijn.

14. Wat is een goede manier om een deelvraag te formuleren?

A.Begin met een onderwerp en gebruik actiegerichte werkwoorden.
B.Gebruik vage termen en laat ruimte voor interpretatie.
C.Formuleer het alleen als een ja/nee-vraag.
D.Zorg ervoor dat het geen specifieke context heeft.

15. Wat is een experiment in sociologisch onderzoek?

A.Het observeert gedrag zonder ingrijpen.
B.Het manipuleert variabelen om effecten te bestuderen.
C.Het verzamelt gegevens op één tijdspunt.
D.Het analyseert historische gegevens.

16. Welk van de volgende is GEEN kenmerk van een goede deelvraag?

A.Specifiek
B.Relevant
C.Beantwoordbaar
D.Algemeen

17. Welke van de volgende is een voorbeeld van een deelvraag?

A.Welke rol speelt sociale media in het zelfbeeld van jongeren?
B.Wat is sociale media?
C.Waarom is het belangrijk om onderzoek te doen?
D.Wat zijn de voordelen van sociale media?

18. Wat is een cross-sectioneel onderzoek?

A.Het bestudeert een populatie over een lange tijd heen.
B.Het legt een momentopname van een populatie vast.
C.Het is altijd kwalitatief van aard.
D.Het volgt individuen in een tijdsperiode.

19. Wat helpt literatuuronderzoek bij het formuleren van onderzoeksvragen?

A.Het biedt alleen theoretische kennis.
B.Het identificeert gaten in bestaande kennis.
C.Het voorkomt dat je vragen stelt.
D.Het is niet relevant voor onderzoeksvragen.

20. Wat is een functie van deelvragen?

A.Ze helpen bij het structureren van het onderzoek.
B.Ze maken het onderzoek onoverzichtelijk.
C.Ze zijn bedoeld om tijd te doden.
D.Ze verkleinen de relevantie van het onderzoek.

21. Wat is geen kenmerk van experimenteel onderzoek?

A.Het manipuleert onafhankelijke variabelen.
B.Het observeert zonder interventie.
C.Het kan oorzaak-gevolg relaties vaststellen.
D.Het gebruikt controlegroepen.

22. Wat is het verschil tussen kwantitatief en kwalitatief onderzoek?

A.Kwantitatief is altijd beter dan kwalitatief.
B.Kwantitatief richt zich op cijfers, kwalitatief op ervaringen.
C.Kwalitatief is sneller dan kwantitatief.
D.Er is geen verschil tussen de twee.

23. Waar komen deelvragen vandaan?

A.Ze ontstaan uit de hoofdvraag en breken deze op in specifieke onderdelen.
B.Ze zijn willekeurig gekozen zonder enige basis.
C.Ze worden altijd vooraf bepaald voordat de hoofdvraag is geformuleerd.
D.Ze zijn alleen gebaseerd op literatuuronderzoek.

24. Wat is een case study?

A.Een kwantitatieve analyse van een grote groep.
B.Een diepgaand onderzoek van een enkele geval of situatie.
C.Een statistische vergelijking tussen meerdere groepen.
D.Een experiment met een controlegroep.

25. Wat is de rol van de hoofdvraag in een onderzoek?

A.Het is de eerste stap in de onderzoeksopzet.
B.Het stelt alle deelvragen gelijk.
C.Het is de centrale vraag die beantwoord moet worden.
D.Het heeft geen invloed op de structuur van het onderzoek.

26. Wat is het effect van sterke deelvragen op een onderzoek?

A.Ze leiden tot relevante en diepgaande antwoorden.
B.Ze maken het onderzoek chaotischer.
C.Ze zijn vaak moeilijk te beantwoorden.
D.Ze leiden tot onduidelijke conclusies.

27. Wat is een voorbeeld van een verkennend onderzoek?

A.Het testen van een bestaande hypothese.
B.Het onderzoeken van nieuwe vragen en ideeën.
C.Het analyseren van data van eerdere studies.
D.Het opstellen van een samenvatting van resultaten.

28. Waarom zijn deelvragen belangrijk voor het onderzoeksproces?

A.Ze structureren en richten het onderzoek.
B.Ze maken het onderzoek minder belangrijk.
C.Ze zijn alleen nuttig voor theoretische analyses.
D.Ze maken het makkelijker om van onderwerp te wisselen.

29. Wat is de eerste stap bij het formuleren van een onderzoeksvraag?

A.Bepalen van de conclusie.
B.Bepalen van het onderwerp en de context.
C.Bepalen van de gebruikte methode.
D.Bepalen van de respondenten.

30. Waar moet je op letten bij het kiezen van deelvragen?

A.Ze moeten aansluiten bij de hoofdvraag en uitvoerbaar zijn.
B.Ze moeten zo breed mogelijk zijn.
C.Ze moeten geen tijdsindicatie hebben.
D.Ze moeten altijd twee zinnen lang zijn.

31. Wat moet een goede onderzoeksvraag bevatten?

A.Enkel de vraag zelf.
B.Onderzoeksdoel, doelgroep en context.
C.Een lijst van bronnen.
D.Alle mogelijke antwoorden.

32. Wat kan het gevolg zijn van zwakke deelvragen?

A.Ze kunnen leiden tot onduidelijke onderzoeksresultaten.
B.Ze resulteren altijd in duidelijke resultaten.
C.Ze maken het onderzoek eenvoudiger.
D.Ze zijn altijd makkelijk te beantwoorden.

33. Welke van de volgende uitspraken over onderzoeksvragen is waar?

A.Onderzoeksvragen zijn altijd breed.
B.Onderzoeksvragen moeten specifiek zijn.
C.Onderzoeksvragen zijn niet belangrijk.
D.Onderzoeksvragen hoeven niet te worden geformuleerd.

34. Waarom is het belangrijk om een duidelijke onderzoeksvraag te hebben?

A.Het maakt het onderzoek moeilijker.
B.Het helpt om de focus van het onderzoek te bepalen.
C.Het is niet essentieel voor het onderzoek.
D.Het verhoogt de tijd van het onderzoek.

35. Welke van de volgende vragen is een voorbeeld van een onderzoeksvraag?

A.Wat zijn de voordelen van sociale media?
B.Hoe beïnvloedt sociale media het zelfbeeld van adolescenten?
C.Wat is sociale media?
D.Hoeveel tijd besteden jongeren aan sociale media?

36. Welke van de volgende stellingen beschrijft het beste het verschil tussen een hoofdvraag en een deelvraag?

A.De hoofdvraag is breed en algemeen, terwijl deelvragen specifiek en gericht zijn.
B.De hoofdvraag behandelt alleen kwantitatieve aspecten, deelvragen alleen kwalitatieve.
C.De hoofdvraag wordt aan het einde van een onderzoek gesteld, deelvragen aan het begin.
D.De hoofdvraag is altijd langer dan de deelvragen.

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.