Methodisch werken in social work begrippen

Dit is een begrippenlijst voor hbo-studenten sociologie die zich richt op methodisch werken in de sociale sector. De termen zijn belangrijk voor het begrijpen van de basisprincipes en technieken in sociaal werk.

NoahWolf·32 flashcards·32 vragen
hbosociologysocial_institutions
0
Ken ik
1 / 32
0
Aan het leren
Voorkant

Wat is methodisch werken?

Tik om om te draaien
Achterkant

Een gestructureerde aanpak in sociaal werk, gericht op het effectief bereiken van doelen.

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(32 vragen)

Vraag 1 van 32

1. Wat is de belangrijkste focus van methodisch werken in sociaal werk?

Termen in deze set(32)

Basisconcepten van methodisch werken(16)

Wat is methodisch werken?

Een gestructureerde aanpak in sociaal werk, gericht op het effectief bereiken van doelen.

Noem een basisprincipe van methodisch werken.

Klantgerichtheid: De behoeften en wensen van de cliënt staan centraal in het werkproces.

Waarom is evaluatie belangrijk?

Het stelt professionals in staat om de effectiviteit van hun interventies te meten en bij te stellen.

Vul de lege plek in: Methodisch werken gaat over __________.

het toepassen van theorieën en methoden in de praktijk.

Wat is het verschil tussen doelen en middelen?

Doelen zijn wat je wilt bereiken; middelen zijn de tools of technieken die je inzet.

Is methodisch werken altijd lineair? Waar of niet waar?

Niet waar. Het kan cyclisch zijn, waarbij je stappen herhaalt en aanpast op basis van feedback.

Wat zijn interventies?

Acties of technieken die worden ingezet om veranderingen te bewerkstelligen bij de cliënt.

Geef een voorbeeld van een methodiek.

Motiverende gespreksvoering: Een techniek om cliënten te helpen bij gedragsverandering.

Hoe definieer je het begrip 'reflectie'?

Het proces van nadenken over eigen handelen om te leren en te verbeteren.

Wat is een probleemdiagnose?

Het vaststellen van de problemen en behoeften van de cliënt om gerichte interventies te plannen.

Noem twee fases van het methodisch werken.

1. Analysefase 2. Actiefase

Wat is de rol van de cliënt in methodisch werken?

De cliënt is een actieve partner in het proces, wiens input essentieel is voor succes.

Waarom is samenwerking belangrijk?

Het versterkt de effectiviteit van interventies door het delen van kennis en middelen.

Wat zijn SMART-doelen?

Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch, Tijdgebonden. Helpt bij het formuleren van duidelijke doelen.

Hoe beïnvloedt cultuur methodisch werken?

Cultuur bepaalt de waarden en normen van cliënten en beïnvloedt hun verwachtingen en gedragingen.

Vul de lege plek in: Evaluatie kan __________ zijn.

formatief of summatief.

Onderzoeks- en interventiemethoden(16)

Wat is een interventiemethode?

Een gestructureerde aanpak om problemen te verhelpen of situaties te verbeteren. Voorbeelden zijn: cognitieve gedragstherapie, systeemtherapie.

Wat houdt actieonderzoek in?

Een participatieve onderzoeksmethode waarbij onderzoekers en deelnemers samenwerken om problemen op te lossen en veranderingen te realiseren.

Vul de lege plek in: Kwalitatief onderzoek richt zich op _________

diepgaand begrip van ervaringen en betekenissen.

Wat zijn de kenmerken van kwantitatief onderzoek?

Cijfermatige data, statistische analyses, hypothese toetsen. Gericht op generaliseerbaarheid.

Vergelijk kwalitatief en kwantitatief onderzoek.

Kwalitatief: diepte-interviews, focusgroepen. Kwantitatief: enquêtes, experimenten.

Wat is een needs assessment?

Een beoordeling van de behoeften van een doelgroep om gericht beleid of interventies te ontwikkelen.

Waarvoor dient een logboek in sociaal werk?

Documentatie van gebeurtenissen, voortgang van cliënten en reflectie op de interventies.

Wat zijn SMART-doelen?

Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch, Tijdgebonden. Hulp bij het formuleren van duidelijke doelstellingen.

Welk type onderzoek is longitudinaal?

Onderzoek dat gegevens verzamelt over dezelfde groep in de tijd. Toont veranderingen en ontwikkelingen.

Wat is interventie-evaluatie?

Het proces van het beoordelen van de effectiviteit van een interventie na implementatie.

Noem een voordeel van participatief onderzoek.

Verhoogde betrokkenheid van deelnemers, betere acceptatie en relevantie van de uitkomsten.

Wat is casusstudie?

Diepgaande analyse van een enkel geval of een kleine groep. Biedt inzicht in complexe situaties.

Wat zijn steekproeven?

Selectie van een deel van de populatie om onderzoeksvragen te beantwoorden. Belangrijk voor representativiteit.

Wat is een interventieplan?

Een document dat de doelstellingen, methoden en evaluatiecriteria van een interventie beschrijft.

Is triangulatie altijd nodig in onderzoek?

Nee, maar het versterkt de validiteit door meerdere dataverzamelingsmethoden te combineren.

Geef een voorbeeld van een kwalitatieve methode.

Diepte-interviews, observaties, focusgroepen.

Vragen in deze set(32)

1. Wat is de belangrijkste focus van methodisch werken in sociaal werk?

A.Klantgerichtheid
B.Administratieve efficiëntie
C.Wetenschappelijke theorieën
D.Financiële planning

2. Wat is een interventiemethode?

A.Een gestructureerde aanpak om problemen te verhelpen.
B.Een willekeurige manier van werken.
C.Een methode om financiële cijfers te analyseren.
D.Een manier om groepsdinamiek te negeren.

3. Welke stap in het methodisch werken omvat het verzamelen van gegevens over de behoeften van de cliënt?

A.Analysefase
B.Actiefase
C.Evaluatiefase
D.Interventiefase

4. Wat is actieonderzoek?

A.Een methode om data te analyseren.
B.Een participatieve onderzoeksmethode.
C.Een formele evaluatiemethode.
D.Een manier van individueel onderzoek.

5. Wat zijn SMART-doelen?

A.Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch, Tijdgebonden
B.Speciaal, Makkelijk, Aanvaardbaar, Relevant, Tijdloos
C.Simpel, Meetbaar, Actief, Rationeel, Tijdgebonden
D.Specifiek, Motivatie, Acceptabel, Realistisch, Tijdelijk

6. Vul de lege plek in: Kwalitatief onderzoek richt zich op _________

A.kwantitatieve analyses.
B.de diepte van ervaringen.
C.snelle gegevensverzameling.
D.algemene trends.

7. Wat is een belangrijk kenmerk van interventies in sociaal werk?

A.Ze zijn altijd standaard en uniform.
B.Ze zijn gericht op verandering en verbetering.
C.Ze vereisen geen samenwerking.
D.Ze zijn uitsluitend theoretisch van aard.

8. Wat zijn de kenmerken van kwantitatief onderzoek?

A.Diepte-interviews en observaties.
B.Cijfermatige data en statistische analyses.
C.Persoonlijke verhalen en ervaringen.
D.Creatieve methoden zonder structuur.

9. Waarom is reflectie belangrijk in methodisch werken?

A.Het vermindert de noodzaak voor evaluatie.
B.Het helpt bij het verbeteren van eigen handelen.
C.Het zorgt ervoor dat de cliënt geen feedback kan geven.
D.Het maakt het proces sneller.

10. Wat is een needs assessment?

A.Een evaluatie van interventies.
B.Een beoordeling van de behoeften van een doelgroep.
C.Een financieel overzicht van uitgaven.
D.Een korte enquête onder medewerkers.

11. Wat houdt het begrip 'evaluatie' in sociaal werk in?

A.Het vaststellen van de wensen van de cliënt.
B.Het meten van de effectiviteit van interventies.
C.Het formuleren van nieuwe doelen.
D.Het negeren van eerdere resultaten.

12. Waarvoor dient een logboek in sociaal werk?

A.Voor het registreren van financiële uitgaven.
B.Voor documentatie van gebeurtenissen en reflectie.
C.Voor het plannen van vergaderingen.
D.Voor het maken van rapporten.

13. Welke van de volgende is GEEN fase in het methodisch werken?

A.Probleemfase
B.Analysefase
C.Actiefase
D.Evaluatiefase

14. Wat zijn SMART-doelen?

A.Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch, Tijdgebonden.
B.Snel, Mooi, Aantrekkelijk, Redelijk, Tijdloos.
C.Simpele, Meetbare, Acceptabele, Regelmatige, Tijdelijke doelen.
D.Strategisch, Motiverend, Aardig, Relevante, Tijdgebonden doelen.

15. Wat is een voorbeeld van een methodiek in sociaal werk?

A.Motiverende gespreksvoering
B.Financieel advies
C.Juridisch advies
D.Marketingstrategieën

16. Welk type onderzoek is longitudinaal?

A.Onderzoek dat op een bepaald moment gegevens verzamelt.
B.Onderzoek dat met een steekproef werkt.
C.Onderzoek dat over dezelfde groep in de tijd gegevens verzamelt.
D.Onderzoek dat alleen gebruik maakt van kwalitatieve data.

17. Hoe beïnvloedt cultuur methodisch werken?

A.Het heeft geen invloed.
B.Het bepaalt waarden en normen van cliënten.
C.Het maakt methodisch werken complexer zonder voordelen.
D.Het is alleen relevant in grote steden.

18. Wat is interventie-evaluatie?

A.Een beoordeling van de effectiviteit van een interventie.
B.Een methode voor het verzamelen van nieuwe data.
C.Een manier om deelnemers te werven.
D.Een proces van feedback verzamelen.

19. Wat is een probleemdiagnose?

A.Een lijst van beschikbare interventies.
B.Het vaststellen van de problemen van de cliënt.
C.Een financiele analyse.
D.Een evaluatie van het team.

20. Wat is een voordeel van participatief onderzoek?

A.Lagere kosten voor onderzoekers.
B.Snellere resultaten zonder input van deelnemers.
C.Verhoogde betrokkenheid van deelnemers.
D.Minder tijdsintensievere methoden.

21. Wat is de rol van samenwerking in methodisch werken?

A.Het maakt werkprocessen onnodig ingewikkeld.
B.Het versterkt de effectiviteit van interventies.
C.Het beperkt de creativiteit van professionals.
D.Het is alleen nuttig in groepssituaties.

22. Wat is een casusstudie?

A.Een oppervlakkige analyse van een grote groep.
B.Een diepgaande analyse van een enkel geval of kleine groep.
C.Een statistische analyse van grote bevolkingsgroepen.
D.Een casus zonder methodologische structuur.

23. Wat is een belangrijk aspect van de cliënt in het methodisch werken?

A.De cliënt volgt altijd de instructies.
B.De cliënt is een passieve ontvanger van zorg.
C.De cliënt heeft geen invloed op het proces.
D.De cliënt is een actieve partner in het proces.

24. Wat zijn steekproeven?

A.De volledige populatie die aan een onderzoek deelneemt.
B.Selectie van een deel van de populatie voor onderzoek.
C.Alle mensen die een enquête invullen.
D.Een methode voor kwalitatieve interviews.

25. Wat is een cyclisch proces in methodisch werken?

A.Een proces dat altijd dezelfde volgorde volgt.
B.Een proces waarbij fases kunnen worden herhaald.
C.Een proces zonder duidelijk begin of einde.
D.Een proces dat alleen op papier bestaat.

26. Wat is een interventieplan?

A.Een document dat de doelstellingen, methoden en evaluatiecriteria beschrijft.
B.Een financiele begroting voor een project.
C.Een lijst van deelnemers aan een onderzoek.
D.Een tijdschema voor dataverzameling.

27. Wat betekent het als evaluatie formatief is?

A.Het gaat om de eindresultaten.
B.Het richt zich op het leerproces tijdens het werk.
C.Het is nooit zinvol.
D.Het is alleen voor grote projecten.

28. Is triangulatie altijd nodig in onderzoek?

A.Ja, het is een vereiste voor elk onderzoek.
B.Nee, maar het versterkt de validiteit.
C.Ja, het is een standaardprocedure.
D.Nee, het voegt geen waarde toe.

29. Wat is een belangrijke reden voor het stellen van doelen in methodisch werken?

A.Zodat iedereen dezelfde aanpak volgt.
B.Om te zorgen voor duidelijke richting en focus.
C.Om de kosten te verlagen.
D.Omdat het wettelijk verplicht is.

30. Geef een voorbeeld van een kwalitatieve methode.

A.Statistische analyses.
B.Diepte-interviews.
C.Enquêtes met gesloten vragen.
D.Experimenten.

31. Wat is de primaire focus van methodisch werken in sociaal werk?

A.Het effectief bereiken van doelen
B.Het ontwikkelen van theorieën
C.Het registreren van cliëntgegevens
D.Het organiseren van sociale evenementen

32. Wat is het belangrijkste kenmerk van kwalitatief onderzoek?

A.Diepgaand begrip van ervaringen
B.Cijfermatige data-analyse
C.Hypothese toetsen
D.Generalisatie van bevindingen

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.