Kwalitatief interview oefenvragen

Een set oefenvragen voor kwalitatieve interviews in sociologisch onderzoek op hbo-niveau, met alledaagse onderwerpen en vaktermen.

JesseHendriksex·64 flashcards·64 vragen
hbosociologyresearch_methods
0
Ken ik
1 / 64
0
Aan het leren
Voorkant

Wat zijn de kenmerken van kwalitatief onderzoek?

Tik om om te draaien
Achterkant

Diepgaande inzichten ontdekken - Flexibiliteit in methoden - Contextuele data verzamelen

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(64 vragen)

Vraag 1 van 64

1. Wat is een kenmerk van kwalitatief onderzoek?

Termen in deze set(64)

Basisprincipes van kwalitatief onderzoek(16)

Wat zijn de kenmerken van kwalitatief onderzoek?

Diepgaande inzichten ontdekken - Flexibiliteit in methoden - Contextuele data verzamelen

Wat is een case study?

Een uitgebreide analyse van één of enkele gevallen om dieper inzicht te krijgen.

Hoe verschilt kwalitatief onderzoek van kwantitatief onderzoek?

Kwalitatief: diepte en context. Kwantitatief: cijfers en generalisatie.

Wat is triangulatie?

Gebruik van meerdere methoden of bronnen om de betrouwbaarheid van onderzoek te vergroten.

Wat is een focusgroep?

Een groepsdiscussie geleid door een facilitator om meningen of ervaringen te verzamelen.

Vul in: Kwalitatief onderzoek is gericht op _______ begrijpen.

het diepgaand

Wat is een semi-gestructureerd interview?

Een interviewvorm met een mix van vaste vragen en ruimte voor spontane antwoorden.

Wat zijn veldnotities?

Aantekeningen die tijdens observaties of interviews worden gemaakt, ter ondersteuning van data.

Wat is een narratief interview?

Een interview waarbij respondenten hun verhalen en ervaringen in hun eigen woorden delen.

Waarvoor gebruik je open vragen?

Om gedetailleerde en genuanceerde antwoorden te krijgen van respondenten.

Wat zijn de voordelen van kwalitatief onderzoek?

Dieper inzicht - Flexibele methoden - Rijke, contextuele data

Wat is een coding in kwalitatief onderzoek?

Het proces van het toewijzen van labels aan data om thema's te identificeren.

Voorbeeld van kwalitatieve data?

Interviewtranscripten, observatienotities, fotomateriaal.

Waar richt kwalitatief onderzoek zich op?

Op de betekenis die mensen geven aan hun ervaringen en sociale werkelijkheid.

Wat is etnografisch onderzoek?

Een onderzoeksbenadering die de cultuur en praktijken van een groep bestudeert.

Wat is de rol van de onderzoeker?

Actieve betrokkenheid en interpretatie van de data, naast objectiviteit waar mogelijk.

Interviewtechnieken(16)

Wat is een semigestructureerd interview?

Een interviewvorm met een mix van open en gesloten vragen, waardoor flexibiliteit ontstaat.

Wat zijn open vragen?

Vragen die ruimte bieden voor uitgebreide antwoorden, bijvoorbeeld: "Hoe ervaart u..."

Wat zijn gesloten vragen?

Vragen die een beperkt aantal antwoordmogelijkheden bieden, zoals ja/nee.

Wat is een diepte-interview?

Een uitgebreid gesprek dat gericht is op het verkennen van complexe thema's en persoonlijke ervaringen.

Vul in: De _______ helpt om het gesprek te sturen.

interviewleidraad

Wat is het doel van follow-up vragen?

Om dieper in te gaan op de gegeven antwoorden en meer context te verkrijgen.

Wat is het belang van non-verbaal gedrag?

Het geeft extra informatie over emoties en betrokkenheid tijdens het interview.

Waarvoor wordt een pilot-interview gebruikt?

Om de interviewvragen te testen en verbeterpunten te identificeren voor het daadwerkelijke onderzoek.

Waar moet je op letten bij het stellen van vragen?

- Duidelijkheid - Neutraliteit - Relevant voor het onderzoek

Wat is de functie van een intro?

Om een comfortabele sfeer te creëren en het onderwerp in te leiden.

True or False: Luisteren is minder belangrijk dan vragen stellen.

False: Actief luisteren is cruciaal voor het begrip en de diepgang van het interview.

Vergelijk een gestructureerd en een ongestructureerd interview.

Gestructureerd: vaste vragen, minder flexibel. Ongestructureerd: vrij gesprek, meer ruimte voor spontane antwoorden.

Wat is een interviewprotocol?

Een document dat richtlijnen biedt voor het afnemen van interviews, inclusief vragen en procedures.

Wat is triangulatie in interviews?

Het combineren van verschillende gegevensbronnen om de betrouwbaarheid van de resultaten te vergroten.

Wat zijn de voordelen van een focusgroep?

Groepsdynamiek kan leiden tot rijkere data en nieuwe inzichten door interactie tussen deelnemers.

Omschrijf het begrip ‘vertrouwelijkheid’ in interviews.

De garantie dat persoonlijke informatie van de respondent niet zonder toestemming wordt gedeeld.

Data-analyse en interpretatie(16)

Wat is thematische analyse?

Een methode voor het identificeren, analyseren en rapporteren van thema's binnen kwalitatieve data.

Geef een voorbeeld van coderingsstrategieën.

Open codering - identificeren van belangrijke concepten. Axiale codering - relaties tussen concepten. Selectieve codering - centrale thema's vaststellen.

Waar dient triangulatie voor?

Triangulatie verhoogt de validiteit van de data-analyse door verschillende bronnen of methoden te combineren.

Wat is het doel van de constante vergelijking?

Het doel is om gegevens voortdurend te vergelijken om patronen en variaties te identificeren.

Wat zijn de stappen van de thematische analyse?

1. Familiarisatie met data. 2. Genereren van initiële codes. 3. Zoek naar thema's. 4. Herziening van thema's. 5. Definiëren en benoemen van thema's. 6. Rapportage.

Vul de blanco in: De __________ beïnvloedt de interpretatie van kwalitatieve data.

onderzoeker

Wat is een coderingstabel?

Een visuele weergave van codes, thema's en relevante citaten uit interviews.

Waar staat de term 'verantwoording' voor?

Verantwoording verwijst naar het transparant maken van de analysemethoden en keuzes aan de lezer.

Wat betekent saturatie in onderzoek?

Saturatie is het punt waarop nieuwe data geen nieuwe informatie meer levert.

Geef een voorbeeld van een interpretatief model.

Het fenomenologisch model, dat focust op de ervaringen en waarnemingen van deelnemers.

Waaruit bestaat een kwalitatieve dataset?

Audio-opnames, transcripten, notities, en andere vormen van tekstuele data.

Wat is het doel van narratieve analyse?

Het begrijpen van hoe verhalen en ervaringen in de data vorm krijgen en betekenis hebben.

Waarop moet je letten bij het interpreteren van data?

Context, taalgebruik, non-verbale signalen en de achterliggende betekenissen.

Waarvoor staat de afkorting 'N=1'?

N=1 betekent dat de studie is uitgevoerd met slechts één deelnemer.

Wat is een fenomenologische benadering?

Een benadering die zich richt op de subjectieve ervaringen en waarnemingen van individuen.

Wat is het verschil tussen inductieve en deductieve analyse?

Inductief: van specifieke observaties naar algemene conclusies. Deductief: van algemene theorie naar specifieke observaties.

Ethische overwegingen(16)

Wat zijn ethische overwegingen?

Ethische overwegingen zijn principes die onderzoekers helpen om verantwoord en respectvol om te gaan met deelnemers.

Waarom is informed consent belangrijk?

Informed consent zorgt ervoor dat deelnemers goed geïnformeerd zijn en vrijwillig meedoen, wat hun autonomie beschermt.

Waarvoor staat de term 'privacy'?

Privacy verwijst naar de bescherming van persoonlijke gegevens van deelnemers in onderzoek.

Vul de lege plek in: Ethische goedkeuring is vereist van _____ .

een ethische commissie.

Waar moet je rekening mee houden bij kwetsbare groepen?

Extra bescherming tegen uitbuiting en passende ondersteuning bij deelname is noodzakelijk.

Wat is vertrouwelijkheid?

Vertrouwelijkheid houdt in dat gegevens van deelnemers niet openbaar worden gemaakt zonder hun toestemming.

True or False: Ethische richtlijnen zijn optioneel.

False - Ethische richtlijnen zijn verplicht om de rechten van deelnemers te waarborgen.

Vergelijk ethische overwegingen met methodologische overwegingen.

Ethische overwegingen beschermen deelnemers; methodologische overwegingen zorgen voor validiteit van het onderzoek.

Wat zijn mogelijke gevolgen van ethisch falen?

Verlies van vertrouwen, juridische problemen, en schade aan deelnemers.

Hoe kun je anonimiteit waarborgen?

Door gegevens te coderen en geen identificerende informatie te gebruiken.

Wat zijn de risico's voor deelnemers?

Risico's kunnen psychologisch ongemak of inbreuk op de privacy omvatten.

Wat is de rol van de onderzoeker in ethiek?

De onderzoeker moet ethische richtlijnen volgen en het welzijn van deelnemers prioriteit geven.

Waarom is de debriefing belangrijk?

Het biedt deelnemers informatie over het onderzoek en behandelt eventuele vragen of zorgen.

Wat houdt participatieve ethiek in?

Deelnemers worden actief betrokken bij het onderzoek en kunnen invloed uitoefenen op de opzet.

Vul de lege plek in: Ethische principes zijn onder andere _____ en rechtvaardigheid.

respect, weldoen.

Wat is de impact van culturele sensitiviteit op ethiek?

Culturele sensitiviteit helpt om respectvol om te gaan met diverse deelnemers en hun overtuigingen.

Vragen in deze set(64)

1. Wat is een kenmerk van kwalitatief onderzoek?

A.Diepgaande inzichten ontdekken
B.Cijfers verzamelen
C.Gegevens statistisch analyseren
D.Hypotheses testen

2. Wat is een semigestructureerd interview?

A.Een interviewvorm met een mix van open en gesloten vragen.
B.Een interview met alleen gesloten vragen.
C.Een interview zonder enige structuur.
D.Een interview dat alleen op schriftelijke vragen is gebaseerd.

3. Wat is een kernaspect van thematische analyse?

A.Het identificeren van thema's binnen kwalitatieve data.
B.Het verzamelen van kwantitatieve data.
C.Het toepassen van statistische methoden.
D.Het gebruiken van enkel gestructureerde interviews.

4. Wat zijn ethische richtlijnen?

A.Principes om verantwoordelijk onderzoek te waarborgen.
B.Regels voor dataverzameling.
C.Tactieken voor datanalyse.
D.Stappenplannen voor interviews.

5. Welk type onderzoek is een case study?

A.Een breed overzicht van meerdere gevallen
B.Een gedetailleerde analyse van één of enkele gevallen
C.Een statistische analyse van grote datasets
D.Een experiment met controlegroepen

6. Wat zijn open vragen?

A.Vragen die ruimte bieden voor uitgebreide antwoorden.
B.Vragen met een ja/nee antwoord.
C.Vragen die altijd een numeriek antwoord vereisen.
D.Vragen die gericht zijn op feiten.

7. Wat is een voorbeeld van open codering?

A.Identificeren van belangrijke concepten.
B.Vaststellen van centrale thema's.
C.Analyseren van kwantitatieve gegevens.
D.Creëren van een interviewgids.

8. Waarom is vertrouwelijkheid belangrijk in onderzoek?

A.Het voorkomt dat deelnemers zich ongemakkelijk voelen.
B.Het beschermt de identiteit en gegevens van deelnemers.
C.Het verhoogt de responspercentages.
D.Het maakt het onderzoek eenvoudiger.

9. Hoe verschilt kwalitatief onderzoek van kwantitatief onderzoek?

A.Kwalitatief: cijfers, Kwantitatief: context
B.Kwalitatief: diepte, Kwantitatief: cijfers
C.Kwalitatief: geen data, Kwantitatief: veel data
D.Kwalitatief: experimenteel, Kwantitatief: descriptief

10. Wat zijn gesloten vragen?

A.Vragen met een beperkt aantal antwoordmogelijkheden.
B.Vragen die altijd open zijn voor interpretatie.
C.Vragen die alleen informatie zijn zonder context.
D.Vragen die geen enkele structuur volgen.

11. Wat is het nut van triangulatie in kwalitatief onderzoek?

A.Het verhogen van de validiteit van de data-analyse.
B.Het verminderen van de tijd die aan data-analyse wordt besteed.
C.Het vereenvoudigen van de gegevensverzameling.
D.Het voorkomen van bias in kwantitatief onderzoek.

12. Vul de lege plek in: Informed consent is nodig om _____ te waarborgen.

A.de autonomie van deelnemers
B.de snelheid van dataverzameling
C.de kosten van het onderzoek
D.de validiteit van resultaten

13. Wat betekent triangulatie in onderzoek?

A.Het gebruik van verschillende methoden om data te verzamelen
B.Het uitvoeren van meerdere onderzoeken
C.Het vergelijken van kwalitatieve en kwantitatieve data
D.Het herhalen van een onderzoek

14. Wat is een diepte-interview?

A.Een gesprek dat gericht is op het verkennen van complexe thema's.
B.Een kort interview van maximaal tien minuten.
C.Een interview dat alleen feiten verzamelt.
D.Een gestructureerd interview met vaste vragen.

15. Wat houdt constante vergelijking in?

A.Het voortdurend vergelijken van gegevens om patronen te identificeren.
B.Het analyseren van enkel één interview.
C.Het verzamelen van data uit meerdere tijdperken.
D.Het focussen op één enkele theorie.

16. Wat betekent het om kwetsbare groepen te beschermen?

A.Onvoldoende ondersteuning bieden.
B.Zorgdragen voor extra bescherming en ondersteuning.
C.Hun deelname verplicht stellen.
D.Geen aanvullende maatregelen nemen.

17. Wat is een focusgroep?

A.Een individueel interview
B.Een gestructureerde enquête
C.Een groepsdiscussie geleid door een facilitator
D.Een observatiestudie

18. Vul in: De _______ helpt om het gesprek te sturen.

A.interviewleidraad
B.vragenlijst
C.evaluatieformulier
D.feedbackloop

19. Welke stap komt eerst bij thematische analyse?

A.Familiarisatie met de data.
B.Definiëren en benoemen van thema's.
C.Zoeken naar thema's.
D.Genereren van initiële codes.

20. Welke van de volgende is géén gevolg van ethisch falen?

A.Verlies van vertrouwen.
B.Betere samenwerking met deelnemers.
C.Juridische problemen.
D.Schade aan deelnemers.

21. Vul in: Kwalitatief onderzoek richt zich op _______.

A.het verzamelen van cijfers
B.het diepgaand begrijpen
C.het analyseren van gegevens
D.het testen van hypotheses

22. Wat is het doel van follow-up vragen?

A.Om oppervlakkige antwoorden te verkrijgen.
B.Om dieper in te gaan op de gegeven antwoorden.
C.Om alleen ja/nee antwoorden te krijgen.
D.Om het interview sneller te maken.

23. Vul de blanco in: De __________ beïnvloedt de interpretatie van kwalitatieve data.

A.onderzoeker.
B.onderzoeksopzet.
C.sample size.
D.interviewstructuur.

24. Wat houdt debriefing in?

A.Het geven van informatie over het onderzoek na deelname.
B.Het verzamelen van feedback tijdens het onderzoek.
C.Het opstellen van het onderzoeksrapport.
D.Het selecteren van deelnemers.

25. Wat is een semi-gestructureerd interview?

A.Een volledig open interview
B.Een interview met alleen gesloten vragen
C.Een interview met vaste vragen en ruimte voor spontane antwoorden
D.Een interview zonder enige vragen

26. Wat is het belang van non-verbaal gedrag?

A.Het geeft extra informatie over emoties en betrokkenheid.
B.Het is irrelevant voor het interviewproces.
C.Het maakt het interview moeilijker te begrijpen.
D.Het is alleen belangrijk in schriftelijke interviews.

27. Wat is een coderingstabel?

A.Een overzicht van codes, thema's en relevante citaten.
B.Een methode om interviews te structureren.
C.Een techniek voor data-analyse.
D.Een soort statistische analyse.

28. Wat is participatieve ethiek?

A.Deelnemers worden actief betrokken bij het onderzoek.
B.Onderzoekers werken alleen met ethische commissies.
C.Deelnemers geven geen input.
D.Ethische richtlijnen zijn optioneel.

29. Wat zijn veldnotities?

A.Aantekeningen van literatuuronderzoek
B.Aantekeningen gemaakt tijdens observaties of interviews
C.Statistische analyses
D.Verzamelde data uit enquêtes

30. Waarvoor wordt een pilot-interview gebruikt?

A.Om de interviewvragen te testen en verbeterpunten te identificeren.
B.Om definitieve resultaten te verzamelen.
C.Om de tijdsduur van het interview te meten.
D.Om een groepsdiscussie te faciliteren.

31. Wat betekent saturatie in kwalitatief onderzoek?

A.Het punt waarop nieuwe data geen nieuwe informatie meer levert.
B.Het verhogen van de steekproefomvang.
C.Het verzamelen van variabele data.
D.Het verminderen van de onderzoekskosten.

32. Wat houdt anonimiteit in?

A.De identiteit van deelnemers blijft onbekend.
B.Data wordt openbaar gemaakt.
C.Deelnemers worden herkenbaar in de publicatie.
D.Er is geen bescherming van gegevens.

33. Wat is een narratief interview?

A.Een interview met gesloten vragen
B.Een interview waarbij respondenten hun verhalen delen
C.Een interview zonder vragen
D.Een interview met meerdere ondervraagden

34. Waar moet je op letten bij het stellen van vragen?

A.Duidelijkheid, neutraliteit en relevantie voor het onderzoek.
B.Snelheid en het vermijden van herhaling.
C.Emotionele impact en variatie in stemgeluid.
D.Het stellen van zoveel mogelijk vragen.

35. Wat is een interpretatief model?

A.Een model dat zich richt op de ervaringen van deelnemers.
B.Een model voor het kwantificeren van data.
C.Een standaardprocedure voor interviews.
D.Een statistische methode voor gegevensanalyse.

36. Wat is een belangrijk aspect van culturele sensitiviteit in onderzoek?

A.Het negeren van culturele verschillen.
B.Respectvol omgaan met diverse deelnemers.
C.Deelnemers dwingen om hun cultuur op te geven.
D.Een uniforme benadering voor alle deelnemers.

37. Waarvoor gebruik je open vragen in kwalitatief onderzoek?

A.Voor het verkrijgen van numerieke data
B.Om gedetailleerde en genuanceerde antwoorden te krijgen
C.Voor het stellen van ja/nee vragen
D.Voor het maken van statistische analyses

38. Wat is de functie van een intro?

A.Om een comfortabele sfeer te creëren en het onderwerp in te leiden.
B.Om de respondent te vertellen wat ze moeten zeggen.
C.Om de vragenlijst te overhandigen.
D.Om het interview te beëindigen.

39. Uit welke componenten bestaat een kwalitatieve dataset?

A.Audio-opnames, transcripten en notities.
B.Enkel schriftelijke rapporten.
C.Statistische gegevens en grafieken.
D.Enkel video-opnames.

40. Wat is het doel van ethische goedkeuring?

A.Om de kosten van het onderzoek te verlagen.
B.Om de rechten van deelnemers te waarborgen.
C.Om de snelheid van het onderzoek te verhogen.
D.Om de resultaten te verbeteren.

41. Wat zijn de voordelen van kwalitatief onderzoek?

A.Dieper inzicht en rijke data
B.Snelle resultaten en eenvoudige analyses
C.Beperkte tijdsbesteding
D.Focus op statistische nauwkeurigheid

42. True or False: Luisteren is minder belangrijk dan vragen stellen.

A.True
B.False
C.Het is niet van belang.
D.Soms waar.

43. Wat is het doel van narratieve analyse?

A.Het begrijpen van verhalen en ervaringen in data.
B.Het verzamelen van statistische gegevens.
C.Het maken van kwantitatieve vergelijkingen.
D.Het verbeteren van interviewtechnieken.

44. Wat zijn de risico's voor deelnemers bij onderzoek?

A.Financiële beloningen.
B.Psychologisch ongemak of inbreuk op privacy.
C.Verhoogde sociale erkenning.
D.Onbeperkte toegang tot informatie.

45. Wat houdt coding in kwalitatief onderzoek in?

A.Het genereren van statistische gegevens
B.Het toewijzen van labels aan data om thema's te identificeren
C.Het uitvoeren van experimenten
D.Het vergelijken van verschillende onderzoeken

46. Vergelijk een gestructureerd en een ongestructureerd interview.

A.Gestructureerd: vaste vragen, ongestructureerd: vrij gesprek.
B.Gestructureerd: geen vragen, ongestructureerd: veel vragen.
C.Gestructureerd: alleen open vragen, ongestructureerd: alleen gesloten vragen.
D.Gestructureerd: korter, ongestructureerd: langer.

47. Waarop moet je letten bij het interpreteren van data?

A.Context, taalgebruik en non-verbale signalen.
B.Enkel op de inhoud van de interviews.
C.De lengte van de data.
D.De soort data-analysemethode.

48. Wat betekent het wanneer onderzoekers vertrouwelijkheid waarborgen?

A.Gegevens worden gedeeld met de overheid.
B.Identificeerbare informatie wordt beschermd.
C.Deelnemers worden gedwongen om informatie te delen.
D.Onderzoekers verbergen hun identiteit.

49. Wat is een voorbeeld van kwalitatieve data?

A.Numerieke gegevens
B.Interviewtranscripten
C.Statistische rapporten
D.Grafieken

50. Wat is een interviewprotocol?

A.Een document met richtlijnen voor het afnemen van interviews.
B.Een lijst met antwoorden van respondenten.
C.Een samenvatting van de resultaten van het interview.
D.Een type van gesloten vraag.

51. Waarvoor staat de afkorting 'N=1' in kwalitatief onderzoek?

A.Het betreft een studie met één deelnemer.
B.Het aantal interviews dat moet worden afgenomen.
C.Het aantal thema's in de analyse.
D.Een methode voor data-analyse.

52. Wat zijn ethische principes in onderzoek?

A.Respect, weldoen, en rechtvaardigheid.
B.Snelheid, kosten, en efficiëntie.
C.Innovatie, creativiteit, en originaliteit.
D.Expertise, ervaring, en autoriteit.

53. Waar richt kwalitatief onderzoek zich op?

A.Op de verzameling van cijfers
B.Op het meten van variabelen
C.Op de betekenis die mensen geven aan hun ervaringen
D.Op de validiteit van data

54. Wat is triangulatie in interviews?

A.Het combineren van verschillende gegevensbronnen voor betrouwbaarheid.
B.Het gebruik van één enkele bron voor de hele studie.
C.Het negeren van inconsistenties in de data.
D.Het stellen van alleen gesloten vragen.

55. Wat is een fenomenologische benadering?

A.Een benadering die subjectieve ervaringen onderzoekt.
B.Een kwantitatieve analysemethode.
C.Een techniek voor data-analyse.
D.Een standaard interviewstructuur.

56. Wat is het belang van het beschermen van deelnemers?

A.Het verhoogt de kwaliteit van het onderzoek.
B.Het is wettelijk verplicht.
C.Het zorgt voor snellere resultaten.
D.Het vermindert de kosten van het onderzoek.

57. Wat is etnografisch onderzoek?

A.Onderzoek naar statistieken
B.Onderzoek naar de cultuur en praktijken van een groep
C.Een vorm van experiment
D.Een literatuurstudie

58. Wat zijn de voordelen van een focusgroep?

A.Groepsdynamiek kan leiden tot rijkere data.
B.Het biedt geen interactie tussen deelnemers.
C.Het is alleen nuttig voor kwantitatief onderzoek.
D.Het maakt het moeilijker om data te analyseren.

59. Wat is het verschil tussen inductieve en deductieve analyse?

A.Inductief: van specifieke observaties naar algemene conclusies.
B.Inductief: van algemene theorie naar specifieke observaties.
C.Deductief: alleen toegepast op kwantitatief onderzoek.
D.Inductief: het gebruik van statistische gegevens.

60. Wat is een voorbeeld van een ethisch dilemma?

A.De gegevens van een deelnemer delen zonder toestemming.
B.Het correct rapporteren van onderzoeksresultaten.
C.Het uitvoeren van een interview volgens de richtlijnen.
D.Het geven van informatie tijdens debriefing.

61. Wat is de rol van de onderzoeker in kwalitatief onderzoek?

A.Geen invloed op de data
B.Actieve betrokkenheid en interpretatie van de data
C.Enkel observeren zonder interactie
D.Het verzamelen van statistische gegevens

62. Omschrijf het begrip ‘vertrouwelijkheid’ in interviews.

A.De garantie dat persoonlijke informatie niet zonder toestemming wordt gedeeld.
B.Het delen van alle informatie met derden.
C.Het negeren van privacy van respondenten.
D.Het verbergen van de identiteit van de interviewer.

63. Wat is het juiste doel van de constante vergelijking in kwalitatieve data-analyse?

A.Patronen en variaties in data identificeren
B.De resultaten uitsluitend op basis van één interview analyseren
C.De data zonder interpretatie presenteren
D.Enkel de belangrijkste thema's vaststellen

64. Wat is een belangrijk aspect van informed consent in kwalitatieve onderzoeken?

A.De deelnemer moet begrijpen waar het onderzoek over gaat.
B.De deelnemer moet zijn persoonlijke gegevens delen.
C.De onderzoeker moet de deelnemer betalen voor deelname.
D.Informed consent is alleen nodig voor interviews.

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.