Enquête opstellen oefenvragen

Deze set bevat oefenvragen voor het opstellen van een enquête binnen de sociologie, gericht op hbo-studenten. De vragen behandelen belangrijke concepten en methoden die essentieel zijn voor het ontwerpen van effectieve enquêtes.

FinnB9·40 flashcards·40 vragen
hbosociologyresearch_methods
0
Ken ik
1 / 40
0
Aan het leren
Voorkant

Wat is enquêteonderzoek?

Tik om om te draaien
Achterkant

Een systematische methode om gegevens te verzamelen over meningen, attitudes of gedragingen van een doelgroep.

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(40 vragen)

Vraag 1 van 40

1. Wat is het hoofddoel van enquêteonderzoek?

Termen in deze set(40)

Basisbegrippen van Enquêteonderzoek(16)

Wat is enquêteonderzoek?

Een systematische methode om gegevens te verzamelen over meningen, attitudes of gedragingen van een doelgroep.

Definitie van populatie?

De gehele groep waaruit steekproeven worden genomen. Bijvoorbeeld: alle studenten aan een hogeschool.

Wat is een steekproef?

Een selectie van individuen uit de populatie. Het moet representatief zijn voor nauwkeurige resultaten.

Waar staat de term 'vragenlijst' voor?

Een set van vragen die gebruikt wordt om informatie te verzamelen. Kan open of gesloten vragen bevatten.

Wat zijn gesloten vragen?

Vragen met beperkte antwoordmogelijkheden, zoals ja/nee of meerdere keuzemogelijkheden.

Wat zijn open vragen?

Vragen die respondenten de ruimte geven om hun eigen antwoorden te formuleren. Biedt rijkere data.

Wat is betrouwbaarheid?

De mate waarin een onderzoek consistent dezelfde resultaten oplevert bij herhaling.

Wat is validiteit?

De mate waarin een onderzoek meet wat het beoogt te meten. Bijvoorbeeld: meet de vragenlijst echt de tevredenheid?

Vul in: Steekproefgrootte beïnvloedt ____.

De nauwkeurigheid van de onderzoeksresultaten.

Wat is een pilotstudie?

Een proefversie van de enquête, uitgevoerd op een kleinere groep om problemen te identificeren.

Wat is responspercentage?

Het percentage van de uitgenodigde respondenten die de enquête daadwerkelijk hebben ingevuld.

Waarvoor dient een hypothese?

Een testbare uitspraak die een verwachte uitkomst of relatie beschrijft tussen variabelen.

Verschil tussen kwantitatief en kwalitatief onderzoek?

Kwantitatief: cijfers en statistieken. Kwalitatief: diepere inzichten en meningen.

Wat is een Likert-schaal?

Een schaal om attitudes te meten, meestal van 1 (helemaal oneens) tot 5 (helemaal eens).

Wat is een random steekproef?

Een steekproef waarbij elke persoon in de populatie een gelijke kans heeft om gekozen te worden.

Waarvoor staat de afkorting NPS?

Net Promoter Score; meet klanttevredenheid en loyaliteit. Gebaseerd op één vraag.

Enquêteontwerp en -structuur(12)

Wat is een enquête?

Een enquête is een systematische manier om informatie te verzamelen van respondenten over hun meningen, ervaringen of gedrag.

Noem een voordeel van online enquêtes.

Online enquêtes zijn vaak goedkoper, sneller en makkelijker te verspreiden dan papieren versies.

Vul in: Een gesloten vraag heeft ___ mogelijke antwoorden.

Een gesloten vraag heeft een beperkt aantal mogelijke antwoorden, zoals ja/nee of meerkeuze.

Waar staat de term 'steekproef' voor?

Een steekproef is een representatieve selectie van respondenten uit een grotere populatie.

Wat is het verschil tussen kwalitatief en kwantitatief onderzoek?

Kwalitatief onderzoek richt zich op diepte-interviews en inzichten, terwijl kwantitatief onderzoek cijfers en statistieken verzamelt.

Valse of Ware: Een pilotstudie is niet noodzakelijk.

Onwaar. Een pilotstudie helpt om de enquête te testen en verbeteringen aan te brengen voordat de hoofdronde begint.

Noem drie elementen van enquêteontwerp.

- Doelstelling - Vraagstelling - Respondentselectie

Wat is een Likertschaal?

Een Likertschaal is een veelgebruikte schaal voor het meten van meningen, vaak van 1 tot 5 of 1 tot 7.

Waar is de validiteit van een enquête voor verantwoordelijk?

Validiteit meet of de enquête daadwerkelijk meet wat het beoogt te meten.

Geef een voorbeeld van een open vraag.

Bijvoorbeeld: 'Wat zijn volgens u de belangrijkste redenen voor klimaatverandering?'

Wat is bias in enquêtes?

Bias is een systematische fout die de resultaten van een enquête kan vertekenen.

Vul in: Een demografische vraag verzamelt gegevens over ___ .

Een demografische vraag verzamelt gegevens over kenmerken zoals leeftijd, geslacht en inkomen.

Dataverzameling en -analyse(12)

Wat zijn kwantitatieve gegevens?

Gegevens die in cijfers kunnen worden uitgedrukt en geanalyseerd. Voorbeeld: aantallen, percentages.

Wat zijn kwalitatieve gegevens?

Gegevens die beschrijvend zijn en niet in cijfers zijn uitgedrukt, zoals meningen en ervaringen.

Vul de lege plaats in: De __________ is de groep waaruit de steekproef wordt getrokken.

populatie

Wat is een steekproef?

Een selecte groep uit de populatie die representatief is voor het gehele onderzoek. Belangrijk voor generaliseerbaarheid.

Waarvoor dient een enquête?

Het verzamelen van gegevens om meningen, attitudes of gedragingen te onderzoeken.

Waaruit bestaat een vragenlijst?

Een reeks vragen die respondenten beantwoorden. Kan gesloten of open zijn.

Vergelijk kwalitatieve en kwantitatieve dataverzameling.

Kwalitatief: diepgaand, beschrijvend. Kwantitatief: breed, cijfermatig.

Waar staat de term 'validiteit' voor?

De mate waarin een instrument meet wat het beoogt te meten. Is de enquête betrouwbaar?

True or False: 'Een lage responsrate beïnvloedt de betrouwbaarheid van de resultaten.'

True - Een lage respons kan leiden tot vertekening van de data.

Wat is een Likert-schaal?

Een schaal die respondenten vraagt hun niveau van overeenstemming met een uitspraak aan te geven. Bijvoorbeeld: 1-5.

Wat is het verschil tussen open en gesloten vragen?

Open vragen: vrije antwoorden. Gesloten vragen: keuze uit opties.

Geef een voorbeeld van een statistische analysemethode.

Gemiddelde berekenen: extGemiddelde=extSomvanwaardenextAantalwaarden\displaystyle ext{Gemiddelde} = \frac{ ext{Som van waarden}}{ ext{Aantal waarden}} .

Vragen in deze set(40)

1. Wat is het hoofddoel van enquêteonderzoek?

A.Informatie verzamelen over meningen en gedragingen
B.Een statistische analyse uitvoeren
C.Hypotheses testen zonder dataverzameling
D.Enquêteresultaten publiceren zonder validatie

2. Wat is het doel van een enquête?

A.Informatie verzamelen van respondenten
B.Een marketingstrategie bepalen
C.Financiële gegevens analyseren
D.Sociale media beheren

3. Wat is het doel van kwantitatieve dataverzameling?

A.Cijfers en statistieken verzamelen om trends te analyseren.
B.Diepgaande persoonlijke ervaringen begrijpen.
C.Kwalitatieve interviews afnemen.
D.Enkele meningen verzamelen.

4. Wat beschrijft het begrip 'populatie' in enquêteonderzoek?

A.De totale groep waaruit steekproeven worden getrokken
B.De groep respondenten die de enquête invullen
C.De vragenlijst die gebruikt wordt in het onderzoek
D.De conclusies die uit het onderzoek worden getrokken

5. Welke van de volgende vragen is een gesloten vraag?

A.Wat vindt u van het klimaat?
B.Bent u tevreden met uw studie?
C.Vertel ons over uw hobby's.
D.Wat zijn uw toekomstplannen?

6. Wat zijn gesloten vragen?

A.Vragen waarop respondenten met een beperkte set antwoorden moeten reageren.
B.Vragen die ruimte bieden voor uitgebreide antwoorden.
C.Vragen die gericht zijn op meningen en ervaringen.
D.Vragen die geen antwoorden vereisen.

7. Wat is een cruciaal kenmerk van een representatieve steekproef?

A.Het weerspiegelt de kenmerken van de gehele populatie
B.Het is altijd kleiner dan de populatie
C.Het bevat alleen respondenten die geïnteresseerd zijn
D.Het is willekeurig gekozen zonder enige criteria

8. Waar staat de term 'representatieve steekproef' voor?

A.Een willekeurige selectie van de populatie
B.Een groep respondenten die de gehele populatie weerspiegelt
C.Een groep met alleen experts
D.Een steekproef van een klein aantal mensen

9. Welke van de volgende gegevens is een voorbeeld van kwalitatieve data?

A.De mening van een respondent over een product.
B.Het percentage mensen die tevreden zijn.
C.Het aantal verkochte producten.
D.De gemiddelde leeftijd van respondenten.

10. Wat zijn gesloten vragen?

A.Vragen met beperkte antwoordmogelijkheden
B.Vragen die vrij antwoord toelaten
C.Vragen die een uitleg vereisen
D.Vragen die altijd een numeriek antwoord geven

11. Wat is een voorbeeld van een kwantitatieve vraag?

A.Hoe vaak sport u per week?
B.Waarom sport u graag?
C.Wat zijn uw favoriete sporten?
D.Beschrijf uw ervaringen met sport.

12. Wat is de populatie in een onderzoek?

A.De totale groep waaruit de steekproef wordt getrokken.
B.De deelgroep die daadwerkelijk wordt onderzocht.
C.Een verzameling van statistische gegevens.
D.Een instrument voor dataverzameling.

13. Wat is het doel van een pilotstudie?

A.Problemen in de vragenlijst identificeren
B.Definitieve conclusies trekken
C.Een grote populatie aanspreken
D.Direct de enquête te publiceren

14. Welke van de volgende opties is GEEN voordeel van online enquêtes?

A.Lagere kosten
B.Snelle data-analyse
C.Verhoogde bereikbaarheid
D.Persoonlijke interactie met respondenten

15. Welke term beschrijft de betrouwbaarheid van een onderzoek?

A.Validiteit.
B.Steekproefgrootte.
C.Responsrate.
D.Generaliseerbaarheid.

16. Wat betekent het begrip 'validiteit' in onderzoek?

A.De mate waarin een onderzoek meet wat het beoogt te meten
B.De consistentie van de resultaten bij herhaling
C.De grootte van de steekproef die is gebruikt
D.De snelheid van dataverzameling

17. Wat is een Likertschaal?

A.Een schaal voor demografische vragen
B.Een schaal voor het meten van meningen
C.Een type open vraag
D.Een methode voor kwalitatief onderzoek

18. Wat is een Likert-schaal?

A.Een schaal voor het meten van overeenstemming met een uitspraak.
B.Een manier om open vragen te structureren.
C.Een methode voor kwalitatieve analyse.
D.Een statistische formule voor gemiddelden.

19. Wat is een Likert-schaal?

A.Een schaal voor het meten van attitudes
B.Een manier om open vragen te formuleren
C.Een methode voor kwalitatief onderzoek
D.Een statistische toets

20. Wat is het belangrijkste doel van een pilotstudie?

A.De enquête definitief vaststellen
B.De enquête testen en verbeteren
C.De resultaten analyseren
D.Het aantal respondenten verhogen

21. Wat is het belangrijkste kenmerk van kwalitatieve dataverzameling?

A.Het biedt diepgaande inzichten in ervaringen en meningen.
B.Het verzamelt grote hoeveelheden numerieke data.
C.Het is altijd gebaseerd op gesloten vragen.
D.Het vereist geen statistische analyse.

22. Wat is een random steekproef?

A.Elke persoon heeft een gelijke kans om gekozen te worden
B.Een steekproef gebaseerd op eerder onderzoek
C.Een steekproef uit specifieke groepen
D.Een steekproef van alleen de meest actieve respondenten

23. Wat typeert kwalitatief onderzoek?

A.Statistische analyses
B.Diepte-interviews en open vragen
C.Vraag-en-antwoordsessies
D.Online enquêtes

24. Welk van de volgende is GEEN voordeel van enquêtes?

A.Ze zijn kosteneffectief.
B.Ze kunnen snel grote groepen bereiken.
C.Ze bieden altijd diepgaande antwoorden.
D.Ze zijn gemakkelijk te analyseren.

25. Wat is een hypothese?

A.Een testbare uitspraak over een relatie tussen variabelen
B.Een definitieve conclusie van het onderzoek
C.Een willekeurige gissing over de uitkomsten
D.Een beschrijving van de steekproef

26. Wat meet de validiteit van een enquête?

A.Of de enquête representatief is
B.Of de enquête meet wat hij beoogt te meten
C.De snelheid van het beantwoorden
D.De kosten van de enquête

27. Wat is een steekproef?

A.Een representatieve subset van de populatie.
B.Een willekeurige groep zonder criteria.
C.Een manier om kwalitatieve data te verzamelen.
D.Een statistische berekening.

28. Wat betekent responspercentage?

A.Het percentage respondenten dat de enquête heeft ingevuld
B.Het aantal vragen dat is beantwoord
C.Het aantal uitgenodigde respondenten
D.Het percentage dat de enquête niet heeft ingevuld

29. Wat is een demografische vraag?

A.Een vraag over persoonlijke voorkeuren
B.Een vraag over sociaaleconomische status
C.Een vraag over leeftijd, geslacht en inkomen
D.Een vraag over tevredenheid

30. Wat kan een lage responsrate bij een enquête veroorzaken?

A.Een vertekening van de resultaten.
B.Een hogere validiteit.
C.Een betere generaliseerbaarheid.
D.Een grotere steekproefgrootte.

31. Wat zijn open vragen?

A.Vragen die respondenten de vrijheid geven om hun eigen antwoorden te formuleren
B.Vragen met meerdere keuzemogelijkheden
C.Vragen die altijd een numeriek antwoord vereisen
D.Vragen die geen relevante informatie opleveren

32. Wat is een mogelijke oorzaak van bias in enquêtes?

A.Een representatieve steekproef
B.De formulering van de vragen
C.Een hoge responsrate
D.Gebruik van statistische analyses

33. Wat is het doel van statistische analyses in onderzoek?

A.Inzichten uit verzamelde data afleiden.
B.Enquêtes opstellen.
C.Meningen inventariseren.
D.Open vragen beantwoorden.

34. Wat is het effect van een te kleine steekproefgrootte?

A.Minder nauwkeurige resultaten
B.Sneller dataverzameling
C.Betere representatie van de populatie
D.Hogere validiteit van de resultaten

35. Waarom is het belangrijk om duidelijke vragen te stellen in een enquête?

A.Om de tijd van de respondent te besparen
B.Om misverstanden en verwarring te voorkomen
C.Om de enquête sneller te analyseren
D.Om creativiteit aan te moedigen

36. Wat betekent de term 'generaliseerbaarheid'?

A.Het vermogen om resultaten van de steekproef naar de populatie uit te breiden.
B.Het aantal respondenten in een onderzoek.
C.De kwaliteit van de verzamelde data.
D.De diversiteit binnen de steekproef.

37. Wat is het verschil tussen kwantitatief en kwalitatief onderzoek?

A.Kwantitatief betreft cijfers, kwalitatief betreft meningen
B.Kwantitatief is altijd duurder dan kwalitatief
C.Kwalitatief onderzoek is sneller dan kwantitatief
D.Kwantitatief onderzoek gebruikt alleen open vragen

38. Welke van de volgende is GEEN type vraag in een vragenlijst?

A.Gesloten vraag
B.Open vraag
C.Indirecte vraag
D.Likert-vraag

39. Wat is een steekproefkader in enquêteonderzoek?

A.Een lijst van alle leden van de populatie waaruit steekproeven worden getrokken.
B.Een document dat de resultaten van de enquête samenvat.
C.Een specifieke groep mensen die nooit aan een enquête deelneemt.
D.Een procedure om de nauwkeurigheid van antwoorden te verbeteren.

40. Welke van de volgende uitspraken over betrouwbaarheid is ONJUIST?

A.Betrouwbaarheid geeft aan hoe consistent resultaten zijn bij herhaalde metingen.
B.Een hoge betrouwbaarheid garandeert dat de resultaten altijd correct zijn.
C.Betrouwbaarheid kan worden getest met behulp van verschillende methoden.
D.Een enquête kan betrouwbaar zijn zonder valide te zijn.

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.