Armoede en schulden oefenvragen

Oefenvragen over armoede en schulden voor hbo-studenten in Nederland, met focus op belangrijke termen en concepten.

Cosmic96·36 flashcards·36 vragen
hbosociologysocial_institutions
0
Ken ik
1 / 36
0
Aan het leren
Voorkant

Wat is armoede?

Tik om om te draaien
Achterkant

Armoede is de toestand waarin mensen niet in hun basisbehoeften kunnen voorzien, zoals voeding, onderdak en gezondheidszorg.

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(36 vragen)

Vraag 1 van 36

1. Wat is het belangrijkste kenmerk van armoede?

Termen in deze set(36)

Basisbegrippen armoede(16)

Wat is armoede?

Armoede is de toestand waarin mensen niet in hun basisbehoeften kunnen voorzien, zoals voeding, onderdak en gezondheidszorg.

Wat zijn de twee soorten armoede?

1. Absolute armoede: levensstandaard onder het minimum. 2. Relatieve armoede: inkomen onder het gemiddelde van de samenleving.

Noem een oorzaak van armoede.

Werkloosheid kan leiden tot armoede, omdat zonder inkomen basisbehoeften moeilijk te vervullen zijn.

Wat is het armoedegrens?

De armoedegrens is het inkomen waaronder mensen niet kunnen voorzien in essentiële levensbehoeften. In Nederland is dit vaak vastgesteld op 1.000 euro per maand.

Vul de lege plek in: Armoede kan leiden tot ________.

gezondheidsproblemen en sociale uitsluiting.

Veroorzaakt een laag inkomen altijd armoede?

Niet altijd. Andere factoren zoals schulden of hoge uitgaven kunnen ook armoede veroorzaken, zelfs met een gemiddeld inkomen.

Wat is sociale uitsluiting?

Sociale uitsluiting is het proces waarbij mensen niet deelnemen aan het maatschappelijk leven, vaak door armoede.

Hoe beïnvloedt onderwijs armoede?

Minder onderwijs leidt vaak tot minder kansen op de arbeidsmarkt, wat armoede kan verergeren.

Wat is de rol van de overheid in armoedebestrijding?

De overheid kan beleid voeren, zoals sociale uitkeringen en toegang tot onderwijs, om armoede te verminderen.

Wat is een voorbeeld van absolute armoede?

Een persoon die met minder dan 1,90 dollar per dag leeft, valt onder absolute armoede.

Wat is de relatie tussen armoede en gezondheid?

Mensen in armoede hebben vaak slechtere toegang tot gezondheidszorg en leven gemiddeld korter.

Noem een gevolg van armoede.

Verhoogde criminaliteit door financiële stress en gebrek aan kansen.

Wat is de armoedeval?

De armoedeval is het fenomeen waarbij mensen niet willen werken omdat ze anders hun uitkeringen verliezen.

Wat is een indicator van armoede?

Een indicator van armoede kan zijn het percentage mensen met een inkomen onder de armoedegrens in een regio.

Vervangt een minimumloon armoede?

Niet altijd. Een minimumloon kan helpen, maar het dekt mogelijk niet alle basisbehoeften.

Wat is een causaal verband?

Een causaal verband is een relatie waarbij de ene factor (bijv. werkloosheid) een effect heeft op een andere factor (bijv. armoede).

Schulden en krediet(20)

Wat zijn consumptieve schulden?

Schulden voor goederen en diensten. Voorbeeld: leningen voor een auto of meubels.

Wat zijn hypothecaire schulden?

Langlopende leningen voor de aankoop van onroerend goed. Activeren vaak een woning als onderpand.

Waaruit bestaat krediet?

Krediet is geld dat geleend wordt. Vaak gepaard met rente en terugbetalingsverplichtingen.

Waar leidt overmatige schuldenlast toe?

Stress, financiële problemen, en soms zelfs sociale uitsluiting.

Wat is het verschil tussen goede en slechte schulden?

Goede schulden helpen bij investeringen (hypotheken), slechte schulden leiden tot financiële problemen.

Wat zijn de gevolgen van betalingsachterstand?

Verlies van kredietwaardigheid, extra kosten door rente en mogelijk beslaglegging.

Schulden kunnen leiden tot ...

Financial stress, angst en depressie.

Wat is een schuldhulpverlening?

Een proces waarbij mensen met schulden hulp krijgen om hun financiële situatie te verbeteren.

Wat zijn persoonlijke leningen?

Ongegarandeerde leningen voor persoonlijke uitgaven. Hoge rente kan van toepassing zijn.

Echte of valse: Krediet kan helpen bij het opbouwen van een goede kredietgeschiedenis.

Echt. Verantwoord gebruik van krediet versterkt de kredietscore.

Wat is een doorlopend krediet?

Een lening waarbij de lener geld kan opnemen tot een bepaald limiet. Flexibel terugbetalen.

Wat is een lening met vaste rente?

De rente blijft gedurende de looptijd constant. Voorspelbaar voor maandlasten.

Wat is het risico van payday leningen?

Hoge rente en korte looptijd. Kan leiden tot een vicieuze cirkel van schulden.

Invloed van schulden op relaties?

Kan spanningen veroorzaken, leiden tot conflicten en zelfs scheidingen.

Wat is schuldsanering?

Een juridische procedure om schulden te reduceren of kwijtschelden. Bescherming tegen schuldeisers.

Wat zijn achterstallige betalingen?

Betalingen die niet op tijd zijn gedaan. Leidt tot extra kosten en negatieve gevolgen.

Wat zijn studentenschulden?

Schulden die studenten aangaan om hun opleiding te financieren. Vaak met lage rentes.

Geef een voorbeeld van een negatieve spiraal door schulden.

Schuld → Hogere rente → Meer schulden → Stress → Slechtere financiële beslissingen.

Wat zijn de voordelen van kredietkaarten?

Gemak en opbouw van kredietgeschiedenis. Maar let op de hoge rente.

Wat is het effect van schulden op de mentale gezondheid?

Verhoogde angst, depressie en gevoelens van hopeloosheid.

Vragen in deze set(36)

1. Wat is het belangrijkste kenmerk van armoede?

A.Onvoldoende inkomen om basisbehoeften te vervullen.
B.Een hoge levensstandaard.
C.Toegang tot luxe goederen.
D.Financiële onafhankelijkheid.

2. Wat zijn de kenmerken van consumptieve schulden?

A.Schulden voor goederen en diensten.
B.Langlopende leningen voor vastgoed.
C.Ongegarandeerde leningen voor zakelijke uitgaven.
D.Kredieten zonder rente.

3. Wat is relatieve armoede?

A.Leven onder het nationaal minimumloon.
B.Inkomen dat lager is dan het gemiddelde van de samenleving.
C.Geen toegang tot onderwijs.
D.Leven met minder dan 1,90 dollar per dag.

4. Welk type lening wordt vaak gebruikt voor de aankoop van een huis?

A.Persoonlijke lening.
B.Hypothecaire lening.
C.Doorlopend krediet.
D.Kredietkaart.

5. Welke factor kan bijdragen aan armoede?

A.Een stabiele werkplek.
B.Hoge werkloosheid.
C.Een goede opleiding.
D.Voldoende spaargeld.

6. Wat is een belangrijke factor bij het verkrijgen van krediet?

A.De kredietwaardigheid van de lener.
B.De leeftijd van de lener.
C.Het type bankrekening.
D.Het aantal openstaande schulden.

7. Wat betekent de armoedegrens?

A.Het minimuminkomen dat nodig is om te overleven.
B.De gemiddelde levensstandaard in Nederland.
C.Het inkomen van de rijkste 10%.
D.Een indicator voor sociale uitsluiting.

8. Wat is een veelvoorkomend gevolg van een hoge schuldenlast?

A.Verhoogde financiële stabiliteit.
B.Betere kredietwaardigheid.
C.Stress en angst.
D.Meer sociale activiteiten.

9. Vul de lege plek in: Armoede kan leiden tot ________.

A.Economische groei.
B.Gezondheidsproblemen.
C.Minder sociale interactie.
D.Hogere onderwijsniveaus.

10. Wat wordt verstaan onder 'goede schulden'?

A.Schulden die leiden tot financiële problemen.
B.Schulden die helpen bij investeringen.
C.Schulden zonder rente.
D.Kredieten voor luxe uitgaven.

11. Leidt een laag inkomen altijd tot armoede?

A.Ja, altijd.
B.Nee, niet altijd.
C.Alleen in stedelijke gebieden.
D.Alleen bij ouderen.

12. Wat zijn mogelijke gevolgen van betalingsachterstand?

A.Verlies van kredietwaardigheid.
B.Toename van kredietmogelijkheden.
C.Lagere rentepercentages.
D.Verhoogde spaartegoeden.

13. Wat is sociale uitsluiting?

A.De mogelijkheid om deel te nemen aan de samenleving.
B.Het proces waarbij mensen niet deelnemen aan sociale activiteiten.
C.Een indicator van economische groei.
D.De toegang tot sociale voorzieningen.

14. Schulden kunnen leiden tot ...

A.Hogere levenskwaliteit.
B.Financiële stress.
C.Betere werkprestaties.
D.Meer sociale contacten.

15. Hoe beïnvloedt onderwijs armoede?

A.Het heeft geen invloed.
B.Minder kansen op de arbeidsmarkt.
C.Verhoogt het inkomen direct.
D.Vermindert sociale uitsluiting.

16. Wat houdt schuldhulpverlening in?

A.Hulp bij het verkrijgen van meer schulden.
B.Ondersteuning bij het verbeteren van financiële situaties.
C.Een proces om schulden te verhogen.
D.Een manier om geld te investeren.

17. Wat is de rol van de overheid in de armoedebestrijding?

A.Zorgen voor hogere huren.
B.Beleid en voorzieningen om armoede te verminderen.
C.Verhogen van belastingen voor armen.
D.Beperken van sociale uitkeringen.

18. Wat zijn persoonlijke leningen?

A.Leningen voor zakelijke doeleinden.
B.Ongegarandeerde leningen voor persoonlijke uitgaven.
C.Leningen met een lage rente voor studenten.
D.Hypothecaire leningen.

19. Wat is een voorbeeld van absolute armoede?

A.Een gezin dat maandelijkse uitkeringen ontvangt.
B.Een persoon die met minder dan 1,90 dollar per dag leeft.
C.Iemand die voldoende voedsel heeft maar geen luxe goederen.
D.Een persoon met een gemiddelde baan.

20. Echte of valse: Verantwoord gebruik van krediet kan de kredietgeschiedenis verbeteren.

A.Echt.
B.Valse.
C.Alleen voor hypotheken.
D.Voor alleen persoonlijke leningen.

21. Wat is de relatie tussen armoede en gezondheid?

A.Geen relatie.
B.Beter inkomen leidt tot betere gezondheid.
C.Armoede leidt tot betere toegang tot zorg.
D.Mensen in armoede hebben vaak slechtere gezondheid.

22. Wat is een doorlopend krediet?

A.Een lening voor een vast bedrag.
B.Een lening die kan worden opgenomen tot een bepaald limiet.
C.Een lening met een vaste rente.
D.Een lening voor studenten.

23. Noem een gevolg van armoede.

A.Verhoogde economische ontwikkeling.
B.Verhoogde criminaliteit.
C.Meer sociale integratie.
D.Verbeterde onderwijsresultaten.

24. Wat betekent een lening met vaste rente?

A.De rente kan fluctureren.
B.De rente blijft constant gedurende de looptijd.
C.De lening is altijd ongegarandeerd.
D.De rente is altijd hoger.

25. Wat is de armoedeval?

A.Een economische stijging.
B.Het vermijden van werk om uitkeringen te behouden.
C.Een stijging van het minimumloon.
D.Een vermindering van sociale voorzieningen.

26. Wat is een risico van payday leningen?

A.Lage rente.
B.Korte looptijd en hoge rente.
C.Langdurige aflossingsperiodes.
D.Geen rente.

27. Wat is een indicator van armoede?

A.Het percentage mensen met een hbo-diploma.
B.Het percentage mensen met een inkomen boven de armoedegrens.
C.Het percentage mensen met een inkomen onder de armoedegrens.
D.Het aantal beschikbare banen in een regio.

28. Hoe kunnen schulden relaties beïnvloeden?

A.Ze verbeteren communicatie.
B.Ze verminderen spanningen.
C.Ze kunnen leiden tot conflicten.
D.Ze hebben geen invloed.

29. Vervangt een minimumloon armoede?

A.Ja, altijd.
B.Nee, niet altijd.
C.Verhoogt het inkomen van iedereen.
D.Vermindert sociale uitsluiting.

30. Wat is schuldsanering?

A.Een methode om schulden te verhogen.
B.Een juridische procedure om schulden te verminderen.
C.Een manier om meer krediet te krijgen.
D.Een programma voor financiële investeringen.

31. Wat is een causaal verband?

A.Een relatie zonder effect.
B.Een relatie waarbij de ene factor invloed heeft op een andere.
C.Een statistische correlatie.
D.Een onbelangrijke relatie.

32. Wat zijn achterstallige betalingen?

A.Betalingen die op tijd zijn gedaan.
B.Betalingen die niet op tijd zijn gedaan.
C.Alle betalingen die zijn voldaan.
D.Betalingen voor nieuwe leningen.

33. Wat zijn studentenschulden?

A.Schulden voor de aankoop van een auto.
B.Schulden voor het financieren van een opleiding.
C.Schulden voor persoonlijke uitgaven.
D.Schulden die nooit moeten worden terugbetaald.

34. Geef een voorbeeld van een negatieve spiraal door schulden.

A.Meer sparen, minder uitgeven.
B.Hogere renteleidingen tot meer schulden.
C.Betere financiële beslissingen nemen.
D.Verantwoord omgaan met krediet.

35. Wat zijn de voordelen van kredietkaarten?

A.Hogere maandlasten.
B.Gemak en opbouw van kredietgeschiedenis.
C.Minder controle over uitgaven.
D.Altijd zonder kosten.

36. Wat is het effect van schulden op de mentale gezondheid?

A.Verhoogde gevoelens van veiligheid.
B.Verminderde angst en stress.
C.Verhoogde angst en depressie.
D.Geen effect op de mentale gezondheid.

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.