Trauma en PTSS

Deze begrippenlijst behandelt de belangrijkste termen en concepten rondom trauma en posttraumatische stressstoornis (PTSS) in de psychologie. Geschikt voor studenten die dieper willen ingaan op de psychologische impact van trauma.

Sophie48·32 flashcards·32 vragen
wopsychologyclinical
0
Ken ik
1 / 32
0
Aan het leren
Voorkant

Wat is trauma?

Tik om om te draaien
Achterkant

Trauma is een psychologische reactie op een ingrijpende gebeurtenis die de emotionele en mentale gezondheid beïnvloedt.

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(32 vragen)

Vraag 1 van 32

1. Wat is de maximale duur van symptomen bij een acute stressstoornis?

Termen in deze set(32)

Basisconcepten van trauma(12)

Wat is trauma?

Trauma is een psychologische reactie op een ingrijpende gebeurtenis die de emotionele en mentale gezondheid beïnvloedt.

Voorbeeld van een traumatische gebeurtenis.

Bijvoorbeeld: natuurramp, geweld, verkeersongeval.

Wat is acute stressreactie?

Een tijdelijke psychologische reactie die optreedt direct na een traumatische gebeurtenis. Symptomen kunnen zijn: angst, verwarring, of dissociatie.

Wat is langdurige blootstelling aan trauma?

Langdurige blootstelling aan trauma verhoogt het risico op PTSS en andere psychische stoornissen.

Waar leidt een trauma vaak toe?

Trauma kan leiden tot PTSS, angststoornissen, of depressie. Dit zijn veelvoorkomende gevolgen.

Waar of niet waar: Trauma is altijd zichtbaar.

Niet waar: Trauma kan zich ook intern manifesteren zonder zichtbare symptomen.

Wat zijn de drie soorten trauma?

1. Enkele gebeurtenis trauma 2. Chronisch trauma 3. Complex trauma.

Wat is de impact van trauma op het brein?

Trauma kan de amygdala, hippocampus en prefrontale cortex beïnvloeden, wat leidt tot veranderingen in emotionele regulatie en geheugen.

Invloed van trauma op relaties.

Trauma kan leiden tot vertrouwensproblemen, sociale isolatie en conflicten in interpersoonlijke relaties.

Wat is de veerkracht bij trauma?

Veerkracht is het vermogen om te herstellen van trauma. Het hangt af van persoonlijke en sociale factoren.

Vul de lege plek in: Trauma kan ________ veroorzaken.

PTSS, angststoornissen, of depressieve symptomen.

Wat zijn signalen van een posttraumatische stressstoornis?

Herbelevingen, vermijdingsgedrag, en verhoogde prikkelbaarheid zijn veelvoorkomende symptomen van PTSS.

PTSS en symptomen(12)

Wat is PTSS?

PTSS staat voor posttraumatische stressstoornis. Het is een psychische aandoening die kan optreden na het ervaren van een trauma.

Symptomen van PTSS?

De symptomen omvatten: - Herbelevingen - Vermijding - Negatieve veranderingen in gedachten en stemming - Verhoogde prikkelbaarheid

Waar komt PTSS vaak voor?

PTSS komt vaak voor bij mensen die militairen zijn, slachtoffers van geweld, of slachtoffers van natuurrampen.

Waar of niet waar: Iedereen met trauma ontwikkelt PTSS.

Niet waar. Niet iedereen die een trauma ervaart, ontwikkelt PTSS. Risicofactoren spelen een rol.

Wat zijn herbelevingen?

Herbelevingen zijn momenten waarop iemand het trauma opnieuw meemaakt. Dit kan leiden tot intense angst en paniek.

Vermijding in PTSS?

Vermijding verwijst naar het vermijden van gedachten, gevoelens of situaties die herinneringen aan het trauma oproepen.

Symptomen vergelijken: PTSS vs. Acute stressstoornis.

PTSS: - Duurt langer dan 1 maand. Acute stressstoornis: - Duurt korter dan 1 maand.

Geef een voorbeeld van een negatieve verandering in stemming.

Een voorbeeld is een aanhoudend gevoel van schuld of schaamte over het trauma.

Wat betekent verhoogde prikkelbaarheid?

Verhoogde prikkelbaarheid houdt in dat iemand snel geïrriteerd of boos reageert, vaak zonder duidelijke reden.

Wat zijn veelvoorkomende co-morbide aandoeningen?

Veelvoorkomende co-morbide aandoeningen zijn: - Depressie - Angststoornissen - Verslaving

Definitie van dissociatie.

Dissociatie is een mentale toestand waarbij iemand zich losgekoppeld voelt van zijn gedachten, gevoelens of omgeving.

Wat zijn de gevolgen van onbehandelde PTSS?

Gevolgen kunnen zijn: - Slechte relaties - Werkproblemen - Verhoogd risico op zelfdoding

Behandelingsmodaliteiten(8)

Cognitieve gedragstherapie (CGT)

CGT richt zich op het veranderen van negatieve denkpatronen en gedragingen. Het helpt bij het verwerken van trauma door gedachten te herstructureren.

EMDR: Wat betekent het?

EMDR staat voor Eye Movement Desensitization and Reprocessing. Het helpt bij het verwerken van trauma door het combineren van oogbewegingen met herinneringen.

Waar is exposuretherapie voor?

Exposuretherapie bevordert confrontatie met angsten in een veilige omgeving. Dit verlaagt de angstreacties en helpt bij het verwerken van trauma.

Is medicatie effectief bij PTSS?

Ja, antidepressiva kunnen de symptomen verminderen. Echter, ze vormen geen vervanging voor therapie.

Mindfulness en trauma: Hoe werkt het?

Mindfulness helpt individuen zich bewust te worden van hun gedachten en gevoelens zonder oordeel. Dit bevordert acceptatie en vermindert stress.

Verschil tussen CGT en EMDR?

CGT richt zich op cognities en gedragingen, terwijl EMDR zich richt op herinneringen en de verwerking daarvan.

Vul de lege plek in: Voor de behandeling van PTSS is _______ een gangbare methode.

Cognitieve gedragstherapie (CGT) is een gangbare methode.

Trauma-focus besteedt aandacht aan:

- Cognitieve verwerking - Emotionele regulatie - Gedragsveranderingen Deze aanpak helpt bij het begrijpen en verwerken van traumatische ervaringen.

Vragen in deze set(32)

1. Wat is de maximale duur van symptomen bij een acute stressstoornis?

A.A: 1 maand
B.B: 3 maanden
C.C: 6 maanden
D.D: 1 jaar

2. Wat is een voorbeeld van een gebeurtenis die trauma kan veroorzaken?

A.Een natuurramp
B.Een verjaardagsfeest
C.Een schooluitstap
D.Een filmavond

3. Wat is het hoofddoel van Cognitieve Gedragstherapie (CGT)?

A.Negatieve denkpatronen veranderen
B.Verhoogde angstreacties bevorderen
C.Medicatie voorschrijven
D.Emotionele regulatie negeren

4. Wat is een voorbeeld van een negatieve verandering in gedachten bij PTSS?

A.A: Optimisme
B.B: Negatieve gedachten over zichzelf
C.C: Verhoogde creativiteit
D.D: Verbeterde sociale interactie

5. Wat beschrijft het beste een acute stressreactie?

A.Een langdurige depressieve toestand
B.Een tijdelijke reactie op trauma
C.Een chronische angststoornis
D.Een normale emotionele reactie

6. Wat is een kenmerk van EMDR?

A.Het gebruik van oogbewegingen
B.Verhoogde narcose
C.Psycho-educatie
D.Fysieke oefeningen

7. Welke van de volgende symptomen is GEEN kenmerk van PTSS?

A.A: Herbelevingen
B.B: Vermijding
C.C: Overmatige euforie
D.D: Verhoogde prikkelbaarheid

8. Wat is een mogelijke lange termijn effect van trauma?

A.Verhoogde veerkracht
B.Posttraumatische stressstoornis (PTSS)
C.Verbeterde sociale vaardigheden
D.Verhoogde tevredenheid over leven

9. Wat is het doel van exposuretherapie?

A.Confrontatie met angsten in een veilige omgeving
B.Verhoogde isolatie van de patiënt
C.Het vermijden van stressvolle situaties
D.Voorkomen van emotionele uitingen

10. Wat beschrijft het beste het begrip 'vermeende dreiging' bij PTSS?

A.A: Een feitelijke bedreiging
B.B: Een herinnering aan het trauma
C.C: Een onrealistische angst
D.D: Een gevoel van veiligheid

11. Welke van de volgende opties is GEEN type trauma?

A.Enkele gebeurtenis trauma
B.Chronisch trauma
C.Complex trauma
D.Indirect trauma

12. Welke van de volgende beweringen over medicatie en PTSS is ONJUIST?

A.Antidepressiva kunnen symptomen verminderen
B.Medicatie vervangt altijd therapie
C.Medicatie kan ondersteuning bieden
D.Sommige medicijnen zijn specifiek gericht op PTSS

13. Wat is de belangrijkste oorzaak van PTSS?

A.A: Erfelijkheid
B.B: Ervaring van trauma
C.C: Ontbreken van sociale steun
D.D: Slechte voeding

14. Wat is een gevolg van trauma op het brein?

A.Versterking van de geheugenfunctie
B.Veranderingen in emotionele regulatie
C.Toename van empathisch vermogen
D.Verbetering van cognitieve functies

15. Hoe draagt mindfulness bij aan de behandeling van trauma?

A.Door onbewuste gedachten te onderdrukken
B.Door bewustzijn van gedachten en gevoelens te bevorderen
C.Door het vermijden van confrontatie
D.Door medicatie te combineren met therapie

16. Welke van de volgende aandoeningen komt vaak voor naast PTSS?

A.A: Fobieën
B.B: Diabetes
C.C: Hartziekten
D.D: Verslaving

17. Hoe kan trauma relaties beïnvloeden?

A.Het versterkt altijd de onderlinge band
B.Het veroorzaakt vaak sociale isolatie
C.Het heeft geen invloed op relaties
D.Het verbetert communicatie

18. Wat is een belangrijk verschil tussen CGT en EMDR?

A.CGT richt zich op cognities, EMDR op herinneringen
B.CGT is alleen voor kinderen, EMDR voor volwassenen
C.CGT is kortdurend, EMDR is langdurig
D.CGT vereist medicatie, EMDR niet

19. Wat is de rol van dissociatie bij PTSS?

A.A: Het bevordert herstel
B.B: Het is een copingmechanisme
C.C: Het vermindert symptomen
D.D: Het verergert de situatie

20. Wat wordt verstaan onder veerkracht bij trauma?

A.De neiging om traumatische ervaringen te vermijden
B.Het vermogen om te herstellen van trauma
C.Een constante staat van geluk
D.Een gebrek aan emotionele reacties

21. Wat ontbreekt er in de volgende zin? Voor de behandeling van PTSS is _______ een gangbare methode.

A.Cognitieve gedragstherapie (CGT)
B.Cliëntgerichte therapie
C.Hypnotherapie
D.Psychoanalyse

22. Wat is een veelvoorkomend symptoom dat kan optreden na het herbeleven van een trauma?

A.A: Verhoogde energie
B.B: Intens verdriet
C.C: Verbeterde concentratie
D.D: Aanhoudende blijdschap

23. Wat zijn signalen van PTSS?

A.De behoefte aan sociale interactie
B.Herbelevingen van de trauma
C.Een toegenomen gevoel van blijdschap
D.Een verbeterde concentratie

24. Trauma-focus therapie richt zich op:

A.Cognitieve verwerking, emotionele regulatie en gedragsveranderingen
B.Slaapverstoringen alleen
C.Vermijding van herinneringen
D.Sociale interacties

25. Wat is een mogelijke gevolg van onbehandelde PTSS?

A.A: Verbeterde relaties
B.B: Werkproblemen
C.C: Toegenomen zelfvertrouwen
D.D: Betere prestaties op school

26. Wat kan trauma veroorzaken volgens de psychologische theorie?

A.Zelfvertrouwen
B.PTSS
C.Creativiteit
D.Onafhankelijkheid

27. Wat is een belangrijke risicofactor voor het ontwikkelen van PTSS?

A.A: Leeftijd
B.B: Geslacht
C.C: Herhaling van trauma
D.D: Sociale status

28. Wat is een kenmerk van chronisch trauma?

A.Het is een eenmalige gebeurtenis
B.Het herhaalt zich over een langere periode
C.Het heeft geen effect op de geestelijke gezondheid
D.Het is altijd zichtbaar

29. Wat houdt 'verhoogde prikkelbaarheid' in bij PTSS?

A.A: Rustige en kalme reacties
B.B: Snel geïrriteerd of boos zijn
C.C: Verhoogde sociale vaardigheden
D.D: Aanhoudende tevredenheid

30. Wat is een veelvoorkomende verkeerde veronderstelling over trauma?

A.Trauma is altijd zichtbaar
B.Trauma kan leiden tot emotionele problemen
C.Iedereen reageert anders op trauma
D.Trauma komt in verschillende vormen voor

31. Wat is een belangrijk aspect van de behandeling van PTSS?

A.A: Vermijden van therapie
B.B: Praten over het trauma
C.C: Genezen door tijd alleen door te brengen
D.D: Negeren van symptomen

32. Wat is een voorbeeld van een enkelvoudige gebeurtenis trauma?

A.Een langdurige mishandeling
B.Een verkeersongeval
C.Een niet-resolutieve scheiding
D.Een leven met financiële zorgen

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.