Tentamen: Vooroordelen en stereotypen

Deze set van flashcards behandelt de belangrijkste concepten rondom vooroordelen en stereotypen in de psychologie. Geschikt voor studenten die de sociale psychologie willen begrijpen en toepassen.

OtterTess1·30 flashcards·30 vragen
wopsychologysocial
0
Ken ik
1 / 30
0
Aan het leren
Voorkant

Wat zijn vooroordelen?

Tik om om te draaien
Achterkant

Vooroordelen zijn ongegronde meningen of attitudes over een groep mensen, vaak gebaseerd op stereotypering.

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(30 vragen)

Vraag 1 van 30

1. Wat zijn vooroordelen?

Termen in deze set(30)

Basisconcepten van Vooroordelen(16)

Wat zijn vooroordelen?

Vooroordelen zijn ongegronde meningen of attitudes over een groep mensen, vaak gebaseerd op stereotypering.

Noem een voorbeeld van een stereotype.

Een stereotype is bijvoorbeeld: 'Alle Duitsers zijn efficiënt.' Dit is een generalisatie die niet op elk individu van toepassing is.

Wat is het verschil tussen vooroordelen en stereotypen?

Vooroordelen zijn negatieve attitudes, terwijl stereotypen gefixeerde ideeën zijn over groepen. Voorbeeld: Vooroordeel = wantrouwen; Stereotype = 'Oost-Europeanen zijn crimineel'.

Hoe ontstaan vooroordelen?

Vooroordelen ontstaan door sociale leren, media-invloed, en persoonlijke ervaringen. Daarenboven spelen groepsdruk en culturele context een rol.

Wat is een zelfvervullende profetie?

Een zelfvervullende profetie is wanneer iemand zich conformeert aan een stereotype, waardoor het stereotype lijkt waar te zijn.

Vul de lege plek in: Vooroordelen kunnen __________ vormen van discriminatie veroorzaken.

verschillende

Waar refereren we naar met de term 'ingroup bias'?

Ingroup bias verwijst naar de neiging om de eigen groep positiever te beoordelen dan buitenstaanders.

Is het waar dat vooroordelen altijd negatief zijn?

Onwaar. Vooroordelen kunnen zowel positieve als negatieve aspecten hebben, maar ze zijn meestal problematisch en onterecht.

Wat is een impliciete bias?

Impliciete bias zijn onbewuste vooroordelen die ons gedrag beïnvloeden zonder dat we ons hiervan bewust zijn.

Geef een voorbeeld van een situatie met impliciete bias.

Bij een sollicitatie kunnen werkgevers onbewust voorkeur geven aan kandidaten van dezelfde etniciteit als zijzelf.

Wat is de rol van sociale categorisatie?

Sociale categorisatie helpt ons de wereld te begrijpen, maar leidt vaak tot vereenvoudigde beelden en vooroordelen.

Wat betekent 'stereotype dreiging'?

Stereotype dreiging is de angst om te falen in overeenstemming met een stereotype, wat de prestaties negatief beïnvloedt.

Geef een voorbeeld van sociale leren.

Een kind leert dat bepaalde groepen minderwaardig zijn door gesprekken tussen volwassenen in zijn omgeving.

Vul de lege plek in: Vooroordelen zijn vaak het gevolg van __________.

onvoldoende kennis

Hoe beïnvloeden media stereotypen?

Media kunnen stereotypen versterken door herhaaldelijk bepaalde beelden of verhalen te tonen die groepen in een bepaald licht plaatsen.

Wat is de 'fundamentele attributiefout'?

De fundamentele attributiefout is de neiging om iemands gedrag te verklaren door hun karakter in plaats van externe factoren.

Gevolgen van Vooroordelen(14)

Gevolgen van vooroordelen op individuen?

Vooroordelen leiden tot: - Laag zelfbeeld - Stress - Verminderde prestaties

Waaruit bestaat groepspolarisatie?

Groepspolarisatie is het fenomeen waarbij groepsleden extremere opvattingen aannemen door vooroordelen. - Versterking van bestaande opvattingen - Toegenomen verdeeldheid

Wat veroorzaakt discriminatie?

Discriminatie ontstaat door vooroordelen, wat leidt tot ongelijke behandeling van individuen op basis van: - Ras - Geslacht - Leeftijd

Valse consensus effect?

Het idee dat anderen dezelfde opvattingen en gedragingen delen. Dit versterkt vooroordelen en stereotypen: - Bevestiging van eigen overtuigingen - Vermindering van openheid

Gevolg van stereotypen op gedrag?

Stereotypen beïnvloeden gedrag doordat ze: - Verwachtingen scheppen - Beoordelingen beïnvloeden

Wat is het 'stereotype bedreiging'?

Het fenomeen waarbij individuen zich zorgen maken dat ze een stereotype bevestigen, wat hun prestaties kan beïnvloeden. Voorbeeld: - Studenten van een bepaalde groep presteren minder goed door angst.

Vooroordelen kunnen leiden tot...

Psychosociale gevolgen zoals: - Isolatie - Afwijzing - Conflicten

Wat is een voorbeeld van institutionele discriminatie?

Discriminatie die geïntegreerd is in systematische structuren. Voorbeelden: - Arbeidsmarktdiscriminatie - Onderwijsongelijkheid

Wat is sociale segregatie?

Het fenomeen waarbij groepen gescheiden leven op basis van vooroordelen, wat leidt tot: - Verminderde sociale interactie - Versterking van stereotypen

Hoe beïnvloeden vooroordelen werkplekrelaties?

Vooroordelen kunnen leiden tot: - Slechtere samenwerking - Verminderde teamdynamiek - Ongelijke kansen

Wat zijn de effecten van vooroordelen op de samenleving?

Vooroordelen veroorzaken: - Sociale ongelijkheid - Conflicten en spanningen - Vertraging van sociale vooruitgang

Indirecte gevolgen van vooroordelen?

Dit omvat: - Versterking van ongelijkheden - Beperking van kansen voor minderheden

Wat is het 'bijwerkingen' van vooroordelen?

Vooroordelen leiden tot: - Psychologische stress bij slachtoffers - Negatieve sociale effecten

Onderwijs en vooroordelen: oorzaak-gevolg?

Vooroordelen in onderwijs leiden tot: - Slechtere onderwijsprestaties - Ongelijke toegang tot middelen

Vragen in deze set(30)

1. Wat zijn vooroordelen?

A.Meningen over groepen zonder grondige kennis.
B.Objectieve beoordelingen van individuen.
C.Altijd positieve attitudes tegenover anderen.
D.Feiten gebaseerd op ervaring.

2. Wat is een gevolg van vooroordelen op het zelfbeeld van individuen?

A.Laag zelfbeeld
B.Verhoogd zelfvertrouwen
C.Geen effect
D.Betere sociale interactie

3. Wat is het verschil tussen vooroordelen en stereotypen?

A.Vooroordelen zijn altijd positief.
B.Stereotypen zijn altijd waar.
C.Vooroordelen zijn attitudes, stereotypen zijn ideeën.
D.Er is geen verschil.

4. Wat betekent groepspolarisatie in de context van vooroordelen?

A.Versterking van opvattingen binnen een groep
B.Vermindering van groepsconflicten
C.Toename van empathie
D.Vermindering van sociale cohesie

5. Hoe kunnen vooroordelen ontstaan?

A.Door sociale leren en media-invloed.
B.Door persoonlijke voorkeuren.
C.Door positieve ervaringen.
D.Door objectieve gegevens.

6. Wat veroorzaakt discriminatie?

A.Ongelijke behandeling op basis van vooroordelen
B.Sociale gelijkheid
C.Psychologische steun
D.Educatieve kansen

7. Wat is een zelfvervullende profetie?

A.Een situatie waarin een stereotype wordt bevestigd.
B.Een vooroordeel dat nooit waar is.
C.Een positieve verwachting van gedrag.
D.Een neutrale observatie van gedrag.

8. Wat is het 'valse consensus effect'?

A.De overtuiging dat anderen dezelfde opvattingen delen
B.De neiging tot conflicten in groepen
C.De afname van sociale interacties
D.Het versterken van vriendschappen

9. Wat is ingroup bias?

A.De neiging om buitenstaanders onterecht te beoordelen.
B.De voorkeur voor de eigen groep.
C.De neutrale observatie van alle groepen.
D.De afkeer van de eigen cultuur.

10. Hoe beïnvloeden stereotypen gedrag?

A.Door verwachtingen te scheppen
B.Door sociale cohesie te bevorderen
C.Door diversiteit te stimuleren
D.Door creativiteit te vergroten

11. Zijn vooroordelen altijd negatief?

A.Ja, ze zijn altijd schadelijk.
B.Nee, ze kunnen zowel positief als negatief zijn.
C.Ja, ze zijn nooit waar.
D.Nee, ze zijn altijd objectief.

12. Wat houdt het fenomeen 'stereotype bedreiging' in?

A.Zorgen om een stereotype te bevestigen
B.Versterking van groepsidentiteit
C.Toegenomen zelfvertrouwen
D.Verbeterde prestaties

13. Wat zijn impliciete biases?

A.Bewuste vooroordelen.
B.Onbewuste vooroordelen die gedrag beïnvloeden.
C.Vooroordelen die altijd waar zijn.
D.Vooroordelen gebaseerd op feiten.

14. Welke psychosociale gevolgen kunnen voortkomen uit vooroordelen?

A.Isolatie en afwijzing
B.Grotere sociale netwerken
C.Verbeterde onderwijsprestaties
D.Toegenomen creativiteit

15. Wat is sociale categorisatie?

A.Het indelen van mensen in groepen.
B.Het beoordelen van individuen op basis van feiten.
C.Het negeren van groepsidentiteiten.
D.Het positief labelen van alle groepen.

16. Wat is een voorbeeld van institutionele discriminatie?

A.Ongelijke toegang tot onderwijs
B.Gelijke behandeling in de maatschappij
C.Verhoogde sociale interactie
D.Socioculturele integratie

17. Wat is stereotype dreiging?

A.De angst om te falen door groepsdruk.
B.De overtuiging dat stereotypes altijd waar zijn.
C.De angst om te falen in overeenstemming met een stereotype.
D.Een positieve bevestiging van groepsidentiteit.

18. Wat is sociale segregatie?

A.Groepen die gescheiden leven op basis van vooroordelen
B.Grotere sociale cohesie
C.Verhoogde mobiliteit
D.Verminderde ongelijkheid

19. Geef een voorbeeld van sociale leren.

A.Een kind leert van zijn eigen ervaringen.
B.Een kind leert dat bepaalde groepen minderwaardig zijn door gesprekken.
C.Een kind leert van boeken.
D.Een kind leert alleen door televisie.

20. Hoe beïnvloeden vooroordelen werkplekrelaties?

A.Verminderde samenwerking
B.Betere teamdynamiek
C.Toegenomen creativiteit
D.Versterkte communicatie

21. Wat zijn de oorzaken van vooroordelen?

A.Informatieoverload.
B.Onvoldoende kennis.
C.Te veel persoonlijke ervaringen.
D.Altijd positieve media-invloed.

22. Wat zijn de effecten van vooroordelen op de samenleving?

A.Sociale ongelijkheid en conflicten
B.Verhoogde solidariteit
C.Toegenomen economische groei
D.Grotere sociale gelijkheid

23. Hoe beïnvloeden media stereotypen?

A.Door altijd de waarheid te tonen.
B.Door negatieve beelden en verhalen te vermijden.
C.Door herhaaldelijk bepaalde beelden te tonen.
D.Door alleen positieve verhalen te vertellen.

24. Wat zijn indirecte gevolgen van vooroordelen?

A.Versterking van ongelijkheden
B.Verhoogde sociale evenementen
C.Betere arbeidsomstandigheden
D.Toegenomen sociale steun

25. Wat is de fundamentele attributiefout?

A.De neiging om externe factoren te negeren.
B.De neiging om iemands gedrag te verklaren door hun karakter.
C.De neiging om positief gedrag te overdrijven.
D.De neiging om groepen altijd gelijk te behandelen.

26. Wat zijn 'bijwerkingen' van vooroordelen?

A.Psychologische stress bij slachtoffers
B.Betere sociale verbindingen
C.Verhoogde creativiteit
D.Meer inclusiviteit

27. Vul de lege plek in: Vooroordelen kunnen __________ vormen van discriminatie veroorzaken.

A.positieve
B.verschillende
C.enkele
D.weinig

28. Hoe leidt onderwijs met vooroordelen tot ongelijke uitkomsten?

A.Slechtere onderwijsprestaties
B.Verbeterde onderwijskansen
C.Gelijke toegang tot middelen
D.Toegenomen motivatie

29. Wat zou je niet verwachten van een stereotype?

A.Dat het gebaseerd is op een enkel individu.
B.Dat het alle individuen in een groep dekt.
C.Dat het altijd positief is.
D.Dat het geen basis heeft in de werkelijkheid.

30. Wat is een voorbeeld van een impliciete bias in een werkomgeving?

A.Een manager kiest automatisch voor kandidaten van dezelfde genderidentiteit.
B.Een teamlid geeft altijd zijn beurt aan iemand met een andere functie.
C.Een collega deelt vaak zijn ideeën zonder te luisteren naar anderen.
D.Een werknemer vraagt om feedback na een presentatie.

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.