Persoonlijkheidsstoornissen clusters begrippen

Deze begrippenlijst omvat belangrijke termen en concepten met betrekking tot persoonlijkheidsstoornissen in clusters, zoals gedefinieerd in de DSM-5. Het biedt studenten inzicht in de kenmerken en classificatie van deze stoornissen.

FoxTess2·32 flashcards·32 vragen
wopsychologyclinical
0
Ken ik
1 / 32
0
Aan het leren
Voorkant

Wat is een persoonlijkheidsstoornis?

Tik om om te draaien
Achterkant

Een persoonlijkheidsstoornis is een langdurig patroon van gedrag, gedachten en emoties dat afwijkt van de verwachtingen van de cultuur.

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(32 vragen)

Vraag 1 van 32

1. Welke van de volgende stoornissen valt onder Cluster B?

Termen in deze set(32)

Flashcards 1(16)

Wat is een persoonlijkheidsstoornis?

Een persoonlijkheidsstoornis is een langdurig patroon van gedrag, gedachten en emoties dat afwijkt van de verwachtingen van de cultuur.

Cluster A persoonlijkheidsstoornissen

Kenmerken: Excentriek, vreemd gedrag. Voorbeelden: paranoïde, schizoïde, en schizotypische stoornissen.

Wat zijn de drie clusters van persoonlijkheidsstoornissen?

Cluster A: Excentriek. Cluster B: Dramatisch. Cluster C: Angstig.

Vul in: Cluster B staat voor ________ gedrag.

Dramatisch.

Kenmerken van cluster C stoornissen

Angstig, geremd. Voorbeelden: ontwijkende, afhankelijke, en obsessief-compulsieve persoonlijkheidsstoornissen.

Wat is een paranoïde persoonlijkheidsstoornis?

Een aandoening gekenmerkt door wantrouwen en achterdocht tegenover anderen, vaak zonder reden.

Moet je een schizoïde persoonlijkheidsstoornis diagnosticeren?

Ja, maar alleen als het gedrag langdurig en invloedrijk is op het dagelijks leven.

Cluster B vs Cluster C

Cluster B: Dramatisch, emotioneel. Cluster C: Angstig, vermijdend.

Wat is de belangrijkste eigenschap van een borderline persoonlijkheidsstoornis?

Instabiliteit in relaties, zelfbeeld en emoties, met impulsief gedrag en intense woede.

Wat is de invloed van omgeving op persoonlijkheidsstoornissen?

Omgevingsfactoren, zoals trauma, kunnen de ontwikkeling beïnvloeden en symptomen verergeren.

Is een antisociale persoonlijkheidsstoornis behandelbaar?

Ja, maar de effectiviteit van behandeling varieert sterk, vooral bij volwassenen.

Wat zijn typische symptomen van een obsessief-compulsieve persoonlijkheidsstoornis?

Perfectionisme, rigide levensstijl, controlebehoefte.

Waaruit bestaat de diagnose persoonlijkheidsstoornissen?

Diagnose omvat klinische interviews, symptomen en gedragsobservaties.

Vul in: Schizotypische persoonlijkheidsstoornis omvat ________ en sociale angst.

Bijzondere gedachten.

Wat is de rol van genetica in persoonlijkheidsstoornissen?

Genetische factoren kunnen bijdragen aan de kwetsbaarheid voor het ontwikkelen van deze stoornissen.

True or False: Persoonlijkheidsstoornissen zijn altijd zichtbaar.

False - Sommige symptomen zijn subtiel en niet altijd onmiddellijk zichtbaar.

Flashcards 2(16)

Wat is de belangrijkste eigenschap van Cluster A?

Cluster A wordt gekenmerkt door vreemde of excentrieke gedragingen. Voorbeelden zijn paranoïde, schizoïde en schizotypische persoonlijkheidsstoornis.

Wat zijn de drie persoonlijkheidsstoornissen in Cluster B?

Cluster B omvat: 1. Antisociale persoonlijkheidsstoornis 2. Borderline persoonlijkheidsstoornis 3. Histrionische persoonlijkheidsstoornis 4. Narcistische persoonlijkheidsstoornis.

Waarvoor staat de term 'emotionele instabiliteit'?

Emotionele instabiliteit verwijst naar snelle en intense stemmingswisselingen, vaak kenmerkend voor borderline persoonlijkheidsstoornis.

Hoe beïnvloedt narcisme relaties?

Narcisme kan leiden tot conflicten en oppervlakkige relaties, omdat individuen met deze stoornis vaak egocentrisch zijn en anderen niet goed kunnen begrijpen.

Vul de lege plaats in: De schizoïde persoonlijkheidsstoornis is __________.

gekenmerkt door sociale terugtrekking en een beperkt emotioneel bereik.

Waarin verschilt antisociale van borderline persoonlijkheidsstoornis?

Antisociale stoornis is vaak gekenmerkt door een gebrek aan empathie en respect voor regels, terwijl borderline stoornis emotionele instabiliteit en impulsiviteit benadrukt.

Wat is een veelvoorkomend symptoom van de histrionische persoonlijkheidsstoornis?

Een veelvoorkomend symptoom is overmatige emotionaliteit en aandachtszoekend gedrag.

Wat zijn de kenmerken van Cluster C?

Cluster C bevat angstige of vreesachtige gedragingen, zoals vermijdende, afhankelijkheid en dwangmatige persoonlijkheidsstoornissen.

Wat is de definitie van de vermijdende persoonlijkheidsstoornis?

Deze stoornis wordt gekenmerkt door een diepgeworteld gevoel van sociale tekortkoming en hypersensitiviteit voor negatieve evaluatie.

Wat is het effect van dwangmatige persoonlijkheidsstoornis op het dagelijks leven?

Dwangmatige persoonlijkheidsstoornis kan leiden tot perfectionisme en obsessieve gedachten, die dagelijkse beslissingen en relaties beïnvloeden.

Vervang de termen: Cluster A - ________.

Cluster A - Excentriek gedrag.

Wat zijn de drie hoofdcategorieën van persoonlijkheidsstoornissen?

De drie hoofdcategorieën zijn: Cluster A (excentriek), Cluster B (dramatisch) en Cluster C (angstig).

Wat zijn de belangrijkste kenmerken van de afhankelijkheidsstoornis?

De afhankelijkheidsstoornis wordt gekenmerkt door een sterke behoefte aan goedkeuring en angst om alleen te zijn.

Waarin lijkt de schizoïde op de schizoïde persoonlijkheidsstoornis?

Beide omvatten sociale terugtrekking, maar schizoïde is minder gevoelig voor emoties.

Wat is een voorbeeld van impulsief gedrag?

Bijvoorbeeld: ondoordachte uitgaven van geld zonder na te denken over de gevolgen.

Waaruit bestaat de diagnostische criteria voor persoonlijkheidsstoornissen?

Criteria omvatten: A. Aanhoudende patronen van gedrag, B. Afwijkingen in cognitie, en C. Significante impact op functioneren.

Vragen in deze set(32)

1. Welke van de volgende stoornissen valt onder Cluster B?

A.Antisociale persoonlijkheidsstoornis
B.Schizoïde persoonlijkheidsstoornis
C.Vermijdende persoonlijkheidsstoornis
D.Dwangmatige persoonlijkheidsstoornis

2. Wat beschrijft het beste een persoonlijkheidsstoornis?

A.Een langdurig patroon van gedrag dat afwijkt van culturele verwachtingen.
B.Een tijdelijke emotionele reactie op een stressvolle situatie.
C.Een fysieke aandoening die gedrag beïnvloedt.
D.Een gevolg van slechte opvoeding.

3. Wat is een kenmerk van de borderline persoonlijkheidsstoornis?

A.Stabiele emoties
B.Zorgvuldig plannen
C.Emotionele instabiliteit
D.Sociale terugtrekking

4. Welke van de volgende stoornissen valt onder cluster A?

A.Paranoïde persoonlijkheidsstoornis.
B.Borderline persoonlijkheidsstoornis.
C.Antisociale persoonlijkheidsstoornis.
D.Obsessief-compulsieve persoonlijkheidsstoornis.

5. Wat is de belangrijkste eigenschap van de afhankelijkheidsstoornis?

A.Overmatige onafhankelijkheid
B.Sterke behoefte aan goedkeuring
C.Vermijden van sociale situaties
D.Impulsieve gedragingen

6. Wat zijn de kenmerken van cluster B persoonlijkheidsstoornissen?

A.Excentriek en vreemd gedrag.
B.Dramatisch en emotioneel gedrag.
C.Angstig en vermijdend gedrag.
D.Rigide en perfectionistisch gedrag.

7. Wat is een veelvoorkomend symptoom van de histrionische persoonlijkheidsstoornis?

A.Perfectionisme
B.Overmatige emotionaliteit
C.Hypersensitiviteit
D.Sociale isolatie

8. Vul in: Cluster C staat voor ________ gedrag.

A.Angstig.
B.Dramatisch.
C.Excentriek.
D.Impulsief.

9. Welke van de volgende kenmerken hoort NIET bij Cluster A?

A.Vreemd gedrag
B.Excentrieke gedragingen
C.Emotionele instabiliteit
D.Schizoïde persoonlijkheidsstoornis

10. Wat is een kenmerk van een schizoïde persoonlijkheidsstoornis?

A.Een sterke behoefte aan sociale interactie.
B.Emotionele instabiliteit.
C.Onverschilligheid tegenover sociale relaties.
D.Intense woede en impulsiviteit.

11. Hoe kan de schizoïde persoonlijkheidsstoornis zich uiten?

A.Actief deelnemen aan sociale evenementen
B.Sterke behoefte aan sociale interactie
C.Beperkt emotioneel bereik
D.Intense woede-uitbarstingen

12. Wat is een belangrijk kenmerk van een borderline persoonlijkheidsstoornis?

A.Stabiele relaties en een consistent zelfbeeld.
B.Impulsiviteit en instabiliteit in relaties.
C.Stereotiepe gedragingen en interesses.
D.Een sterk gevoel van superioriteit.

13. Wat is een typischem voorbeeld van impulsief gedrag?

A.Langzaam beslissen
B.Ongeplande uitgaven
C.Perfectionistisch werken
D.Voorzichtigheid in relaties

14. Wat is een voorbeeld van een angstige persoonlijkheidsstoornis?

A.Antisociale persoonlijkheidsstoornis.
B.Schizoïde persoonlijkheidsstoornis.
C.Ontwijkende persoonlijkheidsstoornis.
D.Paranoïde persoonlijkheidsstoornis.

15. Welke van de volgende stoornissen valt onder Cluster C?

A.Antisociale persoonlijkheidsstoornis
B.Dwangmatige persoonlijkheidsstoornis
C.Borderline persoonlijkheidsstoornis
D.Histrionische persoonlijkheidsstoornis

16. Wat is de rol van omgeving in de ontwikkeling van persoonlijkheidsstoornissen?

A.Omgevingsfactoren hebben geen invloed.
B.Omgevingsfactoren kunnen symptomen verergeren.
C.Alleen genetica is bepalend.
D.Omgeving kan enkel positief zijn.

17. Wat is een belangrijke oorzaak van conflicten in een relatie met iemand met narcisme?

A.Empathisch vermogen
B.Zorgzaamheid voor anderen
C.Egocentrisme
D.Openheid voor communicatie

18. Wat is de definitie van een antisociale persoonlijkheidsstoornis?

A.Een aandoening gekenmerkt door een gebrek aan empathie en schending van de rechten van anderen.
B.Een aandoening gekenmerkt door angst voor sociale situaties.
C.Een aandoening met een obsessieve behoefte aan controle.
D.Een aandoening met intense stemmingswisselingen.

19. Welke van de volgende symptomen is typisch voor de vermijdende persoonlijkheidsstoornis?

A.Overmatige assertiviteit
B.Diepgeworteld gevoel van sociale tekortkoming
C.Sterke behoefte aan controle
D.Intense vreugde in sociale situaties

20. Wat zijn typische symptomen van een obsessief-compulsieve persoonlijkheidsstoornis?

A.Onvoorspelbare stemmingen.
B.Perfectionisme en rigide gedachten.
C.Extreme angst voor het onbekende.
D.Intense narcistische trekjes.

21. Wat is een gangbaar kenmerk van de antisociale persoonlijkheidsstoornis?

A.Sterke sociale vaardigheden
B.Gebrek aan empathie
C.Zorgvuldige planning
D.Ethische overwegingen

22. Welke van de volgende is GEEN cluster A persoonlijkheidsstoornis?

A.Paranoïde persoonlijkheidsstoornis.
B.Schizoïde persoonlijkheidsstoornis.
C.Antisociale persoonlijkheidsstoornis.
D.Schizotypische persoonlijkheidsstoornis.

23. Wat is de definitie van dwangmatige persoonlijkheidsstoornis?

A.Vermijdende gedragingen
B.Overmatige controle en perfectionisme
C.Emotionele instabiliteit
D.Aandachtszoekend gedrag

24. Wat is een kenmerk van een schizotypische persoonlijkheidsstoornis?

A.Een gebrek aan interesse in sociale relaties.
B.Bijzondere denkpatronen en sociale angst.
C.Impulsief en riskant gedrag.
D.Emotionele instabiliteit.

25. Wat is de belangrijkste eigenschap van Cluster C?

A.Dramatische gedragingen
B.Angstige of vreesachtige gedragingen
C.Vreemd gedrag
D.Impulsieve acties

26. Wat is de belangrijkste factor in het diagnosticeren van een persoonlijkheidsstoornis?

A.Klinische interviews en gedragsobservaties.
B.Enkel zelfrapportage van symptomen.
C.Bloedonderzoek.
D.Familiegeschiedenis alleen.

27. Welke van de volgende is GEEN persoonlijkheidsstoornis?

A.Dwangmatige persoonlijkheidsstoornis
B.Schizoïde persoonlijkheidsstoornis
C.Syndroom van Asperger
D.Histrionische persoonlijkheidsstoornis

28. Wat beschrijft de invloed van genetica op persoonlijkheidsstoornissen het beste?

A.Genetische factoren zijn irrelevant.
B.Genetica kan kwetsbaarheid voor ontwikkeling beïnvloeden.
C.Alle persoonlijkheidsstoornissen zijn erfelijk.
D.Genetische factoren zijn de enige oorzaak.

29. Wat zijn de diagnostische criteria voor persoonlijkheidsstoornissen?

A.Aanhoudende patronen van gedrag
B.Specifieke fysieke symptomen
C.Afwijkingen in cognitieve vaardigheden
D.Tijdelijke stemmingswisselingen

30. Is het waar of onwaar dat persoonlijkheidsstoornissen altijd zichtbaar zijn?

A.Waar.
B.Onwaar.
C.Soms waar.
D.Altijd waar.

31. Welke van de volgende stoornissen wordt gekenmerkt door overmatige aandacht voor uiterlijk?

A.Antisociale persoonlijkheidsstoornis
B.Narcistische persoonlijkheidsstoornis
C.Vermijdende persoonlijkheidsstoornis
D.Borderline persoonlijkheidsstoornis

32. Welke van de volgende stellingen over cluster B persoonlijkheidsstoornissen is juist?

A.Ze worden gekenmerkt door dramatisch en emotioneel gedrag.
B.Ze zijn altijd zichtbaar in sociale situaties.
C.Ze omvatten voornamelijk angstige symptomen.
D.Ze zijn niet behandelbaar.

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.