Operante conditionering bekrachtigingsschema's samenvatting

Een samenvatting van operante conditionering en bekrachtigingsschema's, gericht op de belangrijkste concepten en terminologie die relevant zijn voor studenten psychologie in Nederland.

Sparrow91·56 flashcards·56 vragen
wopsychologygeneral
0
Ken ik
1 / 56
0
Aan het leren
Voorkant

Wat is operante conditionering?

Tik om om te draaien
Achterkant

Een leerproces waarbij gedrag wordt beïnvloed door de gevolgen ervan, zoals beloningen of straffen.

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(56 vragen)

Vraag 1 van 56

1. Wat is de belangrijkste functie van operante conditionering?

Termen in deze set(56)

Basisconcepten van operante conditionering(16)

Wat is operante conditionering?

Een leerproces waarbij gedrag wordt beïnvloed door de gevolgen ervan, zoals beloningen of straffen.

Definitie van bekrachtiging.

Een stimulus die de kans op herhaling van een gedrag vergroot. - Positief - Negatief

Wat is negatieve bekrachtiging?

Het wegnemen van een aversieve stimulus om een gedrag te versterken. Bijvoorbeeld: pijnstillers nemen om hoofdpijn te verlichten.

Wat is positieve bekrachtiging?

Het geven van een aangename stimulus na een gewenst gedrag. Bijvoorbeeld: een compliment geven na goed werk.

Waarvoor staat de term 'straffen'?

Een stimulus die de kans op herhaling van een gedrag vermindert. - Positief - Negatief

Invloed van positieve straf.

Een aversieve stimulus wordt toegevoegd. Voorbeeld: een boete voor te hard rijden.

Invloed van negatieve straf.

Een aangename stimulus wordt weggenomen. Voorbeeld: rijbewijs intrekken na verkeersovertreding.

Wat zijn primaire bekrachtigers?

Stimulansen die van nature bekrachtigend zijn, zoals voedsel of water.

Wat zijn secundaire bekrachtigers?

Stimulansen die bekrachtigend worden door associatie met primaire bekrachtigers. Voorbeeld: geld.

Vul de lege ruimte in: 'Operante conditionering richt zich op _______ van gedrag.'

de gevolgen

Wat is discriminatieve prikkeling?

Een stimulus die aangeeft wanneer een bepaald gedrag zal worden bekrachtigd. Voorbeeld: een lichtje dat aangaat voor een beloning.

Verschil tussen bekrachtiging en straf.

Bekrachtiging verhoogt gedrag, straf verlaagt gedrag.

Wat is extinctie in operante conditionering?

Het afnemen van bekrachtiging, waardoor het gedrag afneemt of verdwijnt.

Geef een voorbeeld van klassieke conditionering.

Pavlov's honden, die gingen kwijlen bij het horen van een bel.

Wat is shaping?

Het geleidelijk aanleren van een complex gedrag door kleine stappen te belonen.

Wat is het verschil tussen continu en intermitterend bekrachtigingsschema?

Continu: elke respons wordt bekrachtigd. Intermitterend: alleen sommige responsen worden bekrachtigd.

Bekrachtigingsschema's(20)

Wat zijn bekrachtigingsschema's?

Structuren die bepalen wanneer en hoe vaak een gedrag wordt bekrachtigd.

Noem de vier basis bekrachtigingsschema's.

1. Continue bekrachtiging 2. Intermittente bekrachtiging 3. Vast ratio schema 4. Variabel ratio schema

Wat is continue bekrachtiging?

Elke juiste respons wordt onmiddellijk bekrachtigd. Effectief voor leren.

Wat is een vast ratio schema?

Bekrachtiging na een vast aantal gedragingen. Bijv. elke 10 gedragingen.

Wat is een variabel ratio schema?

Bekrachtiging na een wisselend aantal gedragingen. Dit verhoogt het gedrag.

Vast interval schema → effect?

Gedrag toeneemt net voor de bekrachtiging. Tijdfocused.

Wat is een variabel interval schema?

Bekrachtiging na onvoorspelbare tijdsintervallen. Houdt gedrag vol.

Verschil tussen vast en variabel schema?

Vast = voorspelbaar; variabel = onvoorspelbaar. Effect op motivatie.

Gevolg van vaste ratio bekrachtiging?

Snelle initiatie van gedrag, maar kan leiden tot 'pauseren' na bekrachtiging.

Hoe beïnvloedt variabel ratio schema gedrag?

Hoge en constante respons. Spelautomaten zijn een voorbeeld.

Wat is het effect van intermittent bekrachtiging?

Behoudt gedrag langer dan continue bekrachtiging. Weerstand tegen extinctie.

Wanneer is een vast interval schema effectief?

Bij taken die tijdsgebonden zijn. Onderwijs en werk kunnen voorbeelden zijn.

Waar is een variabel interval schema nuttig?

Bij onvoorspelbare situaties zoals het wachten op een beloning.

Noem een voorbeeld van een vast ratio schema.

Korting op de 5e koffie. Stimuleert frequent gedrag.

Is een variabel ratio schema effectief?

Ja, het stimuleert consistent gedrag door onvoorspelbaarheid.

Wat leren we van bekrachtigingsschema's?

Dat timing en frequentie van bekrachtiging cruciaal zijn voor leerprocessen.

Fill in the blank: Bij een vast interval schema wordt bekrachtigd na ______.

elke vaste tijdsperiode.

Waaruit bestaat een variabel ratio schema?

Onvoorspelbare bekrachtiging na een aantal gedragingen. Creëert spanning.

Is vast interval schema altijd effectief?

Niet altijd. Kan leiden tot inactiviteit tussen intervallen.

Geef een kort voorbeeld van een vast interval schema.

Salaris elke maand. Werknemers werken harder tegen de betaaldatum.

Toepassingen en voorbeelden(12)

Wat is een voorbeeld van positieve bekrachtiging?

Een student krijgt 10 euro voor elke goede toets die hij haalt.

Vul de lege plek in: Verlies van privileges is een voorbeeld van ____.

negatieve bekrachtiging.

Waarvoor wordt een variabel interval schema vaak gebruikt?

Bijvoorbeeld: gokken, waar de beloning onvoorspelbaar is.

Waarin verschilt een vast ratio schema van een variabel ratio schema?

Vast ratio: beloning na vast aantal reacties. Variabel ratio: beloning na onvoorspelbaar aantal reacties.

Waarvoor is operante conditionering nuttig in de opvoeding?

Het kan helpen om gewenst gedrag te versterken, zoals huiswerk maken.

Is het waar dat negatieve bekrachtiging altijd slecht is?

Nee, het is een effectieve manier om gedrag te versterken door aversieve stimuli te verwijderen.

Geef een voorbeeld van een situatie met een variabel ratio schema.

Een loterij waar je na een onvoorspelbaar aantal aankopen een prijs wint.

Wat is de rol van straf in operante conditionering?

Het vermindert ongewenst gedrag, maar kan ook negatieve bijeffecten hebben.

Hoe kan men positieve bekrachtiging toepassen in een werkomgeving?

Werknemers belonen met bonussen voor het behalen van doelstellingen.

Wat is een voorbeeld van directe bekrachtiging?

Een kind krijgt een snoepje direct na het opruimen van speelgoed.

Geef een toepassing van operante conditionering in therapie.

Cognitieve gedragstherapie maakt gebruik van beloningen om nieuw gedrag aan te leren.

Wat is het effect van continu bekrachtigen?

Het leidt snel tot gewenst gedrag, maar kan minder duurzaam zijn.

Vergelijkingen en kritiek(8)

Wat is de vergelijking tussen operante conditionering en klassieke conditionering?

Operante conditionering focust op het belonen of straffen van gedrag, terwijl klassieke conditionering gebaseerd is op associaties tussen stimuli.

Waarin verschilt operante conditionering van sociale leertheorie?

Sociale leertheorie benadrukt observatie en imitatief leren, terwijl operante conditionering zich richt op directe bekrachtiging van gedrag.

Waarvoor wordt operante conditionering vaak bekritiseerd?

Het negeert interne mentale processen en kan leiden tot ongewenst gedrag als bekrachtiging wegvalt.

Vul de lege plek in: De basis van operante conditionering is ______.

Het gebruik van bekrachtiging en straf.

Welke kritiek is er op het gebruik van straffen in operante conditionering?

Straffen kunnen angst en vijandigheid opwekken, en ze leren geen gewenst gedrag aan.

Wat toont onderzoek aan over bekrachtiging en motivatie?

Positieve bekrachtiging verhoogt motivatie en betrokkenheid bij gedrag; negatieve bekrachtiging kan averechts werken.

Is het waar dat operante conditionering altijd effectiever is dan klassieke conditionering?

Onjuist. Beide methoden hebben hun eigen toepassingen en effectiviteit afhankelijk van de context.

Geef een voorbeeld van een situatie waarin sociale leertheorie beter werkt dan operante conditionering.

Kinderen leren vaak door anderen te observeren, zoals het imiteren van vrienden zonder directe beloning.

Vragen in deze set(56)

1. Wat is de belangrijkste functie van operante conditionering?

A.Het beïnvloeden van gedrag door gevolgen
B.Het aanleren van reflexen
C.Het verhogen van sociale interactie
D.Het verbeteren van geheugen

2. Wat definieert een vast interval schema?

A.Bekrachtiging na elke vaste tijdsperiode
B.Bekrachtiging na een vast aantal gedragingen
C.Bekrachtiging na onvoorspelbare tijdsintervallen
D.Elke juiste respons wordt onmiddellijk bekrachtigd

3. Wat is een voorbeeld van negatieve bekrachtiging?

A.Een leerling krijgt een compliment voor zijn goede toets.
B.Een werknemer krijgt een vrije dag voor het behalen van zijn targets.
C.Een kind mag langer spelen als het zijn huiswerk op tijd maakt.
D.Een student ontvangt een bonus voor elke ingeleverde opdracht.

4. Wat is het belangrijkste verschil tussen operante conditionering en klassieke conditionering?

A.Operante conditionering is gebaseerd op beloningen en straffen.
B.Klassieke conditionering focust op directe bekrachtiging.
C.Beide methoden zijn identiek in hun aanpak.
D.Operante conditionering negeert het gedrag van het individu.

5. Welk voorbeeld illustreert positieve bekrachtiging?

A.Een kind krijgt een snoepje voor het opruimen van zijn kamer
B.Een student krijgt straf voor spieken
C.Een werknemer verliest zijn bonus door slecht presteren
D.Een automobilist krijgt een boete voor te hard rijden

6. Wat is een voorbeeld van een variabel ratio schema?

A.Korting op elke 10e aankoop
B.Bekrachtiging na 3-7 gedragingen
C.Maandelijkse salarisbetaling
D.Bij elke juiste antwoord in een quiz

7. Welke van de volgende is een voorbeeld van een vast ratio schema?

A.Een werknemer ontvangt een bonus voor elke vijfde verkoop.
B.Een kind krijgt een snoepje na elke keer dat het zijn kamer opruimt.
C.Een gokker wint na een onvoorspelbaar aantal inzetten.
D.Een student ontvangt extra studiepunten na elke ingeleverde opdracht.

8. Wat is een kernpunt van sociale leertheorie in tegenstelling tot operante conditionering?

A.Het benadrukt imitatief leren en observatie.
B.Het is uitsluitend gericht op straf.
C.Het negeert de rol van beloningen.
D.Het is minder effectief dan operante conditionering.

9. Wat is het effect van negatieve bekrachtiging?

A.Het vermindert de kans op een gedrag
B.Het versterkt een gedrag door het wegnemen van een ongewenste stimulus
C.Het heeft geen effect op gedrag
D.Het introduceert een nieuwe stimulus

10. Welke van de volgende situaties is een voorbeeld van continue bekrachtiging?

A.Elke keer dat een hond gaat zitten, krijgt hij een beloning
B.Zodra een leerling een toets maakt, ontvangt hij feedback
C.Een werknemer ontvangt elke maand salaris
D.Een speler wint een prijs na elke 5 spellen

11. Wat is de belangrijkste reden voor het gebruik van een variabel interval schema?

A.Het creëert een voorspelbare beloning.
B.Het moedigt consistent gedrag aan door onregelmatige beloningen.
C.Het is de gemakkelijkste manier om gedrag te veranderen.
D.Het biedt onmiddellijke beloningen na elke actie.

12. Welk van de volgende kritiekpunten is NIET van toepassing op operante conditionering?

A.Het kan leiden tot ongewenst gedrag zonder bekrachtiging.
B.Het negeert interne mentale processen.
C.Het bevordert altijd positief gedrag.
D.Het kan angst en vijandigheid opwekken.

13. Welke van de volgende definities beschrijft 'straffen' het beste?

A.Een stimulus die de kans op herhaling van een gedrag vermindert
B.Een stimulus die de kans op herhaling van een gedrag vergroot
C.Een negeren van ongewenst gedrag
D.Een beloning voor goed gedrag

14. Wat is een belangrijk kenmerk van een vast ratio schema?

A.Onvoorspelbaarheid van bekrachtiging
B.Snelle initiatie van gedrag
C.Tijdsgebaseerde bekrachtiging
D.Weinig motivatie tussen beloningen

15. Wat is het verschil tussen positieve en negatieve bekrachtiging?

A.Positieve bekrachtiging voegt iets toe, negatieve verwijdert iets.
B.Positieve bekrachtiging is effectiever dan negatieve.
C.Er is geen verschil, ze zijn synoniemen.
D.Negatieve bekrachtiging heeft altijd negatieve effecten.

16. Wat is de basis van operante conditionering?

A.Het gebruik van bekrachtiging en straf.
B.De associatie tussen stimuli.
C.Observatie van anderen.
D.Het negeren van gedragingen.

17. Wat is een voorbeeld van primaire bekrachtigers?

A.Geld
B.Voedsel
C.Complimenten
D.Speelgoed

18. Wat is het effect van een variabel interval schema op gedrag?

A.Verhoogt de motivatie door voorspelbaarheid
B.Biedt onvoorspelbare beloningen in tijd
C.Verlaagt de frequentie van zelfstandig gedrag
D.Veroorzaakt gedragspauzes tussen beloningen

19. Welk van de volgende gedragstherapieën maakt gebruik van operante conditionering?

A.Psychodynamische therapie.
B.Cognitieve gedragstherapie.
C.Humanistische therapie.
D.Systemische therapie.

20. Welke uitspraak over straffen in operante conditionering is waar?

A.Het leert geen gewenst gedrag aan.
B.Het is altijd effectiever dan beloning.
C.Het is een noodzakelijke component van leren.
D.Het heeft geen effect op de motivatie.

21. Wat gebeurt er tijdens extinctie in operante conditionering?

A.Gedrag neemt toe
B.Gedrag neemt af door gebrek aan bekrachtiging
C.Gedrag blijft gelijk
D.Gedrag wordt versterkt

22. Wat is het belangrijkste verschil tussen een vast en variabel bekrachtigingsschema?

A.Vast is onvoorspelbaar, variabel is voorspelbaar
B.Vast is voorspelbaar, variabel is onvoorspelbaar
C.Vast leidt tot meer motivatie dan variabel
D.Variabel is altijd effectiever dan vast

23. Wat is een voorbeeld van een situatie met een vast interval schema?

A.Een werknemer krijgt elke maand zijn salaris.
B.Een kind krijgt een snoepje na vijf keer goed gedrag.
C.Een gokker wint na een variabel aantal inzetten.
D.Een student ontvangt punten na iedere ingeleverde opdracht.

24. Wat zegt onderzoek over de impact van positieve bekrachtiging?

A.Het verhoogt motivatie en betrokkenheid.
B.Het leidt altijd tot vermijdingsgedrag.
C.Het is minder effectief dan straf.
D.Het heeft geen effect op gedrag.

25. Wat is de primaire functie van discriminatieve prikkeling?

A.Om aan te geven wanneer gedrag bekrachtigd zal worden
B.Om gedrag te straffen
C.Om gedrag te negeren
D.Om reflexmatig gedrag te conditioneren

26. Wat kan leiden tot inactiviteit in een vast interval schema?

A.Te lange tijd tussen bekrachtigingen
B.Onvoorspelbare beloningen
C.Te veel bekrachtiging
D.Directe feedback

27. Welke van de volgende opties beschrijft een voorbeeld van straf?

A.Een kind wordt beloond voor goed gedrag.
B.Een leerling krijgt een schriftelijke waarschuwing voor spieken.
C.Een werknemer krijgt een bonus voor goede prestaties.
D.Een student ontvangt een compliment voor participatie.

28. Is het waar dat operante conditionering altijd effectiever is dan klassieke conditionering?

A.Onjuist, beide hebben verschillende effectiviteit.
B.Ja, omdat beloning altijd werkt.
C.Ja, omdat het directe gevolgen heeft.
D.Onjuist, sociale leertheorie is altijd beter.

29. Welk van de volgende is een voorbeeld van negatieve straf?

A.Een boete ontvangen voor hard rijden
B.Een kind mag niet meer buiten spelen na slecht gedrag
C.Een compliment ontvangen voor goed werk
D.Een leerling krijgt extra huiswerk na spieken

30. Wat is niet een gevolg van intermittent bekrachtiging?

A.Hogere weerstand tegen extinctie
B.Langere tijd om gedrag vol te houden
C.Snelle leren van nieuw gedrag
D.Behoud van gedrag over langere tijd

31. Wat is de invloed van continu bekrachtigen op gedrag?

A.Het leidt langzaam tot gewenst gedrag.
B.Het maakt gedrag minder duurzaam.
C.Het heeft nooit effect op gedrag.
D.Het is altijd meer effectief dan andere schema's.

32. In welke situatie zal sociale leertheorie waarschijnlijk effectiever zijn dan operante conditionering?

A.Bij het imiteren van vrienden in een sociale setting.
B.Wanneer er onmiddellijke straffen zijn voor gedrag.
C.Als het gaat om beloningen voor individueel gedrag.
D.Bij het aanleren van mechanische vaardigheden.

33. Wat is shaping in operante conditionering?

A.Het proces van het geleidelijk aanleren van complex gedrag
B.Het direct straffen van ongewenst gedrag
C.Het negeren van ongewenst gedrag
D.Het belonen van elke respons

34. Bij welk schema is het gedrag het meest constant?

A.Vast interval schema
B.Vast ratio schema
C.Variabel interval schema
D.Continue bekrachtiging

35. Welke van de volgende scenario's is GEEN voorbeeld van operante conditionering?

A.Een kind krijgt een snoepje voor opruimen.
B.Een hond leert zitten door beloning.
C.Een leerling leert door zelfstudie zonder feedback.
D.Een werknemer krijgt een bonus voor het behalen van doelen.

36. Wat is het belangrijkste verschil tussen continu en intermitterend bekrachtigingsschema?

A.Continu bekrachtigen elke respons, intermitterend soms
B.Intermitterend bekrachtigen elke respons, continu nooit
C.Continu is altijd negatief, intermitterend altijd positief
D.Intermitterend is eenvoudiger dan continu

37. Wat is een veelvoorkomend voorbeeld van een vast ratio schema?

A.Een bioscoopkaartje na 10 bezoeken
B.Korting na elk 3e product
C.Een beloning voor elke minuut studeren
D.Volgen op een onvoorspelbare tijd

38. Wat is de rol van positieve bekrachtiging in de opvoeding?

A.Het vermindert ongewenst gedrag.
B.Het versterkt gewenst gedrag.
C.Het heeft geen invloed op gedrag.
D.Het veroorzaakt altijd afhankelijkheid.

39. Welke van de volgende is geen voorbeeld van secundaire bekrachtiger?

A.Geld
B.Voedsel
C.Loyaliteitspunten
D.Complimenten

40. Wat is niet een kenmerk van een variabel ratio schema?

A.Verhoogt gedrag door onvoorspelbaarheid
B.Komt vaak voor in gokspellen
C.Geleidelijke afname van motivatie
D.Houdt de frequentie van gedrag hoog

41. Welke van de volgende beschrijvingen is waar over een variabel ratio schema?

A.Beloningen zijn voorspelbaar en regelmatig.
B.Het creëert een hoge motivatie door onvoorspelbare beloningen.
C.Het is hetzelfde als een vast ratio schema.
D.Het is niet effectief bij gedragsverandering.

42. Wat gebeurt er bij positieve straf?

A.Een aversieve stimulus wordt toegevoegd
B.Een aangename stimulus wordt weggenomen
C.Er wordt niets gedaan
D.Een negering van het gedrag

43. Waarom is een vast interval schema effectief in onderwijs?

A.Het vertraagt de leerprocessen
B.Het creëert een voorspelbare structuur
C.Het is altijd variabel
D.Het geeft geen duidelijke tijdslimiet

44. Wat is een voorbeeld van een variabel interval schema?

A.Een medewerker ontvangt elke maand een bonus afhankelijk van de behaalde resultaten.
B.Een student krijgt een cijfer voor elke ingeleverde opdracht.
C.Een kind krijgt een snoepje na het opruimen van speelgoed.
D.Een lotto-speler wint na een onvoorspelbaar aantal keren spelen.

45. Wat illustreert het concept van negatieve bekrachtiging het beste?

A.Een student krijgt een compliment voor goed werk
B.Een automobilist neemt een pijnstiller om hoofdpijn te verlichten
C.Een kind krijgt straf voor slecht gedrag
D.Een werknemer krijgt een bonus voor hard werken

46. Wat maakt de effectiviteit van variabele schema's uniek?

A.De voorspelbaarheid van beloningen
B.De onvoorspelbaarheid van beloningen
C.De snelheid van leren
D.De directe feedback mogelijkheden

47. Wat is het effect van positieve bekrachtiging op gedrag?

A.Het vermindert de kans op herhaling van het gedrag
B.Het heeft geen effect
C.Het vergroot de kans op herhaling van het gedrag
D.Het leidt tot extinctie

48. Waarom kan vaste ratio bekrachtiging leiden tot pauzes in gedrag?

A.Het gedrag is altijd consistent
B.Het gedrag is afhankelijk van tijd
C.Het gedrag kan een periode van inactiviteit veroorzaken na bekrachtiging
D.Het is voorspelbaar

49. Wat is een voorbeeld van discriminatieve prikkeling?

A.Een hond leert te zitten als de trainer een traktatie laat zien
B.Een kind krijgt straf voor ongehoorzaamheid
C.Een leerling krijgt huiswerk opgelegd
D.Een automobilist negeert verkeersborden

50. Welke van de volgende schema's wordt het meest gebruikt in gokautomaten?

A.Vast interval schema
B.Continue bekrachtiging
C.Vast ratio schema
D.Variabel ratio schema

51. Wat beschrijft het beste het effect van positieve bekrachtiging op gedrag?

A.Het verhoogt de kans dat het gedrag herhaald wordt.
B.Het vermindert de kans dat het gedrag herhaald wordt.
C.Het heeft geen effect op het gedrag.
D.Het leidt tot extinctie van het gedrag.

52. Wat is een kans om gedrag te leren bij continue bekrachtiging?

A.Hogere kans op extinctie
B.Snellere vermindering van gedrag
C.Langzame feedback
D.Hogere weerstand tegen extinctie

53. Wat is de hoofdreden dat een variabel ratio schema effectief is?

A.Het biedt constante beloningen
B.Het creëert een gevoel van spanning
C.Het is voorspelbaar
D.Het leidt tot snelle resultaten

54. Wat is een voorbeeld van een vast interval schema in het dagelijks leven?

A.Salaris elke maand
B.Beloning na elke 5e taak
C.Korting op de 10e aankoop
D.Onvoorspelbare feedback op werk

55. Wat is de effect van een vast ratio schema op gedragspauzes?

A.Het vermindert pauzes in gedrag
B.Het veroorzaakt vaak pauzes na bekrachtiging
C.Het leidt tot constante activiteit
D.Het maakt gedrag onvoorspelbaar

56. Welke van de volgende situaties is een voorbeeld van een variabel interval schema?

A.Wachten op een onvoorspelbare beloning
B.Elke week salaris ontvangen
C.Korting op elke vijfde aankoop
D.Elke dag om 10 uur een bericht ontvangen

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.