Eindexamen conditioneren eindexamen

Eindexamenstof over conditioneren in de psychologie, inclusief belangrijke concepten en definities.

Bold18·18 flashcards·15 vragen
eindexamenpsychologygeneral
0
Ken ik
1 / 18
0
Aan het leren
Voorkant

Wat is klassieke conditionering?

Tik om om te draaien
Achterkant

Klassieke conditionering is een leerproces waarbij een neutrale stimulus herhaaldelijk gepaard gaat met een onvoorwaardelijke stimulus, waardoor de neutrale stimulus een voorwaardelijke stimulus wordt.

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(15 vragen)

Vraag 1 van 15

1. Wat gebeurt er bij klassieke conditionering?

Termen in deze set(18)

Wat is klassieke conditionering?

Klassieke conditionering is een leerproces waarbij een neutrale stimulus herhaaldelijk gepaard gaat met een onvoorwaardelijke stimulus, waardoor de neutrale stimulus een voorwaardelijke stimulus wordt.

Wat is operante conditionering?

Operante conditionering is een leerproces waarbij gedrag wordt beïnvloed door de gevolgen ervan, zoals beloningen of straffen.

Wie is de grondlegger van klassieke conditionering?

Ivan Pavlov, die experimenten uitvoerde met honden en hun speekselreacties op voedsel.

Wie ontwikkelde de theorie van operante conditionering?

B.F. Skinner, die het concept van bekrachtiging en straf introduceerde.

Wat is een onvoorwaardelijke stimulus?

Een onvoorwaardelijke stimulus is een stimulus die automatisch een reactie oproept zonder enige eerdere conditionering.

Geef een voorbeeld van een voorwaardelijke stimulus.

Een bel die rinkelt voordat het eten wordt gegeven, kan een voorwaardelijke stimulus zijn die honger oproept.

Vul de lege ruimte in: Conditionering is een __________ proces.

Conditionering is een leerproces.

Wat is een bekrachtiger?

Een bekrachtiger is een stimulus die de kans op een bepaald gedrag vergroot.

Wat is negatieve bekrachtiging?

Negatieve bekrachtiging houdt in dat een aversieve stimulus wordt verwijderd als gevolg van gewenst gedrag, wat de kans vergroot dat dat gedrag in de toekomst herhaald wordt.

Wat is straffen?

Straf is een gevolg dat de kans op het herhalen van een gedrag vermindert.

Verschil tussen positieve en negatieve bekrachtiging.

Positieve bekrachtiging voegt een aangename stimulus toe, terwijl negatieve bekrachtiging een aversieve stimulus verwijdert.

Wat is een extinction process?

Extinctie is het proces waarbij een voorwaardelijke reactie afneemt of verdwijnt door het wegvallen van de bekrachtiging.

Wat is spontane terugkeer?

Spontane terugkeer is het fenomeen waarbij een voorwaardelijke reactie opnieuw optreedt na een periode van extinctie.

Noem een belangrijk experiment van Watson.

Het 'Little Albert' experiment, waar een jongen angstig werd voor een witte rat door koppeling aan een luid geluid.

Wat is shaping?

Shaping is het proces waarbij gedrag geleidelijk wordt gevormd door het belonen van stappen die dichter bij het gewenste gedrag komen.

Wat is de rol van de CS?

De CS, of voorwaardelijke stimulus, is de stimulus die oorspronkelijk neutraal was maar een reactie oproept na conditionering.

Wat is de rol van de UCS?

De UCS, of onvoorwaardelijke stimulus, is de stimulus die automatisch een ongeconditioneerde reactie oproept.

Wat is een voorbeeld van negatieve straf?

Het wegnemen van speeltijd als een kind zich slecht gedraagt.

Vragen in deze set(15)

1. Wat gebeurt er bij klassieke conditionering?

A.Neutrale stimulus koppelen aan onvoorwaardelijke stimulus
B.Beloning geven voor gedrag
C.Gedrag straffen
D.Stimulus verwijderen

2. Wat is het doel van operante conditionering?

A.Gedrag versterken of verzwakken
B.Reacties op onvoorwaardelijke stimuli
C.Associaties maken
D.Gedrag observeren

3. Is het waar dat extinctie leidt tot het verdwijnen van een reactie?

A.Ja
B.Nee
C.Soms
D.Altijd

4. Wat is shaping?

A.Geheel nieuw gedrag aanleren
B.Stapsgewijs gedrag vormen
C.Extinctie toepassen
D.Negatieve bekrachtiging

5. Wat is een voorbeeld van positieve bekrachtiging?

A.Lobbie geven voor goed gedrag
B.Een straf opleggen
C.Afsnijden van privileges
D.Negatieve gevolgen vermijden

6. Wat gebeurt er bij negatieve bekrachtiging?

A.Aversieve stimulus wordt toegevoegd
B.Aversieve stimulus wordt verwijderd
C.Gedrag wordt niet veranderd
D.Reactie wordt versterkt

7. Is het waar dat straffen altijd effectief is?

A.Ja
B.Nee
C.Soms
D.Altijd

8. Welk experiment illustreert klassieke conditionering?

A.Little Albert
B.Skinner Box
C.Pavlov's honden
D.Watson's ratten

9. Wat is spontane terugkeer?

A.Herstel van gedrag na extinctie
B.Directe beloning
C.Straf als gevolg van gedrag
D.Versterking van gedrag

10. Veroorzaakt negatieve straf een toename in ongewenst gedrag?

A.Ja
B.Nee
C.Soms
D.Altijd

11. Wat is het effect van beloningen op gedrag?

A.Versterken
B.Verzwakken
C.Neutraal
D.Geen effect

12. Is een onvoorwaardelijke stimulus altijd effectief?

A.Ja
B.Nee
C.Soms
D.Altijd

13. Is het waar dat conditionering alleen in dieren plaatsvindt?

A.Ja
B.Nee
C.Soms
D.Altijd

14. Wat is de rol van bekrachtigers in operante conditionering?

A.Ze verzwakken gedrag
B.Ze versterken gedrag
C.Ze hebben geen effect
D.Ze zorgen voor extinctie

15. Wat is de basis van operante conditionering?

A.Associaties maken
B.Gevolgen van gedrag
C.Herhaling van gedrag
D.Spontane reacties

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.