DSM-5 classificatie tentamenvragen

Studievragen en notities over de DSM-5 classificatie voor psychologie studenten. Dit set bevat belangrijke termen en concepten die relevant zijn voor klinische psychologie en psychopathologie.

Sophie26·32 flashcards·32 vragen
wopsychologyclinical
0
Ken ik
1 / 32
0
Aan het leren
Voorkant

Wat is de DSM-5?

Tik om om te draaien
Achterkant

De DSM-5 is het diagnostisch en statistisch handboek voor mentale stoornissen, gebruikt door professionals voor classificatie en diagnose.

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(32 vragen)

Vraag 1 van 32

1. Wat is de primaire functie van de DSM-5?

Termen in deze set(32)

Flashcards 1(16)

Wat is de DSM-5?

De DSM-5 is het diagnostisch en statistisch handboek voor mentale stoornissen, gebruikt door professionals voor classificatie en diagnose.

Wat beschrijft de diagnose "Depressieve Stoornis"?

Een aanhoudende laag humeur, verlies van interesse, en andere symptomen zoals vermoeidheid en veranderingen in eetlust.

Waarvoor staat de afkorting DSM?

Diagnostisch en Statistisch Handboek voor Mentale Stoornissen.

Waar is de DSM-5 van belang?

Diagnose, onderzoek, behandeling en verzekering in de geestelijke gezondheidszorg.

Waarin verschilt een "Stemmingstoornis" van een "Angstoornis"?

Stemmingstoornissen betreffen emoties, terwijl angstoornissen zich richten op angst en vrees.

Vul in: De DSM-5 bevat _____ hoofdstukken.

20 hoofdstukken met verschillende categorieën van mentale stoornissen.

Wat zijn de drie criteria voor het stellen van een diagnose?

Klinische symptomen, duur van symptomen, en impact op functioneren.

Waarvoor wordt de diagnose "Bipolaire Stoornis" gebruikt?

Voor het identificeren van perioden van manie en depressie bij patiënten.

Is de DSM-5 cultureel neutraal? Waar of niet waar?

Niet waar; de DSM-5 erkent culturele verschillen die van invloed zijn op diagnose.

Noem een voorbeeld van een angststoornis.

Paniekstoornis, sociale angststoornis, of gegeneraliseerde angststoornis.

Wat zijn de symptomen van een "Posttraumatische Stressstoornis"?

Herinneringen, nachtmerries, en verhoogde prikkelbaarheid na een traumatische gebeurtenis.

Wat definieert een "Persoonlijkheidsstoornis"?

Een duurzaam patroon van innerlijke ervaringen en gedragingen die afwijken van de verwachtingen van de cultuur.

Wat is de rol van de "ICD" in verband met de DSM-5?

De ICD (Internationale Classificatie van Ziekten) biedt een internationale standaard voor diagnose, complementair aan de DSM-5.

Noem twee voorbeelden van eetstoornissen.

Anorexia nervosa en bulimia nervosa.

Hoeveel criteria zijn er voor "Autismespectrumstoornis"?

Er zijn drie hoofdcriteria: sociale communicatie, repetitieve gedragingen, en beperkte interesses.

Vul in: De DSM-5 classificeert mentale stoornissen in _____.

Hoofdcategorieën en subcategorieën.

Flashcards 2(16)

Wat is de definitie van een psychose?

Een psychose is een toestand waarin iemand het contact met de werkelijkheid verliest. Kenmerken zijn hallucinaties en wanen.

Vul de lege plaats in: De primaire symptomen van schizofrenie zijn ________ en ________.

wanen; hallucinaties

Waar of niet waar: Alle angststoornissen zijn hetzelfde.

Niet waar. Er zijn verschillende soorten angststoornissen, zoals gegeneraliseerde angststoornis en sociale fobie.

Wat zijn de drie hoofdtypes van stemmingsstoornissen?

1. Depressieve stoornissen 2. Bipolaire stoornissen 3. Dysthymie

Verschil tussen type 1 en type 2 bipolaire stoornis?

Type 1 heeft manische episodes; type 2 heeft hypomanische episodes zonder volledige manie.

Wat zijn de symptomen van een paniekstoornis?

Herhaalde paniekaanvallen, bezorgdheid over aanvallen, gedragsveranderingen om aanvallen te vermijden.

Geef een voorbeeld van een obsessieve-compulsieve stoornis.

Een persoon die herhaaldelijk de deur controleert om zeker te zijn dat deze op slot is.

Hoe wordt de ernst van een depressie gemeten?

Met behulp van gestandaardiseerde vragenlijsten zoals de Beck Depression Inventory (BDI).

Waar of niet waar: Autismespectrumstoornis is altijd gemakkelijk te diagnosticeren.

Niet waar. De symptomen kunnen variëren en verbergen zich vaak achter andere gedragingen.

Wat is de rol van neurotransmitters in psychische aandoeningen?

Ze beïnvloeden stemming en gedrag; een onbalans kan leiden tot stoornissen.

Vul de lege plaats in: De DSM-5 is de ________ voor classificatie van psychische stoornissen.

standaard

Wat zijn de criteria voor een diagnose van een eetstoornis?

Verstoord eetgedrag, significante gewichtsverandering, en onrealistisch lichaamsbeeld.

Vergelijk posttraumatische stressstoornis (PTSS) met een normale stressreactie.

PTSS gaat gepaard met aanhoudende symptomen; normale stressreactie is tijdelijk.

Wat zijn de belangrijkste risicofactoren voor verslaving?

Genetische aanleg, omgevingsfactoren, psychische stoornissen.

Geef een voorbeeld van een psychische aandoening die vaak samen voorkomt met angststoornissen.

Depressie is vaak comorbide met angststoornissen.

Wat zijn de classificatieniveaus in DSM-5?

1. Diagnostische criteria 2. Specifieke aandoeningen 3. Comorbiditeit

Vragen in deze set(32)

1. Wat is de primaire functie van de DSM-5?

A.Diagnose en classificatie van mentale stoornissen.
B.Behandeling van patiënten.
C.Publicatie van psychologische onderzoeken.
D.Ontwikkeling van nieuwe psychofarmaca.

2. Wat is de definitie van een angststoornis?

A.Een aandoening gekenmerkt door overmatige angst en bezorgdheid.
B.Een toestand waarbij iemand altijd gelukkig is.
C.Een mentale stoornis zonder symptomen.
D.Een tijdelijke fase van verdriet.

3. Wat is een kenmerk van een 'Stemmingstoornis'?

A.Aanhoudende angstgevoelens.
B.Verlies van interesse in dagelijkse activiteiten.
C.Herinneringen aan trauma.
D.Repetitieve gedragingen.

4. Welke van de volgende symptomen is GEEN kenmerk van een paniekstoornis?

A.Zweetaanvallen
B.Hartkloppingen
C.Langdurige stemming
D.Kortademigheid

5. Welk van de volgende is GEEN type angstoornis?

A.Gegeneraliseerde angststoornis.
B.Posttraumatische stressstoornis.
C.Paniekstoornis.
D.Dysthyme stoornis.

6. Vul de lege plaats in: De belangrijkste symptomen van een obsessieve-compulsieve stoornis zijn ________ en ________.

A.obsessies; compulsies
B.angsten; depressies
C.woede; verdriet
D.fobieën; paniekaanvallen

7. Wat zijn de symptomen van 'Bipolaire Stoornis'?

A.Enkel manische episodes.
B.Enkel depressieve episodes.
C.Periodes van manie en depressie.
D.Geen symptomen.

8. Wat zijn de drie hoofdgroepen van verslavingsstoornissen?

A.Stofgebonden, gedragsmatig, en psychologisch.
B.Fysiek, emotioneel, en sociaal.
C.Acute, chronische, en tijdelijke.
D.Lichamelijk, geestelijk, en temperamentvol.

9. Wat beschrijft de term 'Persoonlijkheidsstoornis'?

A.Een tijdelijke stemmingsverandering.
B.Een duurzaam gedragspatroon dat afwijkt van de cultuur.
C.Een angstreactie op een specifieke situatie.
D.Verlies van interesse in sociale contacten.

10. Waar of niet waar: Depressieve stoornissen zijn altijd te herkennen aan externe symptomen.

A.Niet waar
B.Waar
C.Soms waar
D.Altijd waar

11. Hoeveel hoofdstukken bevat de DSM-5?

A.10
B.15
C.20
D.25

12. Welke van de volgende aandoeningen is GEEN stemmingsstoornis volgens DSM-5?

A.Dysthymie
B.Bipolaire stoornis
C.Obsessieve-compulsieve stoornis
D.Major Depressieve Stoornis

13. Wat zijn de criteria voor het stellen van een diagnose?

A.Symptomen, sociale achtergrond, en opleiding.
B.Klinische symptomen, duur van symptomen, en impact op functioneren.
C.Genetische factoren, leeftijd, en geslacht.
D.Ziektegeschiedenis, medicatiegebruik, en ziekenhuisopnames.

14. Wat is de rol van cognitieve gedragstherapie bij de behandeling van angststoornissen?

A.Het helpt om negatieve gedachten te identificeren en veranderen.
B.Het biedt medicatie voor de symptomen.
C.Het vermijdt confrontatie met de angst.
D.Het richt zich op het verleden van de patiënt.

15. Waarom is de DSM-5 niet cultureel neutraal?

A.Omdat culturele verschillen invloed hebben op diagnose.
B.Omdat het alleen op westerse stoornissen is gebaseerd.
C.Omdat het geen aandacht aan cultuur besteedt.
D.Omdat alle diagnoses universeel zijn.

16. Vul de lege plaats in: De DSM-5 hanteert ________ als een standaard voor het diagnosticeren van psychische aandoeningen.

A.gestandaardiseerde criteria
B.een subjectieve benadering
C.een alternatieve geneeskunde
D.de leeftijd van de patiënt

17. Wat is een voorbeeld van een eetstoornis?

A.Bipolaire stoornis.
B.Anorexia nervosa.
C.Dysthyme stoornis.
D.Sociale angststoornis.

18. Wat zijn de symptomen van een posttraumatische stressstoornis (PTSS)?

A.Herbeleving van trauma, vermijden van triggers, verhoogde prikkelbaarheid.
B.Constante vreugde en optimisme.
C.Verlies van interesse in hobby's.
D.Chronische vermoeidheid en slapeloosheid.

19. Wat zijn de symptomen van 'Posttraumatische Stressstoornis'?

A.Verlies van eetlust en gewicht.
B.Herinneringen, nachtmerries, en verhoogde prikkelbaarheid.
C.Chronische vermoeidheid.
D.Sociale isolatie.

20. Welke factor is GEEN risicofactor voor ontwikkeling van een angststoornis?

A.Genetische aanleg
B.Hoge sociale steun
C.Omgevingsfactoren
D.Psychische aandoeningen

21. Welk van de volgende is GEEN kenmerk van 'Autismespectrumstoornis'?

A.Sociale communicatieproblemen.
B.Repetitieve gedragingen.
C.Gestoorde eetgewoonten.
D.Beperkte interesses.

22. Wat is een kenmerk van een sociale fobie?

A.Overmatige angst voor sociale situaties.
B.Zeer hoge zelfwaardering.
C.Een verlangen om in het middelpunt van de belangstelling te staan.
D.Geen bezorgdheid over sociale interacties.

23. Wat definieert een 'Angstoornis'?

A.Een aanhoudend laag humeur.
B.Verlies van controle over emoties.
C.Overmatige angst en bezorgdheid.
D.Verstoorde sociale interactie.

24. Waar of niet waar: Alle stemmingsstoornissen vereisen medicamenteuze behandeling.

A.Niet waar
B.Waar
C.Soms waar
D.Altijd waar

25. Welke rol speelt de ICD in de geestelijke gezondheidszorg?

A.Het biedt een nationale standaard voor epidemiologisch onderzoek.
B.Het is een internationaal classificatiesysteem voor ziekten.
C.Het vervangt de DSM-5 volledig.
D.Het is uitsluitend voor fysieke ziekten.

26. Wat is de belangrijkste functie van een diagnostisch interview?

A.Informatie verzamelen over symptomen en geschiedenis.
B.Directe medicatie voorschrijven.
C.De patiënt isoleren van anderen.
D.Enkel het verleden van de patiënt bespreken.

27. Wat is de hoofdcomponent van de DSM-5?

A.Preventie van geestelijke gezondheidsproblemen.
B.Classificatie van mentale stoornissen.
C.Behandeling van psychiatrische aandoeningen.
D.Opleiding voor therapeuten.

28. Wat zijn de vier niveaus van classificatie in de DSM-5?

A.Diagnostische criteria, specifieke aandoeningen, comorbiditeit, en behandelingsopties.
B.Symptomen, oorzaken, gevolgen, en behandelingsopties.
C.Diagnostische criteria, specifieke aandoeningen, comorbiditeit, en epidemiologie.
D.Begripsdefinities, statistische gegevens, casusstudies, en behandelmethoden.

29. Wat houdt 'Gegeneraliseerde angststoornis' in?

A.Specifieke fobieën.
B.Tijdelijke angst in sociale situaties.
C.Aanhoudende en onrealistische zorgen.
D.Paniekreacties zonder duidelijke oorzaak.

30. Welke van de volgende aandoeningen is GEEN vorm van een eetstoornis?

A.Anorexia nervosa
B.Boulimia nervosa
C.Binge-eating stoornis
D.Dysthymie

31. Welke van de volgende symptomen is GEEN kenmerk van een 'Depressieve Stoornis'?

A.Verlies van interesse
B.Vermoeidheid
C.Overmatige energie
D.Veranderingen in eetlust

32. Welke van de volgende symptomen is GEEN kenmerk van een schizofrene stoornis?

A.Structurele problemen in de hersenen
B.Wanen
C.Hallucinaties
D.Verlies van sociaal functioneren

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.