Cognitieve gedragstherapie oefenvragen

Dit zijn oefenvragen over cognitieve gedragstherapie (CGT) om studenten in Nederland voor te bereiden op hun tentamens in de psychologie. De vragen dekken belangrijke concepten, technieken en toepassingen van CGT.

Sara86·32 flashcards·32 vragen
wopsychologyclinical
0
Ken ik
1 / 32
0
Aan het leren
Voorkant

Wat zijn de basisprincipes van CGT?

Tik om om te draaien
Achterkant

1. Gedachten beïnvloeden gevoelens. 2. Gedrag beïnvloedt gedachten. 3. Verandering van disfunctionele gedachten.

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(32 vragen)

Vraag 1 van 32

1. Wat zijn de basisprincipes van CGT?

Termen in deze set(32)

Basisprincipes van CGT(16)

Wat zijn de basisprincipes van CGT?

1. Gedachten beïnvloeden gevoelens. 2. Gedrag beïnvloedt gedachten. 3. Verandering van disfunctionele gedachten.

Wat is cognitieve herstructurering?

Het proces waarbij negatieve gedachten worden geïdentificeerd en vervangen door meer realistische en positieve gedachten.

Wat is de ABC-model in CGT?

A (Activating event) → B (Beliefs) → C (Consequences). Het model toont aan hoe gebeurtenissen invloed hebben op emoties en gedrag.

Waar staat CGT voor?

Cognitieve Gedragstherapie.

Waarvoor dient exposure therapie?

Het verminderen van angsten door herhaaldelijk blootstelling aan de gevreesde stimulus in een gecontroleerde omgeving.

Klopt het dat CGT alleen voor angststoornissen is?

Onjuist. CGT wordt ook gebruikt voor depressie, eetstoornissen, en meer.

Wat is het doel van gedragsactivatie?

Het verhogen van positieve activiteiten om depressieve symptomen te verminderen.

Wat zijn automatische gedachten?

Onbewuste, spontane gedachten die snel opkomen in reactie op situaties en vaak negatief zijn.

Vul de lege plek in: CGT focust op ___ en gedrag.

gedachten.

Wat zijn cognitieve vervormingen?

Verkeerde denkpatronen die leiden tot negatieve emoties, zoals zwart-wit denken en overgeneralisatie.

Wat is zelfmonitoring in CGT?

Het bijhouden van eigen gedachten, gevoelens en gedrag om bewustwording en verandering te stimuleren.

Wat is het verschil tussen gedrags- en cognitieve therapie?

Gedragstherapie richt zich op gedrag, terwijl cognitieve therapie zich richt op gedachten en overtuigingen.

Wat is de rol van de therapeut in CGT?

De therapeut helpt cliënten om disfunctionele gedachten te identificeren en te vervangen door gezondere alternatieven.

Wat zijn coping strategieën?

Technieken of vaardigheden die mensen gebruiken om met stress of moeilijke situaties om te gaan.

Geef een voorbeeld van 'overgeneralisatie'.

Na één slechte ervaring denken dat alles mislukt.

Wat is het belang van huiswerk in CGT?

Het helpt cliënten om vaardigheden in de praktijk toe te passen en hun voortgang te monitoren.

Technieken en interventies(16)

Wat is cognitieve herstructurering?

Een techniek waarbij negatieve gedachten worden vervangen door realistische en positieve gedachten.

Vul de lege plek in: Gedragsexperimenten testen _______.

de nauwkeurigheid van overtuigingen en gedachten.

Wat is exposuretherapie?

Een interventie waarbij de patiënt wordt blootgesteld aan angstwekkende stimuli om angst te verminderen.

Waarvoor gebruiken we gedachtenregistratie?

Om patronen in gedachten en gedrag te identificeren en te analyseren.

Waar staat de afkorting CGT voor?

Cognitieve Gedragstherapie.

Waar focust gedragsactivatie op?

Het verhogen van positieve activiteiten om depressieve klachten te verminderen.

Wat zijn de stappen van de probleemoplossende techniek?

- Probleem identificeren - Oplossingen genereren - Oplossingen evalueren - Actie ondernemen

Waarvoor dient de Socratische dialoog?

Om cliënten te helpen zelf inzicht te krijgen in hun gedachten en overtuigingen.

Je hebt de keuze uit twee technieken: cognitieve herstructurering of exposuretherapie. Wanneer gebruik je welke?

Gebruik cognitieve herstructurering voor gedachten; exposuretherapie voor fobieën of angsten.

Wat is het doel van positieve zelfspraak?

Het versterken van zelfvertrouwen en het verminderen van negatieve gedachten.

Wat is het verschil tussen cognitieve en gedragsmatige technieken?

Cognitieve technieken richten zich op gedachten, gedragsmatige technieken op acties en gedrag.

Vul in: Bij _______ worden klanten geholpen om nieuwe vaardigheden te ontwikkelen.

vaardigheidstraining.

Waar is de ABC-model voor?

A: Activating event B: Beliefs C: Consequences Het toont de relatie tussen gebeurtenissen, gedachten en emoties.

Waarbij wordt mindfulness vaak gebruikt binnen CGT?

Om cliënten te helpen beter om te gaan met stress en angst door in het moment te zijn.

Waarvoor is de rol van de therapeut bij CGT belangrijk?

Als gids en facilitator in het proces van verandering en inzicht.

Wat zijn gedragsactivatiestrategieën?

- Activiteiten plannen - Doelen stellen - Positieve ervaringen vergroten

Vragen in deze set(32)

1. Wat zijn de basisprincipes van CGT?

A.Gedachten beïnvloeden gevoelens.
B.Gevoelens beïnvloeden gedachten.
C.Gedrag heeft geen invloed op gedachten.
D.Alle gedachten zijn waar.

2. Wat is de primaire doelstelling van cognitieve herstructurering?

A.Negatieve gedachten vervangen door realistische gedachten.
B.Angstreacties verminderen tijdens exposure.
C.Vaardigheden aanleren voor sociale situaties.
D.Fysieke oefeningen integreren in de therapie.

3. Wat is cognitieve herstructurering?

A.Een techniek om positieve gedachten aan te moedigen.
B.Het proces van het identificeren en vervangen van negatieve gedachten.
C.Een methode voor ontspanning.
D.Een manier om emoties te onderdrukken.

4. Bij welk type techniek wordt gebruik gemaakt van realistische tests van overtuigingen?

A.Gedragsexperimenten.
B.Mindfulness.
C.Vaardigheidstraining.
D.Socratische dialoog.

5. Wat betekent het ABC-model in CGT?

A.Activating event, Beliefs, Consequences.
B.Actions, Beliefs, Consequences.
C.Actions, Behaviors, Conclusions.
D.Affect, Behavior, Cognition.

6. Wat is een belangrijk kenmerk van exposuretherapie?

A.Blootstelling aan angstwekkende stimuli.
B.Groepssessies voor sociale vaardigheden.
C.Fysieke activiteit om depressie te verlichten.
D.Cognitieve herstructurering.

7. Waar staat CGT voor?

A.Cognitieve Gedragstherapie.
B.Cognitieve Groei Training.
C.Cognitieve Groeps Therapie.
D.Cognitieve Gezondheids Therapie.

8. Wat is het doel van gedachtenregistratie in CGT?

A.Patronen in gedachten en gedrag identificeren.
B.Nieuwe sociale vaardigheden aanleren.
C.Angst voor fobieën verminderen.
D.Zelfvertrouwen versterken.

9. Wat is het doel van exposure therapie?

A.Angsten verminderen door herhaaldelijk blootstelling aan de gevreesde stimulus.
B.Het versterken van positieve denkpatronen.
C.Het vermijden van angstige situaties.
D.Het verhogen van gevoelens van verdriet.

10. Wat betekent de afkorting CGT?

A.Cognitieve Gedragstherapie.
B.Cognitieve Groepstherapie.
C.Clinische Gedragstherapie.
D.Cognitieve Groei Therapie.

11. Klopt het dat CGT alleen voor angststoornissen is?

A.Ja, CGT is specifiek voor angst.
B.Ja, maar ook voor fobieën.
C.Nee, CGT wordt ook toegepast op depressie en eetstoornissen.
D.Nee, alleen voor gedragsstoornissen.

12. Waar richt gedragsactivatie zich op?

A.Het verhogen van positieve activiteiten.
B.Het verminderen van angsten.
C.Het verbeteren van cognitieve vaardigheden.
D.Het trainen van sociale interactie.

13. Wat is het doel van gedragsactivatie?

A.Het verminderen van negatieve gedachten.
B.Het verhogen van positieve activiteiten om depressieve symptomen te verminderen.
C.Het vermijden van sociale situaties.
D.Het bevorderen van angstgevoelens.

14. Wat zijn de stappen in de probleemoplossende techniek?

A.Probleem identificeren, oplossingen genereren, evalueren, actie ondernemen.
B.Identificeren, analyseren, implementeren, evalueren.
C.Waarnemen, denken, voelen, handelen.
D.Bedenken, bespreken, uitvoeren, reflecteren.

15. Wat zijn automatische gedachten?

A.Spontane, onbewuste gedachten die snel opkomen.
B.Zorgvuldig overwogen gedachten.
C.Gedachten die altijd positief zijn.
D.Gedachten die anderen beïnvloeden.

16. Wat is het doel van de Socratische dialoog in CGT?

A.Cliënten helpen zelf inzicht te krijgen in hun gedachten.
B.Negatieve gedachten direct te corrigeren.
C.Therapeutische vaardigheden aanleren aan cliënten.
D.Angstreacties te verminderen.

17. Vul de lege plek in: CGT focust op ___ en gedrag.

A.gevoelens.
B.gedachten.
C.ervaringen.
D.omgevingen.

18. Wanneer gebruik je cognitieve herstructurering?

A.Bij negatieve gedachten.
B.Bij sociale angst.
C.Bij traumatische ervaringen.
D.Bij fobieën.

19. Wat zijn cognitieve vervormingen?

A.Foute denkpatronen die leiden tot negatieve emoties.
B.Positieve denkpatronen die zorgen voor vreugde.
C.Neutrale gedachten over dagelijkse situaties.
D.Veranderende gedachten die geen impact hebben.

20. Wat is het hoofddoel van positieve zelfspraak?

A.Zelfvertrouwen versterken.
B.Fobieën overwinnen.
C.Sociale vaardigheden ontwikkelen.
D.Angstaanvallen verminderen.

21. Wat is zelfmonitoring in CGT?

A.Het observeren en bijhouden van eigen gedachten, gevoelens en gedrag.
B.Het negeren van negatieve gedachten.
C.Het delen van gedachten met anderen.
D.Het vermijden van zelfreflectie.

22. Wat is het belangrijkste verschil tussen cognitieve en gedragsmatige technieken?

A.Cognitieve technieken richten zich op gedachten, gedragsmatige technieken op acties.
B.Cognitieve technieken zijn sneller dan gedragsmatige technieken.
C.Gedragsmatige technieken zijn alleen voor angststoornissen.
D.Cognitieve technieken vereisen geen therapeut.

23. Wat is het verschil tussen gedrags- en cognitieve therapie?

A.Gedragstherapie richt zich op gedrag, terwijl cognitieve therapie zich richt op gedachten.
B.Cognitieve therapie is minder effectief.
C.Gedragstherapie gebruikt geen oefeningen.
D.Cognitieve therapie is altijd korter.

24. Vul in: Bij _______ worden klanten geholpen om nieuwe vaardigheden te ontwikkelen.

A.Vaardigheidstraining.
B.Gedragsexperimenten.
C.Cognitieve herstructurering.
D.Mindfulness.

25. Wat is de rol van de therapeut in CGT?

A.Cliënten helpen bij het identificeren van disfunctionele gedachten.
B.De therapeut neemt alle beslissingen voor de cliënt.
C.De therapeut voorkomt dat cliënten hun gevoelens uiten.
D.De therapeut geeft altijd medicatie.

26. Wat is het ABC-model in CGT?

A.Activating event, Beliefs, Consequences.
B.Associatie, Beoordeling, Conclusie.
C.Actie, Basis, Controle.
D.Aanpak, Behandeling, Compatibiliteit.

27. Wat zijn coping strategieën?

A.Technieken om met stress om te gaan.
B.Manieren om problemen te negeren.
C.Strategieën om gevoelens te versterken.
D.Technieken voor het vermijden van situaties.

28. Waarbij wordt mindfulness vaak toegepast binnen CGT?

A.Om stress en angst te verminderen.
B.Om cognitieve vaardigheden te verbeteren.
C.Om sociale interactie te bevorderen.
D.Om fysieke gezondheid te verbeteren.

29. Geef een voorbeeld van 'overgeneralisatie'.

A.Na één slechte ervaring denken dat alles mislukt.
B.Verschillende successen ervaren als bewijs van competentie.
C.Een enkele fout zien als een uitdaging.
D.Een slechte dag zien als een tijdelijke situatie.

30. Wat is de rol van de therapeut bij CGT?

A.Gids en facilitator in het veranderingsproces.
B.Eindverantwoordelijke voor de uitkomst van de therapie.
C.Alleen observeren tijdens sessies.
D.Alleen feedback geven op gedrag.

31. Wat is het belang van huiswerk in CGT?

A.Het helpt cliënten vaardigheden in de praktijk toe te passen.
B.Huiswerk is niet nodig in CGT.
C.Het is alleen bedoeld voor diagnostische doeleinden.
D.Het leidt tot meer stress voor cliënten.

32. Wat zijn gedragsactivatiestrategieën?

A.Activiteiten plannen, doelen stellen, positieve ervaringen vergroten.
B.Negatieve gedachten ombuigen.
C.Fobieën systematisch aanpakken.
D.Cognitieve herstructurering toepassen.

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.