Attributietheorie en attributiefouten samenvatting

Een samenvatting van attributietheorie en veelvoorkomende attributiefouten in de sociale psychologie, met relevante definities en voorbeelden.

Nora17·24 flashcards·24 vragen
wopsychologysocial
0
Ken ik
1 / 24
0
Aan het leren
Voorkant

Wat is attributietheorie?

Tik om om te draaien
Achterkant

Attributietheorie bestudeert hoe mensen oorzaken toeschrijven aan gedrag. Dit helpt ons te begrijpen waarom we ons op een bepaalde manier gedragen in sociale situaties.

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(24 vragen)

Vraag 1 van 24

1. Wat is de definitie van de fundamentele attributiefout?

Termen in deze set(24)

Basisprincipes van Attributietheorie(12)

Wat is attributietheorie?

Attributietheorie bestudeert hoe mensen oorzaken toeschrijven aan gedrag. Dit helpt ons te begrijpen waarom we ons op een bepaalde manier gedragen in sociale situaties.

Noem de twee hoofdtypes van attributies.

Interne attributies: oorzaken binnen de persoon (karakter, vaardigheden). Externe attributies: oorzaken buiten de persoon (omstandigheden, situaties).

Hoe beïnvloedt cultuur attributies?

Individuele culturen geven voorkeur aan interne attributies, terwijl collectivistische culturen vaker externe attributies gebruiken om gedrag te verklaren.

Wat zijn stabiliteitsattributies?

Stabiliteitsattributies verwijzen naar de mate waarin mensen geloven dat een oorzaak permanent is of kan veranderen. Bijv. 'Ik ben altijd zo' vs. 'Ik kan verbeteren'.

Vul de blanco in: Attributietheorie onderzoekt _______.

de oorzaken van gedrag en gebeurtenissen.

Waarvoor worden attributies gebruikt?

Attributies helpen ons te begrijpen en te voorspellen hoe mensen zich in de toekomst zullen gedragen in soortgelijke situaties.

Wat is het fundamentele attributiefout?

Het fundamentele attributiefout is de neiging om de invloed van situatieve factoren te onderschatten en interne factoren te overschatten bij het beoordelen van andermans gedrag.

Geef een voorbeeld van een interne attributie.

Als iemand een examen niet haalt, kan men denken: 'Hij heeft niet hard genoeg gestudeerd.'

Wat is de zelfbedieningsbias?

De zelfbedieningsbias verwijst naar de tendens om succes toe te schrijven aan interne factoren en falen aan externe factoren. Dit beschermt ons zelfbeeld.

Hoe verhouden interne en externe attributies zich tot zelfbeeld?

Interne attributies kunnen zelfvertrouwen vergroten, terwijl externe attributies helpen falen te rationaliseren, wat kan leiden tot een beter zelfbeeld.

Waar leidt de neiging tot attributiefouten toe?

Attributiefouten kunnen leiden tot verkeerde conclusies over mensen, wat sociale relaties en interacties kan beïnvloeden.

Wat is een voorbeeld van een externe attributie?

Na een slechte prestatie kan iemand zeggen: 'Het was een moeilijke situatie met veel stress.'

Attributiefouten(12)

Wat is de fundamentele attributiefout?

De neiging om iemands gedrag te verklaren door interne factoren en externe factoren te onderschatten.

Gevolg van de fundamentele attributiefout?

Verminderde empathie en onjuiste sociale waarneming - leidt tot stereotypering.

Wat is de zelfdienende bias?

De tendens om successen aan interne factoren toe te schrijven en mislukkingen aan externe factoren.

Gevolg van de zelfdienende bias?

Versterkt zelfvertrouwen - kan interpersoonlijke relaties schaden.

Differentiatie tussen attributiefouten?

Fundamentele attributiefout vs. zelfdienende bias: intern vs. extern.

Vul in: De __________ attributiefout versterkt stereotypering.

fundamentele

Wat is het halo-effect?

De neiging om positieve eigenschappen te projecteren op iemand op basis van één positief kenmerk.

Voorbeeld van halo-effect?

Een aantrekkelijke persoon wordt ook als intelligent gezien.

Wat is het horn-effect?

Het tegenovergestelde van het halo-effect; negatieve eigenschappen beïnvloeden de waarneming.

Gevolg van het horn-effect?

Kan leiden tot onterecht negatieve oordelen over een persoon.

Waar leidt de zelfdienende bias toe?

Verbeterd zelfbeeld maar kan sociale relaties verstoren.

Waar is de fundamentele attributiefout zichtbaar?

In alledaagse situaties, zoals verkeersincidenten of groepsprojecten.

Vragen in deze set(24)

1. Wat is de definitie van de fundamentele attributiefout?

A.De neiging om iemands gedrag te verklaren door interne factoren.
B.De neiging om iemands gedrag te verklaren door externe factoren.
C.De neiging om iemands gedrag te verklaren door zowel interne als externe factoren.
D.De neiging om iemands gedrag te overschatten op basis van persoonlijke ervaringen.

2. Wat bestudeert de attributietheorie?

A.Oorzaken van gedrag
B.Emotionele reacties
C.Biologische invloeden
D.Sociale normen

3. Wat is een gevolg van de zelfdienende bias?

A.Versterking van zelfvertrouwen.
B.Verlies van empathie.
C.Toenemende stereotypering.
D.Verminderde sociale interactie.

4. Welke van de volgende is GEEN type attributie?

A.Interne attributie
B.Externe attributie
C.Psychologische attributie
D.Stabiliteitsattributie

5. Wanneer manifesteert de fundamentele attributiefout zich vaak?

A.Bij het beoordelen van het gedrag van vreemden.
B.Bij het reflecteren op eigen prestaties.
C.In persoonlijke relaties.
D.Bij het maken van vrienden.

6. Wat is een voorbeeld van een externe attributie?

A.Hij heeft niet goed gestudeerd.
B.Het was een ongunstige situatie.
C.Zij is van nature slim.
D.Hij is lui.

7. Wat is het horn-effect?

A.De neiging om negatieve eigenschappen te projecteren op iemand vanwege één negatief kenmerk.
B.De neiging om positieve eigenschappen toe te schrijven op basis van één positief kenmerk.
C.Een verschijnsel waarbij neutrale eigenschappen als negatief worden waargenomen.
D.Het effect waarbij mensen hun eigen fouten rationaliseren.

8. Hoe beïnvloedt cultuur attributies?

A.Alle culturen maken dezelfde attributies.
B.Individuele culturen neigen naar interne attributies.
C.Collectivistische culturen neigen naar interne attributies.
D.Cultuur heeft geen invloed op attributies.

9. Wat is een voorbeeld van de zelfdienende bias?

A.Een student schrijft een goed cijfer toe aan zijn intelligentie.
B.Een student zegt dat het slecht weer de reden is voor een laag cijfer.
C.Een student denkt dat hij altijd pech heeft tijdens examens.
D.Een student vraagt zijn vrienden om hulp bij een probleem.

10. Wat zijn stabiliteitsattributies?

A.Attributies die permanent zijn.
B.Attributies die kunnen veranderen.
C.Attributies die naar sociale context verwijzen.
D.Attributies die altijd positief zijn.

11. Welke van de volgende uitspraken is NIET waar over de fundamentele attributiefout?

A.Het is een bias die vooral bij vreemden voorkomt.
B.Het beïnvloedt hoe we onszelf waarnemen.
C.Het leidt vaak tot stereotypering.
D.Het is een vorm van sociale waarneming.

12. Wat is het fundamentele attributiefout?

A.De overschatting van situatieve factoren
B.De onderschatting van interne factoren
C.De onderschatting van situatieve factoren
D.De overschatting van externe factoren

13. Wat beschrijft het halo-effect het beste?

A.Positieve eigenschappen worden toegeschreven aan iemand op basis van één positief kenmerk.
B.Negatieve eigenschappen worden versterkt door één negatief kenmerk.
C.De neiging om het gedrag van anderen te rationaliseren.
D.De neiging om te focussen op de negatieve aspecten van een situatie.

14. Wat is de zelfbedieningsbias?

A.Toeschrijven van falen aan interne factoren.
B.Toeschrijven van succes aan externe factoren.
C.Toeschrijven van succes aan interne factoren.
D.Toeschrijven van falen aan externe factoren.

15. Wat is een effect van het horn-effect op sociale interacties?

A.Het leidt tot onterecht negatieve oordelen over een persoon.
B.Het versterkt positieve relaties.
C.Het bevordert objectieve beoordeling.
D.Het vermindert vooroordelen.

16. Wat gebeurt er als mensen attributiefouten maken?

A.Ze begrijpen anderen beter.
B.Ze maken betere sociale beslissingen.
C.Ze trekken verkeerde conclusies over mensen.
D.Ze verbeteren hun zelfbeeld.

17. Wat is een gevolg van het halo-effect in professionele omgevingen?

A.Ongelijke kansen voor werknemers op basis van oppervlakkige kenmerken.
B.Objectieve beoordeling van prestaties.
C.Verbeterde teamdynamiek zonder vooroordelen.
D.Minder aandacht voor uiterlijk.

18. Vul de blanco in: Attributietheorie helpt ons te _______.

A.de redenen van ons gedrag begrijpen
B.de situatie te negeren
C.alleen interne factoren te overwegen
D.de mening van anderen te negeren

19. Wat is de impact van de zelfdienende bias op sociale relaties?

A.Het kan leiden tot conflicten door een gebrek aan verantwoordelijkheid.
B.Het versterkt de samenwerking tussen individuen.
C.Het bevordert empathie en begrip.
D.Het heeft geen invloed op sociale relaties.

20. Wat is een voorbeeld van een interne attributie?

A.Hij had pech.
B.Zij is altijd zo ongeduldig.
C.De leraar gaf een moeilijke toets.
D.De omstandigheden waren uitdagend.

21. Welke van de volgende stellingen beschrijft de differentiatie tussen attributiefouten het beste?

A.De fundamentele attributiefout richt zich op gedragingen van anderen, terwijl de zelfdienende bias op eigen gedragingen.
B.Beide fouten zijn hetzelfde en hebben geen invloed op sociale interactie.
C.De fundamentele attributiefout is altijd positief, terwijl de zelfdienende bias negatief is.
D.De zelfdienende bias geldt alleen voor groepssituaties.

22. Hoe verhouden interne en externe attributies zich tot zelfbeeld?

A.Interne attributies verminderen zelfvertrouwen.
B.Externe attributies zijn altijd negatief.
C.Interne attributies vergroten zelfvertrouwen.
D.Externe attributies verhogen internalisatie.

23. Wat is de belangrijkste oorzaak van de zelfdienende bias?

A.De neiging om succes aan interne factoren toe te schrijven
B.De neiging om falen aan interne factoren toe te schrijven
C.De neiging om andere mensen te stereotyperen
D.De neiging om altijd positief te denken

24. Wat is een voorbeeld van een negatieve invloed van attributiefouten?

A.Betere samenwerking in teams.
B.Verhoogde empathie voor anderen.
C.Verslechterde relaties door verkeerde oordelen.
D.Meer openheid in communicatie.

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.