Angststoornissen en paniekstoornis tentamenvragen

Een set van tentamenvragen over angststoornissen en paniekstoornissen, gericht op klinische psychologie op universitair niveau.

Heron82·56 flashcards·56 vragen
wopsychologyclinical
0
Ken ik
1 / 56
0
Aan het leren
Voorkant

Wat is een angststoornis?

Tik om om te draaien
Achterkant

Een angststoornis is een psychische aandoening gekenmerkt door overmatige angst en vrees, die het dagelijks functioneren verstoort.

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(56 vragen)

Vraag 1 van 56

1. Wat zijn de criteria voor een gegeneraliseerde angststoornis?

Termen in deze set(56)

Basisconcepten(16)

Wat is een angststoornis?

Een angststoornis is een psychische aandoening gekenmerkt door overmatige angst en vrees, die het dagelijks functioneren verstoort.

Wat zijn de basiskenmerken van paniekstoornis?

Herhaalde paniekaanvallen, constante angst voor nieuwe aanvallen, en veranderingen in gedrag.

Vul in: Een typische paniekaanval duurt meestal ____ minuten.

5 tot 20 minuten.

Waar komt angst vandaan?

Angst kan voortkomen uit genetische factoren, omgevingsinvloeden, of eerdere traumatische ervaringen.

Wat is een agorafobie?

Een angststoornis waarbij iemand angst heeft om zich in openbare ruimtes of situaties te bevinden waar ontsnappen moeilijk kan zijn.

Waar of onwaar: Een angststoornis is altijd zichtbaar voor anderen.

Onwaar. Veel symptomen zijn intern en niet zichtbaar voor anderen.

Wat zijn sociale angsten?

Angsten die optreden in sociale situaties, zoals angst voor beoordeling of afwijzing door anderen.

Vul in: De DSM-5 classificeert angststoornissen als ____.

Een groep van verschillende aandoeningen.

Wat is de invloed van stress op angststoornissen?

Stress kan angst verergeren en het ontstaan van paniekaanvallen triggeren.

Wat is de rol van vermijding in angststoornissen?

Vermijding kan de angst verergeren en leidt tot een vicieuze cirkel van angst.

Vul in: Fysiologische symptomen van paniek kunnen omvatten ____.

Hartkloppingen, zweten, trillen, en kortademigheid.

Wat zijn de gevolgen van onbehandelde angststoornissen?

Kan leiden tot andere psychische aandoeningen, zoals depressie, en negatieve impact op dagelijks leven.

Wat is de belangrijkste behandeling voor angststoornissen?

Cognitieve gedragstherapie (CGT) is vaak de meest effectieve behandelmethode.

Wat is een specifieke fobie?

Een intense, irrationele angst voor een specifiek object of situatie, zoals hoogtes of spinnen.

Wat is het verschil tussen angst en paniek?

Angst is een langdurige reactie op een dreiging, terwijl paniek een plotselinge, intense reactie is.

Vul in: Bij een paniekaanval kan men het gevoel hebben van ____.

Dood of gek te gaan.

Diagnostische Criteria(14)

Wat zijn de criteria voor een gegeneraliseerde angststoornis?

Minstens 6 maanden aanhoudende angst. Drie of meer van de volgende symptomen: rusteloosheid, moeheid, moeite met concentreren, prikkelbaarheid, spierspanning, slaapproblemen.

Wat is het verschil tussen een paniekstoornis en een specifieke fobie?

Paniekstoornis: onverwachte paniekaanvallen. Specifieke fobie: intense angst voor specifieke objecten of situaties, zoals hoogtes of spinnen.

Hoeveel mensen moeten de symptomen ervaren voor een diagnose?

De symptomen moeten aanzienlijk lijden of beperking veroorzaken in sociale, beroepsmatige of andere belangrijke functioneren.

Is een paniekstoornis altijd gekoppeld aan agorafobie?

Onjuist. Niet alle paniekstoornissen gaan gepaard met agorafobie. Agorafobie kan voorkomen, maar is niet verplicht voor de diagnose.

Wat zijn de diagnostische criteria van een sociale angststoornis?

Duur van meer dan 6 maanden. Angst voor sociale situaties waarbij men beoordeeld kan worden. Vermijding of intense angst in die situaties.

Hoe wordt een angststoornis gediagnosticeerd?

Op basis van de DSM-5 criteria, inclusief symptomen, duur, en impact op het dagelijks leven. Een klinische beoordeling door een professional is noodzakelijk.

Wat is de rol van het vermijden in angststoornissen?

Vermijden versterkt de angst in plaats van deze te verminderen. Het leidt tot een vicieuze cirkel van angst en vermijding.

Wat zijn de criteria voor een acute stressstoornis?

Symptomen duren 3 dagen tot 1 maand na een trauma. Symptomen omvatten intrusieve gedachten, negatieve stemming, dissociatie, en verhoogde arousal.

Vul in: De symptomen van een paniekstoornis moeten _______ zijn.

onverwacht en terugkerend.

Wat zijn de symptomen van een specifieke fobie?

Intense angst, onmiddellijke angstrespons, vermijding van de fobie. Symptomen kunnen lichamelijke reacties omvatten zoals zweten of trillen.

Wat zijn de criteria voor het stellen van de diagnose agorafobie?

Angst voor situaties waarin ontsnappen moeilijk is, zoals openbaar vervoer en drukke plaatsen. Vermijding of intense angst in deze situaties.

Waarvoor staat DSM-5?

Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, 5e editie. Dit handboek bevat de criteria voor diagnostische classificatie.

Vervolg de zin: Een diagnose kan pas worden gesteld als _______.

de symptomen niet beter verklaard kunnen worden door een andere mentale aandoening.

Wat zijn de gevolgen van een onbehandelde angststoornis?

Verlies van kwaliteit van leven, invloed op werk en relaties, verhoogd risico op comorbiditeit zoals depressie.

Behandelmethoden(14)

Wat is cognitieve gedragstherapie (CGT)?

Een effectieve behandelmethodiek die negatieve gedachten omzet in positieve, gericht op gedragsverandering.

Wat houdt exposuretherapie in?

Patiënten worden blootgesteld aan hun angsten in een veilige omgeving om angst te verminderen.

Waar staat EMDR voor?

Eye Movement Desensitization and Reprocessing; een techniek voor trauma- en angstbehandeling.

Valse of ware: Medicatie is de enige effectieve behandeling voor angststoornissen.

Valse. Medicatie kan helpen, maar therapieën zoals CGT zijn ook cruciaal.

Vul de lege plek in: ... is een medicijn dat vaak wordt voorgeschreven voor paniekstoornissen.

SSRI (selectieve serotonineheropnameremmers).

Wat is het doel van mindfulness?

Patiënten leren om in het moment te zijn en hun angst te observeren zonder te oordelen.

Vergelijk CGT en mindfulness.

CGT richt zich op het veranderen van gedachten, terwijl mindfulness focust op acceptatie van ervaringen.

Effectieve groepsbehandeling voor angststoornissen?

Groepstherapie; het delen van ervaringen kan steun en erkenning bieden.

Leg het gebruik van benzodiazepines uit.

Snelle verlichting van angst; risico op afhankelijkheid bij langdurig gebruik.

Wat is de rol van psycho-educatie?

Informatie geven over angststoornissen om patiënten te helpen begrijpen en omgaan met hun symptomen.

Wat is een veelgebruikte zelfhulpmethode?

Schrijven in een dagboek; helpt bij het verwerken van emoties en gedachten.

Hoe kan ademhalingstechnieken helpen?

Ze verminderen acute angst door het zenuwstelsel te kalmeren en ontspanning te bevorderen.

Wat is het doel van gedragsactivatie?

Patiënten activeren om positieve, waardevolle activiteiten te ondernemen, wat angst kan verlichten.

Wat is de functie van sociale steun in behandelingen?

Verhoogt de effectiviteit van behandelingen en vermindert gevoelens van eenzaamheid.

Epidemiologie en Etiologie(12)

Wat is de prevalentie van angststoornissen?

Ongeveer 18% van de volwassenen in Nederland ervaart een angststoornis in hun leven.

Noem drie risicofactoren voor paniekstoornis.

- Genetische aanleg - Stressvolle levensgebeurtenissen - Bepaalde persoonlijkheidstrekken

Is angst een normale reactie?

Waar. Angst is een normale, adaptieve reactie op bedreigingen.

Wat is het verschil tussen angststoornis en paniekstoornis?

Angststoornis omvat een brede range van angstsymptomen, terwijl paniekstoornis specifiek is voor terugkerende paniekaanvallen.

Invloed van gender op angststoornissen?

Vrouwen hebben een hogere prevalentie van angststoornissen dan mannen, mogelijk door hormonale factoren en sociale rollen.

Vul de leegte in: Een hoge _______ kan leiden tot meer angststoornissen.

stressniveaus

Wat is de rol van erfelijkheid?

Genetische factoren kunnen een belangrijke rol spelen bij de ontwikkeling van angststoornissen, met een erfelijkheidsgraad van 30-50%.

Wat zijn de psychologische risicofactoren voor angststoornissen?

Negatieve denkpatronen en een hoge mate van neuroticisme kunnen risico's verhogen.

Noem een biologische oorzaak van paniekstoornis.

Verstoring van neurotransmitters zoals serotonine en norepinefrine.

Is het waar dat angststoornissen erfelijk zijn?

Waar. Er is bewijs dat genetische factoren bijdragen aan de kans op angststoornissen.

Wat is de impact van cultuur op angststoornissen?

Cultuur kan de expressie en interpretatie van angst beïnvloeden, wat leidt tot variaties in diagnose en behandeling.

Oorzaken van angststoornissen zijn vaak _______.

multifactoraal: genetisch, omgevings- en psychologische factoren werken samen.

Vragen in deze set(56)

1. Wat zijn de criteria voor een gegeneraliseerde angststoornis?

A.Minstens 6 maanden aanhoudende angst met drie of meer symptomen.
B.Minstens 1 maand aanhoudende angst zonder symptomen.
C.Een periode van 3 maanden zonder symptomen.
D.Intense angst voor specifieke situaties.

2. Wat is een kenmerk van een angststoornis?

A.Overmatige angst
B.Vermoeidheid
C.Euforie
D.Verlies van eetlust

3. Wat is de meest voorkomende angststoornis bij volwassenen?

A.Sociale angststoornis
B.Specifieke fobie
C.Paniekstoornis
D.Algemene angststoornis

4. Wat is het primaire doel van cognitieve gedragstherapie (CGT)?

A.Negatieve gedachten omzetten naar positieve
B.Patiënten laten ontspannen door meditatie
C.Patiënten blootstellen aan sociale situaties
D.Medicatie voorschrijven om angst te verminderen

5. Wat is een kenmerk van een paniekstoornis?

A.Onverwachte paniekaanvallen.
B.Angst voor sociale situaties.
C.Vermijding van specifieke objecten.
D.Duur van meer dan 6 maanden.

6. Wat gebeurt er vaak na een paniekaanval?

A.Mensen voelen zich opgelucht
B.Mensen ontwikkelen een angst voor nieuwe aanvallen
C.Mensen hebben meer energie
D.Mensen worden vrolijker

7. Welke factor wordt als een belangrijke etiologische verklaring voor angststoornissen beschouwd?

A.Verhoogde fysieke activiteit
B.Langdurige blootstelling aan stress
C.Een hoge schoolopleiding
D.Positieve sociale omgeving

8. Welke techniek wordt gebruikt in exposuretherapie?

A.Blootstelling aan angsten in een veilige omgeving
B.Schrijven van dagboeken
C.Mindfulness meditatie
D.Het nemen van medicatie

9. Wat is een belangrijk criterium voor de diagnose van een sociale angststoornis?

A.Angst voor sociale situaties gedurende meer dan 6 maanden.
B.Angst of zorgen die maar 1 maand duren.
C.Geen symptomen van vermijding.
D.Angst voor specifieke fobieën.

10. Vul in: Een paniekaanval kan leiden tot ___ van situaties.

A.Vermijding
B.Toewijding
C.Optimisme
D.Vertrouwen

11. Wat is een belangrijke biologische factor die bijdraagt aan paniekstoornis?

A.Verhoogde bloeddruk
B.Hormoonhuishouding
C.Verstoring van neurotransmitters
D.Slaapgebrek

12. Wat beschrijft het beste de rol van EMDR?

A.Het herprocessen van trauma door bewegingen van de ogen
B.Een methode om medicatie voor te schrijven
C.Een techniek om sociale vaardigheden te verbeteren
D.Een vorm van groepstherapie

13. Wat betekent vermijding in de context van angststoornissen?

A.Het verminderen van angst door situaties te vermijden.
B.Het verergeren van angst door confrontatie.
C.Het verdoezelen van symptomen met medicatie.
D.Het negeren van sociale situaties.

14. Wat is een voorbeeld van een situatie die agorafobie kan triggeren?

A.In een drukke winkel zijn
B.Rijdend in de auto
C.Thuis blijven
D.Slaapkamer binnenlopen

15. Welke van de volgende is GEEN psychologische risicofactor voor angststoornissen?

A.Negatieve denkpatronen
B.Omgevingsstressoren
C.Hoog neuroticisme
D.Vermijdingsgedrag

16. Welke van de volgende beweringen is VALSE?

A.Medicatie is de enige effectieve behandeling voor angststoornissen
B.CGT kan effectief zijn bij angststoornissen
C.Mindfulness kan als aanvullende therapie werken
D.Benzodiazepines kunnen snel verlichting bieden

17. Welke van de volgende is GEEN criterium voor agorafobie?

A.Angst voor situaties waarin ontsnappen moeilijk is.
B.Vermijding van drukke plaatsen.
C.Angst voor specifieke dieren.
D.Angst voor openbaar vervoer.

18. Waar of onwaar: Angststoornissen zijn altijd zichtbaar voor anderen.

A.Waar
B.Onwaar
C.Alleen bij kinderen
D.Alleen bij volwassen

19. Is er een verschil in prevalentie van angststoornissen tussen mannen en vrouwen?

A.Ja, mannen hebben een hogere prevalentie
B.Nee, er is geen verschil
C.Ja, vrouwen hebben een hogere prevalentie
D.Ja, het is gelijk bij beide geslachten

20. Vul de lege plek in: ... is een veelvoorkomend medicijn voor paniekstoornissen.

A.SSRI (selectieve serotonineheropnameremmers)
B.Benzodiazepines
C.Stimulantia
D.Antipsychotica

21. Wat zijn de diagnostische criteria voor een acute stressstoornis?

A.Symptomen duren 3 dagen tot 1 maand na een trauma.
B.Symptomen duren langer dan 1 maand na een trauma.
C.Symptomen verschijnen pas 6 maanden na een trauma.
D.Geen symptomen van verhoogde arousal.

22. Wat kan een gevolg zijn van langdurige stress op angststoornissen?

A.Verhoogde zelfvertrouwen
B.Verminderde angst
C.Verergering van symptomen
D.Meer sociale interactie

23. Wat is de rol van erfelijkheid in de ontwikkeling van angststoornissen?

A.Geen rol, alleen omgeving is belangrijk
B.Erfelijkheid speelt een belangrijke rol
C.Alleen persoonlijkheid is bepalend
D.Erfelijkheid is relevant maar niet significant

24. Wat is een belangrijk kenmerk van mindfulness?

A.In het moment zijn en je angst observeren zonder oordeel
B.Directe verandering van gedachten bevorderen
C.Medicatie gebruiken om angst te verminderen
D.Groepsdiscussies aangaan over angsten

25. Wat moet er aanwezig zijn voor een diagnose van paniekstoornis?

A.Onverwachte en terugkerende paniekaanvallen.
B.Voortdurende angst voor sociale situaties.
C.Intense angst voor specifieke objecten.
D.Lange periodes van stilte.

26. Wat is een fysiologisch symptoom van een paniekaanval?

A.Euforie
B.Hartkloppingen
C.Vermoeidheid
D.Verlies van eetlust

27. Wat kunnen gevolgen zijn van onbehandelde angststoornissen?

A.Verbeterde sociale vaardigheden
B.Verhoogde kwaliteit van leven
C.Chronische lichamelijke klachten
D.Afname van angstgevoelens

28. Vergelijk CGT en mindfulness: wat is het belangrijkste verschil?

A.CGT richt zich op gedachtenverandering, mindfulness op acceptatie
B.CGT is een medicamenteuze behandeling, mindfulness niet
C.Mindfulness is een kortdurende behandeling, CGT niet
D.CGT is alleen voor jongeren, mindfulness voor alle leeftijden

29. Wat is een symptoom van een specifieke fobie?

A.Intense angst en onmiddellijke angstrespons.
B.Chronische angst zonder specifieke triggers.
C.Angst voor situaties zonder bekende oorzaken.
D.Onbekende angstsymptomen.

30. Wat is de rol van cognitieve gedragstherapie (CGT) in de behandeling van angststoornissen?

A.Versterkt de angstgevoelens
B.Verbetert de sociale vaardigheden
C.Helpt bij het veranderen van negatieve denkpatronen
D.Verhoogt de fysieke activiteit

31. Wat is een voorbeeld van een stressvolle levensgebeurtenis die angststoornissen kan triggeren?

A.Verhuis naar een nieuwe stad
B.Een vakantie nemen
C.Een nieuwe hobby beginnen
D.Een boek lezen

32. Wat is een effectieve groepsbehandeling voor angststoornissen?

A.Groepstherapie
B.Individuele psychotherapie
C.Medicatiegebruik in een groepssetting
D.Farmacotherapie

33. Wat is de rol van de DSM-5 in de diagnostiek van angststoornissen?

A.Het biedt criteria voor diagnostische classificatie.
B.Het is een behandelingshandboek.
C.Het negeert de impact van symptomen.
D.Het lijst symptomen op zonder context.

34. Wat is geen voorbeeld van een specifieke fobie?

A.Vliegangst
B.Angst voor honden
C.Angst voor de toekomst
D.Hoogtevrees

35. Welk van de volgende is een kenmerk van paniekstoornis?

A.Vermijdingsgedrag
B.Chronische angst
C.Overmatige bezorgdheid
D.Langdurige depressie

36. Hoe worden benzodiazepines gebruikt in de behandeling?

A.Voor snelle verlichting van angst
B.Als langdurige oplossing voor angststoornissen
C.Als eerste keuze bij alle angststoornissen
D.Voor het versterken van cognitieve gedragstherapie

37. Wat zijn de gevolgen van een onbehandelde angststoornis?

A.Verlies van kwaliteit van leven en werkproblemen.
B.Onmiddellijke verbetering van sociale relaties.
C.Geen invloed op het dagelijks leven.
D.Verhoogde energie en motivatie.

38. Welk gedrag is typisch voor iemand met een sociale angststoornis?

A.Zichzelf in de groep plaatsen
B.Actief deelnemen aan gesprekken
C.Zich terugtrekken uit sociale situaties
D.Nieuwe vrienden maken

39. Wat is de belangrijkste psychologische verklaring voor de ontwikkeling van angststoornissen?

A.Cognitieve vervormingen
B.Zorgzame opvoeding
C.Optimistische mindset
D.Slechte voedingsgewoonten

40. Wat is de rol van psycho-educatie in behandelingen?

A.Informatie geven over angststoornissen
B.Medicatie voorschrijven aan patiënten
C.Groepstherapie faciliteren
D.Therapieën uitvoeren

41. Wat kan de duur van symptomen zijn voor de diagnose van een gegeneraliseerde angststoornis?

A.Minstens 6 maanden.
B.Minstens 1 maand.
C.Minstens 1 jaar.
D.Minstens 3 maanden.

42. Wat is het belangrijkste verschil tussen angst en paniek?

A.Angst is langdurig, paniek is plotseling
B.Angst is altijd zichtbaar, paniek niet
C.Paniek is altijd positief, angst niet
D.Angst komt alleen bij volwassenen voor

43. Wat is de invloed van cultuur op angststoornissen?

A.Beperkt geen enkele invloed
B.Beïnvloedt de expressie en interpretatie van angst
C.Verhoogt de prevalentie wereldwijd
D.Heeft alleen invloed op behandelingen

44. Welke zelfhulpmethode wordt vaak toegepast bij angststoornissen?

A.Schrijven in een dagboek
B.Slaapmedicatie nemen
C.Sporten zonder begeleiding
D.Gezond eten

45. Wat is een belangrijk criterium voor de diagnose van een sociale angststoornis?

A.Angst voor beoordeling door anderen.
B.Eenzijdige gedachten zonder interactie.
C.Afwezigheid van angst in sociale situaties.
D.Paniekaanvallen zonder context.

46. Wat kan een gevolg zijn van onbehandelde angststoornissen?

A.Verbeterde werkprestaties
B.Ontwikkeling van andere psychische aandoeningen
C.Meer sociale interactie
D.Verhoogde zelfvertrouwen

47. Welke van de volgende stellingen is waar over angststoornissen?

A.Angststoornissen zijn alleen erfelijk
B.Angststoornissen zijn vaak multi-etiologisch
C.Angststoornissen zijn alleen te wijten aan omgevingsfactoren
D.Angststoornissen ontstaan altijd in de kindertijd

48. Op welke manier kunnen ademhalingstechnieken helpen?

A.Ze verminderen acute angst door het zenuwstelsel te kalmeren
B.Ze verhogen de hartslag voor meer energie
C.Ze maken medicatie overbodig
D.Ze zijn alleen effectief bij jongeren

49. Wat is de impact van vermijding op angststoornissen?

A.Het versterkt de angst.
B.Het vermindert de symptomen.
C.Het heeft geen effect.
D.Het maakt de angst voorspelbaar.

50. Vul in: Bij een paniekaanval kan men het gevoel hebben van ____.

A.Ongemak
B.Euforie
C.Controle
D.Vertrouwen

51. Wat is het doel van gedragsactivatie in de behandeling?

A.Patiënten aanmoedigen om positieve activiteiten te ondernemen
B.Alleen focussen op gedachtenverandering
C.Medicatie verminderen
D.Groepsbijeenkomsten organiseren

52. Wanneer kan een diagnose worden gesteld?

A.Als symptomen niet beter verklaard worden door een andere aandoening.
B.Wanneer symptomen tijdelijk zijn.
C.Als symptomen niet zichtbaar zijn.
D.Wanneer er geen behandelingsopties beschikbaar zijn.

53. Wat is de rol van vermijding bij angststoornissen?

A.Vermindert de angst
B.Versterkt de angst
C.Helpt bij sociale interactie
D.Verhoogt het zelfvertrouwen

54. Wat is de functie van sociale steun in behandelingen voor angststoornissen?

A.Het verhoogt de effectiviteit van behandelingen
B.Het is niet nodig voor succesvolle behandeling
C.Het maakt medicatie noodzakelijk
D.Het vermindert de noodzaak voor therapie

55. Wat zijn sociale angsten?

A.Angsten gerelateerd aan specifieke objecten
B.Angsten in sociale situaties
C.Angsten voor het donker
D.Angsten voor reizen

56. Wat is de meeste voorkomende behandeling voor een paniekstoornis?

A.Cognitieve gedragstherapie (CGT)
B.Medicatie met antidepressiva
C.Zorgvuldig vermijden van triggers
D.Groepspsychotherapie

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.