Eindexamen: Eindexamen fases

Eindexamenherhaling over de fases van thermodynamica. Leer de basisconcepten en bereid je voor op je examen.

TigerMila3·22 flashcards·19 vragen
eindexamenphysicsthermodynamics
0
Ken ik
1 / 22
0
Aan het leren
Voorkant

Wat zijn de vier fases van thermodynamica?

Tik om om te draaien
Achterkant

Vaste stof, vloeistof, gas, en plasma.

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(19 vragen)

Vraag 1 van 19

1. Wat gebeurt er bij condensatie?

Termen in deze set(22)

Wat zijn de vier fases van thermodynamica?

Vaste stof, vloeistof, gas, en plasma.

Wat gebeurt er bij faseovergang?

Er is een verandering in de structuur van de materie zonder dat de temperatuur verandert.

Wat is sublimatie?

De overgang van vaste stof naar gas, zoals bij droogijs.

Wat is de faseovergang van gas naar vloeistof?

Condensatie.

Wat is de formule voor interne energie?

U=QW\displaystyle U = Q - W, waarbij U interne energie is, Q warmte en W werk.

Wat is de betekenis van het symbool Q?

Q staat voor de warmte die aan of van een systeem wordt toegevoegd.

Wat is het verschil tussen adiabatische en isotherme processen?

Adiabatisch: geen warmte-uitwisseling. Isotherm: constante temperatuur.

Wat is de formule van de ideale gaswet?

PV = nRT, waarbij P druk, V volume, n aantal mol, R gasconstante en T temperatuur is.

Wat is een endotherme reactie?

Een reactie die warmte uit de omgeving opneemt.

Wat is een exotherme reactie?

Een reactie die warmte aan de omgeving afgeeft.

Wat is de Latente warmte?

De hoeveelheid energie die nodig is voor een faseovergang zonder temperatuurverandering.

Wat is het effect van druk op de fase van een stof?

Hogere druk kan de fase van gas naar vloeistof of vaste stof veranderen.

Wat is de kritische temperatuur?

De hoogste temperatuur waarbij een gas kan condenseren naar een vloeistof.

Wat is de eigenschappen van een ideale gas?

Ideale gassen hebben perfecte elasticiteit en ondergaan geen intermoleculaire krachten.

Wat is thermische uitzetting?

De neiging van materie om uit te zetten bij verhitting.

Wat is het verschil tussen warmtecapaciteit en soortelijke warmte?

Warmtecapaciteit is de totale hoeveelheid warmte die een stof kan opslaan; soortelijke warmte is per eenheid massa.

Vul in: De faseovergang van vloeistof naar gas is ______.

Verdamping.

Wat is de rol van een warmtewisselaar?

Een apparaat dat warmte van de ene vloeistof naar de andere overdraagt zonder de vloeistoffen te mengen.

Wat betekent thermodynamisch evenwicht?

Een toestand waarin er geen netto verandering meer is in de energie of fase van een systeem.

Wat is de definitie van entropie?

Een maat voor de wanorde in een systeem; hoe hoger de entropie, des te groter de wanorde.

Wat is convectie?

De overdracht van warmte door de beweging van vloeistoffen of gassen.

Wat is warmtegeleiding?

De overdracht van warmte door aanraking, meestal in vaste stoffen.

Vragen in deze set(19)

1. Wat gebeurt er bij condensatie?

A.Gas verandert in vloeistof
B.Vloeistof verandert in gas
C.Vaste stof verandert in gas
D.Gas verandert in vaste stof

2. Is sublimatie een faseovergang?

A.Ja, van gas naar vloeistof
B.Ja, van vaste stof naar gas
C.Nee, het is geen faseovergang
D.Ja, van vloeistof naar vaste stof

3. Wat is de ideale gaswet?

A.PV = nRT
B.PV = mRT
C.PV = NRT
D.PV = kT

4. Een exotherme reactie is:

A.Een reactie die warmte absorbeert
B.Een reactie die warmte afgeeft
C.Een reactie die geen warmte produceert
D.Een reactie die alleen met gassen plaatsvindt

5. Wat is de rol van een warmtewisselaar?

A.Om warmte op te slaan
B.Om temperatuur te meten
C.Om warmte tussen twee vloeistoffen over te dragen
D.Om een chemische reactie te versnellen

6. Wat is het effect van druk op een gas?

A.Verhoogt de temperatuur
B.Verandert het in vloeistof
C.Vermindert het volume
D.Alle bovenstaande

7. Wat is thermische uitzetting?

A.Materie krimpt bij verhitting
B.Materie zet uit bij verhitting
C.Materie blijft constant
D.Materie verandert van fase

8. Wat is de definitie van entropie?

A.Een maat voor energie
B.Een maat voor temperatuur
C.Een maat voor wanorde
D.Een maat voor druk

9. Is een ideale gas een perfect gas?

A.Ja, het volgt alle gaswetten
B.Nee, het bestaat niet
C.Ja, het is altijd koud
D.Nee, het kan niet samengeperst worden

10. Wat is een endotherme reactie?

A.Warmte wordt afgegeven
B.Warmte wordt opgenomen
C.Geen warmteverandering
D.Warmte is constant

11. Wat is het verschil tussen warmtecapaciteit en soortelijke warmte?

A.Warmtecapaciteit is per massa
B.Soortelijke warmte is voor het hele systeem
C.Soortelijke warmte is per eenheid massa
D.Geen verschil

12. Wat gebeurt er bij verdamping?

A.Vloeistof verandert in vaste stof
B.Vloeistof verandert in gas
C.Gas verandert in vloeistof
D.Vaste stof verandert in gas

13. Wat is convectie?

A.Warmteoverdracht door aanraking
B.Warmteoverdracht in vloeistoffen en gassen
C.Warmteoverdracht zonder beweging
D.Warmteoverdracht van vaste stoffen

14. Is een plasmasysteem een fase van materie?

A.Ja, het is een fase
B.Nee, het is geen fase
C.Ja, maar alleen bij hoge druk
D.Ja, maar alleen bij lage temperatuur

15. Wat is de kritische temperatuur?

A.Temperatuur waar gas kan condenseren
B.Temperatuur waar geen faseovergang is
C.Temperatuur bij absolute nul
D.Temperatuur bij maximale druk

16. Vul in: De faseovergang van gas naar vaste stof is ______.

A.Sublimatie
B.Condensatie
C.Vriespunt
D.Sublimatie terug

17. Wat is de rol van intermoleculaire krachten?

A.Beïnvloeden de fase van stoffen
B.Maken stoffen altijd gasvormig
C.Hebben geen invloed
D.Zorgen voor hoge temperaturen

18. Wat is een voorbeeld van warmtegeleiding?

A.De lucht verwarmen met een kachel
B.Een lepel in een hete soep
C.Een ijsklontje in een drankje
D.De zon die de aarde verwarmt

19. Wat is de eenheid van druk?

A.Pascal
B.Joule
C.Newton
D.Watt

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.