Eutrofiëring en waterkwaliteit

Een uitgebreide begrippenlijst over eutrofiëring en waterkwaliteit, gericht op de belangrijkste termen en concepten binnen de milieuwetenschappen.

FinnLynx·72 flashcards·72 vragen
woenvironmental_sciencepollution
0
Ken ik
1 / 72
0
Aan het leren
Voorkant

Eutrofiëring

Tik om om te draaien
Achterkant

Het proces waarbij een waterlichaam verrijkt wordt met voedingsstoffen, vooral stikstof en fosfor.

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(72 vragen)

Vraag 1 van 72

1. Wat is een belangrijk gevolg van eutrofiëring op de biodiversiteit in water?

Termen in deze set(72)

Eutrofiëring(20)

Eutrofiëring

Het proces waarbij een waterlichaam verrijkt wordt met voedingsstoffen, vooral stikstof en fosfor.

Oorzaken van eutrofiëring?

Landbouwafvloeiing, afvalwater, en atmosferische depositie dragen bij aan eutrofiëring.

Waar leidt eutrofiëring toe?

Tot een verhoogde algengroei en verminderde zuurstofniveaus in water.

Wat gebeurt er met zuurstof in eutrofe wateren?

De zuurstofniveaus dalen, wat leidt tot verstoring van aquatische levensvormen.

Eutrofie vs. oligotrofie

Eutrofie: rijk aan voedingsstoffen. Oligotrofie: arm aan voedingsstoffen.

Wat zijn algenbloei?

Snelle groei van algen in reactie op verhoogde voedingsstoffen in water.

Gevolgen van algenbloei?

Vermindering van lichtpenetratie, verstoring van ecosystemen, en zuurstofgebrek.

Wat is een hypoxie?

Lage zuurstofniveaus in water, vaak veroorzaakt door eutrofiëring.

Fosfor als limiterende factor

In zoetwaterlichamen is fosfor vaak de beperkende voedingsstof voor algengroei.

Eutrofie en vissterfte

Eutrofie kan leiden tot vissterfte door zuurstofgebrek tijdens afbraakprocessen.

Nutrientenbalans

Balans tussen voedingsstoffen die cruciaal is voor het behoud van waterkwaliteit.

Wat zijn cyanobacteriën?

Blauwalgen die zich snel kunnen vermenigvuldigen in eutrofe omstandigheden.

Vervuiling door gebruik van kunstmest

Kunstmest bevat veel stikstof en fosfor, wat leidt tot eutrofiëring bij afspoeling.

Effect van klimaatverandering op eutrofiëring?

Verhoogde temperaturen kunnen algengroei versnellen door verhoogde fotosynthese.

Wat zijn anaerobe condities?

Voorwaarden zonder zuurstof, vaak het gevolg van organische afbraak in eutrofe omgevingen.

Wat is een algengroei explosie?

De plotselinge en massale toename van algen in een waterlichaam.

Eutrofie en drinkwaterkwaliteit

Eutrofie kan de kwaliteit van drinkwater aantasten door schadelijke stoffen.

Wat is ecologische verarming?

Verlies van biodiversiteit door eutrofiëring en de effecten daarvan op ecosystemen.

Wat zijn nutrientenfilters?

Structuren of systemen ontworpen om voedingsstoffen uit water te verwijderen.

Oplossingen voor eutrofiëring?

Beperking van meststoffen, verbetering van afvalwaterbehandeling, en herstel van ecosystemen.

Waterkwaliteit(20)

Fysische waterkwaliteit

De meetbare eigenschappen van water zoals temperatuur, troebelheid en kleur, die invloed hebben op ecosystemen.

Chemische waterkwaliteit

Refereert naar de concentraties van stoffen zoals zuurstof, voedingszouten en verontreinigingen in water.

Biologische waterkwaliteit

De aanwezigheid en diversiteit van organismen in water, wat inzicht geeft in de ecologische gezondheid.

pH-waarde

Een maat voor de zuurgraad van water. Een pH van 7 is neutraal, onder 7 zuur, boven 7 basisch.

Dissolved Oxygen (DO)

De hoeveelheid zuurstof opgelost in water, essentieel voor aquatische organismen.

Turbiditeit

De mate van troebelheid in water, veroorzaakt door de aanwezigheid van deeltjes en micro-organismen.

Nitraatconcentratie

De hoeveelheid nitraat in water, vaak een indicator van meststofvervuiling en eutrofiëring.

Biologisch zuurstofverbruik (BZV)

De hoeveelheid zuurstof die door micro-organismen wordt verbruikt bij de afbraak van organisch materiaal.

Eutrofiëring

De overmatige aanwezigheid van voedingsstoffen die leidt tot algengroei en zuurstofgebrek in water.

Watervoorraden

Natuurlijke of kunstmatige bronnen van water, zoals rivieren, meren en grondwater.

Conductiviteit

De maat voor de elektrische geleidbaarheid van water, indicatief voor de ionconcentratie.

Verontreinigingsindex

Een samengestelde score die de algehele kwaliteit van het water weergeeft op basis van verschillende parameters.

Algenbloei

De snelle groei van algen vaak door eutrofiëring, kan leiden tot zuurstofgebrek en dode zones.

Microplastics

Kleine plastic deeltjes in water die schadelijk zijn voor aquatisch leven en de voedselketen.

Fosfaatniveau

De concentratie van fosfaten in water, cruciaal voor het begrijpen van eutrofiëring en algengroei.

Hydrologische cyclus

De cyclus van water in verschillende vormen (vloeibaar, vast, gas) door de omgeving.

Bodembemonstering

Het proces van het verzamelen van bodemmonsters om de kwaliteit en verontreiniging van het sediment te analyseren.

Zoetwater versus zoutwater

Zoetwater heeft minder dan 1% zout; zoutwater, zoals oceanen, bevat ongeveer 3.5% zout.

Waterkwaliteitsnormen

Regelgeving die de maximale waarden van verontreinigingen in water vastlegt voor menselijke en ecologische gezondheid.

Afvalwaterzuivering

Het proces van het verwijderen van verontreinigingen uit afvalwater, essentieel voor het verbeteren van waterkwaliteit.

Oorzaken van vervuiling(16)

Landbouwafspoeling →

Afspoeling van meststoffen, zoals stikstof en fosfor, via regenwater naar waterlichamen.

Wat is een belangrijke bron van vervuiling?

Industrieel afvalwater, dat zware metalen en chemicaliën bevat.

Waar leidt verstedelijking toe?

Verhoogde afvoer van regenwater en verontreiniging door stedelijke activiteiten.

Chemische stoffen →

Chemische stoffen uit landbouw en industrie die in waterlichamen terechtkomen.

Wat is het effect van plastic afval?

Het verstoort ecosystemen en kan schadelijk zijn voor waterdieren.

Wat is de rol van riooloverstorten?

Bij zware regenval kan ongezuiverd afvalwater in oppervlaktewater terechtkomen.

Eutrofiëring is het gevolg van...

Overmatige nutriënten in water, veroorzaakt door landbouwafspoeling.

Wat is het risico van pesticiden?

Ze kunnen via afspoeling in water komen en schadelijk zijn voor aquatische organismen.

Wat is een gevolg van thermische vervuiling?

Stijging van de watertemperatuur, wat de zuurstofopname verlaagt.

Wat zijn microplastics?

Kleine plastic deeltjes die watervervuiling veroorzaken en schadelijk zijn voor organismen.

Wat is de impact van baggeren?

Het kan sediment en verontreinigingen in het water vrijgeven.

Wat zijn olie-invloeden op water?

Vervuiling door olie leidt tot verstoring van het ecosysteem en verstikking van organismen.

Wat is het effect van huishoudelijk afvalwater?

Bevat organische stoffen en nutriënten die waterkwaliteit kunnen aantasten.

Stedelijke drainage →

Brengt verontreinigingen uit de stad snel naar waterlichamen.

Wat is de impact van bouwactiviteiten?

Verhoogde sedimentbelasting en verontreiniging van nabijgelegen waterlichamen.

Wat veroorzaakt de verzuring van water?

Afvoer van zure regen en industriële lozingen.

Gevolgen van eutrofiëring(16)

Eutrofiëring → impact op biodiversiteit

Eutrofiëring leidt tot een afname van biodiversiteit doordat bepaalde soorten overhand krijgen, terwijl andere verdwijnen.

Wat zijn de gevolgen voor drinkwater?

Eutrofiëring beïnvloedt de drinkwaterkwaliteit door verhoogde concentraties van toxische stoffen en micro-organismen.

Waar leidt de afname van zuurstof in water toe?

Afname van zuurstof leidt tot vissterfte en verstoring van het ecosysteem.

Eutrofiëring vs. waterverontreiniging

Eutrofiëring veroorzaakt algengroei, terwijl waterverontreiniging bredere chemische vervuiling impliceert.

Gevolg van algengroei?

Algengroei leidt tot troebel water en vermindert de lichtpenetratie.

Wat zijn de economische gevolgen?

Verminderde visbestanden en toerisme; kosten voor waterzuivering stijgen.

Wat is een hypoxische zone?

Een hypoxische zone is een gebied met laag zuurstofgehalte, vaak veroorzaakt door eutrofiëring.

Fill in the blank: Eutrofiëring kan leiden tot _______ van waterorganismen.

de sterfte

Wat is het effect op de voedselketen?

Eutrofiëring verstoort de voedselketen door het verlies van basisonderdelen zoals plankton.

Waarbij speelt eutrofiëring een rol in recreatie?

Eutrofiëring kan leiden tot ongewenste geur en kleur, wat recreatieve activiteiten zoals zwemmen beïnvloedt.

Eutrofiëring → algengroei

Oorzaken van algengroei door eutrofiëring: hoge nutriëntconcentraties, vooral stikstof en fosfor.

True or False: Eutrofiëring verbetert altijd de waterkwaliteit.

False. Eutrofiëring verslechtert de waterkwaliteit door overmatige algengroei.

Wat zijn de gevolgen voor aquacultuur?

Eutrofiëring kan leiden tot vissterfte, wat aquacultuurbedrijven economisch schaadt.

Impact op zoetwaterhabitat?

Eutrofiëring vermindert de kwaliteit van zoetwaterhabitats, waardoor soorten hun leefgebied verliezen.

Wat zijn de gevolgen voor de volksgezondheid?

Eutrofiëring kan leiden tot schadelijke algenbloei, die toxines produceert die schadelijk zijn voor de mens.

Eutrofiëring → verstoring van ecosysteemdiensten

Diensten zoals waterzuivering en visproductie worden ernstig verstoord door eutrofiëring.

Vragen in deze set(72)

1. Wat is een belangrijk gevolg van eutrofiëring op de biodiversiteit in water?

A.Afname van biodiversiteit
B.Verhoging van zuurstoflevels
C.Toename van vispopulaties
D.Verbetering van waterkwaliteit

2. Wat is een belangrijke oorzaak van eutrofiëring?

A.Afspoeling van meststoffen
B.Afvalwater van huishoudens
C.Plastic afval
D.Thermische vervuiling

3. Wat beschrijft het proces van eutrofiëring het beste?

A.Een verhoging van voedingsstoffen in waterlichamen.
B.Een afname van zuurstof in de atmosfeer.
C.De afbraak van organische stoffen in de bodem.
D.Een vermindering van de biodiversiteit in zoetwater.

4. Wat verwijst de term 'fysische waterkwaliteit' naar?

A.De meetbare eigenschappen van water zoals temperatuur en troebelheid
B.De aanwezigheid van schadelijke chemicaliën
C.De diversiteit van aquatische organismen
D.De hoeveelheid opgeloste mineralen

5. Hoe beïnvloedt eutrofiëring de drinkwaterkwaliteit?

A.Het verhoogt de bacteriële concentraties
B.Het vermindert de mineralen
C.Het verhoogt de zuurstofconcentraties
D.Het verbetert de helderheid

6. Welke activiteit draagt bij aan de verontreiniging van oppervlaktewater?

A.Pesticidengebruik in de landbouw
B.Verwarming van water
C.Oogsten van gewassen
D.Bodembewerking

7. Welke van de volgende factoren draagt NIET bij aan eutrofiëring?

A.Landbouwafvloeiing
B.Afvalwater
C.Verbranding van fossiele brandstoffen
D.Atmosferische depositie

8. Wat is een belangrijke indicator van de chemische waterkwaliteit?

A.De concentratie van zuurstof
B.De vispopulatie
C.De temperatuur van het water
D.De visuele helderheid van het water

9. Wat is het directe gevolg van een afname van zuurstof in water door eutrofiëring?

A.Verhoogde algengroei
B.Vissterfte
C.Toename van zoetwaterplanten
D.Meer recreatieve activiteiten

10. Wat is een gevolg van verstedelijking?

A.Toename van verontreiniging door stedelijke activiteiten
B.Vermindering van afvoer van regenwater
C.Verhoogde biodiversiteit
D.Vervuiling door landbouw

11. Wat is een veelvoorkomend gevolg van eutrofiëring?

A.Verhoogde zuurstofniveaus in water.
B.Vermindering van algengroei.
C.Verhoogde algengroei.
D.Stabilisatie van ecosystemen.

12. Wat geeft de pH-waarde van water aan?

A.De temperatuur van het water
B.De hoeveelheid opgeloste stoffen
C.De zuurgraad van het water
D.De helderheid van het water

13. Wat is het verschil tussen eutrofiëring en waterverontreiniging?

A.Eutrofiëring veroorzaakt algengroei
B.Waterverontreiniging leidt alleen tot vissterfte
C.Eutrofiëring heeft geen invloed op waterorganismen
D.Waterverontreiniging komt alleen door industrie

14. Wat is de belangrijkste bron van zware metalen in water?

A.Industrieel afvalwater
B.Landbouwafspoeling
C.Afvalscheiding
D.Huishoudelijk afvalwater

15. Wat gebeurt er met de zuurstofniveaus in eutrofe systemen?

A.Ze blijven constant.
B.Ze stijgen door fotosynthese.
C.Ze dalen door afbraakprocessen.
D.Ze fluctueren aanzienlijk.

16. Welk proces beschrijft de afbraak van organisch materiaal door micro-organismen?

A.Biologisch zuurstofverbruik (BZV)
B.Eutrofiëring
C.Conductiviteit
D.Turbiiditeit

17. Wat is een veelvoorkomend gevolg van algengroei door eutrofiëring?

A.Verhoogde lichtpenetratie
B.Troebel water
C.Verminderde zoetwaterplanten
D.Betere visstand

18. Wat beïnvloedt de zuurstofopname in water?

A.Thermische vervuiling
B.Afvoer van meststoffen
C.Baggeren
D.Stedelijke drainage

19. Wat is het belangrijkste verschil tussen eutrofie en oligotrofie?

A.Eutrofie heeft een hoge voedingsstofconcentratie.
B.Oligotrofie heeft een hoge zuurstofconcentratie.
C.Eutrofie is beter voor de biodiversiteit.
D.Oligotrofie is het gevolg van vervuiling.

20. Wat veroorzaakt een algenbloei in waterlichamen?

A.Verhoogde temperatuur
B.Toename van voedingsstoffen
C.Afname van zuurstof
D.Verhoogde zoutconcentratie

21. Wat zijn de economische gevolgen van eutrofiëring voor visbestanden?

A.Toename van visbestanden
B.Daling van de visprijzen
C.Vermindering van visbestanden
D.Verbetering van aquacultuur

22. Welke stof draagt NIET bij aan watervervuiling?

A.Microplastics
B.Fosfor
C.Koolstofdioxide
D.Pesticiden

23. Wat zijn cyanobacteriën?

A.Groene bacteriën die fotosynthese uitvoeren.
B.Schimmels die in water leven.
C.Blauwalgen die zich snel vermenigvuldigen.
D.Vissen die in eutrofe wateren leven.

24. Wat is een gevolg van eutrofiëring?

A.Verhoogde biodiversiteit
B.Zuurstofgebrek in water
C.Verminderde troebelheid
D.Afname van pesticiden

25. Wat is een hypoxische zone?

A.Een gebied met een normaal zuurstofgehalte
B.Een gebied met laag zuurstofgehalte
C.Een gebied met hoge algengroei
D.Een gebied met veel vissoorten

26. Wat is de rol van riooloverstorten?

A.Om ongezuiverd afvalwater naar oppervlaktewater te leiden
B.Om regenwater te zuiveren
C.Om verontreinigingen op te slaan
D.Om water uit rivieren te pompen

27. Wat is een mogelijke oplossing voor eutrofiëring?

A.Verhoogd gebruik van kunstmest.
B.Beperking van meststoffen.
C.Verlaging van de waterkwaliteit.
D.Afvalwaterloosheid.

28. Welke waarde geeft de conductiviteit van water aan?

A.De temperatuur van het water
B.Het percentage opgeloste stoffen
C.De elektrische geleidbaarheid
D.De helderheid van het water

29. Wat is het effect van eutrofiëring op de voedselketen?

A.Het versterkt de voedselketen
B.Het heeft geen effect
C.Het verstoort de voedselketen
D.Het vergroot de biodiversiteit

30. Wat zijn de gevolgen van plastic afval in water?

A.Schade aan aquatische ecosystemen
B.Verhoging van zuurstofniveaus
C.Afname van sedimentatie
D.Verminderde afspoeling

31. Wat is hypoxie?

A.Een toestand van hoge zuurstofniveaus.
B.Een toestand van lage zuurstofniveaus.
C.Een staat van overvloed aan voedingsstoffen.
D.Een type algenbloei.

32. Wat is het effect van microplastics in water?

A.Verbeterde waterkwaliteit
B.Geen effect op aquatische organismen
C.Schadelijk voor de voedselketen
D.Toename van zuurstofniveaus

33. Hoe beïnvloedt eutrofiëring recreatieve activiteiten?

A.Het maakt zwemmen aantrekkelijker
B.Het leidt tot ongewenste geur en kleur
C.Het vergemakkelijkt vissen
D.Het verbetert de natuurbeleving

34. Wat is een kenmerk van baggeren?

A.Het vrijgeven van sediment en verontreinigingen
B.Het verbeteren van waterdoorstroming
C.Het verhogen van de biodiversiteit
D.Het verminderen van waterstand

35. Wat is een algengroei-explosie?

A.Een controleerbare toename van algen.
B.Een plotselinge en massale toename van algen.
C.Een afname van algen in waterlichamen.
D.Een natuurlijke balans in ecosystemen.

36. Wat beschrijft de term 'verontreinigingsindex'?

A.Een maat voor de vispopulatie
B.Een score voor de algehele waterkwaliteit
C.De temperatuur van het water
D.De zuurstofconcentratie

37. Wat zijn de oorzaken van algengroei door eutrofiëring?

A.Hoge nutriëntconcentraties
B.Lagere temperatuur
C.Verminderde neerslag
D.Afname van stikstof

38. Wat is een gevolg van huishoudelijk afvalwater?

A.Bevat organische stoffen en nutriënten
B.Vermindert de watertemperatuur
C.Verhoogt de zuurstofniveaus
D.Heeft geen invloed op waterkwaliteit

39. Wat is de rol van fosfor in eutrofiëring?

A.Het is een beperkende voedingsstof in zoetwater.
B.Het is overvloedig aanwezig in oceaanwater.
C.Het bevordert de afbraak van algen.
D.Het vermindert de algengroei.

40. Wat is een kenmerk van zoetwater?

A.Bevat meer dan 3.5% zout
B.Bevat minder dan 1% zout
C.Heeft een hogere temperatuur dan zoutwater
D.Is altijd troebel

41. Waar staat de uitspraak 'Eutrofiëring verbetert altijd de waterkwaliteit' voor?

A.Waar
B.Niet waar
C.Afhankelijk van de situatie
D.Alleen in zoetwater

42. Wat is een gevolg van landbouwafspoeling?

A.Eutrofiëring van waterlichamen
B.Verminderde biodiversiteit in de stad
C.Verhoging van waterstand
D.Vermindering van sedimentatie

43. Welke van de volgende effecten wordt NIET veroorzaakt door eutrofiëring?

A.Vissterfte door zuurstofgebrek.
B.Verlies van biodiversiteit.
C.Verbeterde waterhelderheid.
D.Verminderde lichtpenetratie.

44. Welke van de volgende opties is GEEN maat voor waterkwaliteit?

A.Dissolved Oxygen
B.Verontreinigingsindex
C.Zoutgehalte
D.Zonne-energie

45. Wat zijn de gevolgen van eutrofiëring voor aquacultuur?

A.Verbetering van de productie
B.Leidt tot vissterfte
C.Geen impact op aquacultuur
D.Verhoogde waterkwaliteit

46. Wat is de impact van olie op water?

A.Verstoring van ecosystemen
B.Verhoging van zuurstofniveaus
C.Afname van verontreinigingen
D.Versterking van waterkwaliteit

47. Wat zijn nutrientenfilters?

A.Structuren om schadelijke stoffen in water te verhogen.
B.Systemen ontworpen om voedingsstoffen uit water te verwijderen.
C.Natuurlijke reservoirs voor wateropslag.
D.Apparaten voor zuurstofinjectie in water.

48. Wat is de hydrologische cyclus?

A.De cyclus van water in verschillende vormen
B.De absorptie van water door planten
C.De afbraak van organisch materiaal
D.De toename van vervuiling in water

49. Wat is de impact van eutrofiëring op zoetwaterhabitats?

A.Verbetering van de habitatkwaliteit
B.Verlies van soorten
C.Toename van plantengroei
D.Verhoogde biodiversiteit

50. Wat zijn microplastics?

A.Kleine plastic deeltjes die watervervuiling veroorzaken
B.Grote plastic objecten
C.Natuurlijke vezels
D.Chemische stoffen uit de industrie

51. Hoe beïnvloedt klimaatverandering eutrofiëring?

A.Het vermindert de algengroei.
B.Het stabiliseert de watertemperatuur.
C.Het versnelt algengroei door hogere temperaturen.
D.Het verhoogt de biodiversiteit.

52. Wat houdt afvalwaterzuivering in?

A.Het verbeteren van de waterkwaliteit
B.Het toevoegen van chemicaliën aan water
C.Het verhogen van de temperatuur van water
D.Het verwijderen van zuurstof uit water

53. Welke gevolgen heeft eutrofiëring voor de volksgezondheid?

A.Het heeft geen effect
B.Het verhoogt de veiligheid van drinkwater
C.Het kan leiden tot schadelijke algenbloei
D.Het verbetert de luchtkwaliteit

54. Wat veroorzaakt verzuring van water?

A.Afvoer van zure regen
B.Verlaging van temperatuur
C.Verhoogde biodiversiteit
D.Toename van zoetwaterorganismen

55. Wat zijn anaerobe condities?

A.Condities met veel zuurstof.
B.Voorwaarden zonder zuurstof.
C.Een toestand van overvloed aan voedingsstoffen.
D.Een fase van waterzuivering.

56. Wat betekent nitraatconcentratie in water?

A.De hoeveelheid bacteriën in het water
B.De hoeveelheid nitraat in het water
C.De helderheid van het water
D.De temperatuur van het water

57. Hoe beïnvloedt eutrofiëring ecosysteemdiensten?

A.Het versterkt ecosysteemdiensten
B.Het heeft geen effect
C.Het verstoort ecosysteemdiensten zoals waterzuivering
D.Het verbetert visproductie

58. Wat is een gevolg van bouwactiviteiten?

A.Verhoogde sedimentbelasting van waterlichamen
B.Afname van verontreinigingen
C.Toename van waterdoorstroming
D.Verbetering van waterkwaliteit

59. Wat is ecologische verarming?

A.Verlies van biodiversiteit door eutrofiëring.
B.Een toename van de vispopulatie.
C.Een verbetering van de waterkwaliteit.
D.Een verhoging van de algendiversiteit.

60. Wat zijn watervoorraden?

A.Naturale en kunstmatige bronnen van water
B.Alle organismen die in water leven
C.De temperaturen van verschillende waterlichamen
D.De hoeveelheid vervuiling in het water

61. Wat is een belangrijk gevolg van eutrofiëring voor de recreatie in waterlichamen?

A.A. Verminderde waterkwaliteit door algengroei
B.B. Toename van vispopulaties
C.C. Verbetering van zwemomstandigheden
D.D. Stijging van de zuurstofniveaus

62. Wat is de rol van stedelijke drainage?

A.Brengt verontreinigingen snel naar waterlichamen
B.Vermindert afvoer van regenwater
C.Verhoogt de watertemperatuur
D.Zorgt voor meer biodiversiteit

63. Welke van de volgende uitspraken over algenbloei is waar?

A.Het heeft alleen positieve effecten.
B.Het vermindert de zuurstofproductie.
C.Het is altijd een teken van gezonde ecosystemen.
D.Het kan de drinkwaterkwaliteit verbeteren.

64. Wat kan een hoge turbiditeit in water aangeven?

A.Een overvloed aan algen
B.Een lage hoeveelheid zuurstof
C.Verontreiniging door deeltjes en micro-organismen
D.Een hoge pH-waarde

65. Wat wordt vaak als een gevolg van eutrofie in drinkwater beschouwd?

A.Verbeterde smaak van het water.
B.Toename van schadelijke stoffen.
C.Verminderde verzilting.
D.Verhoogde helderheid.

66. Wat betekent een hoge fosfaatniveau in water?

A.Verbeterde vispopulatie
B.Mogelijke eutrofiëring
C.Hogere zuurstofgehaltes
D.Lagere temperaturen

67. Wat is een primaire oorzaak van eutrofiëring in landbouwgebieden?

A.Gebruik van pesticiden.
B.Afvoer van meststoffen.
C.Verhoogde biodiversiteit.
D.Natuurlijke sedimentatie.

68. Welke van de volgende termen verwijst naar de aanwezigheid en diversiteit van organismen in water?

A.Chemische waterkwaliteit
B.Biologische waterkwaliteit
C.Fysische waterkwaliteit
D.Conductiviteit

69. Welke stof is vaak de beperkende voedingsstof voor algengroei in zoetwaterlichamen?

A.Fosfor
B.Stikstof
C.Koolstof
D.Kalium

70. Wat is de relatie tussen pH-waarde en aquatische organismen?

A.Hogere pH-waarden zijn altijd beter
B.Organismen hebben specifieke pH-vereisten
C.pH heeft geen invloed op organismen
D.Alle organismen kunnen in elke pH-waarde overleven

71. Wat is een gevolg van de sterke groei van cyanobacteriën in eutrofe wateren?

A.Verhoogde biodiversiteit
B.Afname van zuurstofniveaus
C.Verbeterde waterkwaliteit
D.Minder algengroei

72. Wat is een belangrijke eigenschap van biologische waterkwaliteit?

A.De diversiteit van aquatische organismen
B.De temperatuur van het water
C.De troebelheid van het water
D.De aanwezigheid van microplastics

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.