Engelse literatuurgeschiedenis periodes begrippenlijst

Deze set van flashcards bestrijkt de belangrijkste periodes en begrippen binnen de Engelse literatuurgeschiedenis, wat essentieel is voor het eindexamen.

LuukP0·28 flashcards·28 vragen
eindexamenliteratureenglish_literature
0
Ken ik
1 / 28
0
Aan het leren
Voorkant

Wat is de Romantiek?

Tik om om te draaien
Achterkant

Een literaire periode (ca. 1800-1850) gekenmerkt door emotie, natuur, en individualisme.

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(28 vragen)

Vraag 1 van 28

1. Wat is de belangrijkste focus van de Romantiek?

Termen in deze set(28)

Flashcards 1(14)

Wat is de Romantiek?

Een literaire periode (ca. 1800-1850) gekenmerkt door emotie, natuur, en individualisme.

Vul de lege ruimte: De _________ was een reactie op het classicisme.

Romantiek

Noem twee kenmerken van het Realisme.

- Weergave van het dagelijks leven - Objectieve vertelstijl

Waar staat het Modernisme voor?

Een literaire beweging die eind 19e en begin 20e eeuw opkwam, gekenmerkt door experimenteren met vorm en inhoud.

Waarin verschilt het Naturalism van het Realisme?

Naturalism legt nadruk op determinisme en erfelijkheid, terwijl Realisme gewoon het dagelijks leven afbeeldt.

Wat was het doel van de Verlichting?

De nadruk op rede, wetenschap en individuele vrijheid als reactie op bijgeloof en monarchie.

Waar komt de term 'Victorian Literature' vandaan?

Van koningin Victoria, die regeerde van 1837 tot 1901, en van de maatschappelijke veranderingen in die tijd.

Waar staat de term 'Postmodernisme' voor?

Een periode vanaf de jaren 60 waarin traditionele vormen en narratieven worden uitgedaagd en ondermijnd.

Is de Engelse literatuur altijd in periodes ingedeeld? Waarom?

Ja, het helpt bij het categoriseren en begrijpen van de ontwikkeling van thema's en stijlen.

Noem één schrijver uit de Romantiek.

William Wordsworth

Wat zijn twee thema's van het Modernisme?

- Vervreemding - Identiteitscrisis

Wat is een belangrijk kenmerk van de Middeleeuwse literatuur?

De nadruk op religie en de orale traditie van verhalen vertellen.

Vul in: De Engelse literatuur begon met _________.

de Anglo-Saksische periode.

Noem een belangrijk werk uit de Romantiek.

Frankenstein van Mary Shelley.

Flashcards 2(14)

Romantiek → Kenmerken

Natuur, emotie, individualisme, verzet tegen rationalisme.

Noem een belangrijke schrijver uit de Romantiek.

William Wordsworth, bekend om zijn poëzie over de natuur.

Wat is het verschil tussen het Realisme en het Naturalism?

Realisme: waarheidsgetrouwe weergave van het leven. Naturalism: benadrukt invloed van omgeving en erfelijkheid.

Verlichting → Hoofdideeën

Reden, wetenschap, rationaliteit, vooruitgang, mensenrechten.

Waar staat de term 'Victorian' voor?

De periode van koningin Victoria, gekenmerkt door morele waarden en sociale hervormingen.

Vul de lege plek in: Modernisme was een reactie op _______.

Traditionele vormen en waarden in de literatuur.

Wat is een kenmerk van de Postmodernisme?

Ironie, zelfreferentialiteit en vermenging van genres.

Eind 19de eeuw → Belangrijke literaire beweging?

Realime, met schrijvers zoals Thomas Hardy en Henry James.

True or False: De Romantiek was alleen gericht op de natuur.

False. Het richtte zich ook op emoties en individualisme.

Noem een belangrijke roman uit de Victoriaanse periode.

"Pride and Prejudice" van Jane Austen.

Wat zijn enkele thema's van het Modernisme?

Vervreemding, identiteitsverlies, en de zoektocht naar betekenis.

Wat is de rol van de verteller in de Postmodernistische literatuur?

De verteller is vaak ongebruikelijk en kan twijfelen aan de waarheid.

Realism → Belangrijke kenmerken

Noodlot, karakterontwikkeling, sociale kritiek.

Vul de lege plek in: De Verlichting stimuleerde _______.

De ontwikkeling van moderne wetenschappen en filosofieën.

Vragen in deze set(28)

1. Wat is de belangrijkste focus van de Romantiek?

A.Emotie en individualisme
B.Wetenschap en rationaliteit
C.Sociale rechtvaardigheid
D.Technologische vooruitgang

2. Wat is een kernkenmerk van de Romantiek?

A.Natuur
B.Wetenschap
C.Sociale hervormingen
D.Industrialisatie

3. Welke periode volgde direct op het Realisme?

A.Modernisme
B.Romantiek
C.Postmodernisme
D.Victorian Literature

4. Wie is een belangrijke auteur uit de Romantiek?

A.Charles Dickens
B.William Wordsworth
C.George Orwell
D.Virginia Woolf

5. Welke stroming benadrukt het idee van determinisme?

A.Naturalism
B.Romantiek
C.Realisme
D.Postmodernisme

6. Wat onderscheidt Realisme van Naturalism?

A.Emotie vs. rationaliteit
B.Sociale kritiek vs. erfelijkheid
C.Waarheidsgetrouwe weergave vs. invloed van omgeving
D.Traditionele waarden vs. moderne waarden

7. Wat was een belangrijk doel van de Verlichting?

A.De nadruk op religie
B.De ontwikkeling van romantische poëzie
C.Wetenschap en individuele vrijheid
D.Het bewaren van traditionele waarden

8. Wat zijn de belangrijkste ideeën van de Verlichting?

A.Emotie en natuur
B.Reden en wetenschap
C.Fantasie en dromen
D.Traditionele waarden

9. Welke schrijver is NIET verbonden met de Romantiek?

A.William Wordsworth
B.Mary Shelley
C.Charles Dickens
D.Lord Byron

10. Wat betekent de term 'Victorian'?

A.Een literair genre
B.Een periode van sociale veranderingen
C.Een type poëzie
D.Een stijl van schrijven

11. Wat is een kenmerk van het Modernisme?

A.Gebruik van traditionele narratieven
B.Experimenteren met vorm en inhoud
C.Focus op natuurlijke landschappen
D.Weergave van het dagelijks leven

12. Vul de lege plek in: Modernisme was een reactie op _______.

A.Romantiek
B.Traditionele vormen en waarden
C.Realisme
D.Naturalism

13. Vul de lege ruimte in: De Engelse literatuur begon met _________.

A.de Victoriaanse periode
B.de Romantiek
C.de Anglo-Saksische periode
D.de Middeleeuwen

14. Wat is een kenmerk van het Postmodernisme?

A.Lineariteit
B.Ironie
C.Eenduidigheid
D.Historische nauwkeurigheid

15. Wat is een thema dat vaak voorkomt in de Romantiek?

A.Vervreemding
B.Technologische vooruitgang
C.De natuur
D.Religie

16. Welke literaire beweging was belangrijk aan het eind van de 19e eeuw?

A.Romantiek
B.Modernisme
C.Realisme
D.Surrealisme

17. Welke term beschrijft de periode van 1837 tot 1901 in de Engelse literatuur?

A.De Romantiek
B.De Verlichting
C.Victorian Literature
D.Modernisme

18. Waar of niet waar: De Romantiek richtte zich alleen op emoties.

A.Waar
B.Niet waar
C.Soms waar
D.Altijd waar

19. Wat is een belangrijk kenmerk van Middeleeuwse literatuur?

A.Focus op individuele ervaringen
B.Religie en orale traditie
C.Wetenschappelijk denken
D.Romantische thema's

20. Noem een belangrijke roman uit de Victoriaanse periode.

A.Moby Dick
B.Pride and Prejudice
C.1984
D.Wuthering Heights

21. Noem een belangrijk werk uit de Romantiek.

A.Pride and Prejudice
B.Frankenstein
C.Great Expectations
D.The Picture of Dorian Gray

22. Wat zijn enkele thema's van het Modernisme?

A.Romantiek en natuur
B.Vervreemding en identiteitsverlies
C.Traditie en folklore
D.Verandering en stabiliteit

23. Welk van de volgende woorden beschrijft het best het Postmodernisme?

A.Traditioneel
B.Experimenteel
C.Eenvoudig
D.Conservatief

24. Wat is de rol van de verteller in Postmodernistische literatuur?

A.De verteller is altijd objectief
B.De verteller kan twijfelen aan de waarheid
C.De verteller is onzichtbaar
D.De verteller volgt een lineaire structuur

25. Welke schrijver wordt vaak geassocieerd met het Realisme?

A.Charles Dickens
B.Jane Austen
C.Virginia Woolf
D.Herman Melville

26. Realism omvat vaak welke van de volgende elementen?

A.Noodlot en karakterontwikkeling
B.Magische elementen
C.Romantische liefde
D.Droomachtige setting

27. Wat is een belangrijk verschil tussen Realisme en Naturalism?

A.Realisme richt zich op de mens en zijn omgeving
B.Naturalism negeert sociale thema's
C.Realisme is subjectief in zijn benadering
D.Naturalism is altijd optimistisch

28. Vul de lege plek in: De Verlichting stimuleerde _______.

A.De ontwikkeling van moderne wetenschappen
B.Emotionele expressie
C.Mystieke ervaringen
D.Traditionele folklore

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.