Personage flashcards

Studiekaarten over personages in het theater. Leer belangrijke termen en concepten.

FoxTess2·12 flashcards·9 vragen
onderbouwartstheater
0
Ken ik
1 / 12
0
Aan het leren
Voorkant

Wat is een personage?

Tik om om te draaien
Achterkant

Een personage is een persoon in een verhaal, film of toneelstuk.

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(9 vragen)

Vraag 1 van 9

1. Wie is meestal de held in een verhaal?

Termen in deze set(12)

Wat is een personage?

Een personage is een persoon in een verhaal, film of toneelstuk.

Wat doet een protagonist?

De protagonist is het belangrijkste personage. Dit personage maakt vaak de meeste veranderingen mee.

Wat is een antagonist?

De antagonist is de tegenstander van de protagonist. Hij of zij zorgt voor conflicten.

Wat is karakterontwikkeling?

Karakterontwikkeling is het proces waarbij een personage verandert door gebeurtenissen in het verhaal.

Noem een voorbeeld van een archetype.

Een voorbeeld van een archetype is de held. Deze is dapper en komt vaak op voor anderen.

Wat is een bijpersonage?

Een bijpersonage ondersteunt het hoofdverhaal maar is minder belangrijk dan de hoofdpersonages.

Wat is een dynamisch personage?

Een dynamisch personage verandert gedurende het verhaal, vaak door ervaringen.

Wat is een statisch personage?

Een statisch personage verandert niet. Dit personage blijft hetzelfde van begin tot eind.

Vul in: Een ___ is een personage dat de held helpt.

Een sidekick is een personage dat de held helpt.

Wat is een antiheld?

Een antiheld is een personage dat niet de typische heldenkwaliteiten heeft, maar toch sympathiek is.

Waar komt de term 'personage' vandaan?

De term 'personage' komt uit het Latijn en betekent 'rol' of 'masker'.

Wat is een cliché in personages?

Een cliché is een veelgebruikte karaktertrek die vaak voorspelbaar is.

Vragen in deze set(9)

1. Wie is meestal de held in een verhaal?

A.Protagonist
B.Antagonist
C.Bijpersonage
D.Cliché

2. Waar staat de antagonist voor?

A.Hoofdpersonage
B.Tegenstander
C.Bijrol
D.Held

3. Waar komt de term 'personage' vandaan?

A.Frans
B.Latijn
C.Duits
D.Engels

4. Wat is een bijpersonage?

A.Hoofdrol
B.Tegenstander
C.Bijrol
D.Cliché

5. Wat is een dynamisch personage?

A.Verandert
B.Verandert niet
C.Is altijd hetzelfde
D.Is een cliché

6. Wat is een antiheld?

A.De tegenstander
B.De held
C.Een niet-typische held
D.Bijpersonage

7. Wat is karakterontwikkeling?

A.Verandering van de plot
B.Verandering van het personage
C.Verandering van de setting
D.Verandering van de schrijver

8. Vul in: Een ____ is een personage dat de held helpt.

A.Sidekick
B.Antagonist
C.Protagonist
D.Cliché

9. Wat is een cliché in personages?

A.Uniek karakter
B.Veelgebruikte karaktertrek
C.Bijpersonage
D.Dynamisch

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.