Nieuw-Guinea kwestie eindexamen oefenen

Oefen met de belangrijkste feiten, personen en gebeurtenissen rondom de Nieuw-Guinea kwestie voor het eindexamen geschiedenis.

Panda24·72 flashcards·72 vragen
eindexamenhistorydutch_history
0
Ken ik
1 / 72
0
Aan het leren
Voorkant

Wat is de Nieuw-Guinea kwestie?

Tik om om te draaien
Achterkant

Conflict tussen Nederland en Indonesië over de toekomst van Nieuw-Guinea.

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(72 vragen)

Vraag 1 van 72

1. Wat is de hoofdreden voor de Nieuw-Guinea kwestie?

Termen in deze set(72)

Achtergrond van de Nieuw-Guinea kwestie(16)

Wat is de Nieuw-Guinea kwestie?

Conflict tussen Nederland en Indonesië over de toekomst van Nieuw-Guinea.

Jaartal onafhankelijkheid Indonesië.

1945. Indonesië proclameert onafhankelijkheid op 17 augustus.

Oorzaak van de Nieuw-Guinea kwestie.

Dekolonisatieproces en strijd om soevereiniteit.

Wat wil Indonesië met Nieuw-Guinea?

Indonesië wil Nieuw-Guinea integreren als provincie.

Wat was de rol van de VN?

De VN bemiddelt in het conflict en vraagt om zelfbeschikking.

Gevolg van de Tweede Wereldoorlog.

Veranderende machtsverhoudingen en groeiende nationalistische bewegingen.

Onafhankelijkheidsoorlog Indonesië.

Conflict tussen Nederlandse koloniale overheid en Indonesische nationalisten (1945-1949).

Waarde van Nieuw-Guinea voor Nederland.

Belangrijke bron van grondstoffen, strategisch voor de regio.

Wat gebeurde in 1962?

Overdracht van Nieuw-Guinea aan Indonesië na internationale druk.

Verschil tussen Nieuw-Guinea en andere Indonesische gebieden.

Nieuw-Guinea had een verschillende cultuur en etniciteit.

Wat is de rol van Soekarno?

President van Indonesië, sterk voorstander van annexatie van Nieuw-Guinea.

Oorzaak van Nederlandse verzet.

Vrees voor verlies van prestige en economische belangen.

Wat was de uitkomst van de Round Table Conference?

Erkenning van Indonesische onafhankelijkheid, maar Nieuw-Guinea bleef Nederlands.

Wat is de status van Nieuw-Guinea voor de oorlog?

Koloniale status met beperkte autonomie voor inheemse bevolking.

Waar in Nieuw-Guinea lagen de meeste spanningen?

In de westelijke gebieden, om culturele en politieke redenen.

Belangrijke datum in de geschiedenis van Nieuw-Guinea.

1962: Overdracht aan Indonesië, einde van de Nieuw-Guinea kwestie.

Belangrijke personen(20)

J.F. Kennedy

President van de Verenigde Staten tijdens de Nieuw-Guinea kwestie.

Soekarno

President van Indonesië. Speelde een sleutelrol in de onafhankelijkheidsstrijd.

J. J. S. van Langenhove

Nederlands politicus, betrokken bij de onderhandelingen over Nieuw-Guinea.

Johan van der Heggen

Minister van Koloniën, verdedigde de Nederlandse positie in Nieuw-Guinea.

True or False: Soekarno was altijd voorstander van een vreedzame oplossing.

False - Soekarno gebruikte soms geweld om de onafhankelijkheid te verkrijgen.

Henry Kempe

Indonesische diplomaat die onderhandelingen over Nieuw-Guinea leidde.

J. C. van den Bosch

Een belangrijke adviseur voor de Nederlandse regering tijdens de kwestie.

Wilhelmina

Koningin van Nederland; haar regering was betrokken bij de kwestie.

Vergelijk Soekarno en Wilhelmina.

- Soekarno: Indonesische onafhankelijkheid - Wilhelmina: Nederlandse koloniaal beleid

G. A. van Aardenne

Minister van Buitenlandse Zaken, speelde een rol bij de diplomatieke contacten.

K.N.I.L.

Koninklijk Nederlands Indisch Leger, betrokken bij militaire operaties in Nieuw-Guinea.

Jan Pronk

Nederlandse politicus die zich uitsprak voor de rechten van Papoea's.

True or False: Jan Pronk was voor de annexatie van Nieuw-Guinea.

False - Jan Pronk was tegen de annexatie en pleitte voor een diplomatieke oplossing.

D. J. P. de Klerk

Een van de onderhandelaars die de afloop van de kwestie beïnvloedde.

Fill in the blank: Soekarno riep Indonesië uit als onafhankelijk in _____.

1945.

True or False: J.F. Kennedy steunde Nederland in de Nieuw-Guinea kwestie.

True - Kennedy ondersteunde Nederland in de Koude Oorlog context.

Max van der Stoel

Een belangrijke stem in de discussie over Nieuw-Guinea binnen de VN.

K. A. K. S. van Langenhove

Belangrijke adviseur van de Nederlandse regering in de kwestie.

Vergelijk de rol van Nederland en Indonesië.

- Nederland: Koloniale macht - Indonesië: Strijd om onafhankelijkheid

G. R. Terry

Britse diplomaat die betrokken was bij de internationale discussies.

Politieke gebeurtenissen(20)

1945: Einde Tweede Wereldoorlog

Na de oorlog ontstonden er nieuwe politieke spanningen in Nederlands-Indië.

Wat werd de status van Nieuw-Guinea?

Nieuw-Guinea bleef een kolonie van Nederland, ondanks toenemende druk.

1949: Soevereiniteitsoverdracht

Nederland droeg de soevereiniteit over aan Indonesië, maar Nieuw-Guinea bleef uitgesloten.

Wat gebeurde er in 1961?

Indonesië verklaarde Nieuw-Guinea zijn territorium en startte militaire druk.

Opmars van de Papoea's

Papoeaanse nationalisten streden voor onafhankelijkheid en erkenning.

1962: Overeenkomst van New York

Nederland en Indonesië bereikten een akkoord over de toekomst van Nieuw-Guinea.

Wie was Willem Drees?

Minister-president die betrokken was bij de overhandiging van Nieuw-Guinea.

Nederlandse militaire strategie

Vermijden van directe confrontatie met Indonesië. - Diplomatie - Onderhandelingen.

Wat was de rol van de VN?

De VN bemiddelde in het conflict en stelde een referendum voor.

1969: Acte van Zelfbeschikking

Papoea's stemden onder internationale druk voor aansluiting bij Indonesië.

Wat waren de gevolgen van de zelfbeschikking?

De uitslag werd betwijfeld; veel Papoea's voelden zich onderdrukt.

Indonesische annexatie

Indonesië nam Nieuw-Guinea officieel over in 1963.

Wie was Sukarno?

Eerste president van Indonesië die Nieuw-Guinea als kernpunt zag.

Wat was de invloed van de Koude Oorlog?

De VS steunden Indonesië als strategische tegenhanger van communisme in Azië.

Wat gebeurde er tijdens de Operatie Trikora?

Indonesische aanval op Nieuw-Guinea in 1961 om de soevereiniteit te claimen.

Politieke druk op Nederland

Internationale kritiek op de vasthoudendheid van Nederland in Nieuw-Guinea.

Wat was de uitkomst van de zelfbeschikking?

Onvoldoende steun voor onafhankelijkheid leidde tot annexatie door Indonesië.

Wie was Anton de Kom?

Activist die zich inzette voor de rechten van Papoea's en koloniale kwesties.

Wat werd de rol van de internationale gemeenschap?

Zij probeerde de dialoog tussen Nederland en Indonesië te bevorderen.

Wat was de boodschap van de Nederlandse regering?

Nederland wilde de Papoea's een stem geven, maar het proces werd bekritiseerd.

Gevolgen en impact(16)

Gevolg van de Nieuw-Guinea kwestie?

Verlies van koloniale controle voor Nederland.

Wat was de impact op de Indonesische economie?

Toename van economische onafhankelijkheid en nationale ontwikkeling.

Waar leidde de Nieuw-Guinea kwestie toe?

Tot de soevereiniteitsoverdracht van Nieuw-Guinea in 1962.

Waar of niet waar: Nederland verloor prestige.

Waar. De kwestie schokte het imago van Nederland internationaal.

Gevolgen voor binnenlands beleid in Nederland?

Verhoogde spanningen tussen politieke partijen en meer debat over dekolonisatie.

Verschil tussen de effecten op Nederland en Indonesië?

Nederland: verlies van kolonies; Indonesië: versterking van nationale identiteit.

Invloed op de Nederlandse bevolking?

Diverse meningen, van steun voor dekolonisatie tot behoud van gebieden.

Gevolg voor etnische verhoudingen in Indonesië?

Versterking van de nationale eenheid, maar ook etnische spanningen.

Wat was een directe oorzaak van het conflict?

De Indonesische wens voor volledige onafhankelijkheid van Nederland.

Invloed op de Verenigde Naties?

Nederland en Indonesië betrokken bij VN-onderhandelingen over Nieuw-Guinea.

Gevolgen voor diplomatieke relaties?

Verslechtering van de betrekkingen tussen Nederland en Indonesië.

Wat was de rol van de Verenigde Staten?

Steun aan Indonesië, wat leidde tot druk op Nederland.

Gevolg van de soevereiniteitsoverdracht?

Formele erkenning van de Indonesische soevereiniteit door Nederland.

Invloed op de Koude Oorlog?

Veranderingen in machtsbalans in de regio; Indonesië wordt belangrijker.

Gevolg voor de militaire aanwezigheid van Nederland?

Afname van militaire aanwezigheid en focus op andere gebieden.

Wat was een cultureel gevolg?

Verlies van invloed van Nederlandse cultuur in Nieuw-Guinea.

Vragen in deze set(72)

1. Wat is de hoofdreden voor de Nieuw-Guinea kwestie?

A.Conflict over soevereiniteit
B.Oorlog met Japan
C.Economische groei
D.Internationale samenwerking

2. Wie was de president van de Verenigde Staten tijdens de Nieuw-Guinea kwestie?

A.J.F. Kennedy
B.Dwight D. Eisenhower
C.Lyndon B. Johnson
D.Richard Nixon

3. Wat gebeurde er in 1945 in Nederlands-Indië?

A.Einde Tweede Wereldoorlog
B.Begin van de koloniale strijd
C.Oprichting van de VN
D.Onafhankelijkheidsverklaring van Indonesië

4. Wat was een gevolg van de Nieuw-Guinea kwestie voor de Nederlandse economie?

A.Verlies van koloniale inkomsten
B.Toename van handelsbetrekkingen met Indonesië
C.Stijging van investeringen in Nieuw-Guinea
D.Versterking van de economie in het moederland

5. Wat gebeurde er op 17 augustus 1945?

A.Proclamatie van de onafhankelijkheid van Indonesië
B.Overdracht van Nieuw-Guinea aan Nederland
C.Start van de onafhankelijkheidsoorlog
D.Oprichting van de Verenigde Naties

6. Wie was de president van Indonesië die betrokken was bij de onafhankelijkheidsstrijd?

A.Soekarno
B.Suharto
C.Mohammad Hatta
D.B.J. Habibie

7. Welke status had Nieuw-Guinea na de onafhankelijkheid van Indonesië in 1949?

A.Het werd onafhankelijk
B.Het bleef een kolonie van Nederland
C.Het werd een deel van Indonesië
D.Het kreeg een speciale status

8. Welke impact had de Nieuw-Guinea kwestie op de Indonesische nationale identiteit?

A.Versterking van de nationale identiteit
B.Afname van nationale trots
C.Geen impact op de identiteit
D.Toename van etnische conflicten

9. Welke rol speelde de VN in de Nieuw-Guinea kwestie?

A.Bemiddeling en vragen om zelfbeschikking
B.Leiding geven aan de oorlog
C.Ondersteuning van Nederland
D.Organiseren van het referendum

10. Wie was de minister van Koloniën die de Nederlandse positie in Nieuw-Guinea verdedigde?

A.Johan van der Heggen
B.G. A. van Aardenne
C.Jan Pronk
D.D. J. P. de Klerk

11. Wat was de belangrijkste gebeurtenis in 1961 met betrekking tot Nieuw-Guinea?

A.Indonesië verklaarde Nieuw-Guinea zijn territorium
B.Nederland gaf Nieuw-Guinea op
C.Papoea's verkregen autonomie
D.De VN bemiddelde in het conflict

12. Welke gebeurtenis leidde tot de soevereiniteitsoverdracht van Nieuw-Guinea?

A.Het akkoord van New York in 1962
B.De onafhankelijkheidsverklaring van Indonesië
C.De VN-resolutie van 1960
D.De militaire interventie van Nederland

13. Wat was de belangrijkste oorzaak van het Nederlandse verzet tegen de overdracht van Nieuw-Guinea?

A.Vrees voor verlies van prestige en economische belangen
B.Angst voor een nieuwe oorlog
C.Zorg voor de inheemse bevolking
D.Verlies van koloniale macht

14. Welke van de volgende personen was een belangrijke adviseur van de Nederlandse regering tijdens de kwestie?

A.J. C. van den Bosch
B.Max van der Stoel
C.Henry Kempe
D.Wilhelmina

15. Wat is de Overeenkomst van New York?

A.Een vredesverdrag tussen Nederland en Indonesië
B.Een internationale handels overeenkomst
C.Een akkoord over de toekomst van Nieuw-Guinea
D.Een document van de VN over mensenrechten

16. Waar of niet waar: De Nieuw-Guinea kwestie verbeterde de internationale status van Nederland.

A.Niet waar
B.Waar
C.De kwestie had geen invloed
D.Alleen waar in Europa

17. Wat wilde Indonesië met Nieuw-Guinea?

A.Integreren als provincie
B.Onafhankelijkheid garanderen
C.Zelfstandigheid waarborgen
D.Economische samenwerking verbeteren

18. Wat was de rol van het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (K.N.I.L.) in de Nieuw-Guinea kwestie?

A.Geen rol
B.Diplomatische onderhandelingen
C.Militaire operaties
D.Onafhankelijkheidsverklaring

19. Wie was Willem Drees?

A.Minister-president van Nederland
B.Eerste president van Indonesië
C.Activist voor Papoea's
D.VN-vertegenwoordiger

20. Wat was een gevolg van de Nieuw-Guinea kwestie voor het binnenlands beleid in Nederland?

A.Verhoogde politieke verdeeldheid
B.Minder aandacht voor internationale betrekkingen
C.Stabiliteit binnen de regering
D.Afname van politieke participatie

21. Wat was een belangrijk gevolg van de Tweede Wereldoorlog voor de Nieuw-Guinea kwestie?

A.Veranderende machtsverhoudingen en groeiende nationalistische bewegingen
B.Einde van kolonialisme wereldwijd
C.Versterking van de Nederlandse koloniale macht
D.Afname van nationale identiteiten

22. Wat was de positie van Jan Pronk met betrekking tot de annexatie van Nieuw-Guinea?

A.Voor de annexatie
B.Tegen de annexatie
C.Onpartijdig
D.Onbekend

23. Wat was de focus van de Nederlandse militaire strategie in de jaren '60?

A.Directe confrontatie met Indonesië
B.Diplomatie en onderhandelingen
C.Onafhankelijkheid van Nieuw-Guinea
D.Economische samenwerking

24. Wat was een belangrijk verschil in de impact van de Nieuw-Guinea kwestie tussen Nederland en Indonesië?

A.Nederland verloor koloniale macht, Indonesië kreeg nationale erkenning
B.Beide landen verloren economische stabiliteit
C.Nederland kreeg meer invloed, Indonesië minder
D.Er was geen verschil in impact

25. Wanneer vond de Round Table Conference plaats?

A.1949
B.1962
C.1945
D.1950

26. Wie leidde de onderhandelingen over Nieuw-Guinea namens Indonesië?

A.Henry Kempe
B.Soekarno
C.Johan van der Heggen
D.G. R. Terry

27. Wat was de rol van de VN in het Nieuw-Guinea conflict?

A.Het organiseerde een referendum
B.Het steunde Indonesië
C.Het legde sancties op aan Nederland
D.Het bemiddelde in het conflict

28. Wat was een gevolg van de Nieuw-Guinea kwestie voor de Nederlandse bevolking?

A.Verdeelde meningen over dekolonisatie
B.Unanimiteit in steun voor dekolonisatie
C.Toename van migratie naar Indonesië
D.Afname van belangstelling voor andere kolonies

29. Wat was de status van Nieuw-Guinea voor de oorlog?

A.Koloniale status met beperkte autonomie
B.Volledige onafhankelijkheid
C.Geen status
D.Provincie van Nederland

30. Wat was de rol van de VN in de discussie over Nieuw-Guinea?

A.Geen rol
B.Bemiddeling tussen Nederland en Indonesië
C.Ondersteuning van Nederland
D.Oorlogsverklaring aan Nederland

31. Wat gebeurde er met de Papoea's in 1969?

A.Ze stemden voor onafhankelijkheid
B.Ze werden geannexeerd door Indonesië
C.Ze kregen zelfbeschikking
D.Ze vormden een eigen regering

32. Wat was een significant cultureel gevolg van de Nieuw-Guinea kwestie?

A.Verlies van invloed van de Nederlandse cultuur
B.Toename van Nederlandse culturele festivals
C.Verdere verspreiding van de Nederlandse taal
D.Oprichting van culturele samenwerkingsprojecten

33. Wat gebeurde er in 1962 met Nieuw-Guinea?

A.Overdracht aan Indonesië na internationale druk
B.Onafhankelijkheid van Nieuw-Guinea
C.Oorlog tussen Nederland en Indonesië
D.Oprichting van een nieuwe regering

34. In welk jaar riep Soekarno Indonesië uit als onafhankelijk?

A.1945
B.1947
C.1950
D.1955

35. Wat was de uitkomst van het referendum over zelfbeschikking voor de Papoea's?

A.Ze kregen onafhankelijkheid
B.De uitslag werd betwijfeld
C.Ze kozen voor Nederland
D.Ze werden geaccepteerd door de VN

36. Welke rol speelde de Verenigde Staten in de Nieuw-Guinea kwestie?

A.Drukten Nederland om dekolonisatie te accepteren
B.Boden militaire steun aan Nederland
C.Negeerden de kwestie volledig
D.Ondersteunden uitsluitend Nederland

37. Wie was Soekarno?

A.President van Indonesië en voorstander van annexatie
B.Nederlandse koloniale gouverneur
C.VN-vertegenwoordiger
D.Militaire leider van Indonesië

38. Wat was de houding van J.F. Kennedy ten opzichte van Nederland in de Nieuw-Guinea kwestie?

A.Steunde Nederland
B.Neutraal
C.Steunde Indonesië
D.Was onverschillig

39. Wie was Sukarno?

A.Eerste president van Indonesië
B.Minister-president van Nederland
C.Activist voor de Papoea's
D.VN-vertegenwoordiger

40. Wat was het effect van de Nieuw-Guinea kwestie op de diplomatieke relaties tussen Nederland en Indonesië?

A.Verslechtering van de betrekkingen
B.Versterking van de samenwerking
C.Geen verandering in de relaties
D.Oprichting van een gezamenlijk handelsakkoord

41. Wat was een belangrijk kenmerk van Nieuw-Guinea in vergelijking met andere Indonesische gebieden?

A.Verschillende cultuur en etniciteit
B.Zelfstandigheid
C.Economische rijkdom
D.Zelfbeschikking

42. Wie was de koningin van Nederland tijdens de Nieuw-Guinea kwestie?

A.Juliana
B.Wilhelmina
C.Beatrix
D.Maxima

43. Wat was de invloed van de Koude Oorlog op de situatie in Nieuw-Guinea?

A.De VS steunden Nederland
B.De VS steunden Indonesië
C.Er was geen invloed
D.Er ontstond een directe confrontatie

44. Wat was een directe oorzaak van de Nieuw-Guinea kwestie?

A.De wens van Indonesië voor volledige onafhankelijkheid
B.De ontdekking van rijkdom in Nieuw-Guinea
C.De invloed van Europese landen
D.De vraag naar meer Nederlandse kolonisten

45. Wat was een gevolg van de dekolonisatieprocessen in de jaren '50 en '60?

A.Toename van nationalistische bewegingen in koloniën
B.Versterking van koloniale machten
C.Afname van politieke spanningen
D.Vernieuwing van het koloniale beleid

46. Wat was de belangrijkste reden voor de onafhankelijkheidsstrijd van Indonesië?

A.Economische voordelen
B.Koloniale onderdrukking
C.Culturele verschillen
D.Militaire superioriteit

47. Wat vond er plaats tijdens de Operatie Trikora?

A.Een diplomatiek overleg
B.Een Indonesische aanval op Nieuw-Guinea
C.Een Nederlandse overgave
D.Een VN-resolutie

48. Wat was het gevolg van de soevereiniteitsoverdracht van Nieuw-Guinea?

A.Formele erkenning van de Indonesische soevereiniteit
B.Verlies van alle diplomatieke betrekkingen
C.Economische steun voor Nieuw-Guinea
D.Oprichting van een gezamenlijke regering

49. Welke van de volgende stellingen is ONJUIST over de Nieuw-Guinea kwestie?

A.Het was een conflict tussen Nederland en Indonesië.
B.Het leidde tot internationale samenwerking.
C.Indonesië wilde Nieuw-Guinea als provincie.
D.De VN speelde een bemiddelende rol.

50. Wie was een belangrijke stem binnen de VN tegen de annexatie van Nieuw-Guinea?

A.Jan Pronk
B.G. R. Terry
C.Max van der Stoel
D.D. J. P. de Klerk

51. Wat was de politieke druk op Nederland in de jaren '60?

A.Internationale steun voor annexatie
B.Internationale kritiek op de vasthoudendheid
C.Onafhankelijkheidsbewegingen in Europa
D.Steun van de VN

52. Hoe beïnvloedde de Nieuw-Guinea kwestie de Koude Oorlog?

A.Verandering in machtsbalans in de regio
B.Vermindering van spanningen tussen de VS en de USSR
C.Geen impact op de Koude Oorlog
D.Toename van militaire samenwerking tussen Nederland en de VS

53. Wat was een belangrijk argument voor de Nederlandse overheid om Nieuw-Guinea te behouden?

A.Economische en strategische belangen
B.De wens om de inheemse bevolking te beschermen
C.De internationale druk om te dekoloniseren
D.De noodzaak van uitbreiding

54. Welke van de volgende beweringen over Soekarno is ONWAAR?

A.Hij riep Indonesië onafhankelijk uit in 1945
B.Hij gebruikte geweld in de onafhankelijkheidsstrijd
C.Hij was tegen de koloniale overheersing
D.Hij was een voorstander van de Nederlandse koloniale politiek

55. Wat was de uitkomst van de zelfbeschikking in 1969?

A.De Papoea's werden onafhankelijk
B.De Indonesische annexatie werd bevestigd
C.Er kwam een nieuwe regering
D.Er werd een nieuwe VN-resolutie aangenomen

56. Wat was een gevolg voor de militaire aanwezigheid van Nederland in de regio?

A.Afname van militaire aanwezigheid
B.Toename van militaire oefeningen
C.Versterking van buitenlandse bases
D.Geen verandering in de militaire strategie

57. Wat was een belangrijke reden voor de internationale druk op Nederland om Nieuw-Guinea over te dragen aan Indonesië?

A.De groeiende nationalistische beweging in Indonesië.
B.De economische voordelen van Nieuw-Guinea voor Nederland.
C.De culturele overeenkomsten tussen Nieuw-Guinea en Nederland.
D.De wens van de VN om meer landen in de regio onafhankelijk te maken.

58. Wat is een belangrijk verschil tussen Soekarno en Wilhelmina?

A.Beide waren voor onafhankelijkheid
B.Beide waren tegen kolonialisme
C.Soekarno streefde naar onafhankelijkheid, Wilhelmina naar behoud koloniën
D.Beide waren diplomaten

59. Wie was Anton de Kom?

A.Activist voor de rechten van Papoea's
B.Minister van Buitenlandse Zaken
C.President van Indonesië
D.Historicus

60. Wat was een belangrijk effect op etnische verhoudingen in Indonesië door de Nieuw-Guinea kwestie?

A.Versterking van de nationale eenheid
B.Afname van etnische diversiteit
C.Toename van segregatie
D.Verlies van culturele diversiteit

61. Welke gebeurtenis markeert het einde van de Nieuw-Guinea kwestie?

A.De onafhankelijkheid van Indonesië in 1945.
B.De overdracht van Nieuw-Guinea aan Indonesië in 1962.
C.De oprichting van de VN in 1945.
D.De Round Table Conference in 1949.

62. Wie was een van de onderhandelaars die de afloop van de kwestie beïnvloedde?

A.D. J. P. de Klerk
B.G. A. van Aardenne
C.Johan van der Heggen
D.Henry Kempe

63. Wat was de rol van de internationale gemeenschap in het Nieuw-Guinea conflict?

A.Zij steunde Nederland volledig
B.Zij bevorderde de dialoog tussen Nederland en Indonesië
C.Zij bleef neutraal
D.Zij steunde alleen de Papoea's

64. Wat was een gevolg van de Nieuw-Guinea kwestie op de internationale diplomatie?

A.Nederland en Indonesië moesten samenwerken in VN-onderhandelingen.
B.Nederland kreeg meer steun van andere Europese landen.
C.Indonesië verzocht om militaire steun van de Verenigde Staten.
D.Nederland verbood de invoer van Indonesische producten.

65. Wie was de belangrijkste adviseur van de Nederlandse regering in de kwestie?

A.K.A.K.S. van Langenhove
B.Soekarno
C.Jan Pronk
D.Johan van der Heggen

66. Wat was de boodschap van de Nederlandse regering tijdens de zelfbeschikking?

A.Nederland wilde de Papoea's een stem geven
B.Nederland wilde volledig terugtrekken
C.Nederland steunde Indonesië
D.Nederland wilde de kolonie behouden

67. Wie was de minister van Buitenlandse Zaken die een rol speelde in de diplomatieke contacten tijdens de Nieuw-Guinea kwestie?

A.G. A. van Aardenne
B.J. J. S. van Langenhove
C.Henk Kamp
D.Wouter Bos

68. Wat was de belangrijkste reden voor de Indonesische annexatie van Nieuw-Guinea in 1963?

A.A. Het versterken van de nationale identiteit
B.B. De ontdekking van olievelden
C.C. De druk van de Verenigde Naties
D.D. De steun van de Verenigde Staten

69. Welke bewering over Jan Pronk is juist?

A.Hij was voorstander van annexatie van Nieuw-Guinea.
B.Hij pleitte voor de rechten van Papoea's.
C.Hij leidde de onderhandelingen met Indonesië.
D.Hij was minister van Koloniën.

70. Welke gebeurtenis vond plaats als gevolg van de politieke druk op Nederland in de jaren '60?

A.A. De onafhankelijkheid van Nieuw-Guinea
B.B. De Overeenkomst van New York
C.C. De militaire interventie van Nederland
D.D. De erkenning van Papoea's als zelfstandige staat

71. Wie was de diplomaat die betrokken was bij internationale discussies over Nieuw-Guinea en een invloedrijke stem binnen de VN was?

A.Max van der Stoel
B.Henry Kempe
C.G. R. Terry
D.D. J. P. de Klerk

72. Wat was het gevolg van de Acte van Zelfbeschikking voor de Papoea's?

A.A. Onmiddellijke onafhankelijkheid van Nieuw-Guinea
B.B. Aansluiting bij Australië
C.C. Annexatie door Indonesië
D.D. Versterking van de Papoeaanse autonomie

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.