Continuïteit en verandering in de geschiedenis eindexamen oefenen

Deze set flashcards helpt leerlingen bij het oefenen van belangrijke feiten over continuïteit en verandering in de geschiedenis voor hun eindexamen.

Pixel29·64 flashcards·64 vragen
eindexamenhistorymodern
0
Ken ik
1 / 64
0
Aan het leren
Voorkant

Wat is een voorbeeld van continuïteit in de landbouw?

Tik om om te draaien
Achterkant

De traditionele akkerbouw. - Gebruik van ploeg, zaaien en oogsten - Blijvende technieken door de eeuwen heen.

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(64 vragen)

Vraag 1 van 64

1. Wat is een voorbeeld van continuïteit in de landbouwtechnieken?

Termen in deze set(64)

Continuïteit in de Geschiedenis(16)

Wat is een voorbeeld van continuïteit in de landbouw?

De traditionele akkerbouw. - Gebruik van ploeg, zaaien en oogsten - Blijvende technieken door de eeuwen heen.

In welke tijd was het feodalisme dominant?

De middeleeuwen. - Sociale structuur gebaseerd op landbezit - Blijvende invloed op de Europese maatschappij.

Waar bleef de religie constant in de geschiedenis?

Religieuze rituelen. - Offerpraktijken - Gebed en aanbidding blijven bestaan.

Wat blijft gelijk in de politieke systemen over tijd?

De behoefte aan macht. - Strijd om invloed en controle - Bestuurssystemen blijven in ontwikkeling.

Vul de leemte in: De rol van de vrouw in de __________.

maatschappij. - Vaak een constante, maar met variaties - Traditionele rollen blijven bestaan.

Waarin verschilt de Romeinse rechtspraak van hedendaagse?

Basisprincipes blijven bestaan. - Gelijkheid voor de wet - Procedurele continuïteit, maar moderne aanpassingen.

Waarin is de handel door de eeuwen heen continu?

Netwerk van handelsroutes. - Zijderoute, trans-Atlantische handel - Blijvende uitwisseling van goederen.

Wat blijft een constante in de kunsten?

De zoektocht naar schoonheid. - Diverse stijlen door de tijd - Maar thema's blijven vaak herhaald.

Wat is een continuïteit in de bouwstijl?

Gebruik van lokale materialen. - Baksteen, hout en natuursteen - Aangepast aan regionale beschikbaarheid.

Wat is een voorbeeld van continuïteit in taalgebruik?

Basale communicatieve woorden. - Woorden voor familie, natuur - Blijvende kern van elke taal.

Wat blijft een constante in de militaire strategie?

Gebruik van verdediging. - Vestingwerken, schuilplaatsen - Blijvende focus op bescherming.

Vul de leemte in: De monarchie als __________.

bestuursvorm. - Blijvende invloed in veel landen - Aanpassing aan moderne tijd.

Wat is een continuïteit in de onderwijsstructuur?

Basisvaardigheden. - Lezen, schrijven, rekenen - Fundament blijft bestaan.

Waarin is de rol van traditie constant?

Overdracht van cultuur. - Feesten, gebruiken - Blijvende verbinding met verleden.

Wat blijft een constante in de economie?

Ruilhandel. - Van goederen naar valuta - Basisprincipe van economische systemen.

Welke waarde blijft in verschillende samenlevingen bestaan?

Familiewaarden. - Ondersteuning, zorg en liefde - Blijvende fundamenten van de maatschappij.

Verandering in de Geschiedenis(16)

Wat was de Industriële Revolutie?

Een periode van snelle industriële groei in de 18e en 19e eeuw. - Technologische innovaties - Verstedelijking - Wijzigingen in arbeid

Geef een voorbeeld van politieke verandering in de 20e eeuw.

De val van de Berlijnse Muur in 1989. - Einde van de Koude Oorlog - Herunificatie van Duitsland

Wat zijn de gevolgen van de Franse Revolutie?

Verspreiding van democratische ideeën. - Afschaffing van feodale privileges - Vorming van nieuwe nationale staten

Waar leidde de dekolonisatie toe?

Onafhankelijkheid van kolonies in Afrika en Azië. - Nieuwe staten - Veranderingen in wereldpolitiek

Industriële Revolutie → ...

... ontstaan van de moderne kapitalistische economie.

Wat veranderde door de opkomst van het feminisme?

Verhoogde rechten voor vrouwen. - Stemrecht - Toegang tot onderwijs

Waar leidde de Grote Depressie toe?

Economische crisis in de jaren 1930. - Massale werkloosheid - Politieke instabiliteit

Wat is een gevolg van de wereldwijde globalisering?

Verhoogde economische integratie. - Internationale handel - Culturele uitwisseling

Wat zijn kenmerken van het kapitalisme?

Private eigendom en winstgerichtheid. - Vrije markt - Concurrentie

De Koude Oorlog → ...

... spanningen tussen Oost en West.

Werkgelegenheid voor vrouwen in de 20e eeuw → ...

... toename door de twee wereldoorlogen.

Wat symboliseerde de opkomst van de sociale zekerheid?

Verandering in de rol van de staat. - Bescherming van burgers - Sociale vangnetten

Waar leidde de Europese integratie toe?

Stabiliteit en samenwerking in Europa. - Europese Unie - Economische samenwerking

Wat was de impact van de technologie op de oorlogvoering?

Innovaties veranderden strategieën. - Vliegtuigen - Tanks - Communicatietechnologie

Geef een voorbeeld van culturele verandering.

De opkomst van de popcultuur in de jaren '60. - Muziek - Mode - Jeugdcultuur

Wat is de betekenis van de Romeinse wetten?

Basis voor moderne rechtsstelsels. - Juridische principes - Invloed op Europese wetten

Belangrijke Historische Gebeurtenissen(16)

Wat was de Franse Revolutie?

Een periode van radicale sociale en politieke verandering in Frankrijk (1789-1799) die de monarchie omverwierp.

Oorzaken van de Eerste Wereldoorlog?

Nationalisme, militarisme, bondgenootschappen, en imperialisme. - Spanningen in Europa.

Wat simboliseert de Val van de Berlijnse Muur?

Het einde van de Koude Oorlog en de hereniging van Oost- en West-Duitsland in 1989.

Waar leidde de Industriële Revolutie toe?

Verandering van agrarische naar industriële samenlevingen - Stedelijke groei, arbeidsomstandigheden verslechterden.

Waar staat de Magna Carta voor?

Een belangrijk document (1215) dat de koning beperkte en de rechten van edelen waarborgde.

Wat was de impact van Columbus' ontdekking?

Begin van de Europese kolonisatie van Amerika - Verandering in handel en cultuur.

Wat was de rol van de Verenigde Naties?

Opgericht in 1945 om internationale samenwerking en vrede te bevorderen.

Wat is het Marshallplan?

Economisch herstelprogramma van de VS voor Europa na de Tweede Wereldoorlog (1948-1952).

Wat gebeurde er tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog?

Strijd tussen Noordelijke en Zuidelijke staten van 1861-1865 over slavernij en staatsrechten.

Valse uitdrukking: De Koude Oorlog begon in 1945.

Onjuist: Begon na de Tweede Wereldoorlog, ongeveer 1947, met spanningen tussen de VS en de SU.

Verschil tussen de Verlichting en de Renaissance?

Verlichting: focus op rede en wetenschap. Renaissance: heropleving van kunst en cultuur uit de klassieke oudheid.

Oorzaak van de Franse Revolutie?

Onvrede over belastingdruk en sociale ongelijkheid - Inspiratie door de Verlichting.

Wat is de betekenis van de Holocaust?

De systematische genocide van Joden en andere groepen door Nazi-Duitsland (1941-1945).

Wat was de effecten van de Globalisering?

Versterking van economische en culturele verbondenheid wereldwijd - Verspreiding van technologie.

Invloed van de Industriële Revolutie op de arbeidersklasse?

Ontstaan van de arbeidersklasse en vakbonden - Verbetering van arbeidsomstandigheden en rechten.

Wat is de betekenis van de Verlichting?

Een intellectuele beweging (17e-18e eeuw) die nadruk legt op reden, wetenschap en mensenrechten.

Invloedrijke Figuren(16)

Wie was Willem van Oranje?

Willem van Oranje was de belangrijkste leider van de Nederlandse Opstand tegen Spanje in de 16e eeuw. Hij wordt vaak de 'Vader des Vaderlands' genoemd.

Wat is de impact van Napoleon op Nederland?

Napoleon bracht hervormingen in bestuur, wetgeving en onderwijs. Hij introduceerde de Code Napoléon, wat leidde tot blijvende veranderingen in het rechtssysteem.

Welk effect had de industriële revolutie?

De industriële revolutie leidde tot urbanisatie, veranderingen in arbeidsomstandigheden en een toename van de productie. - Grotere steden - Nieuwe sociale klassen

Wat deed Rosa Parks?

Rosa Parks weigerde haar zitplaats in de bus op te geven, wat leidde tot de Montgomery Bus Boycott. Dit was een cruciale stap in de Amerikaanse burgerrechtenbeweging.

Waar staat de naam 'Hendrik Colijn' voor?

Hendrik Colijn was een Nederlandse premier in de jaren '30. Hij voerde bezuinigingen door tijdens de Grote Depressie, wat leidde tot sociale onrust.

Waarvoor staat de term 'Glasnost'?

Glasnost, geïntroduceerd door Michail Gorbatsjov, betekende openheid en transparantie in de Sovjetunie. Het leidde tot politieke veranderingen en uiteindelijk de val van de Sovjetunie.

Welke rol speelde Nelson Mandela?

Nelson Mandela vocht tegen apartheid in Zuid-Afrika. Na 27 jaar gevangenisstraf werd hij de eerste zwarte president van het land in 1994.

Wat is een gevolg van de val van de Berlijnse Muur?

De val van de Berlijnse Muur in 1989 leidde tot de hereniging van Duitsland en een versnelde beëindiging van de Koude Oorlog.

Wie was Marie Curie?

Marie Curie was een pionier in de radioactiviteitswetenschap en de eerste vrouw die een Nobelprijs ontving. Haar onderzoek leidde tot medische en wetenschappelijke vooruitgangen.

Wat was de rol van Mahatma Gandhi?

Mahatma Gandhi leidde de Indiase onafhankelijkheidsbeweging met geweldloze protesten. Zijn aanpak inspireerde wereldwijd andere burgerrechtenbewegingen.

Vul de lege plek in: 'Louis XVI werd geëxecuteerd tijdens de ________.'

De Franse Revolutie. Dit markeerde een drastische verandering in de Franse monarchie en de opkomst van de republiek.

Wat is de betekenis van de naam 'Churchill'?

Winston Churchill was de Britse premier tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zijn vastberadenheid inspireerde het Britse volk tijdens moeilijke tijden.

Vergelijk Lenin en Trotski.

Lenin leidde de Oktoberrevolutie en vestigde de Sovjetunie. Trotski was zijn rechterhand en pleitte voor wereldrevolutie, maar werd later verbannen.

Wat was de impact van de kolonisatie?

De kolonisatie leidde tot culturele uitwisseling, economische exploitatie en sociale veranderingen in zowel de koloniserende als gekoloniseerde landen.

Wat is de betekenis van 'Abolitionisme'?

Abolitionisme was de beweging die zich verzette tegen slavernij. Het leidde tot de afschaffing van de slavernij in veel landen, waaronder Nederland.

Waar stond de naam 'Martin Luther King Jr.' voor?

Martin Luther King Jr. was een leider in de Amerikaanse burgerrechtenbeweging, bekend om zijn boodschap van geweldloosheid en gelijke rechten.

Vragen in deze set(64)

1. Wat is een voorbeeld van continuïteit in de landbouwtechnieken?

A.Gebruik van ploeg en zaaien
B.Verandering naar gemoderniseerde machines
C.Volledige afschaffing van traditionele methoden
D.Gebruik van chemische meststoffen

2. Wat was een belangrijk gevolg van de Industriële Revolutie?

A.De opkomst van nieuwe technologieën.
B.De afname van stedelijke bevolkingen.
C.De toename van agrarische werkgelegenheid.
D.De stabilisering van feodale structuren.

3. Wie was de belangrijkste militaire leider van de Nederlandse Opstand?

A.Willem van Oranje
B.Hendrik Voss
C.Albrecht van Wallenstein
D.Maurits van Nassau

4. Wat was de belangrijkste oorzaak van de Eerste Wereldoorlog?

A.Nationalisme
B.Democratie
C.Technologische vooruitgang
D.Culturele uitwisseling

5. Welke periode staat bekend om de dominantie van het feodalisme?

A.De middeleeuwen
B.De Renaissance
C.De Verlichting
D.De Industriële Revolutie

6. Wat was de invloed van de Franse Revolutie op andere landen?

A.Verspreiding van monarchieën.
B.Stimulans voor democratische bewegingen.
C.Beperking van burgerrechten.
D.Versterking van aristocratische macht.

7. Wat was een belangrijke wetgevende verandering onder Napoleon in Nederland?

A.Invoering van de grondwet
B.Afschaffing van de slavernij
C.De Code Napoléon
D.Oprichting van de Tweede Kamer

8. Wat was een belangrijke uitkomst van de Franse Revolutie?

A.De afschaffing van de monarchie
B.De uitbreiding van de slavernij
C.De oprichting van de Verenigde Naties
D.De ontdekking van Amerika

9. Wat blijft constant in religieuze praktijken door de tijd?

A.Offer- en gebedrituelen
B.Volledige verandering van geloofssystemen
C.Afname van religieuze betrokkenheid
D.Actieve vervolging van gelovigen

10. Welke gebeurtenis markeerde het einde van de Koude Oorlog?

A.De val van de Berlijnse Muur.
B.De eerste mens op de maan.
C.De Vietnamoorlog.
D.De oprichting van de NAVO.

11. Wat was een gevolg van de industriële revolutie?

A.Toename van agrarische beroepen
B.Urbanisatie
C.Vermindering van de levensstandaard
D.Stijging van de gemiddelde levensverwachting

12. Wat symboliseerde de Val van de Berlijnse Muur in 1989?

A.De overwinning van het communisme
B.Het einde van de Koude Oorlog
C.De oprichting van de EU
D.De uitbraak van een nieuwe oorlog

13. Welke behoefte is door de geschiedenis heen gelijk gebleven in politieke systemen?

A.Behoefte aan macht
B.Afname van politieke partijen
C.Verlies van burgerrechten
D.Volledige gelijkheid voor iedereen

14. Wat heeft de dekolonisatie in de 20e eeuw bereikt?

A.Onafhankelijkheid voor veel kolonies.
B.Versterking van kolonialisme.
C.Einde van internationale conflicten.
D.Afname van nationale identiteiten.

15. Wat leidde Rosa Parks tot een belangrijke actie in de burgerrechtenbeweging?

A.Haar arrestatie voor protest
B.Haar weigering om op te staan in de bus
C.Haar deelname aan de vrijheidsrit
D.Haar toespraak in Washington

16. Wat was een gevolg van de Industriële Revolutie?

A.Toename van agrarische samenlevingen
B.Verslechtering van arbeidsomstandigheden
C.Afschaffing van vakbonden
D.Vermindering van stedelijke groei

17. Vul de leemte in: De rol van de vrouw in de __________ is door de tijd heen veranderd maar toont ook continuïteiten.

A.maatschappij
B.technologie
C.politiek
D.wetenschap

18. Welke ontwikkeling is een gevolg van de opkomst van het feminisme?

A.Verhoogde rechten voor vrouwen.
B.Afname van gendergelijkheid.
C.Beperking van opvoedingsrechten.
D.Versterking van traditionele rolpatronen.

19. Wat was een belangrijke beslissing van Hendrik Colijn tijdens de Grote Depressie?

A.Verhogen van belastingen
B.Uitvoeren van bezuinigingen
C.Introductie van sociale voorzieningen
D.Verminderen van werkloosheidsondersteuning

20. Wat was de Magna Carta?

A.Een document dat de koning beperkte
B.Een verklaring van mensenrechten
C.Een handelsverdrag
D.Een militaire alliantie

21. Wat is een verschil tussen Romeinse rechtspraak en hedendaagse rechtspraak?

A.Basisprincipes blijven bestaan
B.Rechtsstelsels zijn volledig gelijk
C.Er zijn geen juridische procedures meer
D.Rechters hebben geen macht meer

22. Wat was een belangrijke oorzaak van de Grote Depressie?

A.Overproductie en financiële speculatie.
B.Verhoogde belastingtarieven.
C.Stabiliteit in de wereldhandel.
D.Afname van werkgelegenheid.

23. Welke betekenis had 'Glasnost' voor de Sovjetunie?

A.Toename van censuur
B.Politieke transparantie
C.Versterking van de Koude Oorlog
D.Economische isolatie

24. Wat was een belangrijk effect van Columbus' ontdekking van Amerika?

A.Begin van de Europese kolonisatie
B.Einde van de slavernij
C.Oprichting van de Verenigde Naties
D.Uitbreiding van de Indianen cultuur

25. Wat blijft een constante in de wereldwijde handel door de eeuwen heen?

A.Netwerk van handelsroutes
B.De afwezigheid van ruilhandel
C.Verlies van culturele uitwisseling
D.Veranderingen in valuta

26. Wat is een gevolg van globalisering?

A.Verhoogde culturele uitwisseling.
B.Isolatie van nationale economieën.
C.Beperking van internationale handel.
D.Afname van wereldwijde communicatie.

27. Wat was de rol van Nelson Mandela in Zuid-Afrika?

A.Eerste minister
B.Activist tegen apartheid
C.Oprichter van een politieke partij
D.Economisch adviseur

28. Wat is het Marshallplan?

A.Een economisch herstelprogramma voor Europa
B.Een militair defensieplan
C.Een programma voor wereldwijde vrede
D.Een culturele uitwisseling

29. Wat is een constante in de ontwikkeling van kunst door de geschiedenis?

A.Zoektocht naar schoonheid
B.Volledige afwezigheid van thema's
C.Afname van artistieke expressie
D.Verandering van materialen

30. Welke van de volgende is GEEN kenmerk van het kapitalisme?

A.Private eigendom.
B.Winstgerichtheid.
C.Overheidscontrole.
D.Concurrentie.

31. Wat gebeurde er na de val van de Berlijnse Muur?

A.Oprichting van de EU
B.Einde van de Koude Oorlog
C.Uitbreiding van de NAVO
D.Versterking van de Sovjetunie

32. Wat was de oorzaak van de Amerikaanse Burgeroorlog?

A.Strijd om slavernij en staatsrechten
B.De ontdekking van goud
C.Een internationale oorlog
D.De oprichting van een nieuwe staat

33. Wat is een voorbeeld van continuïteit in bouwstijlen?

A.Gebruik van lokale materialen
B.Volledige stijlverandering elk decennium
C.Geen invloed van het milieu
D.Vermijden van traditionele technieken

34. Wat veranderde in de werkgelegenheid voor vrouwen tijdens de twee wereldoorlogen?

A.Toename van werkgelegenheid in fabrieken.
B.Afname in de zorgsector.
C.Beperking tot huishoudelijke taken.
D.Vermindering van betaalde arbeid.

35. Wie was de eerste vrouw die een Nobelprijs ontving?

A.Marie Curie
B.Rosalind Franklin
C.Ada Lovelace
D.Malala Yousafzai

36. Welk jaar markeert het begin van de Koude Oorlog?

A.1947
B.1945
C.1950
D.1960

37. Wat blijft gelijk in de taal door de eeuwen heen?

A.Basale communicatieve woorden
B.Afname van taalstructuren
C.Volledige taalverandering
D.Verlies van dialecten

38. Wat symboliseerde de ontwikkeling van sociale zekerheid?

A.Verandering in de rol van de staat.
B.Afname van sociale ongelijkheid.
C.Beperking van overheidsinterventie.
D.Versterking van de vrije markt.

39. Wat was de belangrijkste strategie van Mahatma Gandhi in de onafhankelijkheidsbeweging?

A.Gewapend verzet
B.Geweldloos protest
C.Diplomatische onderhandelingen
D.Economische boycot

40. Wat is een kenmerk van de Verlichting?

A.Focus op tradities
B.Nadruk op rede en wetenschap
C.Verering van monarchen
D.Afkeer van onderwijs

41. Wat blijft een constante in militaire strategieën door de tijd?

A.Gebruik van verdediging
B.Volledige afschaffing van vestingwerken
C.Geen behoefte aan strategische planning
D.Verlies van tactische variatie

42. Wat was een van de doelen van Europese integratie?

A.Stabiliteit en samenwerking bevorderen.
B.Onafhankelijkheid van lidstaten verminderen.
C.Culturele isolatie bevorderen.
D.Beperking van handelsrelaties.

43. Welk evenement markeerde de beëindiging van de Franse monarchie?

A.De Franse Revolutie
B.De Amerikaanse Revolutie
C.De Eerste Wereldoorlog
D.De Tweede Wereldoorlog

44. Wat was de betekenis van de Holocaust?

A.De systematische genocide door Nazi-Duitsland
B.De oprichting van de staat Israël
C.Een culturele renaissance
D.De afschaffing van het communisme

45. Vul de leemte in: De monarchie als __________ blijft in veel landen een belangrijke bestuursvorm.

A.bestuursvorm
B.historisch artefact
C.vervangen systeem
D.veranderlijke waarde

46. Welke technologische innovatie heeft oorlogvoering veranderd?

A.De uitvinding van de tank.
B.De afschaffing van schepen.
C.De terugkeer naar paard en wagen.
D.De beperking van communicatie.

47. Wat was de rol van Winston Churchill tijdens de Tweede Wereldoorlog?

A.Premier van Groot-Brittannië
B.President van de Verenigde Staten
C.Generaal van de Britse strijdkrachten
D.Lid van het Britse parlement

48. Wat was een effect van globalisering?

A.Afname van economische verbondenheid
B.Versterking van culturele verbondenheid
C.Vermindering van wereldwijde handel
D.Isolatie van landen

49. Wat is een continuïteit in de structuur van onderwijs?

A.Basisvaardigheden zoals lezen en schrijven
B.Volledige afschaffing van scholen
C.Verlies van onderwijsinstellingen
D.Afname van kennisoverdracht

50. Wat is een voorbeeld van culturele verandering in de jaren '60?

A.De opkomst van de popcultuur.
B.De afname van de rol van televisie.
C.De stijging van klassieke muziekpopulariteit.
D.De vermindering van mode-invloeden.

51. Welke van de volgende figuren was niet betrokken bij de Russische Revolutie?

A.Lenin
B.Trotski
C.Stalin
D.Mao Zedong

52. Wat ontstond er tijdens de Industriële Revolutie?

A.Een agrarische revolutie
B.De arbeidersklasse en vakbonden
C.De opkomst van feodaliteit
D.Stabiliteit van landbouwprijzen

53. Waarin is de rol van traditie constant door de tijd heen?

A.Overdracht van cultuur
B.Verlies van culturele identiteit
C.Volledige afschaffing van gebruiken
D.Geen variaties in tradities

54. Wat is de betekenis van de Romeinse wetten voor de moderne rechtsstelsels?

A.Basis voor juridische principes.
B.Beperking van rechten.
C.Afname van de rechtszekerheid.
D.Versterking van willekeurige rechtspraak.

55. Wat was een gevolg van de kolonisatie voor de gekoloniseerde landen?

A.Economische gelijkheid
B.Culturele uitwisseling
C.Politieke stabiliteit
D.Verlies van onafhankelijkheid

56. Wat is een verschil tussen Verlichting en Renaissance?

A.Verlichting focust op rede; Renaissance op kunst
B.Verlichting is een religieuze periode; Renaissance is wetenschappelijk
C.Verlichting is voor de 19e eeuw; Renaissance na de 19e eeuw
D.Verlichting is alleen in Frankrijk; Renaissance in heel Europa

57. Wat blijft een constante in economische systemen?

A.Ruilhandel
B.Verlies van waarde in goederen
C.Volledige overgang naar digitale economie
D.Verandering van basisprincipes

58. Wat was een belangrijk kenmerk van de Verlichting?

A.Rationeel denken en wetenschappelijk onderzoek.
B.Afwijzing van alle autoriteit.
C.Terugkeer naar religieuze dogma's.
D.Beperking van persoonlijke vrijheden.

59. Wat is de betekenis van 'Abolitionisme'?

A.Beweging voor vrouwenrechten
B.Beweging voor de afschaffing van slavernij
C.Beweging voor dierenrechten
D.Beweging voor milieubescherming

60. Wat gebeurde er met de rechten van de edelen na de Magna Carta?

A.Ze werden versterkt
B.Ze werden ongeldig
C.Ze werden beperkt
D.Ze werden uitgebreid

61. Welke waarde blijft bestaan in verschillende samenlevingen?

A.Familiewaarden
B.Volledige afwezigheid van sociale structuren
C.Geen zorg voor elkaar
D.Afname van verantwoordelijkheden

62. Wat was een belangrijke oorzaak van de opkomst van de moderne sociale bewegingen in de 19e eeuw?

A.De industriële revolutie
B.De ontdekking van elektriciteit
C.De afschaffing van slavernij
D.De groei van de landbouwproductie

63. Waar stond Martin Luther King Jr. om bekend?

A.Zijn geweldadige protesten
B.Zijn toespraak 'I Have a Dream'
C.Zijn politieke carrière
D.Zijn economische hervormingen

64. Wat was de belangrijkste verandering in Europa als gevolg van de Verlichting?

A.A: Het ontstaan van democratische ideeën en mensenrechten
B.B: De opkomst van het absolutisme
C.C: De toename van religieuze oorlogen
D.D: De vermindering van handelsactiviteiten

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.