Spieren van de schouder begrippen

Deze begrippenlijst behandelt de belangrijkste spieren van de schouder, inclusief hun functies en anatomische kenmerken, ideaal voor hbo-studenten in de geneeskunde.

Wolf44·48 flashcards·48 vragen·1 weergaven
hbomedicineanatomy
0
Ken ik
1 / 48
0
Aan het leren
Voorkant

Deltoideus

Tik om om te draaien
Achterkant

De deltaspier is verantwoordelijk voor het heffen van de arm en zorgt voor schouderstabiliteit.

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(48 vragen)

Vraag 1 van 48

1. Wat is de belangrijkste functie van het glenohumerale gewricht?

Termen in deze set(48)

Basis spieren van de schouder(16)

Deltoideus

De deltaspier is verantwoordelijk voor het heffen van de arm en zorgt voor schouderstabiliteit.

Rotator cuff

Verzameling van vier spieren die de schouderkop stabiliseren en beweging mogelijk maken.

Supraspinatus

Deze spier helpt bij het heffen van de arm en stabiliseert de schouder.

Infraspinatus functie?

De infraspinatus draait de arm naar buiten en helpt bij schouderstabiliteit.

True or False: De subscapularis draait de arm naar binnen.

True. De subscapularis is verantwoordelijk voor interne rotatie en stabiliteit.

Teres minor vs Infraspinatus

Beide spieren helpen bij externe rotatie, maar teres minor is kleiner en lager gepositioneerd.

Teres major

Deze spier helpt bij het naar beneden trekken van de arm en interne rotatie.

Pectoralis major rol?

De grote borstspier helpt bij adductie en interne rotatie van de arm.

Fill in the blank: De _____ is belangrijk voor armheffing.

Deltoideus.

Schouderflexie

Hoofdzakelijk uitgevoerd door de deltaspier en de pectoralis major.

Wat doet de rotator cuff?

Stabiliseert de schouderkop en maakt verschillende bewegingen mogelijk.

True or False: De supraspinatus zit boven de schouderkop.

True. Dit helpt bij het heffen van de arm.

Adductoren van de schouder?

Pectoralis major en teres major zijn verantwoordelijk voor adductie.

Armextensie

Geproduceerd door de teres major en latissimus dorsi.

Wat is de functie van de deltoideus?

Hij is essentieel voor armheffing, schouderrotatie en stabiliteit.

Schouderstabiliteit en rotator cuff

De rotator cuff Group voorkomt ontwrichting en ondersteunt beweging.

Spieren en bewegingen(16)

Wat is de functie van de deltoideus?

De deltoideus zorgt voor abductie, flexie en extensie van de schouder. - Hoofdfuncties: - Arm omhoog tillen - Voorwaartse beweging - Achterwaartse beweging

Rotator cuff

De rotator cuff omvat vier spieren die de schouder stabiliseren: supraspinatus, infraspinatus, teres minor, subscapularis. - Stabiliseert de schouderkop - Maakt beweging mogelijk

Wat doet de supraspinatus?

De supraspinatus is verantwoordelijk voor het initiëren van de abductie van de arm. - Eerste 15 graden - Belangrijk voor schouderstabiliteit

Vul in: De _______ draait de arm naar binnen.

De subscapularis draait de arm naar binnen. - Onderdeel van de rotator cuff

Wat is een functie van de infraspinatus?

De infraspinatus zorgt voor externe rotatie van de arm. - Belangrijk voor schouderbewegingen - Helpt bij stabilisatie

Teres minor versus infraspinatus

Teres minor is kleiner, maar helpt ook bij externe rotatie. - Beide zijn rotator cuff spieren - Beiden stabiliseren de schouder

Waarvoor is de trapezius verantwoordelijk?

De trapezius ondersteunt schouderbewegingen zoals elevatie en retractie. - Grotere spier - Verbindt nek, schouders en rug

Waar bevindt de pectoralis major zich?

De pectoralis major ligt aan de voorkant van de borst en is belangrijk voor adductie. - Maakt armbeweging naar het lichaam mogelijk - Betrokken bij rotatie

Wat is de functie van de serratus anterior?

De serratus anterior zorgt voor protractie van de schouder en stabilisatie van het scapula. - Helpt bij armbewegingen - Voorkomt 'vleugelschouder'

Waarvoor dient de latissimus dorsi?

De latissimus dorsi helpt bij adductie, extensie en interne rotatie van de arm. - Grote rugspier - Cruciaal voor trekbewegingen

Vul in: De _______ zorgt voor schouderflexie.

De deltoideus zorgt voor schouderflexie. - Voorste vezels zijn actief tijdens deze beweging.

Veroorzaakt de trapezius elevatie?

Waar. De trapezius heft de schouders op en ondersteunt schouderbewegingen.

Wat doet de rhomboideus?

De rhomboideus trekt de schouders naar achteren en stabiliseert het scapula. - Belangrijk voor houding - Werkt samen met trapezius

Wat is de impact van een zwakke rotator cuff?

Een zwakke rotator cuff kan leiden tot instabiliteit en pijn in de schouder. - Verminderde bewegingsvrijheid - Risico op blessures

Vul in: De _______ is cruciaal voor externe rotatie.

De infraspinatus is cruciaal voor externe rotatie. - Belangrijk voor schouderstabiliteit en beweging.

Welke spier zorgt voor abductie van de arm?

De deltoideus is verantwoordelijk voor de abductie van de arm. Deze spier helpt bij het tillen van de arm zijwaarts, wat essentieel is voor veel dagelijkse bewegingen zoals het optillen van voorwerpen.

Aansluitingen en anatomie(16)

Glenohumerale gewricht →

Het belangrijkste schoudergewricht, waar de bovenarm en het schouderblad samenkomen.

Wat verbindt de scapula met de clavicula?

De acromioclaviculaire (AC) verbinding.

Waar bevindt zich het schouderkapsel?

Rondom het glenohumerale gewricht, het stabiliseert het gewricht.

Acromion →

Een uitsteeksel van de scapula dat deel uitmaakt van het schouderdak.

Welke ligamenten zijn belangrijk voor de schouder?

Coracohumerale, acromioclaviculaire en glenohumerale ligamenten.

Vervang de lege ruimte: Het ____ verbindt de schouder met de borstkas.

clavicula

Is het glenoïd een kom of een bol?

Een kom; het vormt de gewrichtsholte voor de bovenarm.

Rotatorcuff →

Een groep van vier spieren die de schouder stabiliseren en beweging mogelijk maken.

Diepte van de schouderkop?

Ongeveer 4 cm, wat bijdraagt aan de stabiliteit.

Wat is de functie van de coracoacromiale boog?

Het voorkomt dat de bovenarm omhoog schiet en biedt ondersteuning.

De schoudergordel bestaat uit:

Scapula en clavicula.

Verhouding van schouderbewegingen: flexie vs. extensie?

Flexie: naar voren; extensie: naar achteren.

Wat vormt de voorzijde van de schoudergordel?

De clavicula ondersteunt de voorzijde.

Is de schoudergordel een gesloten of open systeem?

Een open systeem; het is niet direct verbonden met de wervelkolom.

Scapulothoracale beweging →

Beweging van de scapula ten opzichte van de thoraxwand.

Wat is de functie van de subscapularis?

Intern roteren van de schouder en stabilisatie van het glenohumerale gewricht.

Vragen in deze set(48)

1. Wat is de belangrijkste functie van het glenohumerale gewricht?

A.Het zorgt voor de grootste bewegingsvrijheid van de arm.
B.Het stabiliseert de schoudergordel.
C.Het verbindt de clavicula met de ribben.
D.Het ondersteunt de scapula.

2. Wat is de functie van de deltoideus?

A.Hij is essentieel voor armheffing, schouderrotatie en stabiliteit.
B.Hij draait de arm naar buiten.
C.Hij helpt bij schouderadductie.
D.Hij ondersteunt de ademhaling.

3. Wat is de belangrijkste functie van de deltoideus?

A.Abductie van de arm
B.Flexie van de elleboog
C.Extensie van de pols
D.Adductie van de schouder

4. Wat is de functie van de acromioclaviculaire verbinding?

A.Het verbindt de scapula met de bovenarm.
B.Het verbindt de scapula met de clavicula.
C.Het verbind de schouder met de wervelkolom.
D.Het zorgt voor de stabiliteit van het schouderkapsel.

5. Welke spier is verantwoordelijk voor het stabiliseren van de schouderkop?

A.Deltoideus
B.Pectoralis major
C.Rotator cuff
D.Teres major

6. Welke spier is onderdeel van de rotator cuff?

A.Biceps brachii
B.Supraspinatus
C.Trapezius
D.Latissimus dorsi

7. Waar bevindt zich het schouderkapsel?

A.Rondom het glenohumerale gewricht.
B.Tussen de scapula en de clavicula.
C.Boven de schoudergordel.
D.Onder de ribbenkast.

8. Welk van de volgende spieren helpt bij het draaien van de arm naar buiten?

A.Supraspinatus
B.Subscapularis
C.Infraspinatus
D.Teres major

9. Wat doet de infraspinatus?

A.Stabiliseert de schouder
B.Versterkt de biceps
C.Zorgt voor interne rotatie
D.Maakt extensie van de pols mogelijk

10. Wat is de rol van het acromion?

A.Het is een uitsteeksel dat deel uitmaakt van het schouderdak.
B.Het verbindt de scapula met de thorax.
C.Het stabiliseert de schoudergordel.
D.Het is een ligament van de schouder.

11. Wat doet de supraspinatus?

A.Versterkt de schouderkop.
B.Helpt bij het heffen van de arm.
C.Draait de arm naar binnen.
D.Ondersteunt de ademhaling.

12. De _______ draait de arm naar buiten.

A.Supraspinatus
B.Infraspinatus
C.Subscapularis
D.Teres major

13. Welke ligamenten zijn cruciaal voor de schouderstabiliteit?

A.Coracohumerale en glenohumerale ligamenten.
B.Sternoclaviculaire ligamenten.
C.Scapulothoracale ligamenten.
D.Claviculair ligamenten.

14. Welke spier zorgt voor interne rotatie van de arm?

A.Infraspinatus
B.Supraspinatus
C.Subscapularis
D.Teres minor

15. Wat is een functie van de serratus anterior?

A.Adductie van de arm
B.Protractie van de schouder
C.Extensie van de nek
D.Flexie van de pols

16. Wat verbindt de schouder met de borstkas?

A.De scapula.
B.De clavicula.
C.De acromion.
D.Het glenohumerale gewricht.

17. Welke van de volgende spieren is kleiner en lager gepositioneerd dan de infraspinatus?

A.Deltoideus
B.Teres major
C.Teres minor
D.Pectoralis major

18. Wat doet de trapezius?

A.Versterkt de pols
B.Trek de schouder naar achteren
C.Helpt bij schouderverhoging
D.Zorgt voor elleboogbewegingen

19. Wat typeert het glenoïd?

A.Het is een kom die de gewrichtsholte vormt.
B.Het is een bol die de schouder ondersteunt.
C.Het is een ligament dat de schouder stabiliseert.
D.Het is een spier die de arm beweegt.

20. Wat is de rol van de pectoralis major?

A.Hij draait de arm naar buiten.
B.Hij helpt bij adductie en interne rotatie van de arm.
C.Hij ondersteunt de rotator cuff.
D.Hij is verantwoordelijk voor armheffing.

21. Welke spier is voornamelijk verantwoordelijk voor schouderflexie?

A.Latissimus dorsi
B.Deltoideus
C.Rhomboideus
D.Pectoralis major

22. Wat is de functie van de rotatorcuff?

A.Stabiliseren en beweging mogelijk maken van de schouder.
B.Verbinden van de schouder met de wervelkolom.
C.De schoudergordel ondersteunen.
D.De scapula met de ribben verbinden.

23. Welke spier is voornamelijk betrokken bij schouderflexie?

A.Teres major
B.Deltoideus
C.Infraspinatus
D.Subscapularis

24. Wat doet de latissimus dorsi?

A.Helpt bij schouderabductie
B.Zorgt voor schouderextensie
C.Maakt interne rotatie mogelijk
D.Alle bovenstaande opties

25. Hoe diep is de schouderkop meestal?

A.Ongeveer 4 cm.
B.Ongeveer 8 cm.
C.Ongeveer 2 cm.
D.Ongeveer 6 cm.

26. Wat betekent schouderstabiliteit?

A.Het is de kracht om de arm naar beneden te trekken.
B.Het verwijst naar de stabilisatie van de schouderkop door spieren.
C.Het is gerelateerd aan de bewegingsvrijheid van de arm.
D.Het is de toestand van de spieren tijdens rust.

27. Welke spier wordt vaak aangeduid als de 'vleugelschouder' probleemspier?

A.Rhomboideus
B.Trapezius
C.Serratus anterior
D.Pectoralis major

28. Wat is de functie van de coracoacromiale boog?

A.Het voorkomt dat de bovenarm omhoog schiet.
B.Het verbindt de scapula met de clavicula.
C.Het stabiliseert het schouderkapsel.
D.Het ondersteunt de schoudergordel.

29. Welk van de volgende is NIET een functie van de teres major?

A.Interne rotatie van de arm
B.Arm naar beneden trekken
C.Externe rotatie van de arm
D.Adductie van de arm

30. Wat zijn de functies van de rotator cuff?

A.Adductie en extensie
B.Stabilisatie en beweging
C.Flexie en extensie van de pols
D.Protractie van de schouder

31. Wat vormt de voorzijde van de schoudergordel?

A.De scapula.
B.De clavicula.
C.Het schouderkapsel.
D.De rotatorcuff.

32. Welke spieren zijn betrokken bij armextensie?

A.Teres major en latissimus dorsi
B.Supraspinatus en infraspinatus
C.Deltoideus en pectoralis major
D.Subscapularis en teres minor

33. Vul in: De _______ ondersteunt de schouder in retractie.

A.Biceps brachii
B.Rhomboideus
C.Pectoralis major
D.Supraspinatus

34. Is de schoudergordel een gesloten of open systeem?

A.Open systeem; het is niet direct verbonden met de wervelkolom.
B.Gesloten systeem; het is stevig verbonden.
C.Open systeem; het is alleen met spieren verbonden.
D.Gesloten systeem; het is met ligamenten verbonden.

35. Wat is de functie van de rotator cuff?

A.Het helpt bij schouderflexie.
B.Het stabiliseert de schouderkop en maakt beweging mogelijk.
C.Het draait de arm naar binnen.
D.Het is verantwoordelijk voor de schouderadductie.

36. Wat is een mogelijke gevolg van een zwakke rotator cuff?

A.Ongemak in de nek
B.Pijn en instabiliteit in de schouder
C.Verlies van handkracht
D.Toegenomen schouderflexibiliteit

37. Wat wordt verstaan onder scapulothoracale beweging?

A.De beweging van de scapula ten opzichte van de thoraxwand.
B.De beweging van de armen in de schouder.
C.De rotatie van het glenohumerale gewricht.
D.De elevatie van de clavicula.

38. True or False: De supraspinatus zit onder de schouderkop.

A.True
B.False
C.Onzeker
D.Niet relevant

39. Wat is de functie van de pectoralis major?

A.Abductie van de arm
B.Adductie en interne rotatie
C.Stabilisatie van de schouder
D.Flexie van de elleboog

40. Wat is de functie van de subscapularis spier?

A.Intern roteren van de schouder.
B.Extern roteren van de schouder.
C.Ondersteunen van de clavicula.
D.Stabiliseren van de scapula.

41. Welk van de volgende spieren draagt bij aan de adductie van de schouder?

A.Deltoideus
B.Teres minor
C.Pectoralis major
D.Infraspinatus

42. Welke spier is verantwoordelijk voor het initiëren van armabductie?

A.Deltoideus
B.Infraspinatus
C.Teres minor
D.Latissimus dorsi

43. Wat is de belangrijkste functie van de rotatorcuff?

A.Het stabiliseren van het glenohumerale gewricht
B.Het verbinden van de scapula met de wervelkolom
C.Het ondersteunen van de schoudergordel
D.Het verhogen van de bewegingsvrijheid van de elleboog

44. Wat is een kenmerk van de teres minor?

A.Het helpt bij interne rotatie.
B.Het is verantwoordelijk voor externe rotatie.
C.Het ondersteunt de armheffing.
D.Het stabiliseert de schouderkop.

45. Welke spier is niet betrokken bij externe rotatie?

A.Infraspinatus
B.Teres minor
C.Subscapularis
D.Supraspinatus

46. Welke van de volgende structuren is GEEN onderdeel van de schoudergordel?

A.Scapula
B.Clavicula
C.Humerus
D.Acromion

47. Welke spieren zijn de belangrijkste adductoren van de schouder?

A.Deltoideus en supraspinatus
B.Pectoralis major en teres major
C.Infraspinatus en subscapularis
D.Teres minor en latissimus dorsi

48. Welke spier is verantwoordelijk voor het naar achteren trekken van de schouderbladen?

A.Rhomboideus
B.Serratus anterior
C.Deltoideus
D.Pectoralis major

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.