Nierfunctie en GFR samenvatting

Een samenvatting van de nierfunctie en de glomerulaire filtratiesnelheid (GFR) voor geneeskundestudenten in Nederland, met veelgestelde vragen en hun antwoorden.

JesseHendriksg1·32 flashcards·32 vragen
womedicinephysiology
0
Ken ik
1 / 32
0
Aan het leren
Voorkant

Wat is de primaire functie van de nieren?

Tik om om te draaien
Achterkant

De nieren reguleren de vochtbalans, verwijderen afvalstoffen en behouden elektrolytenbalans.

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(32 vragen)

Vraag 1 van 32

1. Wat meet de glomerulaire filtratiesnelheid (GFR)?

Termen in deze set(32)

Nierfunctie Basics(16)

Wat is de primaire functie van de nieren?

De nieren reguleren de vochtbalans, verwijderen afvalstoffen en behouden elektrolytenbalans.

Wat zijn de belangrijkste onderdelen van de nier?

- Nierkapsel - Nierlichaampje - Nierbuisjes - Medulla - Cortex

Waar vindt filtratie plaats in de nier?

Filtratie vindt plaats in het glomerulus, onderdeel van het nierlichaampje.

Wat is de rol van de niertubuli?

Niertubuli reabsorberen nuttige stoffen en secreteren afvalstoffen uit het bloed.

Vul in: De nieren produceren ________.

urine.

Waar is de juxtaglomerulaire cel voor verantwoordelijk?

Deze cellen reguleren de bloeddruk en de glomerulaire filtratiesnelheid (GFR).

Waar ligt de nier in het lichaam?

Aan de achterzijde van de buikholte, ter hoogte van de lendenwervels.

Wat is het verschil tussen cortex en medulla?

Cortex: buitenste laag, bevat de glomeruli. Medulla: binnenste laag, bevat de niertubuli.

Waarvoor dienen de nefronen?

Nefronen zijn de functionele eenheden van de nieren die betrokken zijn bij filtratie en urineproductie.

Waar wordt het grootste deel van de urine gevormd?

In de proximale niertubuli, waar veel reabsorptie plaatsvindt.

Waar gebeurt de regulatie van de bloeddruk?

In de juxtaglomerulaire apparaten van de nieren.

Wat is de rol van het antidiuretisch hormoon (ADH)?

ADH bevordert waterreabsorptie in de verzamelbuizen van de nier.

Vul in: De nieren filteren ongeveer ________ liter bloed per dag.

180 liter.

Wat is de betekenis van de term 'glomerulaire filtratiesnelheid' (GFR)?

GFR is de hoeveelheid plasma die per tijdseenheid door de nieren gefilterd wordt, typisch 90-120 ml/min.

Wat zijn de gevolgen van verminderde nierfunctie?

- Verhoogde afvalstoffen in het bloed - Verstoorde elektrolytenbalans - Hypertensie

Waar bevindt zich de urineleider?

De urineleider vervoert urine van de nieren naar de blaas.

GFR Mechanismen(16)

Wat is de glomerulaire filtratiesnelheid (GFR)?

De GFR is de hoeveelheid bloed die per tijdseenheid door de glomeruli gefilterd wordt. Het wordt vaak uitgedrukt in milliliter per minuut (mL/min).

Noem drie factoren die de GFR beïnvloeden.

- Bloeddruk in de glomeruli - Nierdoorbloeding - Filteroppervlak

Waar of niet waar: Een hogere bloeddruk verhoogt altijd de GFR.

Niet waar. Bij extreme bloeddrukstijgingen kunnen nieren beschadigen, waardoor GFR daalt.

Hoe beïnvloedt vasodilatatie de GFR?

Vasodilatatie van de afferente arteriolen verhoogt de bloedstroom naar de glomeruli, wat leidt tot een verhoogde GFR.

Wat is de rol van het juxtaglomerulaire apparaat?

Het juxtaglomerulaire apparaat reguleert de bloeddruk en de GFR door renine af te geven, wat leidt tot angiotensineproductie.

Invloed van sympaticus op de GFR?

Sympathische stimulatie veroorzaakt vasoconstrictie, vooral van de efferente arteriolen, wat de GFR kan verhogen.

Vul de lege plek in: Een toename van de _____ verlaagt de GFR.

plasma-eiwitconcentratie. Dit verhoogt de oncotische druk in de capillairen.

Wat is de invloed van prostaglandinen op de GFR?

Prostaglandinen veroorzaken vasodilatatie van de afferente arteriolen, wat de GFR kan verhogen tijdens stressvolle situaties.

Hoe bereken je de geschatte GFR?

De geschatte GFR kan berekend worden met de formule: GFR=(140−leeftijd)imesgewicht/(72imesserumcreatinine)\displaystyle GFR = (140 - leeftijd) imes gewicht / (72 imes serumcreatinine).

Wat is de invloed van diabetes op de GFR?

Diabetes kan leiden tot glomerulaire schade, waardoor de GFR in de loop van de tijd kan afnemen door nefropathie.

Wat is het effect van dehydratie op de GFR?

Dehydratie leidt tot een lagere bloedvolume en hogere renine-activiteit, wat de GFR kan verlagen.

Noem twee hormonen die de GFR reguleren.

- Renine - Aderline (antidiuretisch hormoon)

Waar of niet waar: De GFR is constant onafhankelijk van bloeddruk schommelingen.

Waar. Dit fenomeen heet autoregulatie en houdt de GFR stabiel tussen 70-180 mmHg.

Wat is de effect van natrium op de GFR?

Verhoogde natriumretentie kan leiden tot verhoogde bloeddruk, wat de GFR kan verhogen.

Hoe beïnvloedt de filtratiedruk de GFR?

De filtratiedruk is de druk die het filtratieproces in de glomeruli aandrijft; hoe hoger de druk, hoe hoger de GFR.

Wat zijn de belangrijkste mechanismen die de GFR beïnvloeden?

- Filtratiedruk: Het verschil tussen hydrostatische en colloïd-osmotische druk. - Vasculaire weerstand: Veranderingen in vasculaire tonus van afferente en efferente arteriolen. - Renine-angiotensine systeem: Regulatie van bloeddruk en natriumretentie.

Vragen in deze set(32)

1. Wat meet de glomerulaire filtratiesnelheid (GFR)?

A.De hoeveelheid bloed die per tijdseenheid door de glomeruli wordt gefilterd.
B.De hoeveelheid urine die per tijdseenheid wordt geproduceerd.
C.De hoeveelheid zout die door de nieren wordt gefilterd.
D.De totale bloedtoevoer naar de nieren.

2. Wat is de belangrijkste functie van de nieren?

A.Reguleren van de vochtbalans
B.Produceren van rode bloedcellen
C.Afbreken van eiwitten
D.Synthetiseren van glucose

3. Welke factor heeft de grootste invloed op de GFR?

A.Bloeddruk in de glomeruli
B.Temperatuur van het bloed
C.Natriumconcentratie in het bloed
D.Bloedvolume in de lichaamsholten

4. Welke structuur is verantwoordelijk voor de filtratie in de nier?

A.Glomerulus
B.Proximale tubulus
C.Distale tubulus
D.Verzamelbuis

5. Waar of niet waar: Een verlaging van de afferente arteriolen leidt altijd tot een lagere GFR.

A.Waar
B.Niet waar
C.Het hangt af van de situatie
D.Geen van bovenstaande

6. Wat vindt plaats in de proximale niertubuli?

A.Reabsorptie van nuttige stoffen
B.Filtratie van bloed
C.Productie van urine
D.Regulatie van bloeddruk

7. Wat gebeurt er met de GFR bij vasoconstrictie van de efferente arteriolen?

A.De GFR kan toenemen.
B.De GFR blijft gelijk.
C.De GFR neemt af.
D.De GFR wordt onvoorspelbaar.

8. Wat is de rol van de juxtaglomerulaire cellen?

A.Reguleren van de bloeddruk
B.Produceren van urine
C.Afbreken van afvalstoffen
D.Bevorderen van urineproductie

9. Welke rol speelt het juxtaglomerulaire apparaat in de regulatie van de GFR?

A.Het geeft renine af om de bloeddruk en GFR te verhogen.
B.Het absorbeert overtollig water.
C.Het produceert urine.
D.Het reguleert de lichaamstemperatuur.

10. Waar ligt de cortex van de nier?

A.Buitenste laag van de nier
B.Binnenste laag van de nier
C.In de urineleider
D.Om het nierbekken

11. Wat is de invloed van hypotensie op de GFR?

A.De GFR neemt af.
B.De GFR neemt toe.
C.De GFR blijft gelijk.
D.De GFR fluctueert.

12. Wat gebeurt er met urine in de verzamelbuizen?

A.Waterreabsorptie
B.Filtratie
C.Afvalstoffen afscheiden
D.Electrolyten toevoeging

13. Welke hormoon heeft een directe invloed op de GFR?

A.Renine
B.Insuline
C.Adrenaline
D.Cortisol

14. Wat is de gemiddelde glomerulaire filtratiesnelheid (GFR) in een gezond persoon?

A.90-120 ml/min
B.50-70 ml/min
C.150-200 ml/min
D.30-40 ml/min

15. Wat is de invloed van prostaglandinen op de GFR?

A.Ze verhogen de GFR door afferente arteriolen te verwijden.
B.Ze verlagen de GFR door efferente arteriolen te verwijden.
C.Ze hebben geen invloed op de GFR.
D.Ze verhogen de oncotische druk.

16. Wat is een gevolg van verminderde nierfunctie?

A.Verhoogde afvalstoffen in het bloed
B.Afname van bloeddruk
C.Verbeterde elektrolytenbalans
D.Toename van rode bloedcellen

17. Wat is een gevolg van een hoge plasma-eiwitconcentratie op de GFR?

A.De GFR daalt.
B.De GFR stijgt.
C.De GFR blijft gelijk.
D.De GFR fluctueert.

18. Wat is de functie van antidiuretisch hormoon (ADH)?

A.Bevorderd waterreabsorptie
B.Stimuleert urineproductie
C.Verlaagde bloeddruk
D.Reguleert elektrolytenbalans

19. Welke van de volgende factoren verlaagt de GFR?

A.Dehydratie
B.Hypertensie
C.Hyponatriëmie
D.Prolonged bedrust

20. Wat is een functie van de niertubuli?

A.Reabsorptie en secretie
B.Afvalstofproductie
C.Bloeddrukmeting
D.Urine opslag

21. Wat is het effect van natriumretentie op de GFR?

A.Het kan de GFR verhogen.
B.Het heeft geen effect op de GFR.
C.Het verlaagt de GFR.
D.Het beïnvloedt alleen de urineproductie.

22. Wat is de functie van de urineleider?

A.Vervoert urine naar de blaas
B.Produceren van urine
C.Reguleren van bloeddruk
D.Filtratie van bloed

23. Wat is de rol van autoregulatie in de GFR?

A.Het houdt de GFR constant bij variabele bloeddrukken.
B.Het verhoogt de invloed van hormonen op de GFR.
C.Het bevordert filtratie onafhankelijk van bloeddruk.
D.Het vermindert de efficiëntie van de nieren.

24. Wat vind je in de medulla van de nier?

A.Niertubuli
B.Glomeruli
C.Bloedvaten
D.Urine

25. Wat is de invloed van sympathische stimulatie op de GFR?

A.Het kan de GFR verhogen door vasoconstrictie.
B.Het heeft geen invloed op de GFR.
C.Het verlaagt de GFR door vasodilatatie.
D.Het heeft alleen invloed op de hartslag.

26. Wat zijn de functionele eenheden van de nieren?

A.Nefronen
B.Glomeruli
C.Bloedvaten
D.Collectieve buizen

27. Wat is de formule voor het schatten van de GFR?

A.GFR = (140 - leeftijd) × gewicht / (72 × serumcreatinine)
B.GFR = (gewicht × bloeddruk) / leeftijd
C.GFR = (leeftijd + gewicht) / serumcreatinine
D.GFR = (serumcreatinine × 72) / gewicht

28. Welke van de volgende structuren bevat geen glomerulus?

A.Distale tubulus
B.Proximale tubulus
C.Nierlichaampje
D.Medulla

29. Wat is de belangrijkste oorzaak van een verhoogde glomerulaire filtratiesnelheid (GFR) tijdens vasodilatatie?

A.Verhoogde bloedstroom naar de glomeruli
B.Verhoogde oncotische druk
C.Verlaagde bloeddruk in de glomeruli
D.Verhoogde plasmasamenstelling

30. Wat is de rol van de nier in de elektrolytenbalans?

A.Reguleren van natrium- en kaliumniveaus
B.Produceren van insuline
C.Afbreken van vetten
D.Verhogen van glucose niveaus

31. Welke van de volgende factoren heeft geen effect op de glomerulaire filtratiesnelheid (GFR)?

A.Hydrostatische druk in de glomeruli
B.Plasma-eiwitconcentratie
C.Bloedvolume in het lichaam
D.Temperatuur van het bloed

32. Wat is de functie van de nefronen in de nieren?

A.Filtratie en urineproductie
B.Regulatie van de bloeddruk
C.Transport van urine naar de blaas
D.Afbraak van bloedcellen

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.