Farmacodynamiek en receptoren
Deze begrippenlijst behandelt de farmacodynamiek en de rol van receptoren in de farmacologie, met relevante terminologie en uitleg voor studenten in de geneeskunde.
Quiz(80 vragen)
1. Wat is een agonist?
Termen in deze set(80)
Basisbegrippen van farmacodynamiek(20)
Wat is farmacodynamiek?
De tak van de farmacologie die bestudeert wat geneesmiddelen met het lichaam doen, inclusief hun werking op receptoren.
Receptoren spelen een rol bij?
De interactie tussen een geneesmiddel en een cel, wat leidt tot een farmacologisch effect.
Wat is een agonist?
Een stof die zich bindt aan een receptor en deze activeert, wat leidt tot een biologisch effect.
Waarvoor staat de term 'antagonist'?
Een molecuul dat zich bindt aan een receptor maar deze niet activeert, waardoor het effect van een agonist wordt geblokkeerd.
Vul de lege plaats in: Een _______ is een stof die de werking van een agonist vermindert.
antagonist
Wat is het verschil tussen selectieve en niet-selectieve receptoren?
Selectieve receptoren reageren op specifieke stoffen, terwijl niet-selectieve receptoren door verschillende stoffen geactiveerd kunnen worden.
Fysiologische effecten van geneesmiddelen zijn?
De veranderingen in het lichaam die optreden als gevolg van de werking van een geneesmiddel, zoals pijnverlichting of verlaging van de bloeddruk.
Hoe beïnvloedt een dosis-responsrelatie de farmacodynamiek?
Het beschrijft de relatie tussen de dosis van een geneesmiddel en de intensiteit van de respons, wat helpt bij het bepalen van de effectiviteit en veiligheid.
Wat betekent de term 'therapeutische index'?
De verhouding tussen de minimale effectieve dosis en de minimale toxische dosis van een geneesmiddel, die de veiligheid van het geneesmiddel aangeeft.
Wat zijn bijwerkingen?
Ongewenste effecten die optreden naast de beoogde therapeutische effecten van een geneesmiddel.
Waar wordt farmacodynamiek vaak toegepast?
Bij het ontwikkelen van nieuwe geneesmiddelen, om de effecten op patiënten te begrijpen.
Wat is 'bioavailability'?
De fractie van een toegediende dosis geneesmiddel die in de systemische circulatie terechtkomt en beschikbaar is voor werking.
Wat gebeurt er met een receptor bij 'downregulation'?
Het aantal receptoren op een celoppervlak neemt af, vaak als gevolg van langdurige blootstelling aan een agonist.
Wat is een 'full agonist'?
Een agonist die de maximale respons op een receptor kan induceren, in tegenstelling tot een 'partial agonist'.
Vul de lege plaats in: Een _______ heeft een lagere effectiviteit dan een full agonist.
partial agonist
Waaruit bestaat een 'signaaltransductieroute'?
Een serie biochemische reacties die beginnen met de receptoractivatie en leiden tot een cellulaire respons.
Wat zijn 'second messengers'?
Moleculen die signalen binnenin de cellen doorgeven na activatie van een receptor, zoals cAMP of calcium-ionen.
Wat is de rol van 'affiniteits' in farmacodynamiek?
Het bepaalt hoe sterk een geneesmiddel aan een receptor bindt; hogere affiniteit betekent een sterkere binding.
Wat betekent 'tolerantie' in de farmacologie?
Een afname van de reactie op een geneesmiddel na herhaaldelijk gebruik, waardoor hogere doses nodig zijn voor hetzelfde effect.
Wat beschrijft de term 'potentie'?
De hoeveelheid van een geneesmiddel die nodig is om een bepaald effect te bereiken; een hoger potentieel betekent een lagere dosis nodig.
Receptorfuncties en -types(20)
Wat is een ionotroop receptor?
Een receptor die ionkanalen opent bij binding van een ligand, wat directe veranderingen in de celactiviteit veroorzaakt.
Verschil tussen ionotroop en metabotroop?
Ionotroop: directe ionstroom. Metabotroop: indirect via signaaltransductie.
Waarvoor dient een G-eiwit gekoppelde receptor?
Zij activeert intrazellulaire signaalroutes door interactie met G-eiwitten, wat leidt tot diverse cellulaire reacties.
Wat zijn tyrosine kinase receptoren?
Receptoren die enzymatische activiteit vertonen bij ligandbinding, vaak betrokken bij celgroei en differentiatie.
Noem een voorbeeld van een metabotrope receptor.
De adrenerge receptor; deze reguleert reacties op adrenaline en noradrenaline.
Wat is een ligand?
Een molecule die bindt aan een receptor en een biochemische reactie op gang brengt.
Noem twee typen receptoren.
1. Ionotrope receptoren 2. Metabotrope receptoren
Wat is de functie van een nucleaire receptor?
Zij reguleert genexpressie na binding met lipofiele liganden zoals steroïden.
Waarvoor staat 'GPCR'?
G-proteïne gekoppelde receptor; een veelvoorkomend type metabotrope receptor.
Waar bevinden zich receptoren meestal?
In de celmembranen of in de celkern, afhankelijk van het type receptor.
Vervang de lege plek: '____ receptoren zijn belangrijk voor snelle synaptische signalering.'
Ionotrope; zij veroorzaken snelle veranderingen in membraanpotentiaal.
Wat gebeurt er bij receptoractivatie?
Het kan leiden tot een cascade van intracellulaire signalen die de celactiviteit beïnvloeden.
Wat zijn purinerge receptoren?
Receptoren die reageren op purines zoals ATP, betrokken bij verschillende fysiologische processen.
Valse of ware: Ionotrope receptoren zijn langzame signaalgevers.
Valse. Ionotrope receptoren geven snelle signalen door ionstromen.
Hoe worden receptoren gekarakteriseerd?
Op basis van hun structuur, type ligand en het type celrespons dat ze genereren.
Wat is een hoge-affiniteit receptor?
Deze receptor bindt liganden sterk, zelfs bij lage concentraties; cruciaal voor gevoelige reacties.
Wat is een antagonistische werking?
Een ligand die de werking van een receptor blokkeert zonder deze te activeren.
Vul in: '____ receptoren zijn betrokken bij de immuunrespons.'
Cytokine; ze spelen een rol in de communicatie tussen immuuncellen.
Wat doet een allosterische modulator?
Het bindt aan een andere plek dan de ligand en verandert zo de receptorfunctie.
Wat zijn chemokine receptoren?
Receptoren die betrokken zijn bij het aantrekken van immuuncellen naar ontstekingsplaatsen.
Mechanismen van geneesmiddelwerking(20)
Agonist
Een stof die een receptor activeert en een biologische respons induceert.
Antagonist vs. Agonist
Antagonist blokkeert receptoren, agonist activeert ze.
Hoe werkt een enzymremmer?
Vertraagt of stopt enzymactiviteit, waardoor metabolisme van stoffen vermindert.
Receptor affiniteit
De sterkte van de binding tussen een ligand en zijn receptor.
Wat is een allosterische modulator?
Een stof die de werking van een receptor beïnvloedt zonder deze te activeren.
Fill in the blank: Een __________ verlaagt het effect van een agonist.
Antagonist.
Effect van dosis-respons relatie
Toont hoe de respons op een geneesmiddel varieert met de dosis. Kenmerken: - Maximale effect - Grenswaarde
Wat is een competatieve antagonisme?
Blokkade van de receptor door gelijkenis met de agonist.
True or False: Receptoren zijn alleen op celmembranen aanwezig.
False - Ze kunnen ook intracellulair zijn.
Second messengers
Moleculen die signalen binnen de cel overbrengen na activering van receptoren.
Wat zijn ionkanalen?
Receptoren die ionen doorlaten bij activatie, cruciaal voor zenuwsignalen.
Effect van farmacokinetiek
Bepaalde duur en intensiteit van geneesmiddelwerking. Belangrijk: absorptie, distributie, metabolisme, excretie.
Hoe beïnvloedt de pH de geneesmiddelwerking?
De oplosbaarheid en absorptie van geneesmiddelen kan veranderen met pH-niveau.
Wat is een prodrug?
Een inactieve stof die in het lichaam wordt omgezet in een actieve vorm.
Signaaltransductie
Het proces waarbij een extracellulair signaal omgezet wordt naar een cellulair antwoord.
Verschil tussen directe en indirecte werking
Directe werking: binding aan receptor. Indirecte werking: bemiddeld via andere moleculen.
Wat is desensitisatie?
Verminderde respons op een geneesmiddel na herhaalde blootstelling.
Agonisten kunnen ook __________ zijn.
Partialen, die een submaximale respons geven.
Effecten van langdurige blootstelling aan agonisten
Kan leiden tot receptor downregulatie of desensitisatie.
Hoe beïnvloedt temperatuur de enzymactiviteit?
Bij hogere temperatuur neemt de enzymactiviteit toe, tot een optimum.
Therapeutische en bijwerkingen(20)
Wat zijn therapeutische effecten?
De gewenste effecten van een geneesmiddel. Voorbeelden zijn pijnverlichting, ontstekingsremming en verlaging van de bloeddruk.
Wat zijn bijwerkingen?
Ongewenste effecten van een geneesmiddel. Ze kunnen mild tot ernstig zijn, bijvoorbeeld misselijkheid of allergische reacties.
Vul de blanco in: Bijwerkingen kunnen _______ of _______ zijn.
acute; chronisch
Waarop zijn bijwerkingen vaak gebaseerd?
Op de farmacologische werking van het geneesmiddel en interacties met andere stoffen.
Therapeutische index → definitie?
De verhouding tussen de effectieve dosis en de toxische dosis van een geneesmiddel. Hoe groter de index, hoe veiliger het geneesmiddel.
Waaruit bestaat een bijwerkingenprofiel?
Een lijst van mogelijke bijwerkingen, hun frequentie en ernst. Dit helpt bij risico-evaluatie.
Waarop heeft het geneesmiddel werking?
Het beïnvloedt specifieke receptoren in het lichaam, wat leidt tot therapeutische effecten en bijwerkingen.
Bijwerkingen kunnen ook optreden door _______.
Overdosering of interacties met andere geneesmiddelen.
Waar of niet waar: Bijwerkingen zijn altijd ernstig.
Niet waar. Veel bijwerkingen zijn mild en tijdelijk.
Geef een voorbeeld van een geneesmiddel met veel bijwerkingen.
Chemotherapie middelen zoals cisplatine, die misselijkheid en haarverlies veroorzaken.
Wat is een cumulatieve bijwerking?
Een bijwerking die toeneemt bij herhaalde toediening van een geneesmiddel, bijvoorbeeld levertoxiteit bij paracetamol.
Hoe kunnen bijwerkingen worden geminimaliseerd?
Door de laagste effectieve dosis te gebruiken en het geneesmiddel geleidelijk in te voeren.
Wat is een idiosyncratische reactie?
Een onvoorspelbare en ongebruikelijke reactie op een geneesmiddel, niet gerelateerd aan de dosis.
Wat is polyfarmacie?
Het gebruik van meerdere geneesmiddelen tegelijkertijd, wat het risico op bijwerkingen verhoogt.
Wat zijn milieu-effecten van geneesmiddelen?
Bijwerkingen op het milieu, zoals watervervuiling door geneesmiddelen die in rioolwater terechtkomen.
Wat houdt farmacogenetica in?
De studie van hoe genetische variaties de respons op geneesmiddelen beïnvloeden, inclusief bijwerkingen.
Korte uitleg over placebo-effect?
Een verbetering van symptomen door de verwachting van een behandeling, zonder werkzame stof.
Wat zijn langetermijneffecten?
Effecten die zich pas na langdurig gebruik van een geneesmiddel manifesteren, zoals orgaanschade.
Wat doet een bijsluiter?
Geeft informatie over gebruik, mogelijke bijwerkingen en interacties van een geneesmiddel.
Geef een voorbeeld van een geneesmiddel met een smalle therapeutische index.
Digoxine, waarbij de effectieve en toxische dosis dicht bij elkaar liggen.
Vragen in deze set(80)
1. Wat is een agonist?
2. Wat bestudeert farmacodynamiek?
3. Wat zijn therapeutische effecten?
4. Wat is de belangrijkste functie van G-eiwit gekoppelde receptoren?
5. Hoe verschilt een antagonist van een agonist?
6. Wat is de rol van receptoren in farmacodynamiek?
7. Wat zijn bijwerkingen?
8. Wat is een kenmerk van ionotrope receptoren?
9. Wat is de rol van een enzymremmer?
10. Wat is een agonist?
11. Bijwerkingen kunnen _______ of _______ zijn.
12. Welk type receptor is typisch voor langdurige cellulaire effecten?
13. Wat betekent receptor affiniteit?
14. Wat doet een antagonist?
15. Waarop zijn bijwerkingen vaak gebaseerd?
16. Wat doet een antagonistische ligand?
17. Wat is een allosterische modulator?
18. Wat is een 'partial agonist'?
19. Wat is de therapeutische index?
20. Wat is een belangrijk kenmerk van tyrosine kinase receptoren?
21. Wat is een competitief antagonisme?
22. Wat beschrijft de dosis-responsrelatie?
23. Waaruit bestaat een bijwerkingenprofiel?
24. Welke receptor is betrokken bij de immuunrespons?
25. Wat is een tweede boodschapper?
26. Wat is de therapeutische index?
27. Waarop heeft het geneesmiddel werking?
28. Welk type receptor activeert een cascade van intracellulaire signalen?
29. Wat zijn ionkanalen?
30. Wat zijn bijwerkingen?
31. Bijwerkingen kunnen ook optreden door _______.
32. Wat zijn chemokine receptoren?
33. Wat beschrijft de dosis-respons relatie?
34. Wat betekent 'bioavailability'?
35. Waar of niet waar: Bijwerkingen zijn altijd ernstig.
36. Wat is een voorbeeld van een metabotrope receptor?
37. Hoe beïnvloedt pH de werking van geneesmiddelen?
38. Wat gebeurt er bij 'downregulation' van receptoren?
39. Geef een voorbeeld van een geneesmiddel met veel bijwerkingen.
40. Wat is een allosterische modulator?
41. Wat is een prodrug?
42. Wat zijn second messengers?
43. Wat is een cumulatieve bijwerking?
44. Wat zijn purinerge receptoren?
45. Wat is signaaltransductie?
46. Wat betekent 'tolerantie' in de farmacologie?
47. Hoe kunnen bijwerkingen worden geminimaliseerd?
48. Wat gebeurt er bij receptoractivatie?
49. Wat is het verschil tussen directe en indirecte werking?
50. Wat beschrijft de term 'potentie'?
51. Wat is een idiosyncratische reactie?
52. Welk type receptor is meestal snel werkend?
53. Wat is desensitisatie?
54. Wat is een 'full agonist'?
55. Wat is polyfarmacie?
56. Wat is een hoge-affiniteit receptor?
57. Wat zijn partiële agonisten?
58. Welke term verwijst naar de sterkte van de binding tussen een geneesmiddel en een receptor?
59. Wat zijn milieu-effecten van geneesmiddelen?
60. Vervang de lege plek: '____ receptoren zijn belangrijk voor synaptische signalering.'
61. Wat is het effect van langdurige blootstelling aan agonisten?
62. Wat is een belangrijke toepassing van farmacodynamiek in de geneeskunde?
63. Wat houdt farmacogenetica in?
64. Welk type receptor heeft een directe invloed op ionstromen?
65. Hoe beïnvloedt temperatuur de enzymactiviteit?
66. Welke van de volgende is GEEN type receptor?
67. Korte uitleg over placebo-effect?
68. Wat is een belangrijk verschil tussen ionotrope en metabotrope receptoren?
69. Wat is de functie van een antagonistische stof in farmacodynamiek?
70. Wat kan leiden tot een verhoogde tolerantie voor een geneesmiddel?
71. Wat zijn langetermijneffecten?
72. Welk type receptor bindt lipofiele liganden?
73. Welke term beschrijft een stof die de effectiviteit van een agonist verlaagt zonder zelf een reactie te veroorzaken?
74. Wat beschrijft de rol van een antagonist in de farmacodynamiek?
75. Wat doet een bijsluiter?
76. Wat is de functie van een metabotrope receptor?
77. Wat gebeurt er bij langdurige blootstelling aan een agonist?
78. Wat is het belangrijkste kenmerk van selectieve receptoren?
79. Geef een voorbeeld van een geneesmiddel met een smalle therapeutische index.
80. Welk type receptor speelt een rol bij snelle synaptische communicatie?
Gerelateerde sets
Betablocker Wirkung und Nebenwirkungen
Klausur: Pharmakokinetik ADME
Klausur: Pharmakodynamik Agonist Antagonist
Diuretika Wirkorte Niere Prüfungsfragen
Klausur: ACE-Hemmer und Sartane
Antidepressiva SSRI und Trizyklika Klausurvorbereitung
Antikoagulanzien Heparin und DOAK
Antibiotika Wirkmechanismen Prüfungsfragen
Maak je eigen studieset
Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.

