Epidemiologie incidentie en prevalentie tentamenvragen

Studievragen over epidemiologie, incidentie en prevalentie in de geneeskunde ter voorbereiding op tentamens voor universitaire studenten.

BramDragonfz·48 flashcards·48 vragen
womedicineclinical
0
Ken ik
1 / 48
0
Aan het leren
Voorkant

Wat is epidemiologie?

Tik om om te draaien
Achterkant

De studie van de verspreiding en determinanten van ziekten in populaties.

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(48 vragen)

Vraag 1 van 48

1. Wat geeft de incidentiegraad aan?

Termen in deze set(48)

Basisconcepten van epidemiologie(16)

Wat is epidemiologie?

De studie van de verspreiding en determinanten van ziekten in populaties.

Definitie van incidentie?

Het aantal nieuwe gevallen van een ziekte binnen een specifieke tijdsperiode.

Definitie van prevalentie?

Het totale aantal gevallen van een ziekte op een bepaald moment in een populatie.

Incidentie vs. prevalentie?

- Incidentie: nieuwe gevallen - Prevalentie: totale gevallen Dynamisch vs. statisch.

Wat meet het epidemiologisch onderzoek?

De frequentie en distributie van gezondheidsproblemen in verschillende populaties.

Vul de lege plek in: Epidemiologie is een __________ wetenschap.

toegepaste

Wat is een cohortstudie?

Een studie die een groep mensen volgt over tijd om de ontwikkeling van ziekten te observeren.

Wat is een cross-sectioneel onderzoek?

Een onderzoek dat op één moment gegevens verzamelt over een populatie.

Wat is een epidemie?

Een snelle verspreiding van een ziekte binnen een specifieke populatie of regio.

Wat is een endemie?

Een ziekte die constant aanwezig is in een bepaalde populatie of regio.

Wat meet de 'attributable fraction'?

Het percentage van gevallen dat kan worden toegeschreven aan een risicofactor.

Waarvoor wordt de 'R0' waarde gebruikt?

Het geeft het gemiddeld aantal mensen aan dat een geïnfecteerde persoon besmet.

Vul de lege plek in: Epidemiologie helpt bij __________ van gezondheidsbeleid.

ontwikkeling

Wat is een confounder?

Een variabele die de relatie tussen een risicofactor en ziekte kan verstoren.

Wat is validiteit in epidemiologie?

De mate waarin een studie de ware relatie tussen blootstelling en ziekte kan meten.

Wat is betrouwbaarheid in epidemiologie?

De consistentie van een meetinstrument bij herhaalde metingen.

Incidentie en prevalentie(16)

Wat is incidentie?

Incidentie is het aantal nieuwe gevallen van een ziekte binnen een specifieke tijdsperiode in een bepaalde populatie.

Wat is prevalentie?

Prevalentie is het totale aantal gevallen (nieuw en bestaand) van een ziekte op een bepaald moment in een populatie.

Incidentie vs. Prevalentie: belicht de verschillen.

- Incidentie: nieuwe gevallen - Prevalentie: alle gevallen - Tijdsperspectief: incidentie over tijd, prevalentie op een specifiek moment.

Vul de lege plek in: Incidentie = ____ / populatie x tijd.

Incidentie = Aantal nieuwe gevallen / Populatie x Tijd.

Waarvoor wordt prevalentie vaak gebruikt?

Prevalentie wordt gebruikt voor het plannen van gezondheidszorgdiensten en het begrijpen van de ziektedruk in een populatie.

Wat is de formule voor prevalentie?

P=fracAN\displaystyle P = \\frac{A}{N}, waarbij P\displaystyle P prevalentie is, A\displaystyle A het aantal gevallen en N\displaystyle N de totale populatie.

Waar kan je incidentie berekenen?

Incidentie kan berekend worden bij een uitbraak, een cohortstudie of bij epidemiologische surveillance.

Waarvoor is de verhouding incidentie/prevalentie belangrijk?

Het helpt bij het begrijpen van de ziekte-dynamiek en de effectiviteit van interventies.

Wat betekent hoge prevalentie maar lage incidentie?

Het kan duiden op een chronische ziekte met lange levensduur, zoals diabetes.

Wat is een voorbeeld van incidentie?

Bijvoorbeeld, 50 nieuwe gevallen van griep in een stad gedurende één maand.

Wat is een voorbeeld van prevalentie?

Bijvoorbeeld, 200 mensen met astma op een bepaalde dag in een populatie van 1000.

Waarvoor worden incidentie- en prevalenciecijfers vaak gebruikt?

Ze worden gebruikt voor beleidsontwikkeling, gezondheidsplanning en epidemiologisch onderzoek.

True or False: Prevalentie kan nooit hoger zijn dan incidentie.

False. Prevalentie kan hoger zijn als er veel langdurige gevallen zijn.

Vul in: Prevalentie stijgt wanneer ...

Prevalentie stijgt wanneer incidentie toeneemt of als de duur van de ziekte toeneemt.

Wat geeft een hoge incidentie aan?

Het wijst op een verhoogde kans op ziekteontwikkeling in de populatie.

Kan prevalentie negatief zijn?

Nee, prevalentie kan nooit negatief zijn; het vertegenwoordigt het aantal gevallen.

Epidemiologische studies(16)

Wat is een cohortstudie?

Een cohortstudie volgt een groep mensen over tijd om de ontwikkeling van ziekten te observeren. - Lange termijn - Prospective of retrospective - Vergelijking blootgestelde en niet-blootgestelde groepen.

Definieer een cross-sectionele studie.

Een cross-sectionele studie meet de prevalentie van een ziekte op een specifiek moment. - Snapshot - Geen tijdsvolgorde - Vaak gebruikt voor bevolkingsonderzoek.

Wat is een geval-controle studie?

Een geval-controle studie vergelijkt mensen met een ziekte (gevallen) met mensen zonder de ziekte (controles) om risicofactoren te identificeren.

Vul de lege plek in: Cohortstudies zijn __________.

Longitudinaal.

Wat is het doel van ecologische studies?

Ecologische studies onderzoeken de relatie tussen blootstellingen en uitkomsten op bevolkingsniveau. - Groepsdata - Geen individuele gegevens - Hypothese-genererend.

Wat zijn de nadelen van case reports?

Beperkte generaliseerbaarheid, geen controlegroep, mogelijke bias.

Vervang de term: 'retrospectieve studie' met de juiste term.

Prospectieve studie.

Cross-sectionele studie vs. cohortstudie: wat is het verschil?

Cross-sectioneel: op één moment; Cohort: over tijd.

Wat is de belangrijkste eigenschap van een gerandomiseerde gecontroleerde studie?

De deelnemers worden willekeurig toegewezen aan interventie of controle, wat bias vermindert.

Wanneer gebruik je een systematische review?

Bij het samenvatten van bewijs van meerdere studies over een onderwerp.

Wat is een meta-analyse?

Een statistische techniek om de resultaten van verschillende studies te combineren en te analyseren.

Wat houdt een longitudinale studie in?

Een longitudinale studie observeert dezelfde groep mensen over een langere periode voor veranderingen.

Wat is het primaire doel van een cohortstudie?

Het vaststellen van incidentie en relatie tussen risicofactoren en ziekte.

Geval-controle studie: voordeel versus nadeel?

Voordeel: efficiënt voor zeldzame ziekten. - Nadeel: geheugenbias mogelijk.

Definieer een experimentele studie.

Een experimentele studie omvat een interventie die wordt getest op een populatie, vaak in een gecontroleerde setting.

Waarvoor dient een blinded study?

Om bias te minimaliseren door deelnemers of onderzoekers niet op de hoogte te laten zijn van de groepsindeling.

Vragen in deze set(48)

1. Wat geeft de incidentiegraad aan?

A.Het aantal nieuwe gevallen van een ziekte in een specifieke tijd.
B.Het totale aantal gevallen van een ziekte op een bepaald moment.
C.De verhouding van gezonde personen tot zieke personen.
D.De gemiddelde duur van een ziekte.

2. Wat is het belangrijkste kenmerk van een cohortstudie?

A.Het volgt een groep over tijd.
B.Het vergelijkt twee groepen op een moment.
C.Het bestudeert individuele gevallen.
D.Het verzamelt data over een heel jaar.

3. Wat beschrijft het best het doel van epidemiologie?

A.De studie van de verspreiding van ziekten in populaties.
B.Het ontwikkelen van medicijnen.
C.Het uitvoeren van operaties.
D.Het adviseren van patiënten.

4. Welke formule is correct voor het berekenen van prevalentie?

A.P = A / N
B.P = N / A
C.P = A + N
D.P = A - N

5. Wat is een kenmerk van een cross-sectionele studie?

A.Het meet ziekte op meerdere tijdstippen.
B.Het verzamelt gegevens op één specifiek moment.
C.Het volgt een groep mensen gedurende jaren.
D.Het vergelijkt risicofactoren tussen groepen.

6. Wat is het verschil tussen incidentie en prevalentie?

A.Incidentie meet nieuwe gevallen, prevalentie meet bestaande gevallen.
B.Incidentie meet totale gevallen, prevalentie meet nieuwe gevallen.
C.Incidentie is een jaarlijkse maat, prevalentie is maandelijks.
D.Incidentie betreft alleen infectieziekten, prevalentie betreft alle ziekten.

7. Wat betekent een lage incidentie in een populatie?

A.Er zijn weinig nieuwe ziektegevallen.
B.Er zijn veel bestaande ziektegevallen.
C.De ziekte is zeer besmettelijk.
D.De populatie is gezond.

8. Wat is het doel van een geval-controle studie?

A.Het vaststellen van risicofactoren voor een ziekte.
B.Het meten van de prevalentie van een ziekte.
C.Het volgen van een groep over tijd.
D.Het identificeren van trends in het tijdsverloop.

9. Wat is een cohortstudie?

A.Een studie die een groep mensen over tijd volgt.
B.Een studie die op een specifiek moment gegevens verzamelt.
C.Een studie die alleen in een laboratorium wordt uitgevoerd.
D.Een studie die alleen gebruik maakt van historische gegevens.

10. Wat is een voorbeeld van hoge prevalentie maar lage incidentie?

A.Diabetes in een vergrijzende populatie.
B.Een nieuwe epidemie van de griep.
C.Een acute infectieziekte.
D.Een tijdelijke allergische reactie.

11. Wat is een belangrijk voordeel van cohortstudies?

A.Ze zijn geschikt voor zeldzame ziekten.
B.Ze kunnen causale relaties vaststellen.
C.Ze zijn snel uit te voeren.
D.Ze vereisen geen lange termijn follow-up.

12. Wat wordt niet gemeten in epidemiologisch onderzoek?

A.De frequentie van gezondheidsproblemen.
B.De distributie van ziekten in populaties.
C.De voorkeuren van patiënten.
D.De determinanten van ziekten.

13. Welke van de volgende stellingen is waar over prevalentie?

A.Prevalentie kan hoger zijn dan incidentie.
B.Prevalentie is altijd gelijk aan incidentie.
C.Prevalentie is een maat voor nieuwe gevallen.
D.Prevalentie kan alleen worden berekend bij acute ziekten.

14. Wat is een typerend kenmerk van ecologische studies?

A.Ze onderzoeken individuen.
B.Ze gebruiken groepsdata voor analyse.
C.Ze zijn altijd prospectief.
D.Ze vergelijken alleen gezonde populaties.

15. Wat betekent de R0-waarde in epidemiologie?

A.Het gemiddeld aantal mensen dat een geïnfecteerde persoon besmet.
B.Het percentage van een bevolking dat immuun is.
C.Het totale aantal gevallen in een epidemie.
D.Het aantal dagen dat een ziekte besmettelijk is.

16. Waarvoor worden incidentie- en prevalenciecijfers vaak gebruikt?

A.Voor epidemiologisch onderzoek en gezondheidsplanning.
B.Voor het meten van fysieke fitheid.
C.Voor het voorspellen van economische groei.
D.Voor het analyseren van sociale media.

17. Wat beschrijft een experimentele studie het beste?

A.Zij observeert zonder interventie.
B.Zij omvat een interventie die wordt getest.
C.Zij verzamelt alleen bestaande gegevens.
D.Zij heeft geen controlegroep nodig.

18. Wat is een epidemie?

A.Een snelle verspreiding van een ziekte binnen een specifieke populatie.
B.Een constante aanwezigheid van een ziekte in een regio.
C.Een ziekte die wereldwijd voorkomt.
D.Een langere termijn studie naar ziekteverspreiding.

19. Wat is het belangrijkste verschil tussen incidentie en prevalentie?

A.Incidentie betreft nieuwe gevallen, prevalentie betreft alle gevallen.
B.Incidentie is een percentage, prevalentie is een absoluut getal.
C.Incidentie wordt alleen in ziekenhuizen gemeten.
D.Prevalentie heeft geen tijdsaspect.

20. Wat is een belangrijke eigenschap van gerandomiseerde gecontroleerde studies?

A.De deelnemers zijn willekeurig toegewezen.
B.Ze zijn altijd retrospectief van aard.
C.Ze zijn uitsluitend cross-sectioneel.
D.Ze meten alleen prevalentie.

21. Wat beschrijft de 'attributable fraction'?

A.Het percentage van ziektegevallen dat aan een risicofactor kan worden toegeschreven.
B.Het aantal mensen dat is blootgesteld aan een risicofactor.
C.De totale kosten van een ziekte in een populatie.
D.De gemiddelde leeftijd waarop mensen ziek worden.

22. Wat is een mogelijke oorzaak voor een stijgende prevalentie?

A.Een toename van nieuwe gevallen en langere ziekteduur.
B.Een afname van het aantal ziekenhuisopnames.
C.Een verbeterde levensstandaard.
D.Een toename van vaccinaties.

23. Wat is het primaire doel van een systematische review?

A.Het samenvatten van bewijs uit meerdere studies.
B.Het uitvoeren van een meta-analyse.
C.Het observeren van een cohort over tijd.
D.Het vergelijken van individuele gevallen.

24. Wat is een confounder?

A.Een variabele die de relatie tussen een risicofactor en ziekte kan verstoren.
B.Een variabele die alleen het resultaat van een ziekte beïnvloedt.
C.Een soort epidemie die zich in meerdere regio's verspreidt.
D.Een statistische fout in een studie.

25. Wat betekent het als de prevalentie van een ziekte constant blijft maar de incidentie stijgt?

A.De ziekteduur is afgenomen.
B.Er zijn meer nieuwe gevallen, maar ook veel genezingen of sterfgevallen.
C.De ziekte wordt minder besmettelijk.
D.De populatie is aan het vergrijzen.

26. Wat is een meta-analyse?

A.Een samenvatting van één studie.
B.Een statistische techniek voor het combineren van resultaten van verschillende studies.
C.Een kwalitatieve analyse van gegevens.
D.Een beschrijvende analyse van een populatie.

27. Wat meet validiteit in epidemiologische studies?

A.De ware relatie tussen blootstelling en ziekte.
B.De snelheid van gegevensverzameling.
C.De kosten van het onderzoek.
D.De grootte van de steekproef.

28. Welke van de volgende beweringen over incidentie is ONJUIST?

A.Incidentie kan worden gebruikt om de effectiviteit van vaccinaties te meten.
B.Incidentie geeft het totaal aantal gevallen op een bepaald moment weer.
C.Incidentie kan worden berekend in cohortstudies.
D.Incidentie is belangrijk voor ziektepreventie.

29. Wat is het verschil tussen een cohortstudie en een cross-sectionele studie?

A.Cohortstudies zijn longitudinaal, cross-sectionele studies zijn niet.
B.Cohortstudies zijn altijd retrospectief.
C.Cross-sectionele studies volgen groepen over tijd.
D.Cohortstudies meten alleen prevalentie.

30. Wat is betrouwbaarheid in epidemiologie?

A.De consistentie van een meetinstrument bij herhaalde metingen.
B.De verhouding van zieke tot gezonde mensen.
C.De snelheid van ziekteverspreiding.
D.De nauwkeurigheid van statistische analyses.

31. Wat is een praktische toepassing van incidentiecijfers?

A.Om de noodzaak voor vaccinatiecampagnes te beoordelen.
B.Om medische behandelingen te evalueren.
C.Om de gemiddelde leeftijd van patiënten te bepalen.
D.Om de prijs van medicijnen vast te stellen.

32. Wat is een mogelijk nadeel van geval-controle studies?

A.Ze zijn niet geschikt voor zeldzame ziekten.
B.Ze zijn tijdrovend om uit te voeren.
C.Ze kunnen leiden tot geheugenbias.
D.Ze vereisen grote steekproeven.

33. Wat is een cross-sectioneel onderzoek?

A.Een onderzoek dat gegevens op één moment verzamelt.
B.Een onderzoek dat een lange periode beslaat.
C.Een studie waarbij alleen gezonde mensen worden onderzocht.
D.Een studie die geen statistische analyses uitvoert.

34. Wat is een voorbeeld van een lage prevalentie?

A.Minder dan 1% van de bevolking heeft een specifieke zeldzame ziekte.
B.10% van de bevolking heeft griep.
C.50% van de mensen heeft allergieën.
D.20% van de bevolking heeft diabetes.

35. Wat typeert een longitudinale studie?

A.Het meet alleen op één tijdstip.
B.Het volgt dezelfde groep mensen over een langere periode.
C.Het vergelijkt verschillende groepen op hetzelfde moment.
D.Het heeft geen controle groep.

36. Wat is endemie?

A.Een ziekte die constant aanwezig is in een bepaalde populatie.
B.Een plotselinge epidemie.
C.Een ziekte die alleen in bepaalde seizoenen voorkomt.
D.Een ziekte die wereldwijd voorkomt.

37. Wat betekent het als de incidentie van een ziekte toeneemt?

A.Er zijn meer nieuwe gevallen van de ziekte.
B.De ziekte is meer onder controle.
C.De bestaande gevallen nemen af.
D.De behandeling is minder effectief.

38. Wat is de belangrijkste functie van een blinded study?

A.Om bias te minimaliseren.
B.Om een snellere analyse mogelijk te maken.
C.Om de prevalentie van ziekten te meten.
D.Om alleen nieuwe behandelingen te testen.

39. Wat meet de incidentie?

A.Het aantal nieuwe gevallen van een ziekte in een bepaalde periode.
B.Het totale aantal bestaande gevallen op een bepaald moment.
C.De kosten van behandeling per geval.
D.De gemiddelde duur van ziektegevallen.

40. Welke van de volgende situaties kan leiden tot een verhoogde prevalentie?

A.Een ziekte met een lange levensduur zonder genezing.
B.Een ziekte die snel geneest.
C.Een ziekte die alleen acute gevallen heeft.
D.Een ziekte die geen symptomen vertoont.

41. Wanneer is een prospectieve studie het meest geschikt?

A.Bij het onderzoeken van incidente ziektegevallen.
B.Bij het analyseren van historische gegevens.
C.Bij het vergelijken van epidemiologische trends.
D.Bij het meten van prevalentie op een tijdstip.

42. Wat is een voorbeeld van een risicofactor?

A.Roken als risicofactor voor longkanker.
B.Een vaccin dat ziekte voorkomt.
C.Een behandeling voor een bestaande ziekte.
D.Een gezond dieet.

43. Wat is de relatie tussen incidentie en prevalentie in een populatie?

A.Incidentie beïnvloedt prevalentie, maar niet vice versa.
B.Prevalentie beïnvloedt altijd incidentie.
C.Incidentie en prevalentie zijn onafhankelijk van elkaar.
D.Incidentie is een gevolg van prevalentie.

44. Wat beschrijft het beste een case report?

A.Het is een gedetailleerd account van één of enkele gevallen.
B.Het biedt een breed overzicht van populatietrends.
C.Het verzamelt statistische gegevens van duizenden patiënten.
D.Het is een uitgebreide systematische review.

45. Wat is epidemiologie als wetenschap?

A.Toegepaste wetenschap gericht op de gezondheid van populaties.
B.Een theoretische wetenschap zonder praktische toepassing.
C.Een tak van de biologie die alleen over infectieziekten gaat.
D.Een onderdeel van de geneeskunde dat zich richt op individuele patiënten.

46. Wat is de juiste definitie van incidentie?

A.Het aantal nieuwe gevallen van een ziekte in een specifieke populatie binnen een bepaalde tijdsperiode.
B.Het totale aantal gevallen van een ziekte op een bepaald moment.
C.Een maat voor de ernst van een ziekte in een populatie.
D.Het percentage van de populatie dat is hersteld van een ziekte.

47. Wat is een kenmerk van een ecologische studie?

A.Het onderzoekt data op bevolkingsniveau.
B.Het volgt individuen over een lange periode.
C.Het vergelijkt risicofactoren tussen zeldzame ziekten.
D.Het vereist een controle-groep.

48. Wat is de belangrijkste factor die de prevalentie van een ziekte beïnvloedt?

A.A. Nieuwe gevallen van de ziekte
B.B. Het aantal genezingen
C.C. De duur van de ziekte
D.D. De leeftijdsverdeling van de bevolking

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.