Diabetes mellitus type 1 en 2 oefenvragen
Deze oefenvragen zijn gericht op diabetes mellitus type 1 en 2, met focus op pathofysiologie, diagnostiek en behandeling, geschikt voor studenten geneeskunde in Nederland.
Quiz(36 vragen)
1. Wat is de belangrijkste reden voor insulinetherapie bij type 1 diabetes?
Termen in deze set(36)
Pathofysiologie(16)
Wat is diabetes mellitus type 1?
Een auto-immuunziekte waarbij de alvleesklier geen insuline produceert.
Wat is diabetes mellitus type 2?
Een metabole aandoening gekenmerkt door insulineresistentie en relatieve insulinedeficiëntie.
Vul de lege plek in: Type 1 diabetes is vaak ___ bij kinderen.
vroeg ingezet.
Insuline → glucose opname door cellen.
Effect: Verlaagt de bloedglucose. - Mechanisme: Insuline stimuleert glucose transport.
Wat is een belangrijke oorzaak van insulineresistentie?
Overgewicht en sedentaire levensstijl. - Verhoogt de kans op type 2 diabetes.
Type 1 vs Type 2: Welke heeft een genetische component?
Beide hebben een genetische component, maar type 1 is sterker gerelateerd aan auto-immuunfactoren.
Waar staat de term 'hyperglykemie' voor?
Verhoogd glucose in het bloed. - Kenmerkend voor diabetes mellitus.
Hoe beïnvloedt insuline het vetmetabolisme?
Insuline bevordert vetopslag en remt lipolyse.
Wat gebeurt er bij langdurige hyperglykemie?
Schade aan bloedvaten en zenuwen. - Kan leiden tot complicaties zoals retinopathie.
Insulineproductie in type 2 diabetes: waar of niet waar?
Niet waar. Type 2 heeft vaak een verminderde insulineproductie maar niet nul.
Wat zijn de gevolgen van insulinedeficiëntie?
Verhoogde glycogenolyse en gluconeogenese. - Resultaat: Hyperglykemie.
Noem een complicatie van diabetes mellitus.
Diabetische neuropathie. - Symptomen: Gevoelloosheid, pijn in de extremiteiten.
Wat is de rol van de lever in diabetes?
Reguleert glucoseproductie. - Verhoogde gluconeogenese bij insulineresistentie.
Vul de lege plek in: Diabetes type 2 wordt vaak geassocieerd met ___.
obesitas.
Wat zijn de twee hoofdmechanismen van diabetes type 2?
Insulineresistentie en verminderde insulineproductie. - Beide leiden tot hyperglykemie.
Wat zijn de basismechanismen van diabetes mellitus?
- Verstoorde insulineproductie - Verhoogde insulineresistentie - Hyperglykemie als gevolg - Type 1: auto-immuunreactie -> beta-cellen - Type 2: levensstijl en genetica
Diagnostiek(12)
Wat is de nuchtere glucosespiegel voor diabetes?
Een nuchtere glucosespiegel van ≥ 7,0 mmol/L duidt op diabetes mellitus.
Vul de leegte in: HbA1c ≥ ____ % duidt op diabetes.
HbA1c ≥ 6,5 % duidt op diabetes mellitus.
Waarvoor staat de OGTT?
De OGTT staat voor de orale glucosetolerantietest, waarbij de glucosespiegel 2 uur na inname van 75 g glucose gemeten wordt.
Is een willekeurige glucosespiegel van 11,1 mmol/L voldoende voor diagnose?
Waar. Een willekeurige glucosespiegel ≥ 11,1 mmol/L, samen met symptomen, wijst op diabetes.
Wat is het doel van de HbA1c-test?
De HbA1c-test geeft een gemiddelde glucosespiegel over de afgelopen 2-3 maanden weer.
Welke waarde voor OGTT bevestigt diabetes?
Een glucosespiegel van ≥ 11,1 mmol/L na 2 uur bevestigt diabetes mellitus.
Diagnose diabetes type 1 versus type 2: belangrijkste verschil?
Type 1 is auto-immuun, type 2 is insulineresistentie. - Leeftijd: type 1 meestal jonger - Behandeling: type 1 insuline nodig.
Is het meten van urine glucose een betrouwbare diagnose methode?
Nee. Het is niet betrouwbaar voor diagnose; het kan vals-negatief zijn.
Wat meet je bij een nuchtere glucose test?
De glucoseconcentratie in het bloed na een periode van minimaal 8 uur vasten.
Hoe vaak moet HbA1c gemeten worden bij diabetes patiënten?
Minimaal twee keer per jaar bij stabiele patiënten, vaker als de behandeling verandert.
Wat is een indicator voor prediabetes?
HbA1c tussen 5,7 % en 6,4 % is een indicator voor prediabetes.
Vul in: Bij diabetes is er vaak een verhoogde ____ waarde in het bloed.
Bij diabetes is er vaak een verhoogde glucosespiegel in het bloed.
Behandeling(8)
Insuline therapie bij type 1 diabetes?
Insuline is essentieel. Het vervangt het ontbrekende hormoon en reguleert de bloedglucose. - Verschillende typen insuline: snelwerkend, langwerkend.
Wat is de rol van voeding in diabetesbeheer?
Voeding helpt bloedglucose te reguleren. - Gezonde voeding: vezels, complexe koolhydraten. - Vermijd suikerrijke producten.
Waar of niet waar: Metformine is de eerste keus bij type 2 diabetes?
Waar. Metformine verbetert de insulinegevoeligheid en verlaagt de leverglucosesynthese.
Verschil tussen type 1 en type 2 insulinetherapie?
Type 1: levenslang insulinegebruik. Type 2: vaak in combinatie met orale medicatie. - Type 2 soms insuline in latere fase.
Vul in: Regelmatige ________ is belangrijk voor diabetesmanagement.
monitoring. - Bloedglucosewaarden regelmatig controleren helpt bij het aanpassen van behandelingen.
Wat zijn de voordelen van GLP-1 agonisten?
Verbeteren glucoseregulatie. - Verminderen eetlust. - Gewichtsverlies. - Lager risico op hypoglykemieën.
Wat is de functie van bloedglucosemonitoring?
Helpt bij het aanpassen van insulinedosis en voeding. - Voorkomt hypo- en hyperglykemieën.
Wat zijn mogelijke complicaties van slecht beheerde diabetes?
Vasculaire complicaties: - Hartziekten. - Nierziekten. - Neuropathie. - Retinopathie.
Vragen in deze set(36)
1. Wat is de belangrijkste reden voor insulinetherapie bij type 1 diabetes?
2. Wat beschrijft diabetes mellitus type 1 het beste?
3. Wat is de nuchtere glucosespiegel die diabetes type 2 kan bevestigen?
4. Welke type insuline wordt vaak gebruikt voor snelle bloedglucoseverlaging na een maaltijd?
5. Wat is een kenmerk van diabetes mellitus type 2?
6. Wat voor soort test is de OGTT?
7. Metformine is de eerste lijn behandeling voor welke type diabetes?
8. Vul de lege plek in: Type 1 diabetes is vaak ___ bij kinderen.
9. Wat betekent een HbA1c-waarde van 6,0 %?
10. Welk dieetadvies is belangrijk voor het beheren van diabetes?
11. Wat is het effect van insuline op de bloedglucose?
12. Welke waarde is géén indicatie voor diabetes?
13. Wat is een belangrijk voordeel van GLP-1 agonisten bij de behandeling van type 2 diabetes?
14. Wat is een belangrijke oorzaak van insulineresistentie?
15. Wat is het hoofddoel van de HbA1c-test?
16. Regelmatige monitoring van bloedglucose is belangrijk omdat:
17. Welke van de volgende opties heeft een genetische component?
18. Welk symptoom is typisch voor diabetes mellitus?
19. Welk van de volgende is GEEN mogelijke complicatie van slecht beheerde diabetes?
20. Waar staat de term 'hyperglykemie' voor?
21. Wanneer is het aan te raden om HbA1c vaker te meten?
22. Wat is de rol van orale medicatie bij type 2 diabetes?
23. Hoe beïnvloedt insuline het vetmetabolisme?
24. Wat is de normale nuchtere glucosewaarde?
25. Wat gebeurt er bij langdurige hyperglykemie?
26. Wat is een belangrijke indicator voor diabetes type 1?
27. Insulineproductie in type 2 diabetes: waar of niet waar?
28. Wat meet je bij een willekeurige glucosespiegeltest?
29. Wat zijn de gevolgen van insulinedeficiëntie?
30. Wat is een veelvoorkomend gevolg van niet-behandelde diabetes?
31. Noem een complicatie van diabetes mellitus.
32. Wat is het effect van insulineresistentie?
33. Wat is de rol van de lever in diabetes?
34. Vul de lege plek in: Diabetes type 2 wordt vaak geassocieerd met ___.
35. Wat zijn de twee hoofdmechanismen van diabetes type 2?
36. Wat zijn de basismechanismen van diabetes mellitus?
Gerelateerde sets
Arteriosklerose Pathogenese Zusammenfassung
Pneumonie Erreger und Klinik Definitionen
Myokardinfarkt Diagnostik Prüfungsfragen
Arterielle Hypertonie Klausurvorbereitung
Sepsis Pathophysiologie Klausurvorbereitung
COPD und Asthma Zusammenfassung
Klausur: Schock Formen
Klausur: Entzündung Kardinalsymptome und Mediatoren
Maak je eigen studieset
Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.

