Beroerte CVA oefenvragen

Oefenvragen over beroerte (CVA) voor geneeskundestudenten op universitair niveau, gericht op pathologie en klinische aspecten.

Lucas2011·40 flashcards·40 vragen
womedicinepathology
0
Ken ik
1 / 40
0
Aan het leren
Voorkant

Wat is een CVA?

Tik om om te draaien
Achterkant

CVA staat voor cerebrovasculair accident. Dit is een verzamelnaam voor aandoeningen waarbij de bloedvoorziening naar de hersenen verstoord is.

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(40 vragen)

Vraag 1 van 40

1. Wat betekent de afkorting CVA?

Termen in deze set(40)

Algemene Informatie over CVA(12)

Wat is een CVA?

CVA staat voor cerebrovasculair accident. Dit is een verzamelnaam voor aandoeningen waarbij de bloedvoorziening naar de hersenen verstoord is.

Soorten CVA?

Er zijn twee hoofdsoorten: 1. Ischemisch CVA (bloeduitstorting door verstopping). 2. Hemorragisch CVA (bloeduitstorting door een bloeding).

Wat is een TIA?

Een TIA (transient ischemic attack) is een tijdelijke verstoring van de bloeddoorstroming naar de hersenen, met symptomen die binnen 24 uur verdwijnen.

Wat zijn veelvoorkomende risicofactoren?

- Hoge bloeddruk - Roken - Diabetes mellitus - Hart- en vaatziekten - Leeftijd

Is hoog cholesterol een risicofactor voor CVA?

Waar. Hoog cholesterol verhoogt het risico op atherosclerose en daarmee CVA.

Invloed van diabetes op CVA?

Diabetes verhoogt het risico op CVA door: - Verslechtering van bloedvaten - Verhoogde kans op hart- en vaatziekten.

Wat doet een beroerte met het lichaam?

Een beroerte kan leiden tot: - Verlies van motorische functies - Spraakproblemen - Geheugenverlies.

Verschil tussen ischemisch en hemorragisch CVA?

Ischemisch CVA is door verstopping, hemorragisch CVA door bloeding. Hierdoor verschillen symptomen en behandelingen.

Wat is de belangrijkste oorzaak van een ischemisch CVA?

De belangrijkste oorzaak is atherosclerose, waarbij vetafzettingen de bloedvaten vernauwen.

Invloed van leeftijd op CVA-risico?

Oudere leeftijd verhoogt het risico op CVA door: - Afname van vaatelasticiteit - Toename van chronische aandoeningen.

Wat zijn de gevolgen van een CVA?

Gevolgen kunnen zijn: - Fysieke beperkingen - Cognitieve stoornissen - Emotionele veranderingen.

Vul in: Atherosclerose leidt tot _____ voor een CVA.

Ischemische verstopping in de bloedvaten.

Diagnostiek en Behandeling(14)

Wat zijn de symptomen van een CVA?

Plotselinge verlamming, spraakproblemen, gezichtsstoornissen, evenwichtsproblemen.

Vul de blanco in: CVA kan leiden tot ________.

blijvende neurologische schade.

Wat is de rol van de CT-scan bij CVA?

Detecteert bloedingen en uitsluiten van andere aandoeningen.

Waarop wijst een plotselinge spraakstoornis?

Mogelijk een CVA in de linkerhersenhelft.

Wat is de FAST-methode?

Face, Arms, Speech, Time. Hulp bij herkennen van CVA.

Waarvoor staat de term TIA?

Transient Ischemic Attack; tijdelijke symptomen, verhoogd risico op CVA.

Waarop moet je letten bij een CVA-patiënt?

Snelle herkenning en acute zorg, binnen 4,5 uur voor trombolyse.

Wat is het verschil tussen ischemisch en hemorragisch CVA?

Ischemisch: verstopping bloedvat. Hemorragisch: bloeding in de hersenen.

Wat is de eerste stap in acute behandeling?

Bepalen van tijdstip van symptomen; bepalen behandelmogelijkheden.

Waarmee kan men een ischemisch CVA behandelen?

Trombolyse, antistolling, en ondersteunende zorg.

Wat is een belangrijke risicofactor voor CVA?

Hypertensie; verhoogt kans op zowel ischemische als hemorragische beroerten.

Is het waar dat alle CVA's levensbedreigend zijn?

Niet altijd waar; TIA is tijdelijk maar verhoogt risico's.

Wat is de indicatie voor MRI bij CVA?

Bepalen van locatie en omvang van schade, meer detail dan CT.

Vul de blanco in: Het tijdsvenster voor trombolyse is ________.

maximaal 4,5 uur na het begin van symptomen.

Revalidatie en Nazorg(14)

Wat zijn de belangrijkste doelen van revalidatie na een CVA?

Herstel van motorische functies, verbeteren van ADL-vaardigheden, psychosociale ondersteuning.

Vul de lege plaats in: Fysieke therapie richt zich op ________.

herstel van beweging en coördinatie.

Wat is het effect van vroegtijdige revalidatie?

Vroegtijdige revalidatie kan leiden tot betere functionele uitkomsten en vermindering van complicaties.

Waaruit bestaat een multidisciplinair revalidatieteam?

- Arts - Fysiotherapeut - Ergotherapeut - Logopedist - Psycholoog

Waar is nazorg voor CVA-patiënten op gericht?

Voorkomen van recidief, bevorderen van zelfredzaamheid, en ondersteuning van mantelzorgers.

Waarvoor dient een zorgplan na een CVA?

Het biedt een gestructureerde aanpak voor revalidatie en nazorg, afgestemd op de individuele behoeften.

Waarvan is het risico op een tweede beroerte afhankelijk?

Levensstijl, beheer van risicofactoren zoals hypertensie, diabetes, en cholesterol.

Wat is waar of niet waar? 'CVA-revalidatie is alleen fysiek van aard.'

Onjuist. Revalidatie omvat ook cognitieve en emotionele ondersteuning.

Wat zijn belangrijke preventieve maatregelen tegen recidief?

- Gezonde voeding - Regelmatige lichaamsbeweging - Stoppen met roken - Beheersen van stress

Geef een voorbeeld van een ADL-activiteit.

Voorbeelden: aankleden, douchen, koken.

Wat is het doel van cognitieve revalidatie?

Herstel van geheugen, aandacht en andere cognitieve functies na een beroerte.

Fill in the blank: Ergotherapie richt zich op ________.

begeleiding bij dagelijkse activiteiten.

Wat is de rol van een logopedist in de revalidatie?

Behandeling van spraak- en slikproblemen veroorzaakt door een CVA.

Wat zijn de voordelen van thuiszorg na CVA?

Comfort, continuïteit van zorg, en nabijheid van familie.

Vragen in deze set(40)

1. Wat betekent de afkorting CVA?

A.Cerebrovasculair accident
B.Cerebrale vaten aandoening
C.Chronisch vasculair afwijking
D.Cerebrovasculaire afbraak

2. Wat is een belangrijk doel van revalidatie na een CVA?

A.Herstel van motorische functies
B.Verlies van communicatie
C.Verergering van symptomen
D.Toename van afhankelijkheid

3. Wat zijn mogelijke lichamelijke symptomen van een CVA?

A.Verlies van kracht in een arm of been
B.Verhoogde hartslag
C.Hoofdpijn
D.Koorts

4. Welke vorm van CVA wordt gekenmerkt door een bloedstolsel?

A.Ischemisch CVA
B.Hemorragisch CVA
C.TIA
D.Hersenbloeding

5. Vul de lege plaats in: Ergotherapie richt zich op ________.

A.Herstel van spraak
B.Begeleiding bij dagelijkse activiteiten
C.Verbeteren van emotionele stabiliteit
D.Fysieke krachttraining

6. Wat is de belangrijkste functie van een CT-scan bij het diagnosticeren van een CVA?

A.Detecteren van bloedingen
B.Beoordelen van neurologische schade
C.Vaststellen van hartproblemen
D.Meten van bloeddruk

7. Wat is een tijdelijk verlies van hersenfunctie dat minder dan 24 uur aanhoudt?

A.CVA
B.TIA
C.Aneurysma
D.Hemorragie

8. Wat is een effect van vroegtijdige revalidatie?

A.Vermindering van pijn
B.Betere functionele uitkomsten
C.Verlies van motivatie
D.Vertraagde genezing

9. Welk symptoom kan duiden op een CVA in de rechterhersenhelft?

A.Neglect van de linkerzijde
B.Moeite met spreken
C.Geheugenverlies
D.Verlies van gezichtsvermogen

10. Welke van de volgende is GEEN risicofactor voor CVA?

A.Hoge bloeddruk
B.Roken
C.Verhoogde lichamelijke activiteit
D.Diabetes mellitus

11. Welk lid maakt GEEN deel uit van een multidisciplinair revalidatieteam?

A.Arts
B.Fysiotherapeut
C.Voedingsdeskundige
D.Logopedist

12. Wat is de FAST-methode gebruikt voor?

A.Snelle herkenning van CVA-symptomen
B.Behandeling van hypertensie
C.Diagnose van hartziekten
D.Meten van hersenactiviteit

13. Wat kan een gevolg zijn van een beroerte?

A.Verlies van geur
B.Verlies van motorische functies
C.Verlies van gezichtsvermogen
D.Verlies van smaak

14. Waar is nazorg voor CVA-patiënten voornamelijk op gericht?

A.Verlies van spierkracht
B.Psychosociale steun
C.Voorkomen van recidief
D.Versterking van symptomen

15. Wat betekent de term TIA?

A.Tijdelijke ischemische aanval
B.Totale ischemische aanval
C.Transient ischemic attack
D.Totaal isolerend anafylactisch

16. Wat is de rol van atherosclerose in het ontstaan van een CVA?

A.Verstoring van de spraak
B.Verstopping van bloedvaten
C.Verhoogde bloeddruk
D.Verlies van geheugen

17. Wat is het doel van een zorgplan na een CVA?

A.Creatie van financiële plannen
B.Gestructureerde aanpak van revalidatie
C.Verlies van alle steun
D.Verlaging van medicatie

18. Wat is een veelvoorkomende oorzaak van een ischemisch CVA?

A.Verstopping van een bloedvat
B.Bloedingen in de hersenen
C.Hoofdpijn
D.Hoge cholesterolwaarden

19. Wat is het belangrijkste verschil tussen ischemisch en hemorragisch CVA?

A.Verstopping vs. bloeding
B.Acuut vs. chronisch
C.Symptomen zijn hetzelfde
D.Leeftijdsgebonden

20. Waarvan is het risico op een tweede beroerte NIET afhankelijk?

A.Levensstijl
B.Genetische aandoeningen
C.Hypertensie
D.Diabetes

21. Wat is de maximale tijd voor trombolysebehandeling na het optreden van symptomen?

A.2,5 uur
B.4,5 uur
C.6 uur
D.12 uur

22. Welke aandoening verhoogt het risico op CVA door schade aan de bloedvaten?

A.Diabetes mellitus
B.Astma
C.Hoge cholesterol
D.Depressie

23. Wat is waar of niet waar? 'CVA-revalidatie omvat alleen fysieke therapie.'

A.Waar
B.Onjuist
C.Enkel voor ouderen
D.Alleen voor jonge patiënten

24. Welke van de volgende is GEEN risicofactor voor CVA?

A.Roken
B.Hypertensie
C.Regelmatige lichaamsbeweging
D.Diabetes

25. Wat zijn mogelijke emotionele veranderingen na een CVA?

A.Verhoogde motivatie
B.Emotionele labiliteit
C.Verbeterde sociale interactie
D.Afname van angstgevoelens

26. Wat zijn belangrijke preventieve maatregelen tegen recidief?

A.Gezonde voeding
B.Overmatig alcoholgebruik
C.Zittend leven
D.Stressversterking

27. Wat is een indicatie voor het gebruik van MRI bij CVA-onderzoek?

A.Bepalen van de locatie van schade
B.Meten van bloeddruk
C.Diagnose van hartziekten
D.Verlaten van het ziekenhuis

28. Wat is de meest voorkomende leeftijdsgroep voor het optreden van een CVA?

A.Jongeren onder 30
B.Volwassenen tussen 30 en 50
C.Ouderen boven 65
D.Mensen tussen 50 en 65

29. Wat is een voorbeeld van een ADL-activiteit?

A.Aankleden
B.Fysiotherapie
C.Ziekenhuisbezoek
D.Revalidatie

30. Wat is de rol van antistolling bij de behandeling van een ischemisch CVA?

A.Voorkomen van nieuwe bloedstolsels
B.Verlichten van hoofdpijn
C.Verhoogde bloeddruk verlagen
D.Het stoppen van een bloeding

31. Wat is een gangbare behandeling voor een ischemisch CVA?

A.Bloedverdunners
B.Antibiotica
C.Chemotherapie
D.Fysiotherapie

32. Wat is het doel van cognitieve revalidatie?

A.Herstel van geheugen
B.Verbeteren van fysieke kracht
C.Vermijden van sociale interactie
D.Verlengen van ziekenhuisopname

33. Wanneer moet je onmiddellijk medische hulp zoeken bij een mogelijke CVA?

A.Wanneer er spraakproblemen optreden
B.Bij een lichte hoofdpijn
C.Bij moeheid
D.Bij misselijkheid

34. Hoe kan het cholesterolniveau een rol spelen bij het risico op CVA?

A.Verhoogt de bloedstroom
B.Versterkt de bloedvaten
C.Verhoogt het risico op atherosclerose
D.Verlaagt de bloeddruk

35. Vul de lege plaats in: Fysiotherapie richt zich op ________.

A.Herstel van beweging
B.Verlies van vaardigheden
C.Verhoogde afhankelijkheid
D.Verminderde steun

36. Wat is een belangrijk doel bij de acute behandeling van CVA?

A.Herstellen van het bewustzijn
B.Bepalen van de oorzaak van symptomen
C.Vermijden van hersenschade
D.Verbeteren van de spraak

37. Wat is de rol van een logopedist in de revalidatie?

A.Behandeling van spraak- en slikproblemen
B.Fysieke therapie
C.Psychosociale begeleiding
D.Administratieve taken

38. Welke behandeling is effectief voor het behandelen van een hemorragisch CVA?

A.Chirurgische ingreep
B.Trombolyse
C.Antistollingsmedicatie
D.Bloeddrukverlagende medicatie

39. Wat zijn de voordelen van thuiszorg na CVA?

A.Comfort
B.Verlies van contact met zorgverleners
C.Verhoogde isolement
D.Beperkte ondersteuning van familie

40. Wat is een veelvoorkomende complicatie van een CVA?

A.Verlies van geheugen
B.Allergische reacties
C.Infecties
D.Hoge koorts

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.