Astma en COPD begrippen

Deze flashcards behandelen belangrijke begrippen rondom astma en COPD, met focus op pathofysiologie, symptomen, diagnose en behandeling.

PandaAnna2·24 flashcards·24 vragen
womedicinepathology
0
Ken ik
1 / 24
0
Aan het leren
Voorkant

Astma

Tik om om te draaien
Achterkant

Chronische ontsteking van de luchtwegen, gekenmerkt door episodes van bronchiale hyperreactiviteit.

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(24 vragen)

Vraag 1 van 24

1. Wat meet een spirometrie?

Termen in deze set(24)

Pathofysiologie en symptomen(12)

Astma

Chronische ontsteking van de luchtwegen, gekenmerkt door episodes van bronchiale hyperreactiviteit.

Wat zijn veelvoorkomende symptomen van COPD?

Kortademigheid, chronische hoest, sputumproductie, vermoeidheid.

Waar komen astma-aanvallen vaak door?

Allergieën, inspanning, luchtvervuiling, virale infecties.

Waar leidt een verstoorde gaswisseling in COPD toe?

Tot hypoxemie en hypercapnie, wat ademhalingsproblemen veroorzaakt.

Wat is het verschil tussen astma en COPD?

Astma is vaak omkeerbaar, COPD is progressief en niet volledig omkeerbaar.

Vul de lege plek in: Astma kan verergeren door ______.

Allergenen, koude lucht, stress.

Wat zijn de longfunctietests voor astma?

Spirometrie, piekflowmetrie voor luchtstroommeting.

Chronische bronchitis

Type COPD met aanhoudende hoest en slijmproductie, minimaal 3 maanden per jaar.

Verdeling van luchtwegverandering in astma

Luchtwegobstructie, luchtwegontsteking, luchtweghyperreactiviteit.

Waar is de oorzaak van COPD meestal aan te wijten?

Langdurige blootstelling aan schadelijke stoffen, zoals roken of luchtvervuiling.

Is het waar dat astma erfelijk kan zijn?

Waar. Genetische aanleg speelt een rol in de ontwikkeling van astma.

Effect van inspanning op astma-symptomen?

Kan leiden tot bronchospasmen, vooral in koude lucht. Tijdelijke verergering.

Diagnose en behandeling(12)

Wat is een spirometrie?

Een test die de longfunctie meet. Het meet het volume en de snelheid van uitgeademde lucht.

Diagnose van astma omvat:

- Anamnese - Fysiek onderzoek - Spirometrie - Allergietests

Waarvoor dient een peak flow meter?

Het monitoren van de luchtstroom om veranderingen in de longfunctie op te sporen.

Valse of ware: Röntgenfoto's zijn cruciaal voor COPD-diagnose.

Valse. Röntgenfoto's helpen, maar zijn niet altijd nodig voor de diagnose.

Verschil tussen astma en COPD in diagnose:

Astma: reversibele obstructie. COPD: vaak irreversibele obstructie, grotere nadruk op historie.

Invullen: Bij astma wordt vaak __________ voorgeschreven.

inhalatiecorticosteroïden.

Wat zijn langwerkende bronchodilators?

Medicijnen die de luchtwegen verwijden en langdurige verlichting bieden van symptomen.

Behandelstrategie voor COPD:

- Stoppen met roken - Longrehabilitatie - Medicijnen zoals bronchodilators

Wat is de rol van allergietests?

Ze helpen bij het identificeren van triggers die astma-aanvallen kunnen veroorzaken.

Valse of ware: Alle astmapatiënten hebben een inhalator nodig.

Valse. Niet alle patiënten hebben altijd een inhalator nodig, afhankelijk van de ernst.

Wat meet de diffusiemeting?

De capaciteit van de longen om gassen zoals zuurstof te absorberen.

Behandelen van astma omvat:

- Vermijden van triggers - Gebruik van geneesmiddelen - Regelmatige controle

Vragen in deze set(24)

1. Wat meet een spirometrie?

A.Luchtvolume en -snelheid bij het uitademen
B.Bloeddruk en hartslag
C.Luchtvochtigheid in de longen
D.Zuurstofniveau in het bloed

2. Wat is een typerend kenmerk van astma?

A.Chronische ontsteking van de luchtwegen
B.Progressieve longschade
C.Aanhoudende hoest zonder sputum
D.Verlies van longfunctie

3. Welke van de volgende onderzoeken is NIET gebruikelijk bij de diagnose van astma?

A.Allergietests
B.Spirometrie
C.Longfoto's
D.Anamnese

4. Welke van de volgende symptomen is NIET typisch voor COPD?

A.Kortademigheid
B.Chronische hoest
C.Sputumproductie
D.Acute hyperventilatie

5. Wat is de belangrijkste rol van een peak flow meter?

A.Bepalen van de allergieën
B.Meten van de zuurstofsaturatie
C.Monitoren van de luchtstroom
D.Vaststellen van de diagnose

6. Hoe reageert het immuunsysteem bij een astma-aanval?

A.Verhoogt de slijmproductie
B.Vermindert de luchtwegobstructie
C.Versterkt de longfunctie
D.Vertraagt de ontstekingsreactie

7. Wat typeert de behandeling van COPD?

A.Vermijden van allergenen
B.Gebruik van inhalatiecorticosteroïden
C.Stoppen met roken en longrehabilitatie
D.Vermijden van fysieke activiteit

8. Wat is een belangrijk verschil tussen astma en COPD?

A.Astma is progressief
B.COPD is omkeerbaar
C.Astma kent aanvallen
D.COPD komt nooit voor bij rokers

9. Bij welke aandoening is er doorgaans sprake van een irreversibele obstructie?

A.Astma
B.COPD
C.Allergieën
D.Longontsteking

10. Wat kan een astma-aanval uitlokken?

A.Zonnig weer
B.Hoge luchtvochtigheid
C.Allergieën
D.Voldoende zuurstof

11. Wat meet een diffusiemeting in de longen?

A.De luchtstroom
B.De capaciteit om gassen te absorberen
C.De zuurstofsaturatie
D.De ademhalingsfrequentie

12. Wat is een veelvoorkomende oorzaak van COPD?

A.Genetische aanleg
B.Langdurige blootstelling aan rook
C.Regelmatige lichaamsbeweging
D.Korte infecties

13. Welke van de volgende is een veelvoorkomende behandeling voor astma?

A.Inhalatiecorticosteroïden
B.Antibiotica
C.Chemotherapie
D.Pijnstillers

14. Welke longfunctietest wordt vaak gebruikt om de luchtstroom te meten bij astma?

A.CT-scan
B.Spirometrie
C.X-ray
D.Bloedonderzoek

15. Wat is geen doel van longrehabilitatie bij COPD?

A.Verbeteren van de fysieke conditie
B.Verlagen van medicijngebruik
C.Vermijden van ademhalingsproblemen
D.Verhogen van angst en stress

16. Wat is een kenmerk van chronische bronchitis?

A.Aanhoudende hoest met sputum
B.Verlies van gewicht
C.Acute aanvallen van benauwdheid
D.Verhoogde longcapaciteit

17. Welke behandeling is gericht op het identificeren van astma-triggers?

A.Spirometrie
B.Allergietests
C.Longrehabilitatie
D.Bronchodilators

18. Welke factor is niet gerelateerd aan verstoorde gaswisseling bij COPD?

A.Hypoxemie
B.Hypercapnie
C.Verhoogde zuurstofopname
D.Ademhalingsproblemen

19. Wat is waar over alle astmapatiënten?

A.Ze hebben altijd een inhalator nodig
B.Ze hebben geen medicatie nodig
C.Ze kunnen zonder behandeling leven
D.Hun symptomen variëren in ernst

20. Wat gebeurt er met de luchtwegen tijdens een astma-aanval?

A.Ze verwijden zich
B.Ze raken ontstoken
C.Ze produceren minder slijm
D.Ze zijn volledig open

21. Wat is de eerste stap in de behandeling van COPD?

A.Longrevalidatie
B.Stoppen met roken
C.Beginnen met bronchodilators
D.Vermijden van fysieke activiteit

22. Is astma erfelijk?

A.Ja, altijd
B.Nee, nooit
C.Soms, afhankelijk van de omgeving
D.Alleen bij volwassenen

23. Wat is een kenmerk van astma ten opzichte van COPD?

A.Altijd veroorzaakt door roken
B.Reversibele luchtwegobstructie
C.Zelden gediagnosticeerd bij kinderen
D.Altijd ernstig en levensbedreigend

24. Wat beïnvloedt de symptomen van astma het meest tijdens inspanning?

A.Temperatuur van de lucht
B.Hoogte van de locatie
C.Voedingsinname
D.Tijdstip van de dag

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.