Antibiotica klassen oefenvragen

Oefenvragen over verschillende klassen van antibiotica, hun werking, bijwerkingen en toepassingen. Geschikt voor studenten geneeskunde die zich voorbereiden op tentamens.

NoahMoth·32 flashcards·32 vragen
womedicinepharmacology
0
Ken ik
1 / 32
0
Aan het leren
Voorkant

Wat zijn antibiotica?

Tik om om te draaien
Achterkant

Antibiotica zijn stoffen die bacteriën kunnen doden of hun groei kunnen remmen.

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(32 vragen)

Vraag 1 van 32

1. Wat zijn antibiotica?

Termen in deze set(32)

Basisprincipes van antibiotica(16)

Wat zijn antibiotica?

Antibiotica zijn stoffen die bacteriën kunnen doden of hun groei kunnen remmen.

Noem de twee hoofdcategorieën van antibiotica.

1. Bacteriedodende antibiotica 2. Bacteriostatische antibiotica

Wat is het verschil tussen bacteriedodend en bacteriostatisch?

Bacteriedodend: doodt bacteriën. Bacteriostatisch: remt groei van bacteriën.

Vul in: Penicilline behoort tot de ____ antibiotica.

beta-lactam

Wat is de werking van β-lactam antibiotica?

Ze remmen de bacteriële celwand synthese, wat leidt tot cellysis.

Waarvoor worden antibiotica gebruikt?

Behandeling van bacteriële infecties, preventie van infecties, en soms in de chirurgie.

Waar kunnen antibioticumresistentie uit voortkomen?

Overmatig gebruik, onjuist gebruik, en natuurlijke selectie van bacteriën.

Waar worden antibiotica uit gewonnen?

Natuurlijke bronnen zoals schimmels en bacteriën, of synthetisch geproduceerd.

Wat is een antibioticum spectrum?

Het bereik van bacteriën waarvoor een antibioticum effectief is.

Waarin verschilt een breedspectrum antibioticum van een smalspectrum?

Breedspectrum: effectief tegen veel soorten bacteriën. Smalspectrum: gericht op specifieke bacteriën.

Waarvoor staat de term 'synergie' in antibiotica?

Wanneer twee antibiotica samen effectiever zijn dan elk apart.

Wat is de rol van de MIC?

De minimale remmende concentratie (MIC) is de laagste concentratie die bacteriegroei remt.

Wat zijn de bijwerkingen van antibiotica?

Diarree, allergische reacties, en verstoring van de microbiota.

Wat is de betekenis van 'post-antibioticum effect'?

De periode na blootstelling waarin bacteriën niet kunnen groeien, ondanks afwezigheid van antibiotica.

Wat zijn de belangrijkste mechanismen van antibioticumresistentie?

1. Enzymatische afbraak 2. Verandering van doelwit 3. Verminderde permeabiliteit

Noem een voorbeeld van een bacterie met hoge resistentie.

Methicilline-resistente Staphylococcus aureus (MRSA).

Specifieke klassen van antibiotica(16)

Wat zijn penicillines?

Een klasse van antibiotica die de celwandsynthese van bacteriën remt.

Cefalosporines zijn...

Antibiotica die vergelijkbaar zijn met penicillines, maar met een breder spectrum.

Waarvoor worden tetracyclines gebruikt?

Behandelen van infecties door bacteriën, inclusief acné en luchtweginfecties.

Vul de lege plekken in: Tetracyclines remmen ________ van bacteriën.

eiwitsynthese.

True or False: Penicillines zijn effectief tegen virale infecties.

False. Penicillines zijn alleen effectief tegen bacteriële infecties.

Wat zijn de bijwerkingen van cefalosporines?

Allergische reacties, diarree, en mogelijk nierbeschadiging.

Vergelijk penicillines en cefalosporines.

Penicillines: smal spectrum; Cefalosporines: breed spectrum.

Wat is de werking van aminoglycosiden?

Ze verstoren de eiwitsynthese door zich te binden aan ribosomen.

Vul de lege plekken in: ________ zijn een klasse van antibiotica die DNA-synthese remmen.

Fluoroquinolonen.

Noem een voorbeeld van een macrolide.

Azitromycine, vaak gebruikt bij luchtweginfecties.

Wat is de rol van beta-lactamase?

Een enzym dat antibiotica zoals penicillines kan afbreken en resistentie veroorzaakt.

True or False: Tetracyclines zijn veilig voor gebruik tijdens de zwangerschap.

False. Tetracyclines kunnen de ontwikkeling van de foetus beïnvloeden.

Wat is de belangrijkste indicatie voor vancomycine?

Behandeling van ernstige infecties door resistente bacteriën zoals MRSA.

Vul de lege plekken in: ________ behoren tot de klasse van glycopeptide-antibiotica.

Vancomycine.

Wat is het breedste spectrum antibioticum?

Carbapenems, effectief tegen veel soorten bacteriën.

Wat is de belangrijkste bijwerking van aminoglycosiden?

Nefrotoxiciteit en ototoxiciteit, vooral bij hoge doseringen.

Vragen in deze set(32)

1. Wat zijn antibiotica?

A.Stoffen die bacteriën kunnen doden of hun groei kunnen remmen.
B.Medicijnen die virussen bestrijden.
C.Natuurlijke stoffen die het immuunsysteem versterken.
D.Supplementen voor voedingsondersteuning.

2. Wat zijn de belangrijkste eigenschappen van chinolonen?

A.Remmen de DNA-synthese van bacteriën
B.Versterken de celwand
C.Bevorderen de eiwitsynthese
D.Affecteren de metabolisme van virussen

3. Wat is het verschil tussen bacteriedodende en bacteriostatische antibiotica?

A.Bacteriedodend doodt bacteriën, bacteriostatisch remt hun groei.
B.Bacteriedodend is effectiever dan bacteriostatisch.
C.Bacteriedodend is alleen effectief bij virale infecties.
D.Bacteriostatisch heeft geen effect op bacteriën.

4. Welke van de volgende antibiotica behoort tot de klasse van de macroliden?

A.Ciprofloxacine
B.Azitromycine
C.Cefalexine
D.Metronidazol

5. Vul in: Penicilline behoort tot de ____ antibiotica.

A.beta-lactam
B.tetracyclines
C.macrolides
D.aminoglycosiden

6. Wat is de werking van sulfamethoxazol?

A.Remt de eiwitsynthese
B.Verstoort de foliumzuursynthese
C.Blaast de celwand op
D.Versterkt de bacteriële metabolisme

7. Wat is de werking van β-lactam antibiotica?

A.Remmen de bacteriële celwand synthese.
B.Versterken de bacteriële celwand.
C.Verhogen de bacteriële metabolisme.
D.Remmen virale replicatie.

8. Welk antibioticum is vooral effectief tegen MRSA?

A.Ceftriaxon
B.Vancomycine
C.Doxycycline
D.Erythromycine

9. Waarvoor worden antibiotica doorgaans gebruikt?

A.Behandeling van bacteriële infecties.
B.Verlichting van symptomen van virale infecties.
C.Preventie van schimmelinfecties.
D.Voor het verbeteren van de spijsvertering.

10. Wat is een kenmerk van carbapenems?

A.Zeer smal spectrum
B.Bredere werking tegen gram-positieve bacteriën
C.Effectief tegen multiresistente bacteriën
D.Remmen DNA-synthese

11. Waar kunnen antibioticumresistentie uit voortkomen?

A.Overmatig gebruik en onjuist gebruik.
B.Verhoogde inname van vitamines.
C.Regelmatige lichaamsbeweging.
D.Het gebruik van pijnstillers.

12. Wat is een mogelijke bijwerking van tetracyclines?

A.Allergische reacties
B.Gehoorverlies
C.Kleurverandering van tanden
D.Nierbeschadiging

13. Waar worden antibiotica uit gewonnen?

A.Natuurlijke bronnen zoals schimmels en bacteriën.
B.Plantenextracten.
C.Mineralen uit de bodem.
D.Menselijke cellen.

14. Welk van de volgende antibiotica is NIET een beta-lactam?

A.Amoxicilline
B.Cefotaxim
C.Vancomycine
D.Piperacilline

15. Wat is een antibioticum spectrum?

A.Het bereik van bacteriën waarvoor een antibioticum effectief is.
B.De totale hoeveelheid antibiotica die in een jaar wordt voorgeschreven.
C.De hoeveelheid bacteriën in een monster.
D.Het aantal bacteriële cellen dat wordt gedood.

16. Wat remmen aminoglycosiden?

A.Celwand synthese
B.Eiwither-synthese
C.RNA-synthese
D.DNA-replicatie

17. Waarin verschilt een breedspectrum antibioticum van een smalspectrum?

A.Breedspectrum is effectief tegen veel soorten bacteriën.
B.Smalspectrum werkt alleen tegen virussen.
C.Breedspectrum is altijd beter dan smalspectrum.
D.Smalspectrum heeft geen bijwerkingen.

18. Welke bacterie is vaak resistent tegen penicillines?

A.Streptococcus pneumoniae
B.Staphylococcus aureus
C.Escherichia coli
D.Bacillus anthracis

19. Waarvoor staat de term 'synergie' in antibiotica?

A.Wanneer twee antibiotica samen effectiever zijn dan elk apart.
B.Wanneer antibiotica en antivirale middelen samenwerken.
C.Een type bacteriële infectie.
D.De afbraak van een antibioticum.

20. Wat is de rol van beta-lactamase?

A.Remt DNA-synthese
B.Versterkt de celwand
C.Breekt beta-lactam antibiotica af
D.Stimuleert eiwitsynthese

21. Wat is de rol van de MIC?

A.De laagste concentratie die bacteriegroei remt.
B.De maximale dosis die veilig is.
C.De concentratie waarbij bijwerkingen optreden.
D.De tijd die nodig is om effect te zien.

22. Welke van de volgende antibiotica is het meest geschikt voor de behandeling van acné?

A.Ciprofloxacine
B.Doxycycline
C.Vancomycine
D.Amoxicilline

23. Wat zijn de bijwerkingen van antibiotica?

A.Diarree, allergische reacties, verstoring van de microbiota.
B.Verhoogde energie en verbetering van de spijsvertering.
C.Geen effect op de microbiota.
D.Alleen hoofdpijn.

24. Wat is de belangrijkste indicatie voor gebruik van metronidazol?

A.Behandeling van virale infecties
B.Behandeling van bacteriële infecties
C.Behandeling van parasitaire infecties
D.Behandeling van schimmelinfecties

25. Wat is de betekenis van 'post-antibioticum effect'?

A.De periode na blootstelling waarin bacteriën niet kunnen groeien.
B.Het effect van antibiotica bij virale infecties.
C.Een type bijwerking van antibiotica.
D.De tijd die nodig is voor antibiotica om te werken.

26. Welke van de volgende antibiotica zijn bekend om hun nefrotoxiciteit?

A.Macroliden
B.Aminoglycosiden
C.Tetracyclines
D.Bètalactams

27. Wat zijn de belangrijkste mechanismen van antibioticumresistentie?

A.1. Enzymatische afbraak 2. Verandering van doelwit 3. Verminderde permeabiliteit.
B.1. Toegenomen ademhaling 2. Veranderde voeding 3. Grotere cellen.
C.1. Verbeterde werking 2. Versnelde groei 3. Verhoogde gevoeligheid.
D.1. Minder infecties 2. Meer antibiotica 3. Betere voeding.

28. Wat remmen glycopeptide-antibiotica?

A.Eiwitsynthese
B.Cellulaire ademhaling
C.Celwandsynthese
D.Foliumzuursynthese

29. Noem een voorbeeld van een bacterie met hoge resistentie.

A.Methicilline-resistente Staphylococcus aureus (MRSA).
B.E. coli.
C.Streptococcus pneumoniae.
D.Salmonella.

30. Wat is een belangrijk kenmerk van cefalosporines?

A.Smal spectrum
B.Breder spectrum dan penicillines
C.Versterken de celwand
D.Vermijden bij allergieën

31. Wat is de betekenis van de term 'bacteriedodend'?

A.Het doodt bacteriën
B.Het remt de groei van bacteriën
C.Het versterkt bacteriën
D.Het is een soort schimmel

32. Welke van de volgende antibiotica remt de eiwitsynthese door zich te binden aan de 50S-subunit van ribosomen?

A.Erytromycine
B.Ciprofloxacine
C.Ceftriaxone
D.Ampicilline

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.