Acute en chronische ontsteking begrippen

Deze begrippenlijst behandelt de termen gerelateerd aan acute en chronische ontsteking in de geneeskunde. Het biedt studenten een overzicht van belangrijke concepten en definities die essentieel zijn voor het begrijpen van de pathologie van ontstekingen.

Sophie26·64 flashcards·64 vragen
womedicinepathology
0
Ken ik
1 / 64
0
Aan het leren
Voorkant

Wat is acute ontsteking?

Tik om om te draaien
Achterkant

Acute ontsteking is een onmiddellijke immunologische reactie op weefselschade, meestal door infectie of letsel.

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(64 vragen)

Vraag 1 van 64

1. Wat zijn de belangrijkste kenmerken van chronische ontsteking?

Termen in deze set(64)

Acute Ontsteking(16)

Wat is acute ontsteking?

Acute ontsteking is een onmiddellijke immunologische reactie op weefselschade, meestal door infectie of letsel.

Kenmerken van acute ontsteking?

- Roodheid - Warmte - Zwelling - Pijn - Functieverlies

Waarvoor zorgt vasodilatatie?

Vasodilatatie verhoogt de doorbloeding naar het ontstoken gebied, wat bijdraagt aan roodheid en warmte.

Wat gebeurt er bij een acute ontsteking?

Er treedt een snelle accumulatie van leukocyten op, meestal neutrofielen, die de infectie bestrijden.

Waar leidt verergerde permeabiliteit van bloedvaten toe?

Het leidt tot zwelling door de toename van vocht en eiwitten in het interstitium.

Waaruit bestaat de eerste fase van acute ontsteking?

De eerste fase bestaat uit de vasculaire reactie, waaronder vasodilatatie en verhoogde doorlaatbaarheid van bloedvaten.

True or False: Acute ontsteking is altijd schadelijk.

False. Acute ontsteking is een beschermende reactie die helpt bij het herstel van weefsel.

Wat zijn de oorzaken van acute ontsteking?

- Infecties - Letsel - Chemische stoffen - Immunologische reacties

Vul de lege plek in: Neutrofielen zijn ______ in acute ontsteking.

de belangrijkste type witte bloedcellen die betrokken zijn bij de vroege ontstekingsreactie.

Wat is de rol van cytokines?

Cytokines zijn signaalmoleculen die de ontstekingsreactie reguleren en de activiteit van immuuncellen beïnvloeden.

Wat is het verschil tussen acute en chronische ontsteking?

Acute ontsteking is tijdelijk en snel, terwijl chronische ontsteking langdurig is en vaak leidt tot weefselschade.

Hoe kan acute ontsteking zich presenteren?

Symptomen kunnen koorts, pijn, en abnormale zwelling in het getroffen gebied zijn.

Wat is de functie van exsudaat?

Exsudaat helpt bij het transport van immuuncellen en voedingsstoffen naar het ontstoken weefsel.

Wat zijn de eerste cellen die naar de ontsteking migreren?

Neutrofielen zijn meestal de eerste cellen die naar het geïnfecteerde of beschadigde weefsel migreren.

Wat is de rol van fagocytose?

Fagocytose is het proces waarbij neutrofielen en macrofagen pathogenen en dode cellen opruimen.

Acute ontsteking kan leiden tot ______?

weefselherstel, maar ook tot complicaties zoals abcessen of chronische ontsteking.

Chronische Ontsteking(16)

Wat zijn de kenmerken van chronische ontsteking?

Langdurige ontsteking, weefselschade, infiltratie van immuuncellen, fibrosering.

Chronische ontsteking kan leiden tot...?

Weefseldestructie, functieverlies, systeemziekten, verhoogd risico op kanker.

Klopt het dat chronische ontsteking altijd pijn veroorzaakt?

Onjuist. Pijn kan ontbreken, zelfs bij significante weefselschade.

Verschil tussen acute en chronische ontsteking?

Acute: kortdurend, snelle reactie. Chronisch: langdurig, aanhoudende schade.

Wat zijn veelvoorkomende oorzaken van chronische ontsteking?

Auto-immuunziekten, infecties, langdurige blootstelling aan irriterende stoffen.

Chronische ontsteking kan resulteren in...?

Verhoogde productie van cytokinen, weefselveranderingen, systemische effecten.

Welke immuuncellen zijn betrokken bij chronische ontsteking?

Macrofagen, lymfocyten, plasmacellen, eosinofielen.

Vul in: Chronische ontsteking leidt tot _________ van weefsels.

fibrose en atrofie.

Wat zijn de symptomen van chronische ontsteking?

Vermoeidheid, pijn, gewichtsverlies, koorts, zwelling.

Waar komt chronische ontsteking vaak voor?

Gewrichten (reuma), longen (astma), darmen (ziekte van Crohn).

Wat is de rol van cytokinen in chronische ontsteking?

Reguleren immuunrespons, bevorderen ontstekingen, stimuleren weefselherstel.

Klopt het dat chronische ontsteking altijd zichtbaar is op scans?

Onjuist. Soms zijn veranderingen subtiel of niet zichtbaar.

Hoe beïnvloedt chronische ontsteking metabolisme?

Verhoogde energieverbruik, insulineresistentie, verandering in vetopslag.

Wat is het verband tussen chronische ontsteking en kanker?

Langdurige ontsteking kan DNA-schade en abnormaliteiten veroorzaken.

Vul in: Chronische ontsteking kan leiden tot _________ van de bloedvaten.

atherosclerose.

Wat is het effect van chronische ontsteking op de levenskwaliteit?

Verhoogde vermoeidheid, beperking van dagelijkse activiteiten, emotionele impact.

Immunologische Aspecten(16)

Immuniteit

Het vermogen van het immuunsysteem om ziekteverwekkers te herkennen en te bestrijden.

Wat zijn leukocyten?

Witte bloedcellen die een cruciale rol spelen in de immuunrespons.

Acute versus chronische ontsteking

Acute ontsteking is snel, terwijl chronische ontsteking langdurig is, met aanhoudende celactiviteit.

Wat doet het complement systeem?

Het versterkt de immuunrespons door pathogenen te markeren en te vernietigen.

Immunoglobulinen

Antistoffen die door B-lymfocyten worden geproduceerd en specifiek zijn voor antigenen.

Waar komt histamine vandaan?

Histamine wordt vrijgegeven door mestcellen en speelt een rol bij ontsteking.

Wat zijn cytokinen?

Signaalstoffen die de communicatie tussen immuuncellen reguleren en ontstekingen aansteken.

T-cellen versus B-cellen

T-cellen bestrijden geïnfecteerde cellen, B-cellen produceren antilichamen.

Valse stelling: Alle ontstekingen zijn schadelijk.

Onjuist, ontstekingen zijn cruciaal voor herstel en afweer tegen infecties.

Wat zijn antigenen?

Stoffen die een immuunrespons opwekken, vaak op het oppervlak van ziekteverwekkers.

Wat is een anafylactische shock?

Een ernstige allergische reactie door een overvloedige vrijgave van histamine.

Immunologische geheugen

Het vermogen van het immuunsysteem om eerder ontmoet antigenen te onthouden.

Wat is de rol van macrofagen?

Fagocyteren pathogenen en presenteren antigenen aan T-cellen.

Immunotherapie

Behandeling die het immuunsysteem versterkt om kanker of andere ziekten te bestrijden.

Vul in: Th1 cellen stimuleren ________ cellen.

Th1 cellen stimuleren cytotoxische T-cellen.

Wat is een vaccin?

Een preparaat dat een immuunrespons opwekt zonder ziekte te veroorzaken.

Behandelingen en Diagnostiek(16)

Welke rol speelt bloedonderzoek bij ontstekingen?

Bloedonderzoek helpt bij het vaststellen van ontstekingsparameters zoals CRP en leukocytenaantal.

Wat is echografie?

Een beeldvormende techniek die geluidsgolven gebruikt om structuren in het lichaam te visualiseren.

Waarvoor wordt een biopt genomen?

Een biopt wordt genomen om weefselmonsters te onderzoeken op ontsteking of andere afwijkingen.

Waarbij is het gebruik van MRI nuttig?

MRI is nuttig voor het visualiseren van zachte weefsels en het beoordelen van ontstekingen in lichaamsdelen.

Wat meet een huidtest?

Een huidtest meet de reactie van het immuunsysteem op specifieke allergenen.

Waaruit bestaat de behandeling van een acute ontsteking?

- Medicatie (NSAID's) - Rust - Toepassen van koude kompressen

Vul de lege plaats in: Corticosteroïden worden gebruikt om _____ te verminderen.

ontstekingen en immuunreacties

Wat is het doel van fysiotherapie bij ontstekingen?

Fysiotherapie bevordert herstel en verbetert de functie van aangetaste gebieden.

Echt of niet: Antibiotica zijn altijd effectief tegen ontstekingen.

Niet waar. Antibiotica zijn alleen effectief bij bacteriële infecties, niet bij virale ontstekingen.

Wat is een CT-scan?

Een geavanceerde beeldvormingsmethode die gedetailleerde doorsneden van het lichaam geeft, nuttig voor ontstekingsdiagnose.

Vergelijk NSAID's en corticosteroïden.

NSAID's verminderen pijn en ontsteking; corticosteroïden onderdrukken het immuunsysteem en ontstekingen.

Wat wordt bedoeld met symptomatische behandeling?

Het verlichten van symptomen zonder de oorzaak van de ontsteking aan te pakken.

Wat is het effect van warmtetoepassing?

Warmtetoepassing kan de doorbloeding bevorderen en pijn verlichten bij chronische ontstekingen.

Wat houdt een laparoscopie in?

Een minimaal invasieve procedure om het binnenste van de buik te onderzoeken en potentieel ontstoken weefsel te behandelen.

Wat zijn de voordelen van een multidisciplinaire benadering?

Meerdere specialisten werken samen voor een holistische behandeling van ontstekingen en gerelateerde aandoeningen.

Waarvoor staat CRP?

CRP staat voor C-reactief proteïne, een marker voor ontsteking in het bloed.

Vragen in deze set(64)

1. Wat zijn de belangrijkste kenmerken van chronische ontsteking?

A.Langdurige ontsteking, weefselschade, infiltratie van immuuncellen, fibrosering.
B.Snelle reactie, kortdurend, acuut pijngevoel, tijdelijke symptomen.
C.Acute ontsteking, directe immunologische reactie, geen weefselschade.
D.Enkele weken durende infectie, geen immuuncellen aanwezig.

2. Wat is de functie van immunoglobulinen?

A.Ze worden geproduceerd door B-lymfocyten en zijn specifiek voor antigenen.
B.Ze reguleren de communicatie tussen immuuncellen.
C.Ze zijn verantwoordelijk voor het fagocyteren van pathogenen.
D.Ze stimuleren de productie van cytokinen.

3. Wat is een kenmerk van acute ontsteking?

A.Roodheid
B.Verlies van eetlust
C.Chronische pijn
D.Gewichtsverlies

4. Wat is de functie van een bloedonderzoek bij het vaststellen van ontstekingen?

A.Het meet de ontstekingsparameters zoals CRP en leukocytenaantal.
B.Het geeft informatie over de zenuwfunctie.
C.Het bepaalt de bloedgroep van de patiënt.
D.Het meet de zuurstofniveaus in het bloed.

5. Wat kan een gevolg zijn van chronische ontsteking?

A.Weefseldestructie en functieverlies.
B.Directe genezing zonder schade.
C.Geen impact op systeemziekten.
D.Verhoogde weerstand tegen infecties.

6. Wat gebeurt er bij een anafylactische shock?

A.Er is een overvloedige vrijgave van histamine.
B.Er vindt een sterke verhoging van het aantal leukocyten plaats.
C.Het immuunsysteem onderdrukt de allergische reactie.
D.Cytokinen worden in grote hoeveelheden geproduceerd.

7. Wat is de rol van neutrofielen in acute ontsteking?

A.Ze produceren antilichamen
B.Ze zijn de eerste witte bloedcellen die reageren
C.Ze remmen ontstekingen
D.Ze zijn betrokken bij de bloedstolling

8. Wat is het belangrijkste gebruik van echografie in de diagnostiek?

A.Het visualiseren van structuren in het lichaam met geluidsgolven.
B.Het meten van de bloeddruk.
C.Het uitvoeren van chirurgische ingrepen.
D.Het analyseren van bloedmonsters.

9. Klopt het dat chronische ontsteking altijd gepaard gaat met pijn?

A.Onjuist, pijn kan ontbreken zelfs bij weefselschade.
B.Juist, pijn is altijd aanwezig.
C.Soms is pijn aanwezig, soms niet.
D.Pijn komt alleen voor bij acute ontsteking.

10. Wat zijn T-cellen?

A.Witte bloedcellen die geïnfecteerde cellen bestrijden.
B.Cellen die antilichamen produceren.
C.Cellen die pathogenen fagocyteren.
D.Cellen die cytokinen uitscheiden.

11. Welke van de volgende symptomen komt NIET vaak voor bij acute ontsteking?

A.Koorts
B.Roodheid
C.Lethargie
D.Pijn

12. Waarom wordt een biopt genomen?

A.Om weefselmonsters te onderzoeken op ontsteking of andere afwijkingen.
B.Om bloedgroepen te bepalen.
C.Om röntgenfoto's te maken.
D.Om de longcapaciteit te meten.

13. Wat is het belangrijkste verschil tussen acute en chronische ontsteking?

A.Acute is kortdurend, chronisch is langdurig.
B.Acute ontsteking is altijd ernstig, chronisch niet.
C.Chronische ontsteking geneest altijd sneller.
D.Acute ontsteking heeft geen immuunrespons.

14. Wat is een vaccin?

A.Een preparaat dat een immuunrespons opwekt zonder ziekte te veroorzaken.
B.Een medicijn dat ontstekingen remt.
C.Een type immunoglobuline dat infecties bestrijdt.
D.Een celtype dat antigenen presenteert aan T-cellen.

15. Wat is de functie van cytokines in acute ontsteking?

A.Ze veroorzaken pijn
B.Ze reguleren de ontstekingsreactie
C.Ze bevorderen bloedstolling
D.Ze vernietigen bacteriën

16. Welke rol speelt MRI in de diagnostiek van ontstekingen?

A.Het visualiseren van zachte weefsels en het beoordelen van ontstekingen.
B.Het meten van de lichaamstemperatuur.
C.Het analyseren van urine.
D.Het bepalen van cholesterolniveaus.

17. Welke van de volgende opties is een veelvoorkomende oorzaak van chronische ontsteking?

A.Auto-immuunziekten.
B.Eenzijdige voeding.
C.Acute infecties.
D.Slechte hygiëne.

18. Wat doet het complement systeem?

A.Het versterkt de immuunrespons door pathogenen te markeren en te vernietigen.
B.Het produceert antilichamen tegen antigenen.
C.Het reguleert de communicatie tussen immuuncellen.
D.Het stimuleert de aanmaak van leukocyten.

19. Welke van de volgende factoren kan acute ontsteking veroorzaken?

A.Infectie
B.Chronische stress
C.Langdurige blootstelling aan kou
D.Genetische factoren

20. Wat meet een huidtest?

A.De reactie van het immuunsysteem op specifieke allergenen.
B.De bloedstollingstijd.
C.De zuurstofverzadiging in het bloed.
D.De bloeddruk.

21. Welke van de volgende gevolgen kan voortkomen uit chronische ontsteking?

A.Verhoogde productie van cytokinen.
B.Verminderde immuunrespons.
C.Verminderde weefselveranderingen.
D.Afname van systeemziekten.

22. Wat zijn cytokinen?

A.Signaalstoffen die de communicatie tussen immuuncellen reguleren.
B.Een type antilichaam dat pathogenen neutraliseert.
C.Witte bloedcellen die verantwoordelijk zijn voor fagocytose.
D.Cellen die de productie van immunoglobulinen stimuleren.

23. Wat gebeurt er bij vasodilatatie tijdens acute ontsteking?

A.Verhoogde bloeddruk
B.Verminderde bloedtoevoer
C.Toename van doorbloeding
D.Verminderde zuurstoftoevoer

24. Wat omvat de behandeling van een acute ontsteking?

A.Medicatie (NSAID's), rust en koude kompressen.
B.Zorg voor voldoende hydratatie en vitamine-inname.
C.Chirurgische ingreep zonder medicatie.
D.Alleen fysiotherapie.

25. Welke immuuncellen spelen een belangrijke rol bij chronische ontsteking?

A.Macrofagen, lymfocyten, plasmacellen.
B.Neutrofielen, basofielen, mestcellen.
C.T- en B-cellen enkel.
D.Natuurlijke killercellen alleen.

26. Wat is de rol van macrofagen?

A.Ze fagocyteren pathogenen en presenteren antigenen aan T-cellen.
B.Ze produceren immunoglobulinen tegen antigenen.
C.Ze zijn verantwoordelijk voor de aanmaak van cytokinen.
D.Ze remmen ontstekingen in het lichaam.

27. Welk proces beschrijft het opruimen van dode cellen door immuuncellen?

A.Fagocytose
B.Apoptose
C.Mitose
D.Necrose

28. Wat is het doel van corticosteroïden?

A.Om ontstekingen en immuunreacties te verminderen.
B.Om de bloedsuikerspiegel te verhogen.
C.Om de spijsvertering te bevorderen.
D.Om de hartslag te verlagen.

29. Chronische ontsteking leidt tot _________ van weefsels.

A.Fibrose en atrofie.
B.Snelle regeneratie.
C.Directe genezing zonder schade.
D.Verhoogde elasticiteit.

30. Wat is immunologisch geheugen?

A.Het vermogen van het immuunsysteem om eerder ontmoet antigenen te onthouden.
B.De productie van meer leukocyten na een infectie.
C.De rol van cytokinen in de ontstekingsreactie.
D.De functie van T-cellen in de immuniteitsreactie.

31. Wat kan een gevolg zijn van acute ontsteking?

A.Chronische ziekte
B.Weefselherstel
C.Verlies van gezichtsvermogen
D.Kanker

32. Wat is het doel van fysiotherapie bij ontstekingen?

A.Herstel bevorderen en functie verbeteren van aangetaste gebieden.
B.Pijnstillers voorschrijven.
C.Chirurgische ingrepen plannen.
D.Bloedonderzoek uitvoeren.

33. Wat zijn mogelijke symptomen van chronische ontsteking?

A.Vermoeidheid, pijn, gewichtsverlies.
B.Acute koorts alleen.
C.Geen symptomen zijn aanwezig.
D.Slechts eenmalige pijn.

34. Wat zijn leukocyten?

A.Witte bloedcellen die een cruciale rol spelen in de immuunrespons.
B.Cellen die verantwoordelijk zijn voor de bloedstolling.
C.Rode bloedcellen die zuurstof transporteren.
D.Cellen die de ontstekingsreactie remmen.

35. Wat is een voorbeeld van een chemische mediator in acute ontsteking?

A.Histamine
B.Insuline
C.Adrenaline
D.Serotonine

36. Echt of niet: Antibiotica zijn effectief tegen alle soorten ontstekingen.

A.Niet waar. Antibiotica zijn alleen effectief bij bacteriële infecties.
B.Waar. Antibiotica zijn een universele oplossing.
C.Niet waar. Antibiotica zijn alleen nodig bij virale infecties.
D.Waar. Antibiotica zijn ook effectief tegen schimmelinfecties.

37. Waar komt chronische ontsteking vaak voor?

A.Gewrichten (reuma), longen (astma).
B.Huid alleen.
C.Bepaalde spijsverteringsstoornissen alleen.
D.Ogen uitsluitend.

38. Valse stelling: Alle antigenen zijn schadelijk.

A.Onjuist, antigenen kunnen ook nuttige functies hebben.
B.Juist, antigenen veroorzaken altijd ziekten.
C.Antigenen zijn alleen schadelijk bij infecties.
D.Antigenen zijn altijd eiwitten.

39. Wat is het effect van verhoogde doorlaatbaarheid van bloedvaten tijdens acute ontsteking?

A.Verminderde zwelling
B.Toename van eiwitten in het interstitium
C.Verminderde doorbloeding
D.Afname van immuuncellen

40. Wat is een CT-scan?

A.Een geavanceerde beeldvormingsmethode voor gedetailleerde doorsneden van het lichaam.
B.Een test voor bloeddrukmeting.
C.Een type bloedonderzoek.
D.Een psychologische evaluatie.

41. Wat is de functie van cytokinen in chronische ontsteking?

A.Reguleren immuunrespons en bevorderen ontstekingen.
B.Vertragen het genezingsproces.
C.Voorkomen weefselherstel.
D.Verhogen bloeddruk.

42. Wat stimuleert Th1 cellen?

A.Cytotoxische T-cellen.
B.B-lymfocyten.
C.Macrofagen.
D.Leukocyten.

43. Wat is een veelvoorkomende oorzaak van acute ontsteking?

A.Auto-immuunziekten
B.Infecties
C.Veroudering
D.Zuurstofgebrek

44. Wat is het grootste verschil tussen NSAID's en corticosteroïden?

A.NSAID's verminderen pijn en ontsteking; corticosteroïden onderdrukken het immuunsysteem.
B.Beide zijn hetzelfde.
C.NSAID's zijn alleen voor chronische aandoeningen, corticosteroïden alleen voor acute.
D.Corticosteroïden zijn alleen beschikbaar in vloeibare vorm.

45. Klopt het dat chronische ontsteking altijd zichtbaar is op medische scans?

A.Onjuist, soms zijn veranderingen subtiel of niet zichtbaar.
B.Ja, altijd zichtbaar.
C.Slechts zichtbaar bij ernstige gevallen.
D.Altijd zichtbaar op bloedonderzoek.

46. Wat is een symptoom van acute ontsteking?

A.Snelle zwelling en roodheid van weefsel.
B.Langdurige pijn en ongemak.
C.Chronische vermoeidheid.
D.Verlies van functie in het getroffen gebied.

47. Wat gebeurt er met de temperatuur in het lichaam tijdens acute ontsteking?

A.Het daalt
B.Het blijft constant
C.Het stijgt
D.Het fluctueert sterk

48. Wat wordt bedoeld met symptomatische behandeling?

A.Het verlichten van symptomen zonder de oorzaak aan te pakken.
B.Het behandelen van de onderliggende oorzaak van de ziekte.
C.Het voorkomen van toekomstige ontstekingen.
D.Het verbeteren van de algehele gezondheid.

49. Hoe beïnvloedt chronische ontsteking het metabolisme?

A.Verhoogd energieverbruik en insulineresistentie.
B.Geen effect op metabolisme.
C.Verlaagd energieverbruik.
D.Verhoogde vetopslag zonder andere effecten.

50. Wat is de rol van mestcellen in ontstekingsprocessen?

A.Ze geven histamine vrij en spelen een rol in allergische reacties.
B.Ze fagocyteren pathogenen.
C.Ze produceren antilichamen.
D.Ze reguleren de aanmaak van leukocyten.

51. Welk symptoom is typisch voor acute ontsteking?

A.Chronische vermoeidheid
B.Plaatselijke zwelling
C.Langdurige hoest
D.Geheugenverlies

52. Wat is het effect van warmtetoepassing op chronische ontstekingen?

A.Het bevorderen van doorbloeding en verlichting van pijn.
B.Het verminderen van zwelling door vloeistofretentie.
C.Het verhogen van de bloeddruk.
D.Het verergeren van ontstekingen.

53. Wat is het verband tussen chronische ontsteking en kanker?

A.Langdurige ontsteking kan DNA-schade veroorzaken.
B.Geen verband tussen ontsteking en kanker.
C.Alle ontstekingen leiden tot kanker.
D.Kanker veroorzaakt altijd ontsteking.

54. Wat is het verschil tussen acute en chronische ontsteking?

A.Acute ontsteking is snel, chronische ontsteking is langdurig.
B.Acute ontsteking heeft geen symptomen, chronische ontsteking wel.
C.Chronische ontsteking is altijd schadelijk, acute niet.
D.Acute ontsteking is alleen lokaal, chronische is systemisch.

55. Wat is de primaire functie van exsudaat tijdens acute ontsteking?

A.Voorkomen van infecties
B.Transporteren van immuuncellen en voedingsstoffen
C.Verminderen van pijn
D.Stabiliseren van de bloeddruk

56. Wat houdt een laparoscopie in?

A.Een minimaal invasieve procedure om het binnenste van de buik te onderzoeken.
B.Een bloedonderzoek voor leverfunctietests.
C.Een techniek voor het nemen van een biopt.
D.Een diagnostische meting van de zuurstofverzadiging.

57. Chronische ontsteking kan leiden tot _________ van de bloedvaten.

A.Atherosclerose.
B.Verhoogde doorlaatbaarheid.
C.Verminderde bloedtoevoer.
D.Vernauwing van de luchtwegen.

58. Wat zijn ziekteverwekkers?

A.Micro-organismen die infecties veroorzaken.
B.Antilichamen die ziekteverwekkers bestrijden.
C.Witte bloedcellen die het lichaam beschermen.
D.Cytokinen die ontstekingen reguleren.

59. Wat beschrijft de term 'functieverlies' in de context van acute ontsteking?

A.Een toename van celactiviteit
B.Een afname van de normale functie van het betrokken weefsel
C.Een vermindering van ontstekingsmarker
D.De afwezigheid van symptomen

60. Wat zijn de voordelen van een multidisciplinaire benadering?

A.Meerdere specialisten werken samen voor een holistische behandeling.
B.Het verlaagt de kosten van de behandeling.
C.Het versnelt de diagnose maar niet de behandeling.
D.Het beperkt de keuze van behandelingen.

61. Wat is het effect van chronische ontsteking op de levenskwaliteit?

A.Verhoogde vermoeidheid en beperking van dagelijkse activiteiten.
B.Geen effect op levenskwaliteit.
C.Altijd verbetering van de levenskwaliteit.
D.Verhoogde fysieke activiteit.

62. Wat is de belangrijkste functie van B-cellen in de immuunrespons?

A.Het produceren van antilichamen
B.Het fagocyteren van pathogenen
C.Het stimuleren van andere immuuncellen
D.Het vrijgeven van cytokinen

63. Wat kan een gevolg zijn van acute ontsteking na een infectie?

A.Weefselherstel
B.Chronische ontsteking
C.Verlies van functie
D.Verminderde doorbloeding

64. Waarvoor staat CRP?

A.C-reactief proteïne, een marker voor ontsteking in het bloed.
B.Cholesterol-risico-proteïne, een marker voor hartziekten.
C.Cytokine-regulerende proteïne, betrokken bij immunologische processen.
D.C-reactieve plasma, een indicator voor bloeddruk.

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.