Liquiditeitsbegroting maken begrippenlijst

Een begripsoverzicht met belangrijke termen en formules voor het maken van een liquiditeitsbegroting, relevant voor eindexamen economie.

Emma77·40 flashcards·40 vragen
eindexameneconomicsaccounting
0
Ken ik
1 / 40
0
Aan het leren
Voorkant

Wat is een liquiditeitsbegroting?

Tik om om te draaien
Achterkant

Een liquiditeitsbegroting is een overzicht van verwachte inkomsten en uitgaven over een bepaalde periode.

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(40 vragen)

Vraag 1 van 40

1. Wat zijn kasstromen?

Termen in deze set(40)

Basisbegrippen Liquiditeitsbegroting(16)

Wat is een liquiditeitsbegroting?

Een liquiditeitsbegroting is een overzicht van verwachte inkomsten en uitgaven over een bepaalde periode.

Wat zijn kasstromen?

Kasstromen zijn de geldstromen in en uit een onderneming. Ze zijn essentieel voor de liquiditeitsbegroting.

Verschil tussen liquide middelen en schulden?

Liquide middelen zijn direct beschikbare geldmiddelen, terwijl schulden verplichtingen zijn die betaald moeten worden.

Wat is het doel van een liquiditeitsbegroting?

Het doel is om inzicht te krijgen in de cashflow en te zorgen dat de onderneming aan haar betalingsverplichtingen kan voldoen.

Waarin verschilt een liquiditeitsbegroting van een resultatenrekening?

Een liquiditeitsbegroting richt zich op cashflow, terwijl een resultatenrekening de winst en verlies over een periode weergeeft.

Wat zijn ontvangsten?

Ontvangsten zijn de bedragen die een onderneming ontvangt, zoals verkopen, leningen of subsidies.

Vul de blanco in: Liquiditeitsbegroting is belangrijk voor ____

het beheren van kasstromen en het voorkomen van liquiditeitsproblemen.

Wat zijn uitgaven?

Uitgaven zijn bedragen die een onderneming betaalt, zoals inkoopkosten, salarissen en huur.

Waar dient de beginbalans voor?

De beginbalans toont de liquiditeitspositie aan het begin van de begrotingsperiode.

Wat is een positieve liquiditeitspositie?

Een positieve liquiditeitspositie betekent dat de beschikbare middelen groter zijn dan de verplichtingen.

True or False: Liquiditeitsproblemen ontstaan alleen door hoge uitgaven.

False. Liquiditeitsproblemen kunnen ook ontstaan door lage inkomsten of onverwachte uitgaven.

Casestudy: Verwachte inkomsten van €10.000, uitgaven €8.000. Wat is de cashflow?

De cashflow is €2.000 (ontvangsten - uitgaven).

Wat is een liquiditeitsratio?

De liquiditeitsratio geeft de verhouding aan tussen liquide middelen en kortlopende verplichtingen.

Wat zijn kortlopende verplichtingen?

Kortlopende verplichtingen zijn schulden die binnen een jaar betaald moeten worden.

Wat is het belang van een liquiditeitsprognose?

Een liquiditeitsprognose helpt bij het plannen van toekomstige kasstromen en voorkomt betalingsproblemen.

Vul de blanco in: Een liquiditeitsbegroting omvat ___ en ___

verwachte ontvangsten en verwachte uitgaven.

Formules en Berekeningen(12)

Wat is de formule voor liquiditeit?

Liquiditeit = (Vlottende Activa) / (Kortlopende Schulden) Deze formule toont de verhouding tussen beschikbare middelen en verplichtingen.

Vul in: Kasstroom = ...

Kasstroom = Inkomsten - Uitgaven. Dit geeft de netto kasstroom over een periode aan.

Wat is het belang van de current ratio?

De current ratio toont aan of een bedrijf in staat is zijn kortlopende schulden te betalen. Een ratio > 1 is wenselijk.

Bereken de liquiditeit: Activa €10.000, Schulden €5.000.

Liquiditeit = €10.000 / €5.000 = 2. Dit betekent dat er twee keer zoveel activa zijn als schulden.

Waaruit bestaat de kasstroomoverzicht?

- Operationele kasstromen - Investering kasstromen - Financiering kasstromen

True or False: Een negatieve kasstroom is altijd slecht.

False: Een tijdelijke negatieve kasstroom kan acceptabel zijn, bijvoorbeeld bij investeringen.

Wat is de formule voor de quick ratio?

Quick Ratio = (Vlottende Activa - Voorraad) / (Kortlopende Schulden). Het geeft een striktere liquiditeitsmeting.

Vul in: Netto kasstroom = ...

Netto kasstroom = Kasinstroom - Kasuitstroom. Dit geeft de totale verandering in kaspositie aan.

Wat geeft de liquiditeitsprognose aan?

De liquiditeitsprognose voorspelt toekomstige kasstromen, wat helpt bij het plannen van betalingen en investeringen.

Cause → Effect: Meer verkopen?

Meer verkopen → Hogere kasinstroom → Betere liquiditeit.

Wat is het verschil tussen liquiditeit en solvabiliteit?

Liquiditeit betreft de korte termijn (betaalbaarheid), solvabiliteit betreft de lange termijn (financiële gezondheid).

Formule voor totale kasinstroom?

Totale kasinstroom = Verkoop + Ontvangen rente + Ontvangen leningen. Dit omvat alle bronnen van kasinstroom.

Kasstromen en Vooruitzichten(12)

Wat zijn kasstromen?

Kasstromen zijn de in- en uitgaande geldstromen van een onderneming. Ze worden vaak onderverdeeld in operationele, investerings- en financieringskasstromen.

Invloed van kasstromen op liquiditeit?

Kasstromen bepalen de liquiditeitspositie. Positieve kasstromen verbeteren de liquiditeit, terwijl negatieve kasstromen deze verslechteren.

Waarvoor dient een liquiditeitsbegroting?

Een liquiditeitsbegroting helpt bij het plannen van toekomstige kasstromen. Het voorkomt liquiditeitsproblemen door inzicht te geven in verwachte inkomsten en uitgaven.

Vul de lege plek in: Kasstroom uit ________ = opbrengsten uit de dagelijkse bedrijfsvoering.

activiteiten

Werkvoorbeeld kasstroom: wat is het saldo?

Begin saldo: €5.000, Inkomsten: €3.000, Uitgaven: €2.500. Saldo = €5.000 + €3.000 - €2.500 = €5.500.

Waaruit bestaat de operationele kasstroom?

De operationele kasstroom omvat inkomsten uit verkopen en betalingen aan leveranciers en medewerkers.

Waar zijn investeringskasstromen voor?

Investeringskasstromen zijn bedoeld voor het kopen en verkopen van vaste activa, zoals machines en gebouwen.

Waaruit bestaat de financieringskasstroom?

De financieringskasstroom betreft het aantrekken en aflossen van leningen, en het uitkeren van dividenden.

Waar of niet waar: Negatieve kasstromen zijn altijd slecht.

Niet waar. Ze kunnen tijdelijk zijn, maar kunnen leiden tot liquiditeitsproblemen als ze aanhouden.

Vergelijking: kasstroom en winst.

Kasstroom is geld dat binnenkomt of uitgaat; winst is het resultaat na kosten. Een bedrijf kan winst maken maar toch negatieve kasstromen hebben.

Wat zijn toekomstige kasstromen?

Toekomstige kasstromen zijn verwachte geldstromen die voortkomen uit geplande activiteiten en investeringen.

Gevolg van onjuiste kasstroomprognoses?

Onjuiste prognoses kunnen leiden tot onverwachte liquiditeitsproblemen en zelfs faillissement.

Vragen in deze set(40)

1. Wat zijn kasstromen?

A.De in- en uitgaande geldstromen van een onderneming.
B.De winst van een onderneming over een jaar.
C.De totale waarde van activa.
D.De kosten die gemaakt worden voor investeringen.

2. Wat is de primaire functie van een liquiditeitsbegroting?

A.Inzicht in cashflow
B.Bepalen van winst
C.Inventaris beheren
D.Vaststellen van belastingverplichtingen

3. Wat is de formule voor de solvabiliteit?

A.Solvabiliteit = (Eigen Vermogen) / (Totaal Vermogen)
B.Solvabiliteit = (Vlottende Activa) / (Kortlopende Schulden)
C.Solvabiliteit = (Vaste Activa) / (Eigen Vermogen)
D.Solvabiliteit = (Kortlopende Schulden) / (Totaal Vermogen)

4. Hoe beïnvloeden kasstromen de liquiditeit?

A.Positieve kasstromen verbeteren de liquiditeit.
B.Negatieve kasstromen hebben geen invloed op liquiditeit.
C.Kasstromen zijn niet relevant voor liquiditeit.
D.Liquiditeit is alleen afhankelijk van winst.

5. Wat zijn liquide middelen?

A.Direct beschikbare geldmiddelen
B.Langlopende investeringen
C.Onbetaalde facturen
D.Voorzieningen voor toekomstige uitgaven

6. Wat is de totale kasuitstroom formule?

A.Totale kasuitstroom = Kosten + Investeringen + Aflossingen
B.Totale kasuitstroom = Aankopen + Verkoop + Investeringen
C.Totale kasuitstroom = Verkoop + Ontvangen rente + Aflossingen
D.Totale kasuitstroom = Aankopen + Ontvangen rente + Leningen

7. Wat is het doel van een liquiditeitsbegroting?

A.Het voorspellen van toekomstige liquiditeitsproblemen.
B.Het berekenen van de winst over een jaar.
C.Het vaststellen van de boekwaarde van activa.
D.Het bepalen van de belastingverplichtingen.

8. Wat zijn kortlopende verplichtingen?

A.Schulden die binnen een jaar betaald moeten worden
B.Langlopende leningen
C.Investeringen in vaste activa
D.Reserves voor onvoorziene uitgaven

9. Wat geeft een current ratio van 0,8 aan?

A.Het bedrijf heeft voldoende activa om zijn schulden te dekken
B.Het bedrijf heeft meer kortlopende schulden dan activa
C.Het bedrijf is financieel gezond
D.Het bedrijf kan zijn langlopende schulden niet betalen

10. Vul de lege plek in: Kasstroom uit ________ = opbrengsten uit de dagelijkse bedrijfsvoering.

A.activiteiten
B.investeringen
C.financiering
D.bijzondere baten

11. Wat is een voorbeeld van een ontvangst?

A.Verkoopinkomsten
B.Huurbetalingen
C.Loonkosten
D.Inkoopkosten

12. Wat is de formule voor de netto kasstroom?

A.Netto kasstroom = Kasinstroom + Kasuitstroom
B.Netto kasstroom = Kasinstroom - Kasuitstroom
C.Netto kasstroom = Kasuitstroom - Kasinstroom
D.Netto kasstroom = (Kasinstroom + Investeringen) - Aflossingen

13. Wat is het saldo in dit werkvoorbeeld: Begin saldo €2.000, Inkomsten €4.000, Uitgaven €3.000?

A.€3.000
B.€2.000
C.€4.000
D.€1.000

14. Wat gebeurt er als de liquiditeitspositie negatief is?

A.Er zijn onvoldoende middelen om aan verplichtingen te voldoen
B.Er is een overschot aan cash
C.De winst is stijgend
D.De onderneming kan uitbreiden

15. Wat is het doel van een liquiditeitsbegroting?

A.Het voorspellen van toekomstige verkopen
B.Het plannen van toekomstige kasstromen
C.Het vaststellen van investeringen
D.Het meten van de winstgevendheid

16. Wat omvat de operationele kasstroom?

A.Inkomsten uit verkopen en betalingen aan leveranciers.
B.Aflossingen van leningen en uitkeringen van dividenden.
C.De verkoop van vaste activa.
D.Alle kosten van het afgelopen jaar.

17. Wat zijn uitgaven?

A.Bedragen die een onderneming betaalt
B.Bedragen die een onderneming ontvangt
C.Salarissen van het personeel
D.Verlies van activa

18. Welke van de volgende is GEEN component van de kasstroomoverzicht?

A.Operationele kasstromen
B.Investering kasstromen
C.Financiering kasstromen
D.Omzet kasstromen

19. Wat zijn investeringskasstromen?

A.Geldstromen voor de aankoop en verkoop van vaste activa.
B.Kasstromen vanuit de dagelijkse verkoop.
C.Inkomsten uit rente en dividenden.
D.Betalingen aan leveranciers.

20. Vul de blanco in: Liquiditeitsproblemen kunnen ontstaan door ____ en ____.

A.lage inkomsten; onverwachte uitgaven
B.hoge winsten; hoge uitgaven
C.goede investeringen; stijgende kosten
D.stijgende verkopen; dalende kosten

21. Wat is de quick ratio?

A.Quick Ratio = (Vlottende Activa - Voorraad) / (Kortlopende Schulden)
B.Quick Ratio = (Vlottende Activa) / (Voorraad + Kortlopende Schulden)
C.Quick Ratio = (Eigen Vermogen) / (Totaal Vermogen)
D.Quick Ratio = (Kas + Debiteuren) / (Kortlopende Schulden)

22. Wat is de financieringskasstroom?

A.Het aantrekken en aflossen van leningen.
B.Inkomsten uit de verkoop van producten.
C.De afschrijvingen van activa.
D.De netto winst van het bedrijf.

23. Wat is de liquiditeitsratio?

A.Verhouding tussen liquide middelen en kortlopende verplichtingen
B.Verhouding tussen activa en passiva
C.Verhouding tussen winst en omzet
D.Verhouding tussen kosten en opbrengsten

24. Wat is de impact van een stijgende verkoop op de liquiditeit?

A.Minder kasinstroom
B.Hogere kasuitstroom
C.Hogere kasinstroom
D.Geen impact op kasstromen

25. Waar of niet waar: Negatieve kasstromen zijn altijd slecht.

A.Niet waar.
B.Waar.
C.Alleen in de lange termijn.
D.Alleen voor startups.

26. Wat is het belangrijkste kenmerk van een resultatenrekening?

A.Geeft de winst of het verlies over een periode weer
B.Geeft de cashflow van de onderneming weer
C.Toont alleen de uitgaven
D.Toont alleen de activa

27. Wat is de formule voor de liquiditeit?

A.Liquiditeit = (Vlottende Activa) / (Kortlopende Schulden)
B.Liquiditeit = (Eigen Vermogen) / (Totaal Vermogen)
C.Liquiditeit = (Vaste Activa) / (Kortlopende Schulden)
D.Liquiditeit = (Kas + Debiteuren) / (Kortlopende Schulden)

28. Hoe verhoudt kasstroom zich tot winst?

A.Kasstroom is geldbeweging; winst is het verschil tussen inkomsten en uitgaven.
B.Kasstroom is altijd gelijk aan winst.
C.Winst is belangrijker dan kasstroom.
D.Kasstroom is irrelevant voor de winst.

29. Wat is het doel van een liquiditeitsprognose?

A.Plannen van toekomstige kasstromen
B.Verhogen van de omzet
C.Beheren van voorraad
D.Vaststellen van voorraadniveaus

30. Wat geeft een negatieve kasstroom aan?

A.Te veel inkomsten
B.Hogere uitgaven dan inkomsten
C.Gezonde financiële positie
D.Oplossingen voor toekomstige investeringen

31. Wat zijn toekomstige kasstromen?

A.Verwachte geldstromen uit geplande activiteiten.
B.De werkelijke kasstromen van het afgelopen jaar.
C.Kasstromen die al ontvangen zijn.
D.Alle betalingen die nog gedaan moeten worden.

32. Wat zijn ontvangsten in het kader van liquiditeitsbegroting?

A.Bedragen die gedurende een periode binnenkomen
B.Bedragen die gedurende een periode uitgaan
C.Afschrijvingen op activa
D.Kosten van goederen verkocht

33. Wat is het verschil tussen kasinstroom en kasuitstroom?

A.Kasinstroom is wat je uitgeeft, kasuitstroom is wat je ontvangt
B.Kasinstroom is wat je ontvangt, kasuitstroom is wat je uitgeeft
C.Kasinstroom is alleen uit investeringen, kasuitstroom is uit operationele kosten
D.Er is geen verschil

34. Wat is het gevolg van onjuiste kasstroomprognoses?

A.Ongemakken in de liquiditeitsplanning.
B.Verbeterde winstgevendheid.
C.Meer investeringsmogelijkheden.
D.Lagere belastingverplichtingen.

35. Wat is het verschil tussen liquide middelen en schulden?

A.Liquide middelen zijn beschikbare geldmiddelen, schulden zijn verplichtingen
B.Liquide middelen zijn uitgaven, schulden zijn inkomsten
C.Liquide middelen zijn investeringen, schulden zijn activa
D.Liquide middelen zijn alleen contant geld, schulden zijn kredieten

36. Wat is de formule voor de totale kasinstroom?

A.Totale kasinstroom = Verkoop + Ontvangen rente + Ontvangen leningen
B.Totale kasinstroom = Inkomsten - Uitgaven
C.Totale kasinstroom = Vlottende activa - Kortlopende schulden
D.Totale kasinstroom = Investeringen + Financieringen

37. Wat is het belang van de beginbalans?

A.Toont de liquiditeitspositie aan het begin van de begrotingsperiode
B.Geeft een overzicht van alle kosten
C.Geeft inzicht in de winstgevendheid
D.Toont de investeringen van de onderneming

38. Wat is een veelvoorkomende oorzaak van liquiditeitsproblemen?

A.Onverwachte uitgaven
B.Te veel liquide middelen
C.Hoge winsten
D.Afnemende verkoopprijzen

39. Wat omvat een liquiditeitsbegroting?

A.Verwachte ontvangsten en verwachte uitgaven
B.Alle activa en passiva van de onderneming
C.Marketingkosten en personeelskosten
D.Verlies en winst over een jaar

40. Wat is het belangrijkste verschil tussen een liquiditeitsbegroting en een resultatenrekening?

A.De liquiditeitsbegroting richt zich op cashflow, de resultatenrekening op winst en verlies.
B.De liquiditeitsbegroting toont alleen uitgaven, de resultatenrekening alleen ontvangsten.
C.De liquiditeitsbegroting is voor lange termijn, de resultatenrekening voor korte termijn.
D.De liquiditeitsbegroting is verplicht, de resultatenrekening niet.

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.