Kasstroomoverzicht opstellen
Leer alles over het opstellen van een kasstroomoverzicht voor je eindexamen economie. Dit omvat belangrijke termen, formules en voorbeelden die je moet weten.
Quiz(28 vragen)
1. Wat beschrijft een kasstroomoverzicht?
Termen in deze set(28)
Flashcards 1(14)
Wat is een kasstroomoverzicht?
Een kasstroomoverzicht toont in- en uitgaande geldstromen over een periode.
Waarom is een kasstroomoverzicht belangrijk?
Het helpt bij het begrijpen van liquiditeitspositie en financiële gezondheid.
Noem de drie onderdelen van een kasstroomoverzicht.
- Operationele activiteiten - Investeringactiviteiten - Financieringsactiviteiten
Vul de lege plaats in: Operationele kasstromen zijn __________.
de dagelijkse geldstromen uit bedrijfsactiviteiten.
Waaruit bestaan investeringsactiviteiten?
Aankoop en verkoop van vaste activa en investeringen in andere bedrijven.
Stelling: Een positief kasstroomoverzicht betekent altijd winst.
Onjuist: Een bedrijf kan positief zijn in kasstroom maar toch verlies lijden.
Geef een voorbeeld van financieringsactiviteiten.
Het aantrekken van leningen of uitgeven van aandelen.
Hoe bereken je de netto kasstroom?
Netto kasstroom = Inkomsten - Uitgaven.
Wat zijn niet-kaskosten?
Kosten zoals afschrijvingen die geen uitgaande kasstroom vereisen.
Wat is een directe methode voor kasstroomoverzicht?
Deze methode toont directe kasontvangsten en -betalingen.
Wat is een indirecte methode voor kasstroomoverzicht?
Deze methode start met de nettowinst en corrigeert voor niet-kaskosten.
Noem één voordeel van het kasstroomoverzicht.
Geeft een helder beeld van liquiditeitsbehoeften.
Wat wordt bedoeld met kasreserves?
Geld dat een bedrijf beschikbaar heeft voor onverwachte uitgaven.
Hoe beïnvloedt een toename van debiteuren de kasstroom?
Het vermindert de kasstroom omdat geld nog niet ontvangen is.
Flashcards 2(14)
Hoe bereken je de kasstroom?
Kasstroom = Inkomsten - Uitgaven.
Wat zijn operationele kasstromen?
Stromen uit reguliere bedrijfsactiviteiten. - Verkoop van goederen - Diensten - Betalingen aan leveranciers
Waaruit bestaat een kasstroomoverzicht?
Drie delen: 1. Operationele kasstromen 2. Investering kasstromen 3. Financiering kasstromen
Wat is het doel van het kasstroomoverzicht?
Inzicht geven in liquiditeitspositie en kasstromen.
Vul de lege plek in: Investering in apparatuur verhoogt _____ kasstromen.
operationele.
Waarvoor is het verschil tussen brutowinst en nettowinst?
Brutowinst - bedrijfskosten = nettowinst.
Wat wordt bedoeld met investeringskasstromen?
Kasstromen door aankoop of verkoop van vaste activa. - Aankoop van machines - Verkoop van gebouwen
Waaruit bestaat een negatief kasstroomoverzicht?
Meer uitgaven dan inkomsten.
Is het waar dat een positieve kasstroom altijd winst betekent?
Onwaar, kasstroom en winst zijn verschillend.
Geef een voorbeeld van financieringskasstromen.
Kasstromen door leningen of aandelenuitgifte. - Ontvangen banklening - Uitgegeven aandelen
Vul in: De kasstroom kan ook worden beïnvloed door _____.
seizoensgebondenheid.
Wat zijn niet-operationele kasstromen?
Kasstromen die niet uit de hoofdactiviteit komen. - Verkoop van activa - Rente-inkomsten
Waarom is het belangrijk om kasstromen te monitoren?
Om liquiditeit en solvabiliteit te waarborgen.
Wat gebeurt er bij negatieve operationele kasstromen?
Bedrijf kan betalingsproblemen ervaren.
Vragen in deze set(28)
1. Wat beschrijft een kasstroomoverzicht?
2. Wat is de formule om kasstroom te berekenen?
3. Waarom is het kasstroomoverzicht cruciaal voor bedrijven?
4. Wat zijn voorbeelden van operationele kasstromen?
5. Welke van de volgende onderdelen behoort NIET tot een kasstroomoverzicht?
6. Welke delen bevat een kasstroomoverzicht?
7. Wat zijn operationele kasstromen?
8. Waarom is het kasstroomoverzicht belangrijk?
9. Wat is een voorbeeld van investeringsactiviteiten?
10. Investeringsuitgaven verhogen _____ kasstromen.
11. Stelling: Een positief kasstroomoverzicht betekent automatisch dat een bedrijf winst maakt. Waar of niet waar?
12. Wat is het verschil tussen brutowinst en nettowinst?
13. Welke van de volgende is een voorbeeld van financieringsactiviteiten?
14. Wat zijn investeringskasstromen?
15. Hoe kan je de netto kasstroom berekenen?
16. Wat betekent een negatief kasstroomoverzicht?
17. Wat zijn niet-kaskosten?
18. Is het waar dat een positieve kasstroom altijd winst betekent?
19. Wat kenmerkt de directe methode voor het kasstroomoverzicht?
20. Geef een voorbeeld van financieringskasstromen.
21. Wat is een indirecte methode voor het kasstroomoverzicht?
22. Wat kan de kasstroom beïnvloeden?
23. Wat is een voordeel van het kasstroomoverzicht?
24. Wat zijn niet-operationele kasstromen?
25. Wat bedoelen we met kasreserves?
26. Waarom is het monitoren van kasstromen belangrijk?
27. Hoe beïnvloedt een toename van debiteuren de kasstroom?
28. Wat gebeurt er bij negatieve operationele kasstromen?
Gerelateerde sets
Klausur: Soll und Haben
Klausur: GuV und Bilanz
Buchungssätze bilden Prüfungsfragen
Rückstellungen Bilanzierung Klausurvorbereitung
Klausur: Abschreibungen linear und degressiv
Bilanzanalyse Kennzahlen Zusammenfassung
Klausur: Kostenarten Kostenstellen Kostenträger
Aktiva Passiva
Maak je eigen studieset
Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.

