Journaalposten boekhouden

Een uitgebreide begrippenlijst over journaalposten in de boekhouding voor hbo-studenten, met uitleg van belangrijke termen en concepten.

Owl71·76 flashcards·76 vragen
hboeconomicsaccounting
0
Ken ik
1 / 76
0
Aan het leren
Voorkant

Wat is boekhouding?

Tik om om te draaien
Achterkant

Boekhouding is het systematisch vastleggen, ordenen en rapporteren van financiële gegevens van een organisatie.

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(76 vragen)

Vraag 1 van 76

1. Wat geeft een balans weer?

Termen in deze set(76)

Basisprincipes van boekhouden(16)

Wat is boekhouding?

Boekhouding is het systematisch vastleggen, ordenen en rapporteren van financiële gegevens van een organisatie.

Debet en credit?

Debet is de linkerzijde van de balans. Credit is de rechterzijde. Samen zorgen ze voor een evenwicht.

Wat zijn activa?

Activa zijn bezittingen van een onderneming, zoals gebouwen, voorraden en cash. Ze dragen bij aan de waarde.

Wat zijn passiva?

Passiva zijn de verplichtingen van een onderneming, zoals leningen en schulden. Ze geven aan wat de onderneming verschuldigd is.

Vul in: Eigen vermogen = Activa - ____

Passiva. Dit geeft aan wat de eigenaren bezitten na aftrek van schulden.

Wat is een journaalpost?

Een journaalpost is een boeking die financiële transacties vastlegt. Het bevat datum, bedragen en rekeningen.

Verschil tussen kosten en uitgaven?

Kosten zijn waardeverminderingen van activa. Uitgaven zijn daadwerkelijke betalingen. Kosten kunnen ook ontstaan zonder uitgaven.

Wat is een balans?

Een balans geeft een overzicht van de activa, passiva en het eigen vermogen op een bepaald moment.

Waar staat de term 'resultaat' voor?

Resultaat is het verschil tussen opbrengsten en kosten gedurende een bepaalde periode. Positief resultaat = winst.

Vul in: Het dubbel boekhoudsysteem zorgt voor ____

Evenwicht tussen debet en credit. Elke transactie beïnvloedt beide zijden.

Wat is een grootboek?

Een grootboek is een verzameling van rekeningen waar alle financiële transacties in worden bijgehouden.

Wat zijn omzet en kosten?

Omzet is de totale opbrengst uit verkopen. Kosten zijn de uitgaven voor de productie en bedrijfskosten.

Waarvoor dienen journaalposten?

Journaalposten dienen om elke financiële transactie vast te leggen en te classificeren in de boekhouding.

Waar komen de cijfers voor de balans vandaan?

Cijfers komen uit de boekhouding, specifiek uit het grootboek en de journaalposten.

Wat is een kostenplaats?

Een kostenplaats is een afdeling of functie binnen een bedrijf waar kosten worden geregistreerd voor betere controle.

True or False: Iedere boekhouding is het zelfde.

False. Boekhouding kan variëren per bedrijfstype, grootte en wettelijke vereisten.

Journaalposten en boekingen(20)

Wat zijn journaalposten?

Journaalposten zijn boekingen in de boekhouding die de financiële transacties van een onderneming vastleggen. Ze bevatten informatie zoals datum, grootboekrekeningen, bedragen en een omschrijving van de transactie.

Wat is de functie van een journaal?

Het journaal dient als een chronologische registratie van alle financiële transacties. Hierdoor kunnen boekingen eenvoudig worden teruggevonden en geanalyseerd.

Wat betekent debiteren?

Debiteren houdt in dat een bedrag wordt toegevoegd aan de debetzijde van een rekening. Dit verhoogt doorgaans de activa of verlaagt de passiva.

Wat betekent crediteren?

Crediteren is het tegenovergestelde van debiteren; het houdt in dat een bedrag wordt toegevoegd aan de creditzijde van een rekening. Dit verlaagt doorgaans de activa of verhoogt de passiva.

Vul de lege plaats in: Een journaalpost bestaat uit een ___ en een ___ .

debetsaldo; creditsaldo

Wat zijn de belangrijkste elementen van een journaalpost?

Datum, rekening, bedrag, debet/credit, omschrijving.

De boeking van een verkoop op rekening is een voorbeeld van?

Debet: vorderingen (activa); Credit: omzet (opbrengsten).

Waarvoor dienen proefbalansen?

Proefbalansen worden gebruikt om te controleren of de totalen van debet en credit gelijk zijn, wat wijst op een juiste boekhouding.

Waaruit bestaat een financiële transactie?

Een financiële transactie bestaat uit een gebeurtenis die invloed heeft op de activa, passiva of het eigen vermogen van een onderneming.

Wat is een boekingsschema?

Een boekingsschema is een overzicht van de grootboekrekeningen die gebruikt worden binnen de boekhouding, inclusief de structuur voor het vastleggen van journaalposten.

Waar worden journaalposten meestal opgeslagen?

Journaalposten worden meestal opgeslagen in een digitaal boekhoudprogramma of in een fysiek boekhoudboek.

Wat is het verschil tussen een grootboekrekening en een journaalpost?

Een grootboekrekening toont de saldo's van een specifiek type rekening; een journaalpost legt de transactie zelf vast.

Wat zijn kasboekingen?

Kasboekingen zijn transacties die betrekking hebben op contante betalingen en ontvangsten. Ze worden direct in het kasboek genoteerd.

Wat is het doel van boekhoudkundige correcties?

Boekhoudkundige correcties zijn bedoeld om fouten in eerdere journaalposten te corrigeren en zorgen voor accurate financiële overzichten.

Vul de lege plaats in: In de boekhouding worden uitgaven doorgaans ___ geboekt.

debiterend

Wat is een memoriaalpost?

Een memoriaalpost is een boeking die niet voortvloeit uit een directe transactie, maar bijvoorbeeld uit een correctie of een aanpassing van rekeningen.

Wat is het effect van een foutieve journaalpost?

Een foutieve journaalpost kan leiden tot onjuiste financiële verslaglegging, wat gevolgen kan hebben voor beslissingen binnen de onderneming.

Wat zijn inkoopfacturen?

Inkoopfacturen zijn documenten die een onderneming ontvangt van leveranciers voor goederen of diensten. Ze moeten correct worden geboekt in het journaal.

Wat is een reversie?

Een reversie is een boeking die een eerdere boeking ongedaan maakt, vaak gebruikt om correcties aan te brengen in de boekhouding.

Wat is een journaalpost voor een salarisbetaling?

Een journaalpost voor een salarisbetaling boekt het salaris als kosten. - Debiteer: Lonen (kostenrekening) - Crediteer: Bank (actiefrekening) - Voorbeeld: Salaris van €2000 wordt geboekt.

Financiële verslaglegging(20)

Wat is een balans?

De balans is een financieel overzicht dat de activa, passiva en het eigen vermogen van een onderneming op een specifiek moment weergeeft.

Wat staat er op de resultatenrekening?

De resultatenrekening toont de opbrengsten en kosten over een bepaalde periode, waardoor de winst of het verlies van de onderneming zichtbaar wordt.

Wat is het verschil tussen activa en passiva?

Activa zijn alles wat de onderneming bezit, terwijl passiva de verplichtingen zijn. Ze moeten altijd in evenwicht zijn.

Wat zijn de belangrijkste onderdelen van de jaarrekening?

- Balans - Resultatenrekening - Kasstroomoverzicht - Toelichting

Invloed van omzet op winst?

Een stijgende omzet leidt vaak tot hogere winst, mits de kosten niet evenredig stijgen.

Wat is een kasstroomoverzicht?

Het kasstroomoverzicht geeft inzicht in de ontvangsten en uitgaven, wat helpt bij het beoordelen van de financiële gezondheid.

Wat betekent afschrijven?

Afschrijven is het proces waarbij de kosten van een investering over de levensduur worden verdeeld, om de boekwaarde te verlagen.

Wat is een toelichting bij de jaarrekening?

De toelichting biedt aanvullende informatie over cijfers in de jaarrekening en verduidelijkt specifieke posten.

Waarvoor dient een accountantsverklaring?

Een accountantsverklaring bevestigt dat de jaarrekening een getrouwe weergave van de financiële situatie geeft, volgens de geldende regelgeving.

Wat is een winst- en verliesrekening?

De winst- en verliesrekening toont de inkomsten en uitgaven van een onderneming, resulterend in de netto winst of verlies.

Wat is de formule voor netto winst?

extNettoWinst=extOpbrengsten−extKosten\displaystyle ext{Netto Winst} = ext{Opbrengsten} - ext{Kosten}

Wat zijn eigen vermogen en vreemd vermogen?

Eigen vermogen is het geld dat door de eigenaren in de onderneming is geïnvesteerd, terwijl vreemd vermogen schulden zijn aan derden.

Wat is een financiële ratio?

Financiële ratio's zijn verhoudingen die worden gebruikt om de prestaties en positie van een onderneming te analyseren.

Wat is een boekhoudkundige fout?

Een boekhoudkundige fout is een onjuiste registratie van financiële gegevens, wat kan leiden tot foutieve financiële rapportages.

Verschil tussen liquiditeit en solvabiliteit?

Liquiditeit meet of een bedrijf zijn kortlopende verplichtingen kan voldoen, solvabiliteit meet de totale financiële gezondheid op lange termijn.

Wat geeft het eigen vermogen aan?

Het eigen vermogen toont de waarde die aan de eigenaren toebehoort, na aftrek van alle schulden.

Wat is een boekjaar?

Een boekjaar is een periode van 12 maanden waarover de financiële rapportages worden gemaakt.

Wat zijn de gevolgen van een negatieve cashflow?

Een negatieve cashflow kan leiden tot liquiditeitsproblemen, waardoor een bedrijf zijn verplichtingen niet kan nakomen.

Wat is de functie van een begroting?

Een begroting helpt bij het plannen van inkomsten en uitgaven, en is cruciaal voor financiële controle.

Wat houdt financiële verslaglegging in?

Financiële verslaglegging is het proces van het opstellen van financiële verslagen en het informeren van belanghebbenden over de financiële status.

Kosten en opbrengsten(20)

Wat zijn vaste kosten?

Vaste kosten zijn kosten die niet veranderen met de productie- of verkoophoeveelheid, zoals huur en salarissen.

Wat zijn variabele kosten?

Variabele kosten zijn kosten die veranderen met de productie- of verkoophoeveelheid, zoals grondstoffen en energie.

Vaste kosten vs. variabele kosten

Vaste kosten: constant, variabele kosten: fluctuerend op basis van output.

Wat zijn totale kosten?

Totale kosten zijn de som van vaste en variabele kosten over een bepaalde periode.

Kosten per eenheid formule

Formule: K=TQ\displaystyle K = \frac{T}{Q}, waar K = kosten per eenheid, T = totale kosten, Q = aantal eenheden.

Wat zijn directe kosten?

Directe kosten zijn kosten die direct kunnen worden toegewezen aan een specifiek product of dienst.

Kostenplaatsen definitie

Kostenplaatsen zijn specifieke locaties of afdelingen binnen een organisatie waar kosten worden verzameld en beheerd.

Wat zijn indirecte kosten?

Indirecte kosten zijn kosten die niet direct aan een specifiek product kunnen worden toegewezen, zoals administratiekosten.

Wat is het verschil tussen kosten en uitgaven?

Kosten zijn waarde van middelen die zijn verbruikt, uitgaven zijn geld dat is betaald.

Wat zijn opbrengsten?

Opbrengsten zijn de inkomsten die een bedrijf genereert uit de verkoop van goederen of diensten.

Wat is het break-evenpunt?

Het break-evenpunt is het punt waarop de totale opbrengsten gelijk zijn aan de totale kosten, met geen winst of verlies.

Opbrengsten per eenheid formule

Formule: O=TQ\displaystyle O = \frac{T}{Q}, waar O = opbrengsten per eenheid, T = totale opbrengsten, Q = aantal verkochte eenheden.

Wat zijn marginale kosten?

Marginale kosten zijn de extra kosten die gemaakt worden om één extra eenheid van een product te produceren.

Wat zijn netto-opbrengsten?

Netto-opbrengsten zijn de totale opbrengsten min de totale kosten, vaak gebruikt om de winst te berekenen.

Wat zijn totale opbrengsten?

Totale opbrengsten zijn de som van alle inkomsten uit de verkoop van goederen of diensten in een bepaalde periode.

Wat is de winstgevendheid?

Winstgevendheid is de mate waarin een bedrijf winst maakt in verhouding tot de kosten en opbrengsten.

Wat zijn cumulatieve kosten?

Cumulatieve kosten zijn de totale kosten die zijn opgelopen over een bepaalde periode, inclusief zowel vaste als variabele kosten.

Wat zijn opportuniteitskosten?

Opportuniteitskosten zijn de kosten van het gemiste alternatief wanneer je kiest voor een bepaalde optie of investering.

Opbrengsten versus kosten

Opbrengsten genereren waarde voor het bedrijf, terwijl kosten middelen verbruiken.

Wat is een kostprijs?

Kostprijs is de totale kosten van het produceren van een product, inclusief zowel directe als indirecte kosten.

Vragen in deze set(76)

1. Wat geeft een balans weer?

A.De activa, passiva en het eigen vermogen van een onderneming op een specifiek moment.
B.De opbrengsten en kosten van een onderneming over een bepaalde periode.
C.De kasstromen van een onderneming gedurende een jaar.
D.De investeringen in vaste activa van een onderneming.

2. Wat is een journaalpost?

A.Een registratie van financiële transacties
B.Een overzicht van klantgegevens
C.Een rapport over de economische situatie
D.Een document voor belastingaangifte

3. Wat geeft een balans weer?

A.De activa, passiva en het eigen vermogen van een onderneming.
B.Alle winst- en verliesrekeningen van een bedrijf.
C.De totale omzet van een onderneming over een jaar.
D.De kasstroom van een onderneming in een kwartaal.

4. Wat zijn vaste kosten?

A.Kosten die constant blijven, ongeacht de productie.
B.Kosten die fluctueren met de verkoophoeveelheid.
C.Kosten die alleen voor marketing worden gemaakt.
D.Kosten die uitsluitend uit arbeid bestaan.

5. Wat is de functie van de resultatenrekening?

A.Het tonen van de financiële positie op een bepaald moment.
B.Het tonen van de opbrengsten en kosten over een bepaalde periode.
C.Het geven van inzicht in de kasstromen.
D.Het registreren van vaste activa.

6. Welke functie heeft het journaal in de boekhouding?

A.Het maakt financiële overzichten op
B.Het registreert alle financiële transacties chronologisch
C.Het stelt begrotingen op
D.Het controleert de btw-aangifte

7. Wat is het doel van een journaalpost?

A.Financiële transacties vastleggen en classificeren.
B.De winst- en verliesrekening opstellen.
C.De belastingaangifte te vereenvoudigen.
D.De kasstroom te controleren.

8. Wat zijn variabele kosten?

A.Kosten die constant zijn voor elke verkochte eenheid.
B.Kosten die veranderen met de productiehoeveelheid.
C.Kosten die nooit veranderen.
D.Kosten die alleen op kantoor worden gemaakt.

9. Welke van de volgende is géén onderdeel van de jaarrekening?

A.Balans
B.Resultatenrekening
C.Kasstroomoverzicht
D.Verkoopoverzicht

10. Wat houdt debiteren in?

A.Een bedrag toevoegen aan de debetzijde van een rekening
B.Een betaling aan een leverancier
C.Het verhogen van de schuld van de onderneming
D.Een bedrag toevoegen aan de creditzijde van een rekening

11. Wat zijn kosten in boekhoudkundige termen?

A.Waardeverminderingen van activa.
B.Alle betalingen die door een onderneming worden gedaan.
C.De totale omzet van het bedrijf.
D.Onkosten die worden gemaakt voor fiscale doeleinden.

12. Wat is de formule voor kosten per eenheid?

A.K = T/Q
B.K = Q/T
C.K = T * Q
D.K = T + Q

13. Wat betekent het als de netto winst stijgt?

A.De kosten zijn gedaald.
B.De omzet is gestegen.
C.Er zijn meer investeringen gedaan.
D.De liquiditeit is verbeterd.

14. Wat houdt crediteren in?

A.Een bedrag toevoegen aan de debetzijde van een rekening
B.Een bedrag toevoegen aan de creditzijde van een rekening
C.Een vermindering van de kosten van het bedrijf
D.Een registratie van ontvangen betalingen

15. Wat zijn activa?

A.Bezittingen van een onderneming.
B.Verplichtingen van een onderneming.
C.De winst na belasting.
D.De totale omzet van het bedrijf.

16. Wat zijn directe kosten?

A.Kosten die aan specifieke producten kunnen worden toegewezen.
B.Kosten die voor algemene bedrijfsvoering zijn.
C.Kosten die altijd variabel zijn.
D.Kosten die niet geregistreerd worden.

17. Wat is een kasstroomoverzicht?

A.Een overzicht van de activa en passiva van een onderneming.
B.Een financiële samenvatting van de resultatenrekening.
C.Een rapport dat inzicht geeft in de ontvangsten en uitgaven van een onderneming.
D.Een document dat de investeringen in vaste activa toont.

18. Vul de lege plaats in: Een journaalpost bestaat uit een ___ en een ___.

A.debetsaldo; creditsaldo
B.inkomsten; uitgaven
C.factuur; betaling
D.activiteit; strategie

19. Wat is de functie van passiva?

A.Het beschrijven van de verplichtingen van een onderneming.
B.Het vastleggen van de activa.
C.Het tonen van de winst van het bedrijf.
D.Het registreren van kasstromen.

20. Wat zijn indirecte kosten?

A.Kosten die niet aan een specifiek product zijn toe te schrijven.
B.Kosten die alleen voor productie worden gemaakt.
C.Kosten die aan marketing zijn toegewezen.
D.Kosten die alleen voor personeel zijn.

21. Wat houdt afschrijven in?

A.Het verhogen van de boekwaarde van een activum.
B.Het verdelen van de kosten van een investering over de levensduur.
C.Het volledig afschaffen van een activum.
D.Het verhogen van de activa op de balans.

22. Wat zijn de belangrijkste elementen van een journaalpost?

A.Datum, rekening, bedrag, debet/credit, omschrijving
B.Naam klant, omzet, kosten, btw, datum
C.Leverancier, betalingswijze, factuurnummer, datum
D.Activa, passiva, eigen vermogen, omzet, kosten

23. Wat betekent debet in de boekhouding?

A.De linkerzijde van de balans.
B.De rechterzijde van de balans.
C.De totale kosten van een onderneming.
D.De netto-inkomsten van een bedrijf.

24. Wat zijn totale kosten?

A.De som van alleen vaste kosten.
B.De som van vaste en variabele kosten over een periode.
C.De som van alleen variabele kosten.
D.De som van kosten en opbrengsten.

25. Wat is een accountantsverklaring?

A.Een document dat de boekwaardes van activa bevestigt.
B.Een bevestiging dat de jaarrekening een getrouwe weergave geeft volgens regelgeving.
C.Een overzicht van de investeringen in een bedrijf.
D.Een rapport over de financiële cijfers van concurrenten.

26. Hoe wordt een verkoop op rekening geboekt?

A.Debet: Kas; Credit: Omzet
B.Debet: Voorraad; Credit: Inkoop
C.Debet: Vorderingen; Credit: Omzet
D.Debet: Bank; Credit: Kosten

27. Wat betekent credit in boekhoudkundige termen?

A.De rechterzijde van de balans.
B.Een specifieke kostenplaats.
C.De totale activa van een onderneming.
D.Een soort journaalpost.

28. Wat is het break-evenpunt?

A.Het punt waarop de winst maximaal is.
B.Het punt waarop totale kosten gelijk zijn aan totale opbrengsten.
C.Het punt waarop kosten hoger zijn dan opbrengsten.
D.Het punt waarop alleen vaste kosten zijn.

29. Wat geeft het eigen vermogen aan?

A.De totale schulden van een onderneming.
B.De waarde die aan de eigenaren toebehoort, na aftrek van schulden.
C.De kasreserves van een onderneming.
D.De totale activa van een onderneming.

30. Wat is het doel van een proefbalans?

A.Om de btw-aangifte te controleren
B.Om de juistheid van debet en credit te verifiëren
C.Om de financiële positie van de onderneming te analyseren
D.Om de kosten te berekenen

31. Wat is het dubbel boekhoudsysteem?

A.Een systeem waarbij elke transactie zowel debet als credit beïnvloedt.
B.Een systeem dat alleen activa bijhoudt.
C.Een systeem voor alleen kasboekingen.
D.Een systeem dat alleen de kosten weergeeft.

32. Wat zijn netto-opbrengsten?

A.Totale opbrengsten min totale kosten.
B.Totale kosten min totale opbrengsten.
C.De som van alle kosten.
D.Opbrengsten uit alleen directe verkoop.

33. Wat is een boekjaar?

A.Een periode van 12 maanden voor financiële rapportages.
B.Een periode waarin alleen investeringen worden gedaan.
C.Een kwartaalperiode voor belastingaangiften.
D.Een jaar waarin alleen kosten worden geregistreerd.

34. Wat is een financiële transactie?

A.Een gebeurtenis die geen invloed heeft op de activa
B.Een gebeurtenis die invloed heeft op activa, passiva, of eigen vermogen
C.Een betaling aan een werknemer
D.Een investering in aandelen

35. Wat is resultaat in boekhouding?

A.Het verschil tussen opbrengsten en kosten.
B.De totale activa van een onderneming.
C.Het kapitaal dat een onderneming bezit.
D.De netto-inkomsten voor belastingen.

36. Wat is cumulatieve kosten?

A.De totale kosten in één enkele periode.
B.De totale kosten over een bepaalde periode.
C.Kosten die nooit veranderen.
D.Kosten die alleen aan marketing zijn toe te schrijven.

37. Wat zijn financiële ratio's?

A.Verhoudingen die helpen bij het analyseren van de prestaties van een onderneming.
B.Documenten die de jaarlijkse resultaten samenvatten.
C.Overzichten van kasstromen.
D.Rapporten over toekomstige investeringen.

38. Wat is een boekingsschema?

A.Een lijst van medewerkers
B.Een overzicht van grootboekrekeningen en hun structuur
C.Een samenvatting van kwartaalresultaten
D.Een document voor belastingen

39. Wat zijn omzet en kosten?

A.Omzet is opbrengsten, kosten zijn uitgaven.
B.Omzet zijn activa, kosten zijn passiva.
C.Omzet zijn verplichtingen, kosten zijn bezittingen.
D.Omzet is de totale winst, kosten zijn de totale uitgaven.

40. Wat zijn opportuniteitskosten?

A.Kosten van gemiste alternatieven.
B.Kosten die verworven zijn door investeringen.
C.Kosten van directe toewijzing.
D.Kosten die niet kunnen worden gemeten.

41. Wat is een boekhoudkundige fout?

A.Een correcte registratie van financiële gegevens.
B.Een onjuiste registratie die leidt tot foutieve rapportages.
C.Een typefout in een document.
D.Een misrekening van de netto winst.

42. Waar worden journaalposten meestal opgeslagen?

A.In een digitaal boekhoudprogramma of fysiek boekhoudboek
B.Op een Excel-bestand
C.In een e-mail
D.In de cloud zonder encryptie

43. Wat zijn journaalposten?

A.Boekingen die financiële transacties vastleggen.
B.Overzichten van activa en passiva.
C.Documenten voor belastingaangifte.
D.Verslagen van de winst- en verliesrekening.

44. Wat zijn totale opbrengsten?

A.De som van opbrengsten uit alle verkopen in een periode.
B.De som van vaste kosten.
C.De som van alleen variabele kosten.
D.Het bedrag dat aan leveranciers is betaald.

45. Wat meet liquiditeit?

A.Of een bedrijf zijn langlopende verplichtingen kan voldoen.
B.Of een bedrijf zijn kortlopende verplichtingen kan voldoen.
C.De totale activa van een onderneming.
D.De winstgevendheid van een onderneming.

46. Wat is het verschil tussen een grootboekrekening en een journaalpost?

A.Een grootboekrekening toont specifieke rekening saldo's; een journaalpost legt de transactie vast
B.Een grootboekrekening is voor kosten; een journaalpost is voor inkomsten
C.Een grootboekrekening bevat alleen debet- en creditbedragen; een journaalpost niet
D.Er is geen verschil, ze zijn hetzelfde

47. Waar komen de cijfers voor de balans vandaan?

A.Uit de boekhouding, specifiek grootboek en journaalposten.
B.Uit externe audits.
C.Van belastingaangiften.
D.Van financiële prognoses.

48. Wat is de winstgevendheid?

A.De verhouding tussen kosten en opbrengsten.
B.De totale verkoop minus totale kosten.
C.De totale kosten gedeeld door de totale opbrengsten.
D.De som van alle vaste kosten.

49. Wat is het verschil tussen activa en passiva?

A.Activa zijn verplichtingen, passiva zijn bezittingen.
B.Activa zijn wat een onderneming bezit, passiva zijn de verplichtingen.
C.Activa zijn kosten, passiva zijn opbrengsten.
D.Er is geen verschil; het zijn synoniemen.

50. Wat zijn kasboekingen?

A.Transacties met contante betalingen en ontvangsten
B.Alle boekingen binnen een kwartaal
C.Boekingen met betrekking tot leningen
D.Boekingen die alleen betrekking hebben op activa

51. Wat is een kostenplaats?

A.Een afdeling waar kosten worden geregistreerd voor controle.
B.De totale waarde van activa binnen een bedrijf.
C.Een soort balansrekening.
D.Een rapport over omzet en kosten.

52. Wat is het verschil tussen kosten en uitgaven?

A.Kosten zijn verbruikte middelen, uitgaven zijn betaalde bedragen.
B.Kosten zijn alleen variabel, uitgaven zijn altijd vast.
C.Kosten zijn altijd hoger dan uitgaven.
D.Kosten zijn alleen voor productie, uitgaven zijn voor marketing.

53. Wat zijn de gevolgen van een negatieve cashflow?

A.Het bedrijf heeft meer winst.
B.Het bedrijf kan zijn verplichtingen niet nakomen.
C.Het bedrijf groeit sneller.
D.Het bedrijf heeft meer investeringsmogelijkheden.

54. Wat is het doel van boekhoudkundige correcties?

A.Om zorgen over de cashflow te verminderen
B.Om fouten in eerdere journaalposten te corrigeren
C.Om nieuwe klanten te werven
D.Om de belastingdruk te verlagen

55. Wat is de relatie tussen kosten en uitgaven?

A.Kosten kunnen ontstaan zonder directe uitgaven.
B.Uitgaven zijn altijd gelijk aan kosten.
C.Kosten zijn alleen betalingsverplichtingen.
D.Uitgaven hebben geen invloed op kosten.

56. Wat zijn marginale kosten?

A.De extra kosten voor het produceren van één extra eenheid.
B.De totale kosten van een product.
C.De som van vaste kosten.
D.De kosten die niet direct aan een product zijn toe te schrijven.

57. Wat houdt financiële verslaglegging in?

A.Het opstellen van financiële verslagen en communiceren van de financiële status.
B.Het registreren van dagelijkse uitgaven.
C.Het plannen van toekomstige investeringen.
D.Het analyseren van concurrenten.

58. Vul de lege plaats in: In de boekhouding worden uitgaven doorgaans ___ geboekt.

A.debiterend
B.crederend
C.neutraal
D.variabel

59. Wat betekent het als je een 'false' antwoord geeft op de stelling dat elke boekhouding hetzelfde is?

A.Boekhouding kan variëren per bedrijfstype en wettelijke vereisten.
B.Elke boekhouding volgt dezelfde regels.
C.Er zijn geen verschillen in boekhouding.
D.Boekhouding is altijd eenvoudig.

60. Wat is een kostprijs?

A.De totale kosten van productie, inclusief directe en indirecte kosten.
B.Alleen de variabele kosten voor productie.
C.Alleen de vaste kosten van een product.
D.De kosten van marketing per eenheid.

61. Wat is de formule voor netto winst?

A.Netto Winst = Opbrengsten + Kosten.
B.Netto Winst = Opbrengsten - Kosten.
C.Netto Winst = Kosten - Opbrengsten.
D.Netto Winst = Opbrengsten x Kosten.

62. Wat is een memoriaalpost?

A.Een boeking uit een directe transactie
B.Een boeking die geen directe transactie is, maar een correctie
C.Een boeking van een verkoop
D.Een boeking voor een salaris

63. Wat is de juiste definitie van eigen vermogen in de boekhouding?

A.Het verschil tussen activa en passiva
B.De totale omzet van een onderneming
C.De som van alle kosten
D.De waarde van de voorraden van een bedrijf

64. Wat is het verschil tussen opbrengsten per eenheid en totale opbrengsten?

A.Opbrengsten per eenheid zijn totale opbrengsten gedeeld door het aantal eenheden.
B.Opbrengsten per eenheid zijn gelijk aan totale opbrengsten.
C.Totale opbrengsten zijn altijd hoger dan opbrengsten per eenheid.
D.Er is geen verschil.

65. Wat is de rol van een begroting?

A.Het controleren van de werkelijke uitgaven.
B.Het voorbereiden van belastingaangiften.
C.Het plannen van inkomsten en uitgaven.
D.Het rapporteren aan aandeelhouders.

66. Wat is het effect van een foutieve journaalpost?

A.Er ontstaat een onjuiste financiële verslaglegging
B.Het heeft geen invloed op de boekhouding
C.Het leidt tot hogere belastinglasten
D.Het verhoogt de winst van de onderneming

67. Wat zijn kostenplaatsen?

A.Specifieke locaties waar kosten worden verzameld.
B.Plaatsen waar alleen vaste kosten zijn.
C.Plaatsen voor administratie.
D.Plaatsen met alleen variabele kosten.

68. Wat is een toelichting bij de jaarrekening?

A.Een document dat alleen cijfers bevat.
B.Aanvullende informatie over cijfers in de jaarrekening.
C.Een kort verslag van de prestaties van het personeel.
D.Een samenvatting van de marktontwikkelingen.

69. Wat zijn inkoopfacturen?

A.Documenten voor verkopen aan klanten
B.Documenten van leveranciers voor goederen of diensten
C.Documenten voor belastingaangifte
D.Documenten voor interne kosten

70. Wat is een voorbeeld van een directe kost?

A.Grondstofkosten voor productie.
B.Huurkosten van een pand.
C.Salarissen van personeel.
D.Marketingkosten.

71. Wat is de juiste definitie van een winst- en verliesrekening?

A.Een overzicht van inkomsten en uitgaven over een periode.
B.Een lijst van activa en passiva op een bepaald moment.
C.Een document dat investeringen en afschrijvingen toont.
D.Een samenvatting van financiële ratio's.

72. Wat is een reversie?

A.Een boeking die een eerdere boeking ongedaan maakt
B.Een document voor het aanvragen van een lening
C.Een rapport over kwartaalresultaten
D.Een factuur van klanten

73. Wat zijn de totale opbrengsten als een bedrijf 100 eenheden verkoopt voor €20 per eenheid?

A.€2000
B.€1000
C.€500
D.€200

74. Welke van de volgende stellingen beschrijft het doel van financiële verslaglegging niet correct?

A.Het informeren van belanghebbenden over de financiële positie.
B.Het helpen bij het nemen van strategische beslissingen.
C.Het verbergen van financiële informatie voor concurrenten.
D.Het waarborgen van transparantie in financiële rapportages.

75. Wat is een journaalpost voor een salarisbetaling?

A.Debet: Lonen; Credit: Bank
B.Debet: Bank; Credit: Lonen
C.Debet: Salaris; Credit: Kosten
D.Debet: Kosten; Credit: Omzet

76. Welke van de volgende kosten is GEEN vaste kost?

A.Huur
B.Salarissen
C.Grondstoffen
D.Verzekeringen

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.