Eindexamen vraag en aanbod examen

Eindexamen voorbereiding op vraag en aanbod in de economie.

Emma66·24 flashcards·19 vragen
eindexameneconomicsmicro
0
Ken ik
1 / 24
0
Aan het leren
Voorkant

Wat is de vraag?

Tik om om te draaien
Achterkant

De hoeveelheid goederen of diensten die consumenten bereid zijn te kopen tegen verschillende prijzen.

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(19 vragen)

Vraag 1 van 19

1. Wat gebeurt er bij een tekort?

Termen in deze set(24)

Wat is de vraag?

De hoeveelheid goederen of diensten die consumenten bereid zijn te kopen tegen verschillende prijzen.

Wat is het aanbod?

De hoeveelheid goederen of diensten die producenten bereid zijn te verkopen tegen verschillende prijzen.

Wat betekent evenwichtsprijs?

De prijs waarbij vraag en aanbod gelijk zijn, er zijn geen tekorten of overschotten.

Wat gebeurt er bij een prijsstijging?

De vraag neemt af en het aanbod neemt toe, dit kan leiden tot een nieuw evenwicht.

Wat zijn substitutiegoederen?

Goederen die elkaar kunnen vervangen, bijvoorbeeld thee en koffie.

Wat zijn complementaire goederen?

Goederen die samen worden gebruikt, zoals koffie en suiker.

Invloed van een belasting op aanbod?

Een belasting op een product verhoogt de kosten voor producenten, wat het aanbod vermindert.

Wat is een overschot?

Wanneer het aanbod groter is dan de vraag bij een bepaalde prijs.

Wat is een tekort?

Wanneer de vraag groter is dan het aanbod bij een bepaalde prijs.

Wat is de prijselasticiteit van de vraag?

De mate waarin de vraag verandert als gevolg van prijsveranderingen.

Wat is de formule voor prijselasticiteit?

Prijselasticiteit = % verandering in vraag / % verandering in prijs.

Wat zijn controlemechanismen in de markt?

Mechanismen zoals prijzen die helpen om vraag en aanbod in evenwicht te brengen.

Gevolgen van een stijging van het aanbod?

Kan leiden tot lagere prijzen en een hogere vraag als de vraag constant blijft.

Wat betekent marktfalen?

Wanneer de markt niet efficiënt werkt, bijvoorbeeld door externe effecten.

Wat zijn externe effecten?

Kosten of voordelen voor derden die niet betrokken zijn bij de transactie.

Wat is de vraagcurve?

Een grafiek die de relatie tussen prijs en gevraagde hoeveelheid toont.

Wat is de aanbodcurve?

Een grafiek die de relatie tussen prijs en aangeboden hoeveelheid toont.

Wat zijn vaste kosten?

Kosten die niet veranderen met de productiehoeveelheid, zoals huur.

Wat zijn variabele kosten?

Kosten die veranderen met de productiehoeveelheid, zoals grondstoffen.

Wat zijn marginale kosten?

De extra kosten om één eenheid meer van een goed of dienst te produceren.

Wat is de marginale opbrengst?

De extra opbrengst van de verkoop van één extra eenheid.

Wat is de functie van de overheid in de economie?

Reguleren van de markt, zorgen voor eerlijke concurrentie en bescherming van consumenten.

Wat is een prijskontrole?

Een limiet die door de overheid wordt gesteld aan de prijs die voor een goed gevraagd kan worden.

Wat is de rol van concurrentie?

Concurrentie bevordert efficiëntie, innovatie en lagere prijzen voor consumenten.

Vragen in deze set(19)

1. Wat gebeurt er bij een tekort?

A.Vraag overtreft aanbod
B.Aanbod overtreft vraag
C.Vraag en aanbod zijn gelijk
D.Prijs daalt

2. Wat is een substituut goed?

A.Goederen die samen worden gebruikt
B.Goederen die elkaar kunnen vervangen
C.Goederen met een hoge elasticiteit
D.Goederen die niet vergelijkbaar zijn

3. Wat is de functie van de vraagcurve?

A.Toont kosten van productie
B.Toont de relatie tussen prijs en vraag
C.Toont winstgevendheid
D.Toont overheidssubsidies

4. Wat is de impact van belastingen op de prijs?

A.Verhoogt de vraag
B.Verlaagt het aanbod
C.Heeft geen effect
D.Verlaagt de vraag

5. Wat is een overschot?

A.Vraag is gelijk aan aanbod
B.Aanbod is groter dan vraag
C.Vraag is groter dan aanbod
D.Prijs is constant

6. Wat zijn externe effecten?

A.Kosten voor de producent
B.Voordelen voor de consument
C.Effecten op derden
D.Veranderingen in vraag

7. Wat is de prijselasticiteit van de vraag?

A.Verhouding tussen prijs en aanbod
B.Verhouding tussen prijs en vraag
C.Verhouding tussen aanbod en kosten
D.Verhouding tussen vraag en productie

8. Wat is marktfalen?

A.De markt werkt efficiënt
B.De overheid is niet betrokken
C.De markt werkt niet efficiënt
D.De prijzen zijn stabiel

9. Wat zijn variabele kosten?

A.Kosten die constant blijven
B.Kosten die toenemen met productie
C.Kosten die dalen met productie
D.Geen invloed op de prijs

10. Wat is evenwichtsprijs?

A.Prijs waarbij vraag en aanbod gelijk zijn
B.Prijs waarbij vraag groter is dan aanbod
C.Prijs waarbij aanbod groter is dan vraag
D.Prijs die door de overheid wordt vastgesteld

11. Wat is de rol van de overheid in de economie?

A.Bevorderen van monopolies
B.Reguleren van markten
C.Verlagen van concurrentie
D.Verhogen van belastingtarieven

12. Wat zijn marginale kosten?

A.Totale kosten van productie
B.Extra kosten van één extra eenheid
C.Vaste kosten gedeeld door productie
D.Kosten van arbeid

13. Wat zijn vaste kosten?

A.Kosten die veranderen met productie
B.Kosten die constant zijn ongeacht productie
C.Kosten voor marketing
D.Geen invloed op de winst

14. Wat is de functie van een aanbodcurve?

A.Toont hoeveel consumenten willen kopen
B.Toont geproduceerde hoeveelheid bij een prijs
C.Toont totale kosten van productie
D.Toont constante prijs bij variabele vraag

15. Wat zijn complementaire goederen?

A.Goederen die elkaar vervangen
B.Goederen die samen worden gebruikt
C.Goederen met gelijkwaardige prijzen
D.Goederen zonder vraag

16. Wat gebeurt er bij een prijsdaling?

A.Vraag neemt af
B.Aanbod neemt af
C.Vraag neemt toe
D.Vraag en aanbod blijven gelijk

17. Wat is de impact van concurrentie op prijzen?

A.Verhoogt prijzen
B.Verlaagt prijzen
C.Heeft geen effect
D.Beïnvloedt vraag niet

18. Wat is de vraag naar een goed?

A.De hoeveelheid geproduceerd
B.De bereidheid om te kopen
C.De prijs van het goed
D.De kosten van productie

19. Wat is een prijskontrole?

A.Een overheidstax
B.Een limiet op de prijs
C.Een subsidie voor producenten
D.Een verhoging van de vraag

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.