Betalingsbalans lopende rekening

Een spiekbrief voor de toets over de betalingsbalans lopende rekening, met belangrijke begrippen, formules en verschillen.

BramM8·32 flashcards·32 vragen
eindexameneconomicsmacro
0
Ken ik
1 / 32
0
Aan het leren
Voorkant

Wat is de betalingsbalans?

Tik om om te draaien
Achterkant

De betalingsbalans is een overzicht van alle financiële transacties tussen een land en de rest van de wereld in een bepaalde periode.

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(32 vragen)

Vraag 1 van 32

1. Wat zijn de componenten van de lopende rekening?

Termen in deze set(32)

Algemene begrippen(16)

Wat is de betalingsbalans?

De betalingsbalans is een overzicht van alle financiële transacties tussen een land en de rest van de wereld in een bepaalde periode.

Wat omvat de lopende rekening?

De lopende rekening omvat goederen, diensten, primaire inkomens en overdrachten.

Waarvoor staat BB?

BB staat voor betalingsbalans. Het geeft de economische positie van een land weer.

Wat zijn primaire inkomens?

Primaire inkomens omvatten lonen, rente en winsten die uit het buitenland worden ontvangen.

Wat is het verschil tussen export en import?

Export is de verkoop van goederen/diensten aan het buitenland. Import is de aankoop vanuit het buitenland.

Wat zijn overdrachten?

Overdrachten zijn uitkeringen zonder tegenprestatie, zoals buitenlandse hulp of remittances.

Wat is de formule voor de lopende rekening?

Lopende rekening = Export - Import + Primaire inkomens + Overdrachten

Waaruit bestaat de betalingsbalans?

- Lopende rekening - Kapitaalrekening - Financiële rekening

De lopende rekening is positief → ...

... het land ontvangt meer van het buitenland dan het uitgeeft.

Wat is een tekort op de lopende rekening?

Een tekort op de lopende rekening betekent dat een land meer importeert dan exporteert.

Waarvoor staat de term 'handelssaldo'?

Het handelssaldo is het verschil tussen export en import van goederen.

Hoe beïnvloedt inflatie de betalingsbalans?

Hogere inflatie kan de exportprijs verhogen, waardoor de concurrentiepositie verslechtert.

Wat is een surplus?

Een surplus op de lopende rekening betekent dat inkomsten uit het buitenland groter zijn dan uitgaven.

Vul in: ... zijn doorgaande betalingen.

Overdrachten zijn doorgaande betalingen.

Hoe beïnvloedt de wisselkoers de betalingsbalans?

Een sterke euro maakt export duurder en import goedkoper, wat het saldo kan beïnvloeden.

De betalingsbalans is in evenwicht → ...

... de som van de lopende rekening en kapitaalrekening is nul.

Componenten van de lopende rekening(16)

Wat zijn de componenten van de lopende rekening?

1. Goederen 2. Diensten 3. Primair inkomen 4. Secundair inkomen

Goederen → definitie?

Fysieke producten die worden verhandeld, zoals voedsel, kleding en machines.

Diensten → voorbeeld?

Een reis naar Frankrijk, betaald door een Nederlander. Dit telt als export van diensten.

Primair inkomen → wat is het?

Inkomen uit arbeid en kapitaal, zoals salarissen en rente-inkomsten.

Secundair inkomen → definitie?

Overdrachten zonder tegenprestatie, zoals giften en belastingen.

Wat is het verschil tussen goederen en diensten?

Goederen zijn tastbaar; diensten zijn ontastbaar.

Waarom is import van goederen belangrijk?

Import beïnvloedt het saldo van de lopende rekening; te veel import kan een tekort veroorzaken.

Fill in the blank: Diensten kunnen __________ zijn.

vervoer, horeca, onderwijs.

Hoe bereken je het saldo van de lopende rekening?

Saldo = (export goederen + export diensten + primair inkomen + secundair inkomen) - (import goederen + import diensten + primair inkomen + secundair inkomen)

Waarden in euro's zijn belangrijk voor?

Het bepalen van export en import; ze beïnvloeden de economische groei.

Primair inkomen → oorzaak of gevolg?

Oorzaak: investeringen in het buitenland leiden tot ontvangen rente en dividend.

Zijn alle componenten van de lopende rekening gelijkwaardig?

Nee, goederen en diensten hebben vaak een grotere impact op het saldo.

Wat is een voorbeeld van secundair inkomen?

Een gift van een familielid in het buitenland.

Goederenimport → effect op de economie?

Kan leiden tot een tekort in de betalingsbalans en hogere werkloosheid.

Dienstenexport → invloed op werkgelegenheid?

Verhoogt werkgelegenheid in de dienstensector.

Waarin verschilt primair inkomen van secundair inkomen?

Primair inkomen is gebaseerd op werk en investeringen; secundair inkomen is geschenken en transfers.

Vragen in deze set(32)

1. Wat zijn de componenten van de lopende rekening?

A.Goederen, Diensten, Primair inkomen, Secundair inkomen
B.Alleen Goederen en Diensten
C.Alleen Primair inkomen
D.Secundair inkomen is niet inbegrepen

2. Wat is de betalingsbalans?

A.Een overzicht van financiële transacties tussen een land en de rest van de wereld.
B.Een rapportage over de economische groei van een land.
C.Een document dat de belastinginkomsten van een land bijhoudt.
D.Een lijst van alle bedrijven in een land.

3. Wat is de definitie van goederen?

A.Tastbare producten zoals voedsel en kleding
B.Ontastbare producten zoals muziek en films
C.Financiële producten zoals aandelen
D.Overdrachten zonder tegenprestatie

4. Wat omvat de lopende rekening?

A.Alle financiële transacties met buitenland.
B.Alle goederen, diensten, primaire inkomens en overdrachten.
C.Enkel de export van goederen.
D.Alle investeringen in het buitenland.

5. Geef een voorbeeld van diensten.

A.Een auto
B.Een hotelovernachting
C.Een aandeel
D.Een bankrekening

6. Waarvoor staat BB?

A.Bruto Binnenlands product.
B.Betalingsbalans.
C.Buitenlandse Betalingen.
D.Budget Balans.

7. Wat is primair inkomen?

A.Inkomen uit arbeid en kapitaal
B.Inkomen uit schenkingen
C.Inkomstenbelasting
D.Sociale uitkeringen

8. Wat zijn primaire inkomens?

A.Baten uit exportdiensten.
B.Wages, interesten en winsten van buitenlandse oorsprong.
C.Sociale uitkeringen van de overheid.
D.Alleen lonen die in eigen land worden verdiend.

9. Wat is secundair inkomen?

A.Inkomen uit investeringen
B.Overdrachten zonder tegenprestatie
C.Salarissen
D.Huurinkomsten

10. Wat is het verschil tussen export en import?

A.Export is de aankoop van buitenlandse goederen.
B.Import is de verkoop van binnenlandse goederen aan het buitenland.
C.Export is de verkoop van goederen aan het buitenland; import is de aankoop van goederen uit het buitenland.
D.Export en import zijn hetzelfde.

11. Wat is het verschil tussen goederen en diensten?

A.Goederen zijn tastbaar, diensten zijn ontastbaar
B.Diensten zijn tastbaar, goederen zijn ontastbaar
C.Goederen kunnen niet worden verhandeld
D.Diensten zijn altijd gratis

12. Wat zijn overdrachten?

A.Directe investeringen in buitenlandse bedrijven.
B.Uitkeringen zonder tegenprestatie, zoals hulp of remittances.
C.Betalingen voor ingevoerde goederen.
D.Winstuitkeringen aan aandeelhouders.

13. Waarom is import van goederen belangrijk?

A.Het beïnvloedt het saldo van de lopende rekening
B.Het is altijd negatief voor de economie
C.Het heeft geen invloed op werkgelegenheid
D.Import is niet van belang voor de betalingsbalans

14. Wat is de formule voor de lopende rekening?

A.Lopende rekening = Export + Import - Primaire inkomens - Overdrachten.
B.Lopende rekening = Export - Import + Primaire inkomens + Overdrachten.
C.Lopende rekening = Primaire inkomens + Overdrachten.
D.Lopende rekening = Goederen + Diensten + Overdrachten.

15. Fill in the blank: Diensten kunnen __________ zijn.

A.vervoer, horeca, onderwijs
B.voedsel, kleding, machines
C.aandelen, obligaties, valuta
D.hypotheken, leningen, kredieten

16. Waaruit bestaat de betalingsbalans?

A.Lopende rekening, kapitaalrekening en financiële rekening.
B.Enkel de lopende rekening.
C.Lopende rekening en sociale rekening.
D.Kapitaalrekening en belastingrekening.

17. Hoe bereken je het saldo van de lopende rekening?

A.Export - Import
B.(Export goederen + Export diensten + Primair inkomen + Secundair inkomen) - (Import goederen + Import diensten)
C.Primair inkomen - Secundair inkomen
D.Goederen - Diensten

18. Wat betekent een positieve lopende rekening?

A.Het land ontvangt meer van het buitenland dan het uitgeeft.
B.Het land heeft meer uitgaven dan inkomsten.
C.Er is een tekort op de lopende rekening.
D.Het land heeft alleen maar import.

19. Waarom zijn waarden in euro's belangrijk voor de betalingsbalans?

A.Ze bepalen de export en import
B.Ze zijn alleen belangrijk voor de overheid
C.Ze hebben geen invloed op de economie
D.Ze zijn irrelevant voor handel

20. Wat is een tekort op de lopende rekening?

A.Een situatie waarin een land meer importeert dan exporteert.
B.Een situatie waarin de export groter is dan de import.
C.Een evenwichtige betalingsbalans.
D.Een surplus op de kapitaalrekening.

21. Wat is een oorzaak van primair inkomen?

A.Investeringen in het buitenland
B.Giften van vrienden
C.Sociale uitkeringen
D.Belastingen

22. Waarvoor staat de term 'handelssaldo'?

A.Het totaal van primaire inkomens.
B.Het saldo van export en import van goederen.
C.De som van alle buitenlandse investeringen.
D.De totale uitgaven van een land.

23. Zijn alle componenten van de lopende rekening gelijkwaardig?

A.Nee, goederen en diensten hebben vaak een grotere impact
B.Ja, ze zijn allemaal hetzelfde
C.Alleen secundair inkomen is belangrijk
D.Primair inkomen is het enige dat telt

24. Hoe beïnvloedt inflatie de betalingsbalans?

A.Hogere inflatie maakt import goedkoper.
B.Hogere inflatie kan de exportprijs verhogen, waardoor de concurrentiepositie verslechtert.
C.Inflatie heeft geen invloed op de betalingsbalans.
D.Hogere inflatie vermindert de vraag naar buitenlandse producten.

25. Wat is een voorbeeld van secundair inkomen?

A.Een salaris
B.Een gift van een familielid in het buitenland
C.Rente op een spaarrekening
D.Verkopen van goederen

26. Wat is een surplus?

A.Een situatie waarin economische groei afneemt.
B.Een surplus op de lopende rekening betekent dat inkomsten uit het buitenland groter zijn dan uitgaven.
C.Een tekort op de kapitaalrekening.
D.Een evenwichtige betalingsbalans.

27. Wat is het effect van goederenimport op de economie?

A.Kan leiden tot een tekort in de betalingsbalans
B.Verhoogt altijd de werkgelegenheid
C.Heeft geen invloed op de economie
D.Verbetert altijd de handelsbalans

28. Wat zijn doorgaande betalingen?

A.Betalingen voor geleverde goederen.
B.Overdrachten zijn doorgaande betalingen.
C.Winstuitkeringen aan investeerders.
D.Belastingen die aan de overheid worden betaald.

29. Hoe beïnvloedt dienstenexport de werkgelegenheid?

A.Verhoogt werkgelegenheid in de dienstensector
B.Heeft geen effect op werkgelegenheid
C.Verkleint de werkgelegenheid
D.Is alleen van belang voor de industrie

30. Hoe beïnvloedt de wisselkoers de betalingsbalans?

A.Een sterke euro maakt export goedkoper.
B.Een sterke euro maakt import duurder en export goedkoper.
C.De wisselkoers heeft geen invloed op de betalingsbalans.
D.Een zwakke euro verhoogt de koopkracht van het land.

31. Waarin verschilt primair inkomen van secundair inkomen?

A.Primair inkomen is gebaseerd op werk en investeringen
B.Primair inkomen is altijd lager
C.Secundair inkomen komt altijd van de overheid
D.Secundair inkomen is het belangrijkste

32. Wanneer is de betalingsbalans in evenwicht?

A.Wanneer het land meer exporteert dan importeert.
B.Wanneer de som van de lopende rekening en kapitaalrekening nul is.
C.Wanneer er een surplus is op de lopende rekening.
D.Wanneer de import gelijk is aan de export.

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.