Balans en winst- en verliesrekening

Een spiekbrief voor de toets over balans en winst- en verliesrekening, inclusief belangrijke begrippen, definities, formules en verschillen die een leerling in Nederland moet kennen.

Levi2005·72 flashcards·72 vragen
eindexameneconomicsaccounting
0
Ken ik
1 / 72
0
Aan het leren
Voorkant

Wat is een balans?

Tik om om te draaien
Achterkant

Een balans is een financieel overzicht dat de activa en passiva van een onderneming op een bepaald moment weergeeft.

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(72 vragen)

Vraag 1 van 72

1. Wat beschrijft een balans het beste?

Termen in deze set(72)

Basisbegrippen(16)

Wat is een balans?

Een balans is een financieel overzicht dat de activa en passiva van een onderneming op een bepaald moment weergeeft.

Activa vs. Passiva

Activa zijn bezittingen. Passiva zijn schulden en eigen vermogen. Samen vormen ze de balans.

Wat toont de winst- en verliesrekening?

De winst- en verliesrekening toont de opbrengsten en kosten over een bepaalde periode, resulterend in winst of verlies.

Wat zijn vlottende activa?

Vlottende activa zijn bezittingen die binnen één jaar in geld omgezet kunnen worden, zoals voorraad en debiteuren.

Wat zijn vaste activa?

Vaste activa zijn bezittingen die langer dan één jaar meegaan, zoals gebouwen en machines.

Definitie van eigen vermogen

Eigen vermogen is het bedrag dat de eigenaar in de onderneming heeft geïnvesteerd, minus de schulden.

Wat is het resultaat?

Het resultaat is het verschil tussen de totale opbrengsten en de totale kosten, wat leidt tot winst of verlies.

Invloed van kosten op het resultaat

Hogere kosten → lager resultaat. Lagere kosten → hoger resultaat.

Wat zijn kortlopende schulden?

Kortlopende schulden zijn verplichtingen die binnen één jaar moeten worden betaald, zoals crediteuren en kortlopende leningen.

Wat zijn langlopende schulden?

Langlopende schulden zijn verplichtingen die langer dan één jaar lopen, zoals hypotheken en langlopende leningen.

Formule voor resultaat:

Resultaat=Opbrengsten−Kosten\displaystyle Resultaat = Opbrengsten - Kosten

Wat is een activa-positie?

Een activa-positie geeft aan hoe de bezittingen van een onderneming zijn verdeeld over verschillende activa.

Wat zijn bedrijfskosten?

Bedrijfskosten zijn kosten die gemaakt worden voor het runnen van een onderneming, zoals huur en salarissen.

Wat zijn indirecte kosten?

Indirecte kosten zijn kosten die niet direct aan een specifieke product of dienst kunnen worden toegeschreven.

Een voorbeeld van directe kosten

Bijvoorbeeld: grondstoffen die direct gebruikt worden voor de productie van goederen.

Wat is een financiële ratio?

Een financiële ratio is een verhouding die gebruikt wordt om de financiële gezondheid van een onderneming te analyseren.

Balansstructuur(20)

Wat zijn activa?

Activa zijn bezittingen van een onderneming, zoals: - Vaste activa - Vlottende activa - Voorzieningen

Wat zijn passiva?

Passiva zijn verplichtingen van een onderneming en bestaan uit: - Eigen vermogen - Langlopende schulden - Kortlopende schulden

True or False: Activa zijn gelijk aan passiva.

True. De balans is altijd in evenwicht: Activa = Passiva.

Vaste activa omvatten...

Voorbeelden van vaste activa zijn: - Gebouwen - Machines - Inventaris

Wat is het eigen vermogen?

Het eigen vermogen is het bedrag dat de eigenaar(s) in de onderneming hebben geïnvesteerd, plus de ingehouden winsten.

Wat is een balans?

Een balans is een financieel overzicht dat de activa, passiva en het eigen vermogen op een bepaald moment toont.

Vul in: Activa - Passiva = ...

Eigen vermogen

Wat zijn vlottende activa?

Vlottende activa zijn bezittingen die binnen één jaar in cash omgezet kunnen worden, zoals: - Voorraad - Debiteuren - Liquide middelen

Voorbeeld van kortlopende schulden?

Voorbeelden zijn: - Crediteuren - Kortlopende leningen - Belasting te betalen

Wat is de formule voor de balans?

Activa=Passiva+Eigenvermogen\displaystyle Activa = Passiva + Eigen vermogen

Wat zijn voorzieningen?

Voorzieningen zijn verplichtingen waarvoor de exacte hoogte en/of het tijdstip van betaling onzeker zijn, zoals: - Garantievoorzieningen - Herstructureringsvoorzieningen

Verschil tussen vaste en vlottende activa?

Vaste activa zijn bedoeld voor langdurig gebruik, terwijl vlottende activa kortlopend zijn.

Noem een voorbeeld van een langlopende schuld.

Een voorbeeld is een hypothecaire lening die over meerdere jaren wordt afgelost.

Wat geeft de balans weer?

De balans geeft een momentopname van de financiële situatie van een onderneming weer.

Waarom is eigen vermogen belangrijk?

Het geeft inzicht in de financiële gezondheid van de onderneming en de mate van onafhankelijkheid.

Wat zijn immateriële activa?

Immatériële activa zijn niet-fysieke bezittingen zoals: - Octrooien - Merknamen - Software

Wat zijn debiteuren?

Debiteuren zijn klanten die nog moeten betalen voor geleverde goederen of diensten.

Wat zijn liquide middelen?

Liquide middelen zijn contanten en onmiddellijk beschikbare middelen, zoals: - Kas - Bankrekeningen

Wat is de rol van crediteuren?

Crediteuren zijn leveranciers aan wie nog betaald moet worden.

Wat zijn heffingen die invloed hebben op passiva?

Heffingen zoals: - Belastingverplichtingen - Sociale zekerheidsbijdragen

Winst- en Verliesrekening(20)

Wat is de formule voor de brutowinst?

Brutowinst = Omzet - Kosten van de omzet

Wat zijn de belangrijkste onderdelen van de winst- en verliesrekening?

Omzet, kosten, brutowinst, bedrijfskosten, nettowinst.

Vul in: Nettowinst = ...

Nettowinst = Brutowinst - Bedrijfskosten - Belastingen

Wat zijn bedrijfskosten?

Kosten die gemaakt worden voor het runnen van een bedrijf, zoals huur, salarissen.

Klopt dit? 'Brutowinst is altijd gelijk aan nettowinst.'

Onjuist. Nettowinst is brutowinst min belasting en bedrijfskosten.

Bereken de nettowinst: omzet €100.000, kosten €60.000, belastingen €10.000.

Nettowinst = €100.000 - €60.000 - €10.000 = €30.000

Wat is de formule voor de operationele winst?

Operationele winst = Brutowinst - Operationele kosten

Wat zijn directe kosten?

Kosten die direct toewijsbaar zijn aan een product, zoals materiaal en arbeid.

Vul in: Brutowinstmarge = ...

Brutowinstmarge = \frac{Brutowinst}{Omzet} imes 100%

Wat is een voorbeeld van indirecte kosten?

Kosten zoals administratie, marketing, en faciliteiten.

Klopt dit? 'Alle kosten zijn gelijk aan bedrijfskosten.'

Onjuist. Niet alle kosten zijn bedrijfskosten; directe en indirecte kosten zijn verschillend.

Wat zijn de twee hoofdcategorieën van kosten?

Vaste kosten en variabele kosten.

Wat is de formule voor de netto winst marge?

Netto winst marge = \frac{Nettowinst}{Omzet} imes 100%

Wat gebeurt er als de kosten stijgen?

Als de kosten stijgen, daalt de nettowinst, tenzij omzet ook stijgt.

Vul in: Omzet = ...

Omzet = Aantal verkochte producten × Verkoopprijs per product.

Wat is het belang van de winst- en verliesrekening?

Geeft inzicht in de financiële prestaties en winstgevendheid van een bedrijf.

Wat is een resultaatrekening?

Een ander woord voor de winst- en verliesrekening.

Wat is het verschil tussen brutowinst en nettowinst?

Brutowinst = Omzet - Kosten van de omzet; Nettowinst = Brutowinst - Bedrijfskosten - Belastingen.

Wat zijn terugkerende kosten?

Kosten die regelmatig voorkomen, zoals huur en salarissen.

Vul in: Kosten van de omzet = ...

Kosten van de omzet = Directe kosten van de geproduceerde goederen.

Verhoudingen en Analyse(16)

Wat is de current ratio?

De current ratio is een financiële maatstaf die de liquiditeit van een bedrijf aangeeft. Het wordt berekend als: Current Ratio=fracVlottende ActivaKortlopende Schulden\displaystyle \text{Current Ratio} = \\frac{\text{Vlottende Activa}}{\text{Kortlopende Schulden}}.

Wat geeft de quick ratio aan?

De quick ratio, ook wel zuurtest genoemd, meet de liquiditeit zonder voorraden: Quick Ratio=fracVlottende Activa−VoorradenKortlopende Schulden\displaystyle \text{Quick Ratio} = \\frac{\text{Vlottende Activa} - \text{Voorraden}}{\text{Kortlopende Schulden}}.

Verschil tussen solvabiliteit en liquiditeit?

- Solvabiliteit: vermogen om aan lange termijn schulden te voldoen. - Liquiditeit: vermogen om aan kortlopende verplichtingen te voldoen.

Formule voor rentabiliteit van eigen vermogen?

Rentabiliteit van eigen vermogen (RE): RE=fracResultaat na belastingGemiddeld Eigen Vermogen×100\displaystyle \text{RE} = \\frac{\text{Resultaat na belasting}}{\text{Gemiddeld Eigen Vermogen}} \times 100.

Wat is de nettowinstmarge?

De nettowinstmarge toont het percentage van de omzet dat als nettowinst overblijft: Nettowinstmarge=fracNettowinstOmzet×100\displaystyle \text{Nettowinstmarge} = \\frac{\text{Nettowinst}}{\text{Omzet}} \times 100.

True of false: Een hoge debt ratio is altijd slecht.

False. Een hoge debt ratio kan risico's verhogen, maar ook wijzen op groei en leverage.

Vul in: De _______ is een maatstaf voor de verhouding tussen vreemd en eigen vermogen.

De solvabiliteit.

Wat meet de omloopsnelheid van het eigen vermogen?

De omloopsnelheid van het eigen vermogen meet hoe effectief het eigen vermogen wordt benut: Omloopsnelheid=fracOmzetGemiddeld Eigen Vermogen\displaystyle \text{Omloopsnelheid} = \\frac{\text{Omzet}}{\text{Gemiddeld Eigen Vermogen}}.

Verschil tussen brutowinst en nettowinst?

- Brutowinst: omzet minus kosten van verkochte goederen. - Nettowinst: brutowinst minus bedrijfskosten en belastingen.

Wat is de formule voor de return on investment (ROI)?

ROI wordt als volgt berekend: ROI=fracNetto WinstInvestering×100\displaystyle \text{ROI} = \\frac{\text{Netto Winst}}{\text{Investering}} \times 100.

Invloed van hoge kosten op de winstgevendheid?

Hoge kosten verlagen de nettowinst, waardoor de winstgevendheid daalt en de financiële ratios verslechteren.

Wat is de formule voor de omzet per werknemer?

Omzet per werknemer: Omzet per werknemer=fracTotale OmzetAantal Werknemers\displaystyle \text{Omzet per werknemer} = \\frac{\text{Totale Omzet}}{\text{Aantal Werknemers}}.

True of false: Een hoge cashflow is per definitie goed.

True. Een hoge cashflow biedt meer mogelijkheden om investeringen te doen en schulden af te lossen.

Wat betekent de termen 'lage' en 'hoge' solvabiliteit?

- Lage solvabiliteit: risico op faillissement. - Hoge solvabiliteit: financiële stabiliteit en vertrouwen van investeerders.

Vul in: De _______ geeft aan hoe snel voorraden worden omgezet in omzet.

De voorraadomloopsnelheid.

Short example of current ratio: Activa 100.000, schulden 50.000?

Current Ratio = frac100.00050.000=2\displaystyle \\frac{100.000}{50.000} = 2. Dit betekent dat er 2 euro aan activa is per euro aan schulden.

Vragen in deze set(72)

1. Wat beschrijft een balans het beste?

A.Een overzicht van activa en passiva op een bepaald moment.
B.Een rapport over de jaarlijkse winst van een onderneming.
C.Een lijst van alle medewerkers binnen een onderneming.
D.Een document met de verkoopcijfers van de laatste maand.

2. Wat is de formule voor het berekenen van de quick ratio?

A.A. \\frac{Vlottende Activa - Voorraden}{Kortlopende Schulden}
B.B. \\frac{Vlottende Activa}{Kortlopende Schulden}
C.C. \\frac{Eigen Vermogen}{Totale Schulden}
D.D. \\frac{Brutowinst}{Omzet}

3. Wat zijn vaste activa?

A.Gebouwen, machines, en inventaris
B.Voorraad en debiteuren
C.Contanten en bankrekeningen
D.Kortlopende leningen

4. Wat is de formule voor de omzet?

A.Omzet = Aantal verkochte producten × Verkoopprijs per product
B.Omzet = Brutowinst + Bedrijfskosten
C.Omzet = Nettowinst + Kosten van de omzet
D.Omzet = Brutowinst + Belastingen

5. Wat zijn vaste activa?

A.Bezit dat korter dan een jaar meegaat.
B.Bezit dat langer dan een jaar meegaat.
C.Schulden die binnen een jaar terugbetaald moeten worden.
D.Kosten die niet direct aan producten kunnen worden toegeschreven.

6. Wat geeft de nettowinstmarge aan?

A.A. Het percentage dat als nettowinst overblijft van de omzet.
B.B. De verhouding tussen eigen en vreemd vermogen.
C.C. De totale kosten van de onderneming.
D.D. Het rendement op investeringen.

7. Wat behoren tot de passiva?

A.Eigen vermogen en langlopende schulden
B.Voorraad en liquide middelen
C.Debiteuren en inventaris
D.Kortlopende activa

8. Wat zijn vaste kosten?

A.Kosten die fluctueren met de productie
B.Kosten die constant blijven ongeacht de productie
C.Kosten die alleen bij seizoensgebonden producten voorkomen
D.Kosten die alleen betrekking hebben op personeel

9. Wat toont de winst- en verliesrekening?

A.De activa van een onderneming.
B.De totale schulden van de onderneming.
C.De opbrengsten en kosten over een bepaalde periode.
D.De investeringen van de eigenaar.

10. Wat is een belangrijke factor in de berekening van de current ratio?

A.A. Totale activa
B.B. Vlottende activa
C.C. Nettowinst
D.D. Aantal werknemers

11. Wat beschrijft de balans?

A.Een overzicht van opbrengsten en kosten
B.Een momentopname van activa en passiva
C.Een lijst van leveranciers
D.Een begroting voor het komende jaar

12. Wat is de formule voor bedrijfskosten?

A.Bedrijfskosten = Directe kosten + Indirecte kosten
B.Bedrijfskosten = Omzet - Nettowinst
C.Bedrijfskosten = Brutowinst - Belastingen
D.Bedrijfskosten = Kosten van de omzet - Brutowinst

13. Wat zijn kortlopende schulden?

A.Schulden die langer dan een jaar lopen.
B.Verplichtingen die binnen een jaar betaald moeten worden.
C.Verlies dat geleden is in de laatste periode.
D.Eigen vermogen dat in een onderneming is geïnvesteerd.

14. Wat meet de omloopsnelheid van het eigen vermogen?

A.A. De snelheid waarmee een bedrijf zijn schulden aflost.
B.B. De effectiviteit waarmee het eigen vermogen wordt benut.
C.C. De verhouding tussen vaste activa en liquide middelen.
D.D. De totale omzet van het bedrijf.

15. Wat zijn vlottende activa?

A.Bezittingen die langer dan een jaar meegaan
B.Bezittingen die binnen één jaar in cash omgezet kunnen worden
C.Onroerend goed
D.Langlopende investeringen

16. Wat is een voorbeeld van variabele kosten?

A.Salarissen van vaste medewerkers
B.Huur van het pand
C.Kosten van grondstoffen
D.Verzekeringspremies

17. Wat is het verschil tussen activa en passiva?

A.Activa zijn bezittingen, passiva zijn schulden en eigen vermogen.
B.Activa zijn schulden, passiva zijn bezittingen.
C.Activa zijn alleen vaste activa, passiva alleen kortlopende schulden.
D.Activa zijn kosten, passiva zijn opbrengsten.

18. Wat is de formule voor de rentabiliteit van eigen vermogen?

A.A. \\frac{Resultaat voor belasting}{Gemiddeld Eigen Vermogen} \times 100
B.B. \\frac{Resultaat na belasting}{Gemiddeld Eigen Vermogen} \times 100
C.C. \\frac{Brutowinst}{Totale Activa} \times 100
D.D. \\frac{Nettowinst}{Omzet} \times 100

19. Welke van de volgende is géén voorbeeld van een langlopende schuld?

A.Hypothecaire lening
B.Langlopende lening
C.Kortlopende lening
D.Obligaties

20. Vul in: Nettowinst = ...

A.Brutowinst - Belastingen
B.Brutowinst - Bedrijfskosten - Belastingen
C.Omzet - Kosten van de omzet
D.Omzet - Totale kosten

21. Wat is een voorbeeld van directe kosten?

A.Huur van het kantoorpand.
B.Salarissen van het personeel.
C.Grondstoffen voor de productie.
D.Marketingkosten voor advertenties.

22. Wat betekent een hoge debt ratio?

A.A. Het bedrijf heeft weinig schulden.
B.B. Het risico op faillissement is laag.
C.C. Het bedrijf maakt veel gebruik van geleend kapitaal.
D.D. Het eigen vermogen is hoog.

23. Wat is de formule voor de balans?

A.Activa = Passiva + Eigen vermogen
B.Activa + Passiva = Eigen vermogen
C.Eigen vermogen = Activa - Passiva
D.Passiva = Activa - Eigen vermogen

24. Wat is een indirecte kostenpost?

A.Productiekosten
B.Huurkosten voor kantoren
C.Loon van productiemedewerkers
D.Verkoopkosten

25. Wat is de formule voor het resultaat?

A.Resultaat = Kosten - Opbrengsten
B.Resultaat = Opbrengsten - Kosten
C.Resultaat = Activa - Passiva
D.Resultaat = Eigen vermogen + Schulden

26. Wat is de betekenis van een hoge solvabiliteit?

A.A. Het bedrijf is financieel instabiel.
B.B. Het bedrijf heeft een groot risico op faillissement.
C.C. Het bedrijf kan zijn lange termijn schulden goed betalen.
D.D. Het bedrijf heeft slechte liquiditeit.

27. Wat zijn immateriële activa?

A.Fysieke bezittingen zoals machines
B.Niet-fysieke bezittingen zoals octrooien
C.Voorraad en debiteuren
D.Contanten en bankrekeningen

28. Wat is de brutowinstmarge?

A.Brutowinstmarge = Brutowinst / Kosten van de omzet
B.Brutowinstmarge = Brutowinst / Omzet × 100%
C.Brutowinstmarge = Nettowinst / Omzet × 100%
D.Brutowinstmarge = Nettowinst / Brutowinst

29. Wat zijn bedrijfskosten?

A.Kosten voor de productie van goederen.
B.Kosten die gemaakt worden voor het runnen van een onderneming.
C.Kosten die alleen gerelateerd zijn aan marketing.
D.Kosten voor persoonlijke uitgaven van de eigenaar.

30. Wat geeft de voorraadomloopsnelheid aan?

A.A. Hoe snel het eigen vermogen wordt omgezet in omzet.
B.B. Hoe snel voorraden worden omgezet in omzet.
C.C. Hoeveel winst er wordt gemaakt op de voorraden.
D.D. Hoeveel liquiditeit er beschikbaar is.

31. Wat zijn debiteuren?

A.Klanten die nog moeten betalen
B.Leveranciers die nog betaald moeten worden
C.Langlopende schulden
D.Vaste activa

32. Wat zijn terugkerende kosten?

A.Kosten die slechts één keer voorkomen
B.Kosten die regelmatig terugkomen
C.Kosten die variëren
D.Kosten die alleen bij speciale projecten voorkomen

33. Wat zijn vlottende activa?

A.Bezit dat langer dan een jaar meegaat.
B.Bezit dat binnen een jaar in geld omgezet kan worden.
C.Schulden die niet meer dan een jaar lopen.
D.De netto-inkomsten van een onderneming.

34. Wat is de invloed van hoge kosten op de nettowinst?

A.A. Ze verhogen de nettowinst.
B.B. Ze verlagen de nettowinst.
C.C. Ze hebben geen invloed op de nettowinst.
D.D. Ze verhogen de brutowinst.

35. Wat valt onder de kortlopende schulden?

A.Hypotheken
B.Crediteuren
C.Aandelenkapitaal
D.Langlopende leningen

36. Wat is de relatie tussen brutowinst en nettowinst?

A.Brutowinst is altijd hoger dan nettowinst
B.Brutowinst is gelijk aan nettowinst
C.Nettowinst is brutowinst plus belastingen
D.Brutowinst is nettowinst min belastingen

37. Wat is een voorbeeld van langlopende schulden?

A.Een creditcard schuld.
B.Een hypotheek op een bedrijfsgebouw.
C.Een lening voor de inkoop van voorraden.
D.Een rekening bij de leveranciers.

38. Wat geeft de cashflow aan?

A.A. De nettowinst van het bedrijf.
B.B. De liquiditeit van het bedrijf.
C.C. Het totaal aan schulden.
D.D. De kostenstructuur van het bedrijf.

39. Wat gebeurt er met het eigen vermogen als er winst wordt gemaakt?

A.Het eigen vermogen neemt toe
B.Het eigen vermogen neemt af
C.Het blijft gelijk
D.Het eigen vermogen wordt verdeeld onder de crediteuren

40. Wat gebeurt er met de nettowinst als de omzet stijgt maar de kosten gelijk blijven?

A.Nettowinst neemt af
B.Nettowinst blijft gelijk
C.Nettowinst neemt toe
D.Nettowinst kan niet worden berekend

41. Wat zijn indirecte kosten?

A.Kosten die aan specifieke producten kunnen worden toegeschreven.
B.Kosten die niet aan een specifiek product of dienst kunnen worden toegeschreven.
C.Kosten die alleen voor het personeel zijn.
D.Kosten die altijd variabel zijn.

42. Wat is de formule voor de return on investment (ROI)?

A.A. \\frac{Netto Winst}{Totale Activa} \times 100
B.B. \\frac{Netto Winst}{Investering} \times 100
C.C. \\frac{Brutowinst}{Omzet} \times 100
D.D. \\frac{Eigen Vermogen}{Totale Schulden} \times 100

43. Wat zijn voorzieningen?

A.Verplichtingen met een bekende hoogte
B.Verplichtingen waarvan de hoogte of tijdstip onzeker is
C.Eigen vermogen
D.Vaste activa

44. Welk van de volgende is geen onderdeel van de winst- en verliesrekening?

A.Omzet
B.Winstbelasting
C.Afschrijvingen
D.Eigen vermogen

45. Wat is het eigen vermogen?

A.Het totaal aan schulden van de onderneming.
B.Het bedrag dat de eigenaar in de onderneming heeft geïnvesteerd, minus de schulden.
C.De totale activa van de onderneming.
D.De jaarlijkse winst van de onderneming.

46. Wat is het verschil tussen brutowinst en nettowinst?

A.A. Brutowinst is omzet minus kosten van verkochte goederen; nettowinst is brutowinst minus bedrijfskosten.
B.B. Brutowinst is winst na belasting; nettowinst is omzet minus kosten.
C.C. Brutowinst is alleen verkoopprijs; nettowinst is kosten plus belasting.
D.D. Brutowinst en nettowinst zijn hetzelfde.

47. Wat zijn liquide middelen?

A.Goederen die verkocht moeten worden
B.Contanten en direct beschikbare middelen
C.Langlopende investeringen
D.Debiteuren

48. Wat zijn directe kosten?

A.Kosten die niet aan een product kunnen worden toegewezen
B.Kosten die direct aan een product kunnen worden toegeschreven
C.Kosten die onafhankelijk zijn van de productie
D.Kosten die alleen betrekking hebben op marketing

49. Wat is de activa-positie?

A.De verhouding tussen activa en passiva.
B.De verdeling van de bezittingen van een onderneming over verschillende activa.
C.De totale waarde van de langlopende schulden.
D.De jaarlijkse omzet van de onderneming.

50. Wat betekent een lage liquiditeit?

A.A. Er zijn onvoldoende middelen om aan kortlopende verplichtingen te voldoen.
B.B. Er zijn veel investeringsmogelijkheden.
C.C. Het bedrijf heeft hoge schulden.
D.D. Het bedrijf is financieel gezond.

51. Wat is het verschil tussen actieve en passieve balansposten?

A.Activa zijn verplichtingen, passiva zijn bezittingen
B.Activa zijn bezittingen, passiva zijn verplichtingen
C.Beiden zijn altijd gelijk
D.Activa zijn alleen geld

52. Vul in: Operationele winst = ...

A.Brutowinst - Belastingen
B.Brutowinst - Operationele kosten
C.Nettowinst - Bedrijfskosten
D.Omzet - Totale kosten

53. Welke van de volgende is GEEN financiële ratio?

A.Current ratio.
B.Return on equity.
C.Winst per aandeel.
D.Balans totaal.

54. Wat is de impact van een hoge nettowinstmarge?

A.A. Het bedrijf genereert meer nettowinst per euro omzet.
B.B. Het bedrijf heeft hoge operationele kosten.
C.C. Het bedrijf heeft een lage omzet.
D.D. Het bedrijf is verlieslatend.

55. Wat zijn crediteuren?

A.Klanten die nog moeten betalen
B.Leveranciers aan wie nog betaald moet worden
C.Langlopende activa
D.Vaste activa

56. Wat is het belang van de winst- en verliesrekening?

A.Geeft inzicht in de activa van een bedrijf
B.Geeft inzicht in de financiële prestaties van een bedrijf
C.Geeft inzicht in de schulden van een bedrijf
D.Geeft inzicht in de salarisadministratie

57. Wat gebeurt er met het resultaat als de kosten stijgen?

A.Het resultaat blijft gelijk.
B.Het resultaat daalt.
C.Het resultaat stijgt.
D.Het resultaat verdwijnt.

58. Wat is de formule voor de omzet per werknemer?

A.A. \\frac{Totale Kosten}{Aantal Werknemers}
B.B. \\frac{Totale Omzet}{Aantal Werknemers}
C.C. \\frac{Omzet}{Totale Activa}
D.D. \\frac{Nettowinst}{Aantal Werknemers}

59. Wat geeft de balans aan over de financiële gezondheid van een onderneming?

A.Of er winst is gemaakt
B.De verhouding tussen activa en passiva
C.De omzet
D.De hoogte van het eigen vermogen

60. Wat is de formule voor de netto winst marge?

A.Netto winst marge = Nettowinst / Kosten van de omzet × 100%
B.Netto winst marge = Nettowinst / Omzet × 100%
C.Netto winst marge = Brutowinst / Omzet × 100%
D.Netto winst marge = Brutowinst / Kosten van de omzet

61. Wat is de definitie van een resultaat?

A.Het verschil tussen totale opbrengsten en totale kosten
B.De totale kosten van een onderneming
C.De som van alle activa
D.De som van alle passiva

62. Wat is de uitdrukking voor de solvabiliteit van een onderneming?

A.\\frac{Eigen Vermogen}{Totaal Vermogen} \times 100
B.\\frac{Vreemd Vermogen}{Eigen Vermogen} \times 100
C.\\frac{Brutowinst}{Omzet} \times 100
D.\\frac{Totaal Activa}{Schulden} \times 100

63. Welk onderdeel van de balans kan fluctueren?

A.Eigen vermogen
B.Vaste activa
C.Vlottende activa
D.Langlopende schulden

64. Wat is een voorbeeld van een bedrijfskostenpost?

A.Huur van het bedrijfsgebouw
B.Kosten van verkochte goederen
C.Inkoopprijs van materialen
D.Afschrijvingen op machines

65. Wat is de functie van de balans?

A.Het tonen van winst en verlies
B.Het geven van een momentopname van de financiële situatie
C.Het begroten van toekomstige kosten
D.Het analyseren van klanttevredenheid

66. Wat is het verschil tussen brutowinst en nettowinst?

A.Brutowinst is hoger dan nettowinst
B.Nettowinst is altijd gelijk aan brutowinst
C.Brutowinst omvat alleen directe kosten
D.Nettowinst omvat alleen indirecte kosten

67. Welke van de volgende is geen activa?

A.Inventaris
B.Machines
C.Schulden
D.Voorraad

68. Wat is de formule voor de brutowinstmarge?

A.Brutowinstmarge = (Brutowinst / Omzet) × 100%
B.Brutowinstmarge = (Omzet / Brutowinst) × 100%
C.Brutowinstmarge = (Nettowinst / Omzet) × 100%
D.Brutowinstmarge = (Kosten van de omzet / Omzet) × 100%

69. Wat zijn de vaste activa van een onderneming?

A.Gebouwen
B.Debiteuren
C.Voorraad
D.Kas

70. Wat zijn operationele kosten?

A.Kosten die direct aan de productie van goederen zijn verbonden
B.Kosten voor marketing en verkoop
C.Kosten die betaald moeten worden voor verlichting en verwarming
D.Alle bovenstaande opties

71. Wat is een voorbeeld van een eigen vermogen?

A.Hypothecaire lening
B.Ingelegde aandelen
C.Crediteuren
D.Kortlopende schulden

72. Wat gebeurt er met de brutowinst als de kosten van de omzet stijgen?

A.De brutowinst stijgt
B.De brutowinst daalt
C.De brutowinst blijft gelijk
D.De brutowinst wordt onberekenbaar

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.