Aanbodcurve flashcards

Flashcards over de aanbodcurve in de micro-economie.

OtterTess1·16 flashcards·14 vragen
bovenbouweconomicsmicro
0
Ken ik
1 / 16
0
Aan het leren
Voorkant

Wat is de aanbodcurve?

Tik om om te draaien
Achterkant

De aanbodcurve toont de relatie tussen prijs en de hoeveelheid die producenten willen aanbieden.

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(14 vragen)

Vraag 1 van 14

1. Wat gebeurt er met de aanbodcurve als de productiekosten dalen?

Termen in deze set(16)

Wat is de aanbodcurve?

De aanbodcurve toont de relatie tussen prijs en de hoeveelheid die producenten willen aanbieden.

Hoe verandert de aanbodcurve?

De aanbodcurve verschuift bij veranderingen in productiekosten of technologie.

Wat is een stijgende aanbodcurve?

Een stijgende aanbodcurve betekent dat hogere prijzen leiden tot een grotere aangeboden hoeveelheid.

Wat beïnvloedt de aanbodcurve?

Factoren zoals productiekosten, technologie, en aantal aanbieders beïnvloeden de aanbodcurve.

Vul de lege plek in: Bij een hogere prijs _______ de aangeboden hoeveelheid.

neemt toe

Wat zijn vaste kosten?

Vaste kosten zijn kosten die niet veranderen met de geproduceerde hoeveelheid, zoals huur.

Wat zijn variabele kosten?

Variabele kosten veranderen met de geproduceerde hoeveelheid, zoals grondstoffen.

Waar is de aanbodcurve naar beneden gericht?

De aanbodcurve is niet naar beneden gericht, maar stijgend; de vraagcurve is dat wel.

Wat is een overschot?

Een overschot ontstaat wanneer de aangeboden hoeveelheid groter is dan de gevraagde hoeveelheid.

Wat is een tekort?

Een tekort ontstaat wanneer de gevraagde hoeveelheid groter is dan de aangeboden hoeveelheid.

Wat gebeurt er bij een verplaatsing van de aanbodcurve naar rechts?

Dit geeft een toename van de aangeboden hoeveelheid bij elke prijs aan.

Wat is marktevenwicht?

Marktevenwicht is het punt waar vraag en aanbod gelijk zijn.

Wat is de rol van technologie in de aanbodcurve?

Betere technologie kan de productie-efficiëntie verhogen en de aanbodcurve naar rechts verschuiven.

Wat zijn substituten?

Substituten zijn producten die elkaar kunnen vervangen, wat invloed heeft op de vraag en aanbod.

Wat is een voorbeeld van een product met een stijgende aanbodcurve?

Een voorbeeld is olie; bij hoge prijzen zijn producenten bereid meer te winnen.

Hoe beïnvloedt een belasting de aanbodcurve?

Een belasting verhoogt de kosten voor producenten, wat de aanbodcurve naar links verschuift.

Vragen in deze set(14)

1. Wat gebeurt er met de aanbodcurve als de productiekosten dalen?

A.De curve verschuift naar rechts
B.De curve verschuift naar links
C.De curve blijft gelijk
D.De curve wordt vlak

2. Is het waar dat een hogere prijs altijd leidt tot een lagere aangeboden hoeveelheid?

A.Waar
B.Niet waar
C.Afhankelijk van de situatie
D.Alleen bij vaste kosten

3. Bij een overschot, wat gebeurt er met de prijs?

A.De prijs stijgt
B.De prijs daalt
C.De prijs blijft gelijk
D.De prijs fluctueert

4. Wat is het effect van een technologieverbetering op de aanbodcurve?

A.De curve verspringt naar links
B.De curve verspringt naar rechts
C.De curve wordt vlak
D.De curve blijft hetzelfde

5. Is de aanbodcurve altijd stijgend?

A.Ja
B.Nee, soms dalend
C.Het hangt af van het product
D.Alleen bij hoge prijzen

6. Wat gebeurt er met de aanbodcurve als meer producenten de markt betreden?

A.De curve verschuift naar links
B.De curve verschuift naar rechts
C.De curve wordt vlak
D.De curve blijft gelijk

7. Wat zijn vaste kosten?

A.Kosten die veranderen met productie
B.Kosten die constant blijven
C.Kosten die alleen bij hoge productie optreden
D.Alle kosten

8. Wat is de relatie tussen aanbod en prijs?

A.Omgekeerd evenredig
B.Rechtdoorlopend
C.Geen relatie
D.Afhankelijk van de vraag

9. Bij een tekort, wat gebeurt er met de prijs?

A.De prijs stijgt
B.De prijs daalt
C.De prijs blijft gelijk
D.De prijs fluctueert

10. Wat is een effect van belasting op de aanbodcurve?

A.De curve verschuift naar rechts
B.De curve verschuift naar links
C.De curve blijft gelijk
D.De curve wordt vlak

11. Is 'substituties' een voorbeeld van aanbod?

A.Ja
B.Nee
C.Soms
D.Niets

12. Wat is marktevenwicht?

A.Vraag = Aanbod
B.Vraag > Aanbod
C.Aanbod > Vraag
D.Geen van de bovenstaande

13. Wat gebeurt er bij een stijging van de vraag?

A.Aanbod stijgt
B.Aanbod daalt
C.Aanbod blijft gelijk
D.Aanbod fluctueert

14. Wat is een voorbeeld van een product met een dalende aanbodcurve?

A.Zeldzame edelstenen
B.Standaard voedselproducten
C.Gevaarlijke chemicaliën
D.Massaproducten

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.