Samenvatting: Lichtreactie en Calvincyclus

Deze spiekbrief helpt bij het herhalen van de lichtreactie en de Calvincyclus in de fotosynthese, inclusief belangrijke begrippen en processen die cruciaal zijn voor het eindexamen biologie.

FoxTess2·32 flashcards·32 vragen
eindexamenbiologycell_biology
0
Ken ik
1 / 32
0
Aan het leren
Voorkant

Wat zijn de reactanten van de lichtreactie?

Tik om om te draaien
Achterkant

Water (H2O) en lichtenergie.

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(32 vragen)

Vraag 1 van 32

1. Wat is de belangrijkste rol van chlorofyl in de lichtreactie?

Termen in deze set(32)

Lichtreactie(16)

Wat zijn de reactanten van de lichtreactie?

Water (H2O) en lichtenergie.

Noem de belangrijkste producten van de lichtreactie.

Zuurstof (O2), ATP en NADPH.

Wat gebeurt er met water in de lichtreactie?

Water wordt gesplitst (fotolyse), waardoor zuurstof vrijkomt.

Wat is de rol van chlorofyl?

Chlorofyl absorbeert lichtenergie, essentieel voor fotosynthese.

True or False: Lichtreactie vindt plaats in de mitochondriën.

False: Lichtreactie vindt plaats in de thylakoïden van chloroplasten.

Wat is de functie van ATP in de lichtreactie?

ATP fungeert als energiebron voor de Calvincyclus.

Vul de lege plekken in: Lichtreactie = _____ + _____ + _____

O2 + ATP + NADPH.

Wat is de rol van NADP+?

NADP+ accepteert elektronen en wordt NADPH.

Wat zijn fotosystemen?

Complexen van chlorofyl en eiwitten die lichtenergie omzetten.

Noem een verschil tussen fotosysteem I en II.

Fotosysteem I produceert NADPH, fotosysteem II produceert zuurstof.

Wat is chemiosmose?

Proces waarbij ATP wordt geproduceerd door protonengradiënt over de membraan.

Wat is de rol van het elektronentransportketen?

Verplaatst elektronen en genereert ATP en NADPH.

Welke golflengtes van licht zijn het meest effectief?

Rood en blauw licht, omdat ze het beste worden geabsorbeerd.

Wat is de formule voor fotosynthese?

6 CO2 + 6 H2O + lichtenergie → C6H12O6 + 6 O2.

Waarom is zuurstofproductie belangrijk?

Het is essentieel voor de ademhaling van de meeste organismen.

Wat wordt er in het thylakoïd membraan geproduceerd?

ATP en NADPH worden hier geproduceerd tijdens de lichtreactie.

Calvincyclus(16)

Wat is de rol van ribulose-1,5-bisfosfaat?

Het is een vijf-koolstofsuiker die CO₂ fixeert in de Calvincyclus.

Noem de drie fasen van de Calvincyclus.

1. Carboxylering 2. Reductie 3. Regeneratie

Wat zijn de producten van de reductiefase?

Glyceraldehyd-3-fosfaat (G3P) en NADP⁺.

Waar vindt de Calvincyclus plaats?

In het stroma van chloroplasten.

Hoeveel ATP en NADPH zijn nodig voor één glucose?

Voor één glucose zijn 18 ATP en 12 NADPH nodig.

Wat gebeurt er tijdens de carboxyleringsfase?

CO₂ wordt gebonden aan ribulose-1,5-bisfosfaat door het enzym RuBisCO.

Eén molecuul G3P leidt tot....

de vorming van glucose na meerdere cycli en omzettingen.

Calvincyclus: waaruit bestaat de regeneratiefase?

Regeneratie van ribulose-1,5-bisfosfaat uit G3P.

Wat is de functie van NADPH in de Calvincyclus?

Het levert de nodige elektronen voor de reductie van 3-fosfoglyceraat.

Verschil tussen G3P en glucose?

G3P is een intermediair, glucose is een eindproduct.

Wat is de primaire functie van de Calvincyclus?

Om koolstofdioxide om te zetten in organische verbindingen.

Hoeveel CO₂ wordt er gefixeerd per cyclus?

Één molecuul CO₂ per cyclus.

Feit of fictie: RuBisCO is het meest voorkomende enzym.

Feit. Het is cruciaal voor fotosynthese.

Wat zijn de reactanten in de Calvincyclus?

CO₂, ATP en NADPH.

Wat ontstaat er bij de regeneratiefase?

Ribulose-1,5-bisfosfaat wordt hersteld.

Invullen: De Calvincyclus is een ___________ proces.

anabool proces dat energie vereist.

Vragen in deze set(32)

1. Wat is de belangrijkste rol van chlorofyl in de lichtreactie?

A.Het absorbeert lichtenergie.
B.Het produceert zuurstof.
C.Het transporteert elektronen.
D.Het splitst water.

2. Wat is de rol van ribulose-1,5-bisfosfaat in de Calvincyclus?

A.Het fixeert CO₂.
B.Het genereert ATP.
C.Het transporteert elektronen.
D.Het remt enzymactiviteit.

3. Welke van de volgende producten wordt niet gevormd tijdens de lichtreactie?

A.ATP
B.NADPH
C.Zuurstof
D.Glucose

4. Wat zijn de drie fasen van de Calvincyclus?

A.Carboxylering, reductie, regeneratie
B.Oxidatie, synthese, afbraak
C.Fosforylering, decarboxylering, herstructurering
D.Katalyse, verbranding, cyclus

5. Wat is de functie van NADP+ in de lichtreactie?

A.Het is een energiebron.
B.Het accepteert elektronen en wordt NADPH.
C.Het splitst water.
D.Het produceert ATP.

6. Wat zijn de eindproducten van de reductiefase?

A.Glyceraldehyd-3-fosfaat (G3P) en NADP⁺
B.Glucose en O₂
C.ATP en NADH
D.Ribulose-1,5-bisfosfaat en CO₂

7. Wat gebeurt er met water tijdens de lichtreactie?

A.Het wordt verbruikt in de Calvincyclus.
B.Het wordt gesplitst, waarbij zuurstof vrijkomt.
C.Het verandert in glucose.
D.Het wordt opgeslagen in chloroplasten.

8. Waar vindt de Calvincyclus plaats binnen de cel?

A.In het stroma van chloroplasten
B.In de mitochondriën
C.In het cytoplasma
D.Op het celmembraan

9. Welk proces vindt plaats binnen de thylakoïden?

A.Fermentatie.
B.Lichtreactie.
C.Calvincyclus.
D.Celademhaling.

10. Hoeveel ATP en NADPH zijn er nodig voor de synthese van één glucose?

A.18 ATP en 12 NADPH
B.12 ATP en 6 NADPH
C.10 ATP en 5 NADPH
D.6 ATP en 3 NADPH

11. Wat produceert fotosysteem II?

A.NADPH.
B.Zuurstof.
C.ATP.
D.Glucose.

12. Wat gebeurt er tijdens de carboxyleringsfase?

A.CO₂ wordt gebonden aan ribulose-1,5-bisfosfaat
B.G3P wordt omgezet in glucose
C.NADPH wordt geoxideerd
D.ATP wordt gesynthetiseerd

13. Welke golflengtes van licht zijn het meest effectief voor fotosynthese?

A.Groen licht.
B.Rood en blauw licht.
C.Geel licht.
D.Ultraviolet licht.

14. Wat gebeurt er met één molecuul G3P na meerdere cycli?

A.Het leidt tot de vorming van glucose
B.Het wordt omgezet in CO₂
C.Het genereert ATP
D.Het verdwijnt uit de cel

15. Wat is chemiosmose in de context van de lichtreactie?

A.Het proces van glucoseproductie.
B.De beweging van elektronen.
C.De productie van ATP via een protonengradiënt.
D.De splitsing van water.

16. Wat is de rol van de regeneratiefase in de Calvincyclus?

A.Herstellen van ribulose-1,5-bisfosfaat
B.Vormen van glucose
C.Afbreken van NADPH
D.Transporteren van CO₂

17. Wat is een functie van ATP in de lichtreactie?

A.Het transporteert zuurstof.
B.Het fungeert als een tijdelijke energieopslag.
C.Het splitst water.
D.Het genereert NADPH.

18. Welke functie heeft NADPH in de Calvincyclus?

A.Het levert elektronen voor reductie
B.Het fixeert CO₂
C.Het synthetiseert ATP
D.Het transporteert suiker

19. Wat is de rol van het elektronentransportketen tijdens de lichtreactie?

A.Het genereert glucose.
B.Het transporteert elektronen en produceert ATP en NADPH.
C.Het absorbeert licht.
D.Het splitst water.

20. Wat is het belangrijkste verschil tussen G3P en glucose?

A.G3P is een intermediair, glucose is een eindproduct
B.G3P is een enzym, glucose is een suiker
C.G3P komt voor in mitochondriën, glucose in chloroplasten
D.G3P is een eiwit, glucose een vet

21. Welk van de volgende is geen onderdeel van de lichtreactie?

A.Fotolyse van water.
B.Productie van glucose.
C.Generatie van zuurstof.
D.Vorming van ATP.

22. Wat is de primaire functie van de Calvincyclus?

A.Koolstofdioxide omzetten in organische verbindingen
B.Zuurstof produceren
C.Energie opslaan als ATP
D.Temperatuur reguleren

23. Wat is de bron van energie voor de lichtreactie?

A.Chemische reacties.
B.Lichtenergie.
C.Warmte.
D.Zuurstof.

24. Hoeveel CO₂ wordt er bij elke cyclus gefixeerd?

A.Één molecuul CO₂
B.Twee moleculen CO₂
C.Drie moleculen CO₂
D.Geen CO₂

25. Wat gebeurt er met NADP+ tijdens de lichtreactie?

A.Het wordt omgevormd tot NADPH.
B.Het wordt afgebroken tot zuurstof.
C.Het produceert ATP.
D.Het absorbeert licht.

26. Feit of fictie: RuBisCO is het meest voorkomende enzym op aarde.

A.Feit
B.Fictie
C.Misschien
D.Onbekend

27. Welke van de volgende processen is een voorbeeld van fotolyse?

A.De splitsing van water in zuurstof en waterstofionen.
B.De productie van glucose.
C.De omzetting van lichtenergie in chemische energie.
D.De verbranding van glucose.

28. Wat zijn de reactanten die de Calvincyclus ingaan?

A.CO₂, ATP en NADPH
B.O₂, glucose en water
C.NADH, zuurstof en glucose
D.ADP, P en vetzuren

29. Waarin zijn fotosystemen voornamelijk samengesteld?

A.Vitaminen.
B.Chlorofyl en eiwitten.
C.Zuren en zouten.
D.Glucose en zetmeel.

30. Wat ontstaat er tijdens de regeneratiefase van de Calvincyclus?

A.Ribulose-1,5-bisfosfaat wordt hersteld
B.Glucose wordt geproduceerd
C.NADPH wordt afgebroken
D.CO₂ wordt vrijgegeven

31. Wat is het belangrijkste product van de lichtreactie dat niet zuurstof is?

A.ATP
B.Glucose
C.NADP+
D.Water

32. De Calvincyclus is een ___________ proces.

A.anabool proces dat energie vereist
B.katabool proces dat energie produceert
C.ontgiftingsproces
D.afbraakproces van eiwitten

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.