Samenvatting: Citroenzuurcyclus en ademhalingsketen

Een samenvatting van de citroenzuurcyclus en ademhalingsketen, gericht op eindexamenleerlingen in Nederland. Dit bevat belangrijke feiten en vragen die relevant zijn voor het eindexamen biologie.

LucasVanDijke1·40 flashcards·40 vragen
eindexamenbiologycell_biology
0
Ken ik
1 / 40
0
Aan het leren
Voorkant

Wat is de eerste stap van de citroenzuurcyclus?

Tik om om te draaien
Achterkant

De eerste stap is de condensatie van oxaloacetaat met acetyl-CoA tot citraat.

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(40 vragen)

Vraag 1 van 40

1. Wat is de stof die acetyl-CoA aan de citroenzuurcyclus toevoegt?

Termen in deze set(40)

Citroenzuurcyclus(16)

Wat is de eerste stap van de citroenzuurcyclus?

De eerste stap is de condensatie van oxaloacetaat met acetyl-CoA tot citraat.

Citraat wordt omgezet in welke stof?

Citraat wordt omgezet in isocitraat via een reeks van enzymatische reacties.

Waar vindt de citroenzuurcyclus plaats?

De citroenzuurcyclus vindt plaats in de mitochondriën van de cel.

Vul in: De citroenzuurcyclus produceert _____ en _____ per cyclus.

De citroenzuurcyclus produceert NADH en FADH₂ per cyclus.

Wat is de rol van NAD⁺ in de cyclus?

NAD⁺ accepteert elektronen en wordt gereduceerd tot NADH.

Isocitraat wordt omgezet in welk molecuul?

Isocitraat wordt omgezet in α-ketoglutaraat, waarbij CO₂ vrijkomt.

Wat is de functie van α-ketoglutaraat?

α-ketoglutaraat is een tussenproduct en speelt een rol in de decarboxylering.

Waaruit bestaat een volledige cyclus?

Een volledige citroenzuurcyclus omvat het omzetten van acetyl-CoA naar oxaloacetaat.

Wat gebeurt er met succinaat?

Succinaat wordt omgezet in fumaraat, waarbij FAD wordt gereduceerd tot FADH₂.

Wat zijn de eindproducten van de citroenzuurcyclus?

De eindproducten zijn 3 NADH, 1 FADH₂, 1 GTP, en 2 CO₂.

Wat doet de enzym succinaatdehydrogenase?

Succinaatdehydrogenase katalyseert de omzetting van succinaat naar fumaraat.

Waarbij is oxaloacetaat belangrijk?

Oxaloacetaat is belangrijk voor het starten van de cyclus en het regenereren van de cyclus.

Is de citroenzuurcyclus aerobe of anaerobe?

De citroenzuurcyclus is aerobe omdat het afhankelijk is van zuurstof.

Hoeveel ATP wordt er direct geproduceerd?

Er wordt 1 GTP (of ATP) direct geproduceerd per cyclus.

Wat is de functie van fumarase?

Fumarase katalyseert de hydratatie van fumaraat naar malaat.

Citraat → Isocitraat: wat is de omzetting?

Citraat wordt omgezet naar isocitraat door het enzym aconitase.

Ademhalingsketen(16)

Wat is de ademhalingsketen?

De ademhalingsketen is een reeks eiwitten in de mitochondriën die elektronen overdragen om ATP te produceren.

Waar vindt de ademhalingsketen plaats?

In de binnenste mitochondriale membraan van eukaryote cellen.

Wat gebeurt er met NADH in de ademhalingsketen?

NADH doneert elektronen aan de keten, wat leidt tot ATP-productie.

Vul de lege plek in: De eindacceptor van elektronen is ____.

Zuurstof.

Waar komt de energie voor ATP-synthese vandaan?

Van de protonengradiënt die ontstaat door de elektronenoverdracht.

Wat is chemiosmose?

Het proces waarbij ATP wordt geproduceerd door het transport van protonen terug het mitochondrium in.

Waarvoor is zuurstof essentieel in de ademhalingsketen?

Het is de eindacceptor van elektronen, wat de keten operationeel maakt.

Waaruit bestaat de ademhalingsketen?

Uit complexe I, II, III, IV en ATP-synthase.

Hoeveel ATP levert oxidatieve fosforylering op?

Ongeveer 28 tot 30 ATP per glucosemolecuul.

Is de ademhalingsketen anaeroob of aeroob?

Aeroob, omdat het zuurstof vereist voor de elektronenacceptatie.

Wat is de rol van co-enzym Q?

Het transporteert elektronen tussen complexe I/II en III.

Geef een voorbeeld van een energieoverdracht in de keten.

Elektronen van NADH naar complex I.

Wat is de uitkomst van de ademhalingsketen?

Productie van ATP en water als bijproduct.

Waarom is de protonengradiënt belangrijk?

Het drijft de synthese van ATP door ATP-synthase.

Waar komt FADH2 in de keten binnen?

Bij complex II, waardoor minder ATP wordt geproduceerd dan met NADH.

Klopt het dat de ademhalingsketen niet zonder zuurstof kan functioneren?

Ja, zonder zuurstof stopt de elektronenoverdracht en ATP-productie.

Energieproductie(8)

Wat is de totale energieproductie per glucose?

De totale energieproductie per glucose is ongeveer 36-38 ATP-moleculen.

Waar vindt de citroenzuurcyclus plaats?

De citroenzuurcyclus vindt plaats in de mitochondriën van de cel.

Vul in: Citroenzuurcyclus genereert _____ en _____ voor de ademhalingsketen.

NADH en FADH₂

Waarvoor is ATP belangrijk?

ATP levert energie voor cellulaire processen zoals: - Spiercontractie - Voedingstransport - Synthetische reacties

Waar worden NADH en FADH₂ gebruikt?

Ze worden gebruikt in de ademhalingsketen om ATP te produceren.

Energieproductie in de ademhalingsketen: waar?

De ademhalingsketen vindt plaats in de binnenste mitochondriale membraan.

Waar leidt een tekort aan zuurstof toe?

Tot anaerobe ademhaling, minder ATP en mogelijk melkzuurvorming.

Waar zijn de elektronen in de ademhalingsketen verantwoordelijk voor?

Het creëren van een protonengradiënt die ATP-synthese aandrijft.

Vragen in deze set(40)

1. Wat is de stof die acetyl-CoA aan de citroenzuurcyclus toevoegt?

A.Oxaloacetaat
B.Fumaraat
C.Citraat
D.Isocitraat

2. Wat is de belangrijkste functie van de ademhalingsketen?

A.ATP-productie
B.Zuurstofverbruik
C.Koolstofdioxideproductie
D.NADH-synthese

3. Wat is de rol van NADH in de cel?

A.Het transporteren van elektronen naar de ademhalingsketen.
B.Het genereren van ATP in de citroenzuurcyclus.
C.Het opslaan van glucose in de cel.
D.Het afbreken van vetzuren.

4. Welke stof wordt gevormd uit α-ketoglutaraat?

A.Succinaat
B.Citraat
C.Fumaraat
D.Isocitraat

5. Waar in de cel vindt de ademhalingsketen plaats?

A.Cytoplasma
B.Mitochondriën
C.Celkern
D.Plasmamembraan

6. Welke stof is GEEN product van de citroenzuurcyclus?

A.CO₂
B.ATP
C.NADH
D.Glucose

7. Waarin wordt de citroenzuurcyclus voornamelijk aangetroffen?

A.Celkern
B.Mitochondriën
C.Ribosomen
D.Plasmamembraan

8. Welk molecuul is de eindacceptor van elektronen in de ademhalingsketen?

A.Water
B.Zuurstof
C.NAD+
D.FAD

9. Wat gebeurt er als er onvoldoende zuurstof beschikbaar is voor de cellen?

A.De cel produceert meer ATP.
B.De cel schakelt over op anaerobe ademhaling.
C.De citroenzuurcyclus versnelt.
D.Er wordt meer NADH geproduceerd.

10. Welke van de volgende stoffen is een product van de citroenzuurcyclus?

A.CO₂
B.O₂
C.Glucose
D.Ethanol

11. Wat is het gevolg van een tekort aan zuurstof in de ademhalingsketen?

A.Verhoogde ATP-productie
B.Stop van de elektronenoverdracht
C.Versnelling van de keten
D.Verhoogde protonengradiënt

12. Waar vindt de meeste ATP-productie plaats in de cel?

A.In de mitochondriën.
B.In het cytoplasma.
C.In de celkern.
D.In de ribosomen.

13. Wat is de rol van FAD in de citroenzuurcyclus?

A.Het accepteert elektronen
B.Het vormt ATP
C.Het is een substraat
D.Het remt enzymen

14. Wat gebeurt er met NADH in de ademhalingsketen?

A.Het wordt afgebroken
B.Het doneert elektronen
C.Het produceert zuurstof
D.Het verandert in glucose

15. Wat is de functie van FADH₂ in de ademhalingsketen?

A.Het levert elektronen voor ATP-synthese.
B.Het produceert glucose.
C.Het verbruikt zuurstof.
D.Het genereert vetzuren.

16. Wat is de functie van aconitase in de citroenzuurcyclus?

A.Katalyseert de omzetting van succinaat naar fumaraat
B.Katalyseert de omzetting van citraat naar isocitraat
C.Reguleert de cyclus
D.Vormt ATP

17. Wat is chemiosmose?

A.De afbraak van glucose
B.ATP-synthese via protonentransport
C.Elektronentransfer
D.Zuurstofverbruik

18. Welke van de volgende processen draagt NIET bij aan de ATP-productie?

A.Oxidatieve fosforylering.
B.Substraatniveaufosforylering.
C.Fermentatie.
D.Glucose-synthese.

19. Wat gebeurt er met fumaraat in de citroenzuurcyclus?

A.Het wordt omgezet in oxaloacetaat
B.Het wordt omgezet in citraat
C.Het wordt omgezet in malaat
D.Het wordt omgezet in α-ketoglutaraat

20. Wat is de rol van ATP-synthase in de ademhalingsketen?

A.Zuurstof binden
B.Protonen transporteren
C.ATP produceren
D.Elektronen overdragen

21. Welke uitspraak betreft de protonengradiënt in de ademhalingsketen?

A.Het genereert ATP via ATP-synthase.
B.Het verbruikt glucose.
C.Het produceert CO₂.
D.Het verhoogt de temperatuur van de cel.

22. Welk enzym is betrokken bij de omzetting van succinaat naar fumaraat?

A.Citrate synthase
B.Fumarase
C.Succinaatdehydrogenase
D.Isocitraatdehydrogenase

23. Hoeveel ATP wordt gemiddeld geproduceerd per glucosemolecule tijdens de ademhalingsketen?

A.2 tot 4
B.10 tot 12
C.28 tot 30
D.36 tot 38

24. Wat is de totale opbrengst van ATP uit één molecuul glucose na volledige oxidatie?

A.24 ATP.
B.36-38 ATP.
C.12 ATP.
D.40 ATP.

25. Hoeveel CO₂-moleculen worden er per cyclus geproduceerd?

A.1
B.2
C.3
D.4

26. Wat is de functie van co-enzym Q in de ademhalingsketen?

A.Het bindt zuurstof
B.Het transporteert protonen
C.Het transporteert elektronen
D.Het produceert ATP

27. Wat is de rol van NAD⁺ in de citroenzuurcyclus?

A.Het omzetting van energie
B.Het accepteert elektronen
C.Het stimuleert enzymen
D.Het produceert ATP

28. Welk complex in de ademhalingsketen ontvangt elektronen van FADH2?

A.Complex I
B.Complex II
C.Complex III
D.Complex IV

29. Wat is de primaire functie van de citroenzuurcyclus?

A.Eiwitsynthese
B.Energieproductie
C.Vettenopslag
D.Vitaminesynthese

30. Welk van de volgende is geen onderdeel van de ademhalingsketen?

A.Complex I
B.Complex II
C.Glucose
D.Complex IV

31. Welke stof is nodig om de cyclus te starten?

A.Acetyl-CoA
B.NAD+
C.FAD
D.ATP

32. Waarom is de protonengradiënt belangrijk voor ATP-synthese?

A.Het genereert elektronen
B.Het activeert enzymen
C.Het drijft ATP-synthese aan
D.Het produceert zuurstof

33. Hoeveel NADH wordt er geproduceerd per cyclus?

A.1
B.2
C.3
D.4

34. Welke van de volgende processen is anaeroob?

A.Ademhalingsketen
B.Glycolyse
C.Citroenzuurcyclus
D.Oxidatieve fosforylering

35. Wat is een tussenproduct van de citroenzuurcyclus?

A.Oxaloacetaat
B.Glycogeen
C.Glucose
D.Pyruvaat

36. Wat is een bijproduct van de ademhalingsketen?

A.Koolstofdioxide
B.Glucose
C.Zuurstof
D.Eiwitten

37. Wat is de stof die ontstaat uit citraat tijdens de citroenzuurcyclus?

A.Isocitraat
B.Fumaraat
C.Malaat
D.Succinaat

38. Is de ademhalingsketen een aerobe of anaeroobe reactie?

A.Anaeroob
B.Aerobisch
C.Facultatief anaeroob
D.Beide

39. Welke van de volgende stoffen is NIET een eindproduct van de citroenzuurcyclus?

A.NADH
B.FADH₂
C.GTP
D.Acetyl-CoA

40. Wat is de functie van complexe I in de ademhalingsketen?

A.Het ontvangen van elektronen van NADH
B.Het transporteren van protonen naar de buitenste mitochondriale membraan
C.Het reduceren van zuurstof naar water
D.Het produceren van ATP

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.