Reflexboog en reflexen begrippenlijst

Een begrippenlijst over reflexbogen en reflexen in de menselijke biologie, gericht op eindexamenleerlingen in Nederland. Deze set helpt bij het begrijpen van de basisconcepten en mechanismen achter reflexen.

LeviDeJongfd·64 flashcards·64 vragen
eindexamenbiologyhuman_biology
0
Ken ik
1 / 64
0
Aan het leren
Voorkant

Wat is een reflexboog?

Tik om om te draaien
Achterkant

Een reflexboog is de zenuwweg die betrokken is bij een reflex. Het omvat het receptor, de afferente zenuw, het ruggenmerg, de efferente zenuw en de effector.

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(64 vragen)

Vraag 1 van 64

1. Wat is de functie van de afferente zenuw in een reflexboog?

Termen in deze set(64)

Basisbegrippen Reflexen(16)

Wat is een reflexboog?

Een reflexboog is de zenuwweg die betrokken is bij een reflex. Het omvat het receptor, de afferente zenuw, het ruggenmerg, de efferente zenuw en de effector.

Vul in: Een reflexboog begint bij een __________.

receptor

Wat is de rol van de receptor in een reflexboog?

De receptor detecteert prikkels, zoals warmte of pijn, en zet deze om in zenuwimpulsen.

Waar bevindt zich de synaps in een reflexboog?

In het ruggenmerg, tussen de afferente en efferente zenuw.

Waarvoor dient een effector?

De effector is het onderdeel dat de reactie uitvoert, zoals een spier of klier.

Waar bevinden zich afferente zenuwen?

Afferente zenuwen voeren informatie van de receptor naar het centrale zenuwstelsel.

Waarvoor dient het ruggenmerg in een reflexboog?

Het ruggenmerg verwerkt de inkomende signalen en stuurt een reactie terug.

Vervolg: Een reflexboog bestaat meestal uit __________.

receptor, afferente zenuw, synaps, efferente zenuw, effector.

Waar worden reflexen meestal aangestuurd?

Reflexen worden meestal aangestuurd via het ruggenmerg, zonder tussenkomst van de hersenen.

Waar is een reflex snel?

Reflexen zijn snel omdat ze direct via het ruggenmerg gaan, wat de reactietijd verkort.

Waar vindt de integratie van het reflexsignaal plaats?

In het ruggenmerg.

Wat zijn de twee hoofdcomponenten van een reflexboog?

Afferente en efferente zenuwen.

Waarbij zijn reflexen nuttig?

Reflexen helpen bij het snel reageren op gevaarlijke situaties.

Waar is een reflex niet afhankelijk van?

De hersenen; reflexen zijn autonome reacties.

Waar wordt de effector meestal aangetroffen?

In spieren of klieren.

Wat gebeurt er als de receptor prikkels waarneemt?

De receptor genereert een zenuwimpuls die naar het ruggenmerg gaat.

Soorten Reflexen(16)

Wat zijn aangeboren reflexen?

Reflexen die vanaf de geboorte aanwezig zijn, zoals zuigreflex en knipperreflex.

Wat zijn aangeleerde reflexen?

Reflexen die ontwikkeld worden door ervaring, zoals het leren fietsen.

Geef een voorbeeld van een spierre reflex.

De kniepeesreflex: wanneer de kniepees wordt aangeslagen, strekt het been automatisch.

Waarvoor dient de pupilreflex?

De pupilreflex reguleert de hoeveelheid licht die het oog binnenkomt.

Waar vindt een reflexboog plaats?

In het ruggenmerg, zonder tussenkomst van de hersenen.

Wat is de functie van de terugtrekreflex?

Om het lichaam te beschermen tegen schadelijke prikkels, zoals hitte.

Vul de lege plek in: De _______ reflex helpt bij het evenwicht.

vestibulaire

Wat is een voorbeeld van een reflex die door de hersenen kan worden beïnvloed?

De hoestreflex: kan worden onderdrukt of opgewekt.

Is de reflex boog een bewuste actie?

Onjuist. Het is een onbewuste reactie.

Wat is de rol van sensorische neuronen in reflexen?

Ze geleiden prikkels van zintuigen naar het centrale zenuwstelsel.

Geef een voorbeeld van een autonomische reflex.

De hartslagreflex: reguleert de hartslag afhankelijk van de situatie.

Wat is de functie van de zweetreflex?

Om de lichaamstemperatuur te reguleren door transpiratie.

Wat gebeurt er bij een reflex?

Een prikkel activeert een snelle, onbewuste reactie zonder hersenparticipatie.

Verschil tussen reflexen en bewuste reacties?

Reflexen zijn snel en onbewust; bewuste reacties zijn traag en vereisen nadenken.

Noem een reflex die met de huid te maken heeft.

De krampreflex: trekt spieren samen bij pijnprikkel.

Wat is de functie van de slikreflex?

Deze reflex helpt bij het doorslikken van voedsel en drinken.

Mechanismen van Reflexen(16)

Wat is een reflexboog?

Een reflexboog is het pad dat een zenuwimpuls volgt bij een reflexreactie. Het omvat meestal een sensor, een zenuw, een synaps en een effector.

Vul in: Een reflexboog begint met een __________.

prikkel

Waarom zijn reflexen snel?

Reflexen zijn snel omdat ze via een directe route naar het ruggenmerg gaan en niet eerst naar de hersenen.

Wat gebeurt er bij een pijnreflex?

Bij een pijnreflex wordt een pijnprikkel snel omgezet in een motorische reactie, waardoor je je hand snel van een hete bron wegtrekt.

Waar of niet waar: Reflexen zijn altijd bewust.

Niet waar. Reflexen zijn onbewuste reacties op prikkels.

Noem een voorbeeld van een reflexboog.

Bij de kniereflex wordt de knieholte gestimuleerd, waardoor de voet automatisch omhoog gaat.

Wat is de functie van een effector in een reflexboog?

De effector voert de reactie uit, bijvoorbeeld een spier die samentrekt.

Wat zijn de twee hoofdcomponenten van een reflexboog?

Sensor en effector.

Vul in: In een reflexboog communiceert de _________ met de effector.

motorische zenuw

Wat is het verschil tussen een reflex en een vrijwillige beweging?

Een reflex is automatisch en snel, terwijl een vrijwillige beweging bewust en gecontroleerd is.

Bij welke reflex wordt de knieschijf getest?

Bij de patella-reflex.

Hoe wordt een reflex geïnitieerd?

Door een externe prikkel, zoals pijn, druk of temperatuur.

Vul in: Reflexbogen zijn essentieel voor __________.

snelle reacties op gevaar.

Wat is de rol van sensorische neuronen in een reflexboog?

Sensorische neuronen geleiden prikkels van de zintuigen naar het ruggenmerg.

Wat doet de synaps in een reflexboog?

De synaps zorgt voor de communicatie tussen neuronen, waar de zenuwimpuls wordt doorgegeven.

Noem twee soorten reflexen.

Oogknipperreflex en kniereflex.

Toepassingen en Voorbeelden(16)

Wat is een kniepeesreflex?

Een reflex waarbij de kniepees wordt gestimuleerd, wat leidt tot het strekken van het been.

Geef een voorbeeld van een beschermende reflex.

Bijvoorbeeld: het terugtrekken van je hand bij een hete kookplaat.

Eten en slikken is een voorbeeld van?

Een complexe reflex die zorgt voor de voortgang van voedsel in het spijsverteringskanaal.

Waarvoor dient de pupilreflex?

Om de hoeveelheid licht die het oog binnenkomt te reguleren en schade aan het netvlies te voorkomen.

Waar gebeurt de reflexboog?

In het centrale zenuwstelsel, vaak in het ruggenmerg.

Waarvoor is een reflex belangrijk?

- Bescherming - Snelheid van reactie - Automatische responsen

Vul de lege ruimte in: Reflexen zijn ________.

automatische reacties op prikkels.

Wat gebeurt er bij een felle lichtprikkel?

De pupil vernauwt om het netvlies te beschermen tegen overmatige lichtinval.

Wat is het effect van een schrikreflex?

Verhoogde hartslag en snelle spieractivatie, wat helpt om te vluchten of te vechten.

Wat is een voorbeeld van een aangeleerde reflex?

Bijvoorbeeld: het snel reageren op een alarmgeluid.

Klopt het dat reflexen altijd snel zijn?

Waar, reflexen gaan veel sneller dan bewuste reacties.

Welke rol spelen reflexen bij sporten?

Ze verbeteren snelheid en coördinatie, bijvoorbeeld bij het ontwijken van een bal.

Hoe werkt de hand-zuigreflex bij baby's?

De baby pakt instinctief alles wat de handpalm raakt, belangrijk voor voeding.

Geef een voorbeeld van een reflex bij dieren.

Een kat die snel zijn staart omdraait bij een plotseling geluid.

Vergelijk kniepeesreflex en kuitreflex.

Kniepeesreflex is voor strekken, kuitreflex voor buigen van de voet.

Waarom is de reflexboog nuttig?

Maakt snelle reacties mogelijk zonder tussenkomst van de hersenen.

Vragen in deze set(64)

1. Wat is de functie van de afferente zenuw in een reflexboog?

A.Verstuur informatie van de receptor naar het centrale zenuwstelsel.
B.Voer de reactie uit op de prikkel.
C.Ontvang informatie van de hersenen.
D.Verbind de spieren met de zenuwen.

2. Wat gebeurt er bij het uitrekken van de kniepees?

A.De knie strektt automatisch.
B.De voet buigt naar beneden.
C.De heup verheft zich.
D.De enkel draait naar binnen.

3. Wat is het eerste onderdeel van een reflexboog?

A.prikkel
B.effector
C.motorische zenuw
D.synaps

4. Wat zijn aangeboren reflexen?

A.Reflexen die vanaf de geboorte aanwezig zijn.
B.Reflexen die alleen door oefening ontstaan.
C.Reflexen die altijd bewust zijn.
D.Reflexen die alleen bij volwassenen voorkomen.

5. Welke van de volgende opties is NIET een onderdeel van een reflexboog?

A.Receptor
B.Afferenete zenuw
C.Hersenen
D.Effector

6. Welke reflex helpt om je hand terug te trekken van een hete vloer?

A.Schrikreflex
B.Pupilreflex
C.Beschermende reflex
D.Zweefreflex

7. Welke van de volgende is GEEN onderdeel van een reflexboog?

A.sensor
B.motorische zenuw
C.effector
D.hersenstam

8. Wat is een voorbeeld van een aangeleerde reflex?

A.De zuigreflex
B.De kniepeesreflex
C.Het leren fietsen
D.De pupilreflex

9. Wat is de rol van de effector in een reflexboog?

A.Detecteert prikkels.
B.Maakt de zenuwimpulsen aan.
C.Voert de reactie uit.
D.Verwerkt het inkomende signaal.

10. Wat is een voorbeeld van een reflex die belangrijk is bij het eten?

A.Hand-zuigreflex
B.Kniepeesreflex
C.Pupilreflex
D.Schrikreflex

11. Waarom is de kniereflex een belangrijke test?

A.Het test de kracht van de bovenbeen spier.
B.Het controleert de functie van het ruggenmerg.
C.Het toont de snelheid van gedachtensnelheid.
D.Het meet de flexibiliteit van de knie.

12. Welke reflex helpt het lichaam beschermen tegen hitte?

A.De terugtrekreflex
B.De slikreflex
C.De zweetreflex
D.De hartslagreflex

13. Waar vindt de synaps plaats in een reflexboog?

A.In het ruggenmerg.
B.In de hersenen.
C.In de receptor.
D.In de effector.

14. Wat reguleert de pupilreflex?

A.De hartslag
B.De spierspanning
C.De lichtinval in het oog
D.De ademhaling

15. Wat is de rol van de effector in een reflexboog?

A.Het ontvangt de prikkel.
B.Het voert de reactie uit.
C.Het transporteert de zenuwimpuls.
D.Het activeert de sensor.

16. Wat is de functie van de pupilreflex?

A.Reguleert de hartslag.
B.Reguleert de hoeveelheid licht in het oog.
C.Versterkt de spierkracht.
D.Verbetert het evenwicht.

17. Wat gebeurt er als de receptor een prikkel waarneemt?

A.Het signaal wordt genegeerd.
B.De receptor genereert een zenuwimpuls.
C.De hersenen geven een bevel.
D.De afferente zenuw stopt met functioneren.

18. Waar komt de reflexboog samen?

A.In de hersenen
B.In het ruggenmerg
C.In de ogen
D.In de spieren

19. Welke reflex is een voorbeeld van een beschermende reflex?

A.Knie-reflex
B.Oogknipperreflex
C.Zich omdraaien bij een geluid
D.Hartslag verhoging bij inspanning

20. Waar vindt een reflexboog plaats?

A.In de hersenen.
B.In het ruggenmerg.
C.In de longen.
D.In de huid.

21. Waarom zijn reflexen snel?

A.Omdat ze altijd de hersenen nodig hebben.
B.Omdat ze via het ruggenmerg gaan.
C.Omdat ze nooit een effector nodig hebben.
D.Omdat ze altijd lang duren.

22. Wat is een functie van reflexen?

A.Langzame verwerking van informatie
B.Automatische reacties op prikkels
C.Verhoogde hersenactiviteit
D.Complexe denkprocessen

23. Wat gebeurt er met de motorische zenuw tijdens een reflex?

A.Het vertraagt communicatie.
B.Het voert de prikkel naar de hersenen.
C.Het activeert de effector.
D.Het ontvangt informatie van de sensor.

24. Wat is de rol van sensorische neuronen in reflexen?

A.Ze geleiden prikkels van spieren naar de hersenen.
B.Ze geleiden prikkels van zintuigen naar het centrale zenuwstelsel.
C.Ze reguleren de hartslag.
D.Ze produceren hormonen.

25. Waar is een reflex nuttig voor?

A.Bij het leren van nieuwe vaardigheden.
B.Bij het snel reageren op gevaarlijke situaties.
C.Bij het maken van complexe beslissingen.
D.Bij het onthouden van informatie.

26. Vul de lege ruimte in: Reflexen zijn ________.

A.bewuste handelingen
B.automatische reacties
C.langzame reacties
D.complexe processen

27. Vul in: Reflexbogen zijn belangrijk voor __________.

A.langzame reacties
B.acceleratie van spieren
C.snelle reacties op gevaar
D.overdrachten van gedachten

28. Wat gebeurt er bij een reflex?

A.Een prikkel activeert een snelle, onbewuste reactie.
B.De hersenen sturen een bewuste actie.
C.Het lichaam denkt na alvorens te reageren.
D.Er is altijd een pijnprikkel nodig.

29. Wat is de functie van het ruggenmerg in een reflexboog?

A.Het verwerkt inkomende signalen en stuurt een reactie terug.
B.Het ontvangt geen signalen.
C.Het is de primaire plaats voor geheugenopslag.
D.Het reguleert de bloeddruk.

30. Wat gebeurt er met de pupil bij fel licht?

A.De pupil vergroot.
B.De pupil vernauwt.
C.De pupil blijft gelijk.
D.De pupil flikkert.

31. Wat is een kenmerk van reflexen?

A.Ze zijn altijd bewust.
B.Ze zijn altijd onbewust.
C.Ze zijn altijd traag.
D.Ze zijn altijd vrijwillig.

32. Wat is een voorbeeld van een autonomische reflex?

A.De kniepeesreflex.
B.De hartslagreflex.
C.De zweetreflex.
D.De slikreflex.

33. Wat gebeurt er bij een reflex waarbij je hand terugtrekt van een hete voorwerp?

A.De hersenen sturen het signaal.
B.De receptor detecteert de warmte en genereert een zenuwimpuls.
C.Er is geen effector betrokken.
D.Het ruggenmerg negeert de prikkel.

34. Wat veroorzaakt een schrikreflex?

A.Langzame spieractivatie.
B.Hogere hartslag en snelle spieractivatie.
C.Verlies van bewustzijn.
D.Vertraagde reacties.

35. Bij een pijnreflex, waar gaat de zenuwimpuls naartoe?

A.Naar de hersenen
B.Naar het ruggenmerg
C.Naar de effector
D.Naar de synaps

36. Wat is de functie van de zweetreflex?

A.Om het lichaam te beschermen tegen kou.
B.Om de lichaamstemperatuur te reguleren.
C.Om pijn te verlichten.
D.Om de spijsvertering te verbeteren.

37. Wat vindt er plaats in het ruggenmerg tijdens een reflex?

A.Integratie van het reflexsignaal.
B.Verwerking van complexe gedachten.
C.Afgifte van hormonen.
D.Verlenging van zenuwen.

38. Wat is een voorbeeld van een aangeleerde reflex?

A.Snel reageren op een alarmgeluid.
B.De kniepeesreflex.
C.De hand-zuigreflex.
D.De pupilreflex.

39. Wat is het verschil tussen een reflex en een vrijwillige beweging?

A.Reflexen zijn sneller.
B.Reflexen zijn altijd bewust.
C.Vrijwillige bewegingen zijn onbewust.
D.Reflexen vinden altijd plaats in de hersenen.

40. Welk type reflex is altijd onbewust?

A.Reflexen.
B.Bewuste reacties.
C.Aangeleerde reacties.
D.Gevoelsreacties.

41. Welke zenuwen zijn betrokken bij het uitvoeren van een reflex?

A.Afferente en efferente zenuwen.
B.Alle zenuwen in het lichaam.
C.Enkel motorische zenuwen.
D.Enkel sensorische zenuwen.

42. Klopt het dat reflexen altijd snel zijn?

A.Ja, ze zijn altijd snel.
B.Nee, ze kunnen langzaam zijn.
C.Soms zijn ze langzaam.
D.Ze zijn afhankelijk van de situatie.

43. Noem een voorbeeld van een sensor in een reflexboog.

A.Spier
B.Zintuiglijke cel
C.Motorische zenuw
D.Synaps

44. Vul de lege plek in: De _______ reflex helpt bij het evenwicht.

A.zweetreflex.
B.vestibulaire.
C.kniepeesreflex.
D.hoestreflex.

45. Welke van de volgende beweringen is waar over reflexen?

A.Ze zijn altijd bewust.
B.Ze zijn autonome reacties.
C.Ze vereisen altijd meerdere synapsen.
D.Ze zijn altijd langzaam.

46. Welke rol spelen reflexen in de sport?

A.Ze verbeteren de snelheid en coördinatie.
B.Ze vertragen de reactie.
C.Ze zijn irrelevant.
D.Ze verminderen de kracht.

47. Wat gebeurt er in de synaps van een reflexboog?

A.De prikkel wordt ontvangen.
B.De zenuwimpuls wordt doorgegeven.
C.De effector wordt geactiveerd.
D.De reflex wordt vertraagd.

48. Wat gebeurt er bij de hoestreflex?

A.Het lichaam reageert automatisch zonder bewustzijn.
B.Je kunt de reflex niet onderdrukken.
C.Het is een aangeboren reflex.
D.Het is een reflex die kan worden beïnvloed door de hersenen.

49. Wat is de eerste stap in een reflexboog?

A.De effector reageert.
B.De receptor detecteert een prikkel.
C.Het ruggenmerg verwerkt de informatie.
D.De afferente zenuw stuurt het signaal.

50. Hoe werkt de hand-zuigreflex bij baby's?

A.De baby pakt instinctief alles wat de handpalm raakt.
B.De baby schudt zijn hoofd.
C.De baby opent zijn ogen.
D.De baby draait weg.

51. Wat is de functie van sensorische neuronen in een reflexboog?

A.Ze voeren de reactie uit.
B.Ze geleiden prikkels naar het ruggenmerg.
C.Ze zijn verantwoordelijk voor de synaps.
D.Ze verhogen spierkracht.

52. Noem een reflex die met de huid te maken heeft.

A.De slikreflex.
B.De knipperreflex.
C.De krampreflex.
D.De pupilreflex.

53. Wat is een voorbeeld van een effector?

A.Een zenuw.
B.Een spier.
C.Een receptor.
D.Een synaps.

54. Geef een voorbeeld van een reflex bij dieren.

A.Een kat die zijn staart omdraait bij een plotseling geluid.
B.Een hond die gaat zitten op commando.
C.Een vogel die zingt.
D.Een vis die zwemt.

55. Bij welke reflex wordt de hand automatisch teruggetrokken?

A.Knie-reflex
B.Pijnreflex
C.Oogknipperreflex
D.Zijwaartse reflex

56. Wat is de functie van de slikreflex?

A.Om voedsel te verteren.
B.Om het doorslikken van voedsel te vergemakkelijken.
C.Om het voelen van smaak te verbeteren.
D.Om de ademhaling te reguleren.

57. Welk van de volgende is een belangrijk kenmerk van reflexen?

A.Ze zijn altijd vrijwillig.
B.Ze zijn snel en automatisch.
C.Ze vereisen veel oefening.
D.Ze zijn altijd afhankelijk van de hersenen.

58. Vergelijk kniepeesreflex en kuitreflex.

A.Kniepeesreflex is voor strekken, kuitreflex is voor buigen.
B.Ze zijn identiek.
C.Kuitreflex is sneller.
D.Kniepeesreflex is voor buigen.

59. Vul in: In een reflexboog communiceert de _________ met de sensor.

A.motorische zenuw
B.sensorische zenuw
C.effector
D.synaps

60. Wat is een verschil tussen reflexen en bewuste reacties?

A.Reflexen zijn langzaam, bewuste reacties zijn snel.
B.Reflexen zijn snel, bewuste reacties zijn traag.
C.Reflexen zijn altijd pijnlijk, bewuste reacties niet.
D.Reflexen vereisen altijd nadenken.

61. Wat beschrijft het beste de functie van een receptor in een reflexboog?

A.Detecteert prikkels en genereert zenuwimpulsen.
B.Verbindt het ruggenmerg met de effector.
C.Verwerkt signalen in de hersenen.
D.Stuurt signalen naar de afferente zenuwen.

62. Waarom is de reflexboog nuttig?

A.Het vertraagt de reactie.
B.Het maakt snelle reacties mogelijk.
C.Het maakt reflexen ingewikkeld.
D.Het heeft geen functie.

63. Wat is de juiste volgorde van de stappen in een reflexboog?

A.Sensor - Ruggenmerg - Effector
B.Ruggenmerg - Effector - Sensor
C.Effector - Sensor - Ruggenmerg
D.Sensor - Effector - Ruggenmerg

64. Welke van de volgende reflexen wordt beschouwd als een aangeleerde reflex?

A.Fietsen
B.Zuigen
C.Knipperen
D.Strekken

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.