Energiestroom en ecologische piramides samenvatting

Een samenvatting van energiestromen en ecologische piramides voor eindexamenbiologie. Deze kaartjes helpen bij het begrijpen van belangrijke concepten, processen en vragen die relevant zijn voor het examen.

KoalaZoe4·24 flashcards·24 vragen
eindexamenbiologyecology
0
Ken ik
1 / 24
0
Aan het leren
Voorkant

Wat is een voedselketen?

Tik om om te draaien
Achterkant

Een voedselketen toont de volgorde van energieoverdracht tussen organismen. Begint met producenten, gevolgd door consumenten en eindigt bij reducenten.

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(24 vragen)

Vraag 1 van 24

1. Wat is de functie van producenten in een voedselketen?

Termen in deze set(24)

Energie en voedselketens(12)

Wat is een voedselketen?

Een voedselketen toont de volgorde van energieoverdracht tussen organismen. Begint met producenten, gevolgd door consumenten en eindigt bij reducenten.

Producenten zijn?

Organismen die hun eigen voedsel maken via fotosynthese of chemosynthese. Voorbeeld: planten.

Wat zijn consumenten?

Organismen die andere organismen eten voor energie. Valt in primaire, secundaire en tertiaire consumenten.

Primair vs. secundair consument

- Primair: eet producenten (bijv. herbivoren). - Secundair: eet primaire consumenten (bijv. carnivoren).

Wat zijn reducenten?

Organismen die dode materie afbreken en voedingsstoffen terugbrengen in de bodem. Voorbeeld: schimmels en bacteriën.

Waaruit bestaat een trofisch niveau?

Een trofisch niveau is een schakel in een voedselketen, zoals producenten, consumenten of reducenten.

Invloed van energieverlies op voedselketens?

Energieverlies door warmte en stofwisseling vermindert het beschikbare energie voor hogere trofische niveaus.

Wat is de energiestroom?

De energiestroom is de overdracht van energie van de ene schakel naar de andere in een voedselketen.

Formule voor energie-efficiëntie?

Eeff=fracEbeschikbaarEgeproduceerd×100 %\displaystyle E_{eff} = \\frac{E_{beschikbaar}}{E_{geproduceerd}} \times 100\,\%

Waar komt energie in voedselketens vandaan?

Energie komt vooral van de zon, die door producenten wordt omgezet in chemische energie.

Wat is een trophische piramide?

Een grafische weergave van de biomassa of energie op verschillende trofische niveaus. Basis is de grootste biomassa.

Invloed van biodiversiteit op energiestroom?

Hogere biodiversiteit leidt tot een stabielere energiestroom door diversere voedselrelaties. Dit versterkt ecosystemen.

Ecologische piramides(12)

Wat is een ecologische piramide?

Een ecologische piramide is een grafische weergave van de aantallen, biomassa of energie in verschillende trofische niveaus van een ecosysteem.

Vul de lege plek in: In een ecologische piramide nemen ________ af naarmate je hoger gaat.

De aantallen en biomassa.

Waarvoor staat de basis van de ecologische piramide?

De basis staat voor producenten, zoals planten, die de meeste energie en biomassa hebben.

Waaruit bestaat de tweede laag van de ecologische piramide?

De tweede laag bestaat uit herbivoren, de planteneters, die energie van producenten gebruiken.

Waaruit bestaat de derde laag van de ecologische piramide?

De derde laag bestaat uit carnivoren, de vleeseters, die herbivoren consumeren.

Hoeveel procent energie gaat doorgaans verloren tussen niveaus?

Ongeveer 90% van de energie gaat verloren door ademhaling, warmte en onverteerbare delen.

Waar in de piramide bevinden zich de toppredators?

Toppredators bevinden zich aan de top van de ecologische piramide.

Waarvoor wordt de term biomassa gebruikt?

Biomassa verwijst naar de totale hoeveelheid biologische materie in een bepaald gebied.

Waar of niet waar: De piramide van aantallen kan omgekeerd zijn.

Waar, bijvoorbeeld in een boom waar één boom veel insecten ondersteunt.

Wat is het effect van het verwijderen van producenten?

Het verwijderen van producenten leidt tot een instorting van het ecosysteem en verlies van biodiversiteit.

Vergelijk producenten en consumenten in een ecologische piramide.

Producenten maken energie aan via fotosynthese; consumenten verkrijgen energie door andere organismen te eten.

Geef een voorbeeld van een ecologische piramide in Nederland.

Een voorbeeld is een piramide met gras als producent, konijnen als herbivoren, en vossen als carnivoren.

Vragen in deze set(24)

1. Wat is de functie van producenten in een voedselketen?

A.Zij maken hun eigen voedsel.
B.Zij eten andere organismen.
C.Zij breken dode materie af.
D.Zij zijn het hoogste trofische niveau.

2. Wat geeft de ecologische piramide aan?

A.De verdeling van energie en biomassa in trofische niveaus.
B.De temperatuur en luchtvochtigheid in een ecosysteem.
C.De snelheid van de fotosynthese van planten.
D.De soortenrijkdom in een gebied.

3. Wie zijn de primaire consumenten?

A.Organismen die planten eten.
B.Organismen die vlees eten.
C.Organismen die zowel planten als vlees eten.
D.Organismen die dode materie afbreken.

4. Wat gebeurt er met de biomassa als je omhoog gaat in de ecologische piramide?

A.Deze neemt af.
B.Deze blijft gelijk.
C.Deze neemt toe.
D.Deze fluctueert zonder vaste trend.

5. Wat beschrijft een trofische piramide?

A.De energieverhouding in een ecosysteem.
B.De hoeveelheid voedsel die door consumenten wordt gegeten.
C.De hiërarchie van schalen in een voedselketen.
D.De verschillende soorten producenten.

6. Wie staat er aan de basis van de ecologische piramide?

A.Producenten zoals planten.
B.Carnivoren zoals wolven.
C.Omnivoren zoals mensen.
D.Herbivoren zoals konijnen.

7. Wat is de rol van reducenten?

A.Zij zetten zonlicht om in energie.
B.Zij eten primaire consumenten.
C.Zij breken dode organische materie af.
D.Zij produceren voedsel voor anderen.

8. Wat zijn herbivoren in de ecologische piramide?

A.Organismen die planten eten.
B.Organismen die andere dieren eten.
C.Organismen die zowel planten als dieren eten.
D.Organismen die geen voeding opnemen.

9. Wat is een voorbeeld van een secundaire consument?

A.Een plant.
B.Een mossel.
C.Een konijn.
D.Een vos.

10. Wat is een voorbeeld van een ecologische piramide in Nederland?

A.Een piramide met gras, konijnen en vossen.
B.Een piramide met schapen, koeien en mensen.
C.Een piramide met bomen, paddenstoelen en insecten.
D.Een piramide met zeeleven, zoals zeewier en zeehonden.

11. Welk proces komt vooral voor bij producenten?

A.Fotosynthese.
B.Chemosynthese.
C.Verbranding van glucose.
D.Afbraak van organisch materiaal.

12. Welk percentage van de energie gaat doorgaans verloren tussen de trofische niveaus?

A.Ongeveer 90%.
B.Ongeveer 50%.
C.Ongeveer 10%.
D.Ongeveer 30%.

13. Wat is energieverlies in een voedselketen?

A.Energie die verloren gaat als warmte.
B.Energie die door producenten niet wordt gebruikt.
C.Energie die wordt opgeslagen in de bodem.
D.Energie die door reducenten wordt geproduceerd.

14. Waar bevinden zich toppredators in de ecologische piramide?

A.Aan de top van de piramide.
B.Aan de basis van de piramide.
C.In het midden van de piramide.
D.Overal verspreid in de piramide.

15. Wat is de formule voor energie-efficiëntie?

A.E_{eff} = E_{beschikbaar} / E_{geproduceerd} × 100%
B.E_{eff} = E_{geproduceerd} / E_{beschikbaar} × 100%
C.E_{eff} = E_{verloren} / E_{totaal} × 100%
D.E_{eff} = E_{totale energie} / E_{verlies} × 100%

16. Waarvoor wordt de term biomassa gebruikt?

A.De totale hoeveelheid biologische materie in een gebied.
B.De totale energieproductie van een ecosysteem.
C.De diversiteit van soorten in een ecosysteem.
D.De snelheid van de energieoverdracht.

17. Welk van de volgende is GEEN trofisch niveau?

A.Producenten.
B.Primaire consumenten.
C.Secundaire consumenten.
D.Ecosysteem.

18. Wat is het effect van het verwijderen van producenten uit een ecosysteem?

A.Het ecosysteem kan instorten.
B.Er ontstaat meer biodiversiteit.
C.Er is geen significant effect.
D.De consumenten zullen zich aanpassen.

19. Hoe beïnvloedt biodiversiteit de energiestroom?

A.Het vermindert de energiestroom.
B.Het stabiliseert de energiestroom.
C.Het heeft geen invloed.
D.Het verhoogt de energiestroom alleen in de zomer.

20. Vergelijk producenten en consumenten in een ecologische piramide. Wat is juist?

A.Producenten maken energie aan via fotosynthese; consumenten verkrijgen energie door andere organismen te eten.
B.Consumenten maken energie aan; producenten verkrijgen energie door te eten.
C.Producenten en consumenten zijn hetzelfde.
D.Producenten leven alleen op het land; consumenten alleen in het water.

21. Wat is de primaire bron van energie in voedselketens?

A.De zon.
B.De aarde.
C.Water.
D.Lucht.

22. Waar of niet waar: De piramide van aantallen kan omgekeerd zijn?

A.Waar.
B.Niet waar.
C.Alleen in waterecosystemen.
D.Alleen in droge ecosystemen.

23. Wat gebeurt er met de energie die niet wordt doorgegeven naar het volgende trofische niveau?

A.Het wordt opgeslagen in organismen.
B.Het wordt omgezet in nieuwe soorten.
C.Het gaat verloren als warmte.
D.Het verhoogt de biomassa van het volgende niveau.

24. Wat is de rol van consumenten in een ecologische piramide?

A.Ze zetten zonlicht om in energie.
B.Ze eten producenten of andere consumenten.
C.Ze breken organisch materiaal af.
D.Ze verhogen de biomassa van producenten.

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.