Eindexamen selectie

Eindexamen voorbereiding voor het onderwerp 'Eindexamen selectie' binnen de biologie, met focus op evolutie.

Moth33·22 flashcards·18 vragen
eindexamenbiologyevolution
0
Ken ik
1 / 22
0
Aan het leren
Voorkant

Wat is natuurlijke selectie?

Tik om om te draaien
Achterkant

Een proces waarbij organismen met gunstige eigenschappen beter overleven en zich voortplanten.

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(18 vragen)

Vraag 1 van 18

1. Wat is de belangrijkste oorzaak van evolutie?

Termen in deze set(22)

Wat is natuurlijke selectie?

Een proces waarbij organismen met gunstige eigenschappen beter overleven en zich voortplanten.

Definitie van evolutie.

Het proces waarbij soorten zich ontwikkelen en veranderen over generaties door natuurlijke selectie en genetische variatie.

Wie ontwikkelde de theorie van de evolutie?

Charles Darwin, in zijn werk 'On the Origin of Species' uit 1859.

Wat is genetische drift?

Een willekeurige verandering in de frequentie van genen in een populatie, vooral in kleine populaties.

Verschil tussen micro-evolutie en macro-evolutie.

Micro-evolutie betreft kleine veranderingen binnen een soort, macro-evolutie betreft grote veranderingen die leiden tot nieuwe soorten.

Wat is adaptatie?

Een aanpassing van een organisme aan zijn omgeving, die zijn overlevingskansen vergroot.

Wat is convergente evolutie?

Wanneer verschillende soorten vergelijkbare eigenschappen ontwikkelen door gelijke milieudruk, niet door gemeenschappelijke afstamming.

Wat zijn fossielen?

Overblijfselen of sporen van organismen die in het verleden leefden en helpen bij het bestuderen van evolutie.

Wat is een homologe structuur?

Structuren die vergelijkbaar zijn vanwege gemeenschappelijke afstamming, ondanks verschillende functies.

Voorbeeld van een homologe structuur.

De voorpoten van zoogdieren, zoals de arm van een mens en de vleugel van een vleermuis.

Wat is een analoge structuur?

Structuren die vergelijkbare functies hebben maar verschillende evolutionaire oorsprongen.

Wat is een soort?

Een groep organismen die zich onderling kunnen voortplanten en vruchtbare nakomelingen kunnen voortbrengen.

Wat is speciëatie?

Het proces waarbij nieuwe soorten ontstaan, vaak door isolatie of genetische veranderingen.

Wat zijn biogeografische gegevens?

Informatie over de verspreiding van soorten over de aarde, wat bewijs biedt voor evolutie.

Wat zijn DNA-sequenties?

De volgorde van nucleotiden in een DNA-molecuul, die gebruikt wordt om verwantschap tussen soorten te onderzoeken.

Wat is het belang van biodiversiteit?

Biodiversiteit zorgt voor veerkracht in ecosystemen en biedt bronnen voor voedsel, medicijnen en andere levensbehoeften.

Wat betekent 'survival of the fittest'?

De theorie dat de individuen die het beste zijn aangepast aan hun omgeving, de meeste nakomelingen zullen hebben.

Wat is een genotype?

De genetische samenstelling van een individu, die invloed heeft op zijn fenotype.

Wat is een fenotype?

De uiterlijke verschijningsvorm van een individu, als resultaat van genetica en omgevingsfactoren.

Wat is co-evolutie?

Het proces waarbij twee of meer soorten elkaar beïnvloeden in hun evolutionaire ontwikkeling.

Wat zijn endemische soorten?

Soorten die specifiek zijn voor een bepaald geografisch gebied en nergens anders voorkomen.

Wat zijn bedreigde soorten?

Soorten die in gevaar zijn om uit te sterven door habitatverlies, jacht en andere menselijke activiteiten.

Vragen in deze set(18)

1. Wat is de belangrijkste oorzaak van evolutie?

A.Natuurlijke selectie
B.Genetische drift
C.Mutaties
D.Alle bovenstaande

2. Wat gebeurt er bij isolatie?

A.Populaties evolueren samen
B.Soorten kunnen zich niet voortplanten
C.Soorten worden groter
D.Genetische variatie neemt af

3. Wat typeert divergentie?

A.Soorten worden meer gelijk
B.Soorten worden meer verschillend
C.Soorten verdwijnen
D.Soorten migreren

4. Wat is het doel van kunstmatige selectie?

A.Natuurlijke evolutie bevorderen
B.Specifieke eigenschappen selecteren
C.Genetische variatie verminderen
D.Populaties isoleren

5. Wat is een voorbeeld van analoge structuren?

A.Vleugels van vogels en vleermuizen
B.Voorpoten van zoogdieren
C.Ogen van mensen en octopussen
D.Staarten van vissen en reptielen

6. Is het waar dat fossielen enkel in sedimentaire gesteenten gevonden worden?

A.Ja
B.Nee
C.Soms
D.Altijd

7. Wat is het effect van een kleine populatie op genetische variatie?

A.Verhoogt variété
B.Verlaagt variété
C.Heeft geen effect
D.Verhoogt reproductie

8. Wat is de rol van mutaties in evolutie?

A.Ze veroorzaken alleen ziektes
B.Ze zijn altijd schadelijk
C.Ze creëren genetische variatie
D.Ze hebben geen invloed

9. Wat is de basis van de hypothese van de endosymbiose?

A.Eencellige organismen zijn ontstaan uit meercellige
B.Eencellige organismen leven samen met meercellige
C.Eukaryoten zijn ontstaan uit prokaryoten
D.Prokaryoten zijn ontstaan uit eukaryoten

10. Wat zijn 'survivors' in het evolutieproces?

A.Dood organismen
B.Organismen die zich niet voortplanten
C.Organismen die zich voortplanten
D.Organismen die zich isoleren

11. Wat is een kenmerk van convergente evolutie?

A.Gelijke leefomgevingen
B.Diverse genen
C.Verschillende afkomsten
D.Alle bovenstaande

12. Is het waar dat alle levende organismen van een gemeenschappelijke voorouder afstammen?

A.Ja
B.Nee
C.Soms
D.Afhankelijk van het soort

13. Wat gebeurt er bij een 'flessenhals-effect'?

A.Alle genen verdwijnen
B.Genetische variatie neemt toe
C.De populatie krimpt drastisch
D.Er ontstaan nieuwe soorten

14. Wat is het gevolg van habitatverlies voor soorten?

A.Verhoogde biodiversiteit
B.Verlies van biodiversiteit
C.Geen effect
D.Nieuwe soorten ontstaan

15. Wat zijn fossiele brandstoffen?

A.Herkenbare fossielen
B.Afgestorven organismen
C.Energiebronnen van fossielen
D.Niets van bovenstaande

16. Wat is de rol van ecosysteemdiensten in evolutie?

A.Verhoogt soortoverleving
B.Beperkt genetische variatie
C.Vraagt om invasieve soorten
D.Alle bovenstaande

17. Wat zijn invasieve soorten?

A.Soorten die uitsterven
B.Buitenlandse soorten die schade aanrichten
C.Zeldzame inheemse soorten
D.Alle bovenstaande

18. Wat is het gevolg van klimaatverandering voor evolutie?

A.Geen effect
B.Verlies van biodiversiteit
C.Toename van soorten
D.Verandert alleen in het water

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.