Eindexamen: Niche en habitat
Studiekaarten over niche en habitat in de biologie, gericht op eindexamenvoorbereiding. Handige vragen en antwoorden om de belangrijke concepten te begrijpen.
Quiz(48 vragen)
1. Wat beschrijft het fenomeen waarbij twee verschillende soorten samenleven en elkaar ten goede komen?
Termen in deze set(48)
Basisprincipes van Niche en Habitat(16)
Wat is een habitat?
Een habitat is de specifieke omgeving waarin een organisme leeft. Dit omvat factoren zoals voedsel, water, klimaat en schuilplaatsen.
Wat is een niche?
Een niche is de rol of functie van een organisme in zijn ecosysteem, inclusief zijn interacties met andere organismen en de omgeving.
Verschil tussen habitat en niche?
Habitat: fysieke omgeving. Niche: rol in ecosystemen.
Waaruit bestaat een habitat?
Bijvoorbeeld: lucht, water, bodem, planten, andere dieren.
Waarvoor staat de term 'fundamentele niche'?
De fundamentele niche is het volledige bereik van omstandigheden waaronder een soort kan overleven en zich kan voortplanten.
Waarvoor staat de term 'reële niche'?
De reële niche is het daadwerkelijke bereik van omstandigheden waarin een soort leeft, rekening houdend met concurrentie en andere interacties.
Welke factoren beïnvloeden een habitat?
Klimaat, voedselbeschikbaarheid, predatoren, concurrentie, en menselijke activiteit.
Wat zijn abiotische factoren?
Niet-levende elementen in een habitat, zoals temperatuur, licht, water en bodemtype.
Wat zijn biotische factoren?
Levende elementen in een habitat, zoals andere organismen, planten, en schimmels.
Wat gebeurt er bij habitatverlies?
Organismen verliezen hun thuisbasis, wat leidt tot afname van populaties en biodiversiteit.
Vul de lege plaats in: Een organismen kan zijn niche ____ aanpassen.
veranderen, door verschillende strategieën en gedragingen.
Waarvoor dient de niche in een ecosysteem?
Het helpt bij het bepalen van de rol van een organisme en bevordert biodiversiteit.
Hoe beïnvloedt concurrentie de niche?
Concurrentie kan leiden tot niche-partitionering, waarbij soorten verschillende niches innemen om samen te kunnen leven.
Waar komt een soort voor in zijn habitat?
In gebieden met gunstige omstandigheden voor voedsel, voortplanting en bescherming.
Waaruit bestaat een ecosysteem?
Een ecosysteem bestaat uit abiotische en biotische factoren die met elkaar interageren.
Waar zijn niches belangrijk voor?
Ze zijn essentieel voor het handhaven van de biodiversiteit en het functioneren van ecosystemen.
Interactie tussen Organismen(16)
Wat is symbiose?
Een langdurige interactie tussen twee verschillende soorten, vaak voordelig voor beide.
Geef een voorbeeld van parasitisme.
Een voorbeeld is een teken die zich voedt met het bloed van een zoogdier.
Wat is het verschil tussen commensalisme en mutualisme?
Commensalisme: één organisme profiteert, het andere niet benadeeld. Mutualisme: beide profiteren.
Invloed van predatie op populaties?
Predatie kan populaties verminderen, wat leidt tot evenwicht in ecosystemen.
Wat is concurrentie?
Concurrentie is de strijd om hulpbronnen tussen organismen, zoals voedsel of ruimte.
Vul de lege plek in: Insecten bestuiven bloemen, wat is de ___?
relatie? Mutualisme.
Wat is het effect van invasieve soorten?
Invasieve soorten kunnen lokale biodiversiteit bedreigen en ecosystemen verstoren.
Is dit waar of niet? 'Predatoren zijn altijd groter dan hun prooi.'
Niet waar. Predatoren hoeven niet altijd groter te zijn dan hun prooi.
Wat is een voorbeeld van een voedselketen?
Gras → Konijn → Vos.
Hoe beïnvloedt klimaat de interactie tussen soorten?
Klimaatverandering kan leefgebieden veranderen en soortinteracties beïnvloeden, zoals migratie.
Wat is symbiose tussen koralen en algen?
Koralen bieden een habitat, algen leveren voedsel via fotosynthese.
Geef een voorbeeld van herbivorie.
Een voorbeeld is een koe die gras eet.
Wat zijn de gevolgen van overbeweiding?
Verlies van vegetatie, bodemerosie, afname van biodiversiteit.
Vul de lege plek in: Onderlinge afhankelijkheid in ecosystemen is belangrijk voor ___.
balans en stabiliteit.
Wat is een niche?
De rol of functie van een organisme binnen zijn ecosysteem.
Wat zijn de drie hoofdtypen van organismen in een ecosysteem?
Producenten, consumenten, ontbinders.
Aanpassing aan Habitat(16)
Wat is een voorbeeld van fysiologische aanpassing?
De aanpassing van de nieren van woestijndieren om water te besparen.
Noem een gedragsaanpassing bij vogels.
Migratie naar warmere gebieden tijdens de wintermaanden.
Waarvoor dienen schutkleuren?
Ze helpen organismen om zich te camoufleren in hun omgeving.
Wat is het effect van temperatuur op het metabolisme?
Hogere temperaturen verhogen het metabolisme, lagere verlagen het.
Hoe beïnvloedt habitatverlies organismen?
- Vermindering van voedselbronnen - Verlies van schuilplaatsen - Verhoogde concurrentie
Wat is het doel van mimetisme?
Organismen imiteren andere soorten om zich te beschermen tegen predatoren.
Vullen: De ______ van een soort bepaalt zijn levensstijl.
Niche
Waarvoor gebruiken cactussen hun stekels?
Als bescherming tegen herbivoren en om waterverlies te minimaliseren.
Valse of ware: Alle organismen zijn altijd aangepast aan hun habitat.
Valse. Sommige soorten kunnen niet overleven bij veranderingen.
Wat is het effect van concurrentie op soorten?
Het kan leiden tot aanpassing of uitroeiing van soorten.
Geef een voorbeeld van een morfologische aanpassing.
De lange nek van een giraffe om bladeren van hoge bomen te bereiken.
Wat is een duidelijke aanpassing van diepzeedieren?
Zij hebben vaak bioluminescentie om prooi aan te trekken.
Vulling: Voedselbeschikbaarheid kan de ______ van een soort beïnvloeden.
Populatiegrootte
Noem twee aanpassingen van organismen aan koude klimaten.
- Dikke vacht - Vetlaag
Wat is de invloed van licht op planten?
Planten passen hun bladeren aan om meer zonlicht op te vangen voor fotosynthese.
Wat is een voorbeeld van een aanpassing aan een aquatisch milieu?
Vissen hebben vinnen en schubben om efficiënt te bewegen in water.
Vragen in deze set(48)
1. Wat beschrijft het fenomeen waarbij twee verschillende soorten samenleven en elkaar ten goede komen?
2. Wat is een voorbeeld van een gedragsaanpassing van dieren in een koud klimaat?
3. Wat is een voorbeeld van een abiotische factor in een habitat?
4. Welke van de volgende is geen voorbeeld van mutualisme?
5. Welke van de volgende kenmerken is een fysiologische aanpassing van vissen?
6. Wat wordt bedoeld met 'fundamentele niche'?
7. Wat gebeurt er met een prooi-populatie wanneer de predatoren toenemen?
8. Wat is het doel van schutkleuren in de natuur?
9. Welk van de volgende is een biotische factor?
10. Wat is het belangrijkste kenmerk van een ecosysteem?
11. Wat gebeurt er met de metabolisme van een organisme bij een stijgende temperatuur?
12. Wat is het verschil tussen habitat en niche?
13. Wat is een voorbeeld van commensalisme?
14. Wat is een gevolg van habitatverlies voor wilde dieren?
15. Wat gebeurt er als een soort zijn habitat verliest?
16. Wat is de rol van herbivoren in een ecosysteem?
17. Welke functie heeft mimetisme voor een soort?
18. Wat is een voorbeeld van niche-partitionering?
19. Welke factor kan de concurrentie tussen soorten verhogen?
20. Vullen: De ______ van een soort bepaalt zijn rol in het ecosysteem.
21. Welke factor is GEEN abiotische factor?
22. Wat is het resultaat van invasieve soorten op lokale biodiversiteit?
23. Waarom hebben cactussen stekels?
24. Waarom is de niche belangrijk voor een ecosysteem?
25. Wat is een voorbeeld van predatie?
26. Valse of ware: Alle organismen zijn altijd perfect aangepast aan hun omgeving.
27. Wat is het gevolg van sterke concurrentie tussen soorten?
28. Wat zijn de gevolgen van overbeweiding?
29. Wat is het effect van concurrentie op soorten in een ecosysteem?
30. Wat beschrijft de 'reële niche' van een soort?
31. Wat is een niche in ecologie?
32. Geef een voorbeeld van een morfologische aanpassing in dieren.
33. Wat omvat een habitat?
34. Wat is een gevolg van klimaatverandering op ecosystemen?
35. Wat is een typische aanpassing van diepzeedieren?
36. Wat zijn abiotische factoren?
37. Wat is een voorbeeld van een voedselketen?
38. Vullen: Voedselbeschikbaarheid kan de ______ van een soort beïnvloeden.
39. Vul de lege plaats in: Een organismen kan zijn niche ____ aanpassen.
40. Wat is het verschil tussen producenten en consumenten?
41. Noem twee aanpassingen van organismen aan een warm klimaat.
42. Waarom is habitatverlies een probleem voor biodiversiteit?
43. Welke van de volgende is NIET een ontbinder?
44. Wat is de invloed van licht op de groei van planten?
45. Waaruit bestaat een ecosysteem?
46. Wat is het effect van herbivoren op de vegetatie in een ecosysteem?
47. Wat is een voorbeeld van een aanpassing aan een aquatisch milieu?
48. Welke van de volgende beschrijvingen hoort NIET bij de definitie van een habitat?
Gerelateerde sets
Test: Toleranzbereich
Symbiose Parasitismus Karteikarten
Abi-Lernzettel: Populationsdynamik r- und K-Strategen
Wiederholung: Nahrungskette und Netz
Kohlenstoffkreislauf Notizen
Populationswachstum Schritt für Schritt
Abiturwissen: Ökosystem Wald Schichtung und Energiefluss
Wiederholung: Konkurrenz
Maak je eigen studieset
Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.

